Samenvatting Pensioenverzekeringen

-
180 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Pensioenverzekeringen". De auteur(s) van het boek is/zijn WFT. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Pensioenverzekeringen

  • 1 Echtscheiding en Pensioen

  • Geldt arrest Boon van Loon ook bij huwelijkse voorwaarden?
    Alleen ouderdomspensioen tussen twee ex-partners hoeft te worden verdeeld wanneer er tijdens het huwelijk sprake was van een gemeenschap van goederen. Waren de ex-partners gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, dan zal er geen verdeling van het ouderdomspensioen plaatsvinden.
  • Kunnen partijen afzien van bijzonder partnerpensioen?
    Ja, dit moet schriftelijk te worden vastgelegd 
    - in de huwelijkse voorwaarden
    - of in echtscheidingsconvenant
    - de pensioenuitvoerder moet in alle gevallen toestemming geven
    artikel WVPS art 2.1
  • Wat is bijzonder partnerpensioen?
    De wettelijke regeling is dat al het partnerpensioen dat tot de scheiding is opgebouwd bij een scheiding naar je ex gaat. Dat heet dan het bijzonder partnerpensioen. Dat geldt bij een scheiding maar ook bij het verbreken van een partnerrelatie. 
  • Onderscheid bij huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen?
    Nee, de WVPS geldt ongeacht het huwelijksregime. Onderscheid is er echter wel bij samenwonende DGA’s. De WVPS is niet van toepassing op ongehuwd samenwonenden. Het pensioen in eigen beheer valt ook niet onder de PW, zodat er geen recht is op het bijzonder partnerpensioen, zoals ook voor samenwoners geldt (art 57 PW). 
    Art 3a WVPS regelt het bijzonder partnerpensioen voor de ex van de DGA en de WVPS ziet nogmaals alleen toe op gehuwden en geregistreerd partners.

  • Het arrest ziet alleen toe op de verevening van het tijdens huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. 
    De stamrechtverplichting is een winststamrecht en behoort vanuit die
    optiek tot het ondernemingsvermogen.
     
    Afhankelijk van het huwelijksgoederenregime dient de waarde van de onderneming wel of niet verdeeld te worden. Bij gemeenschap van goederen is dat in ieder geval zo.

    Indien partijen op huwelijkse voorwaarden gehuwd zijn kan er sprake zijn van een verrekenbeding. In dat geval zal de waarde van de onderneming ook in de boedelverdeling vallen.

  • Indien de middelen aanwezig zijn valt een privéafstorting voor een lijfrente conform artikel 3.102 lid 3 Wet IB’01 om het pensioen te verrekenen binnen het adviesontwerp. De vrijval van een deel van de pensioenvoorziening wordt echter niet voorkomen. De pensioenvoorziening omvat een uitgesteld partnerpensioen bij overlijden vanaf de pensioendatum en dit zal vrijvallen
    op het moment dat de ex van de heer Beugelink komt te overlijden. In het gesprek dient dit aangegeven te worden en in de adviesfase aan de orde te komen.

    De koopsom voor de lijfrente ter verrekening van de te verevenen aanspraken op ouderdomspensioen is voor de heer Beugelink verder fiscaal aftrekbaar (art 6.6 Wet IB2).

    De vrouw verkrijgt zo meer vrijheid, de toegelaten lijfrentevormen staan voor haar open.

    Een alternatief is pensioenconversie. De contante waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen en die op (bijzonder) partnerpensioen worden omgezet in een eigen aanspraak op ouderdomspensioen ten behoeve van de vrouw. Zij kan in dat geval bepalen wanneer zij met pensioen wil gaan. Over het algemeen wordt er een op fiscale grondslagen gebaseerd kapitaal aan de vrouw ter beschikking gesteld met een kostenopslag van 5%. Of dit meer of minder is dan het afstorten van de lijfrente moet blijken in het adviesontwerp.

    De heer Beugelink kan in overleg met zijn ex-vrouw optreden als  verzekeringnemer, de vrouw is altijd verzekerde. Verder kan een combinatie van lijfrentevormen met een nabestaandenlijfrente wordt voorgesteld. Zo is de heer Beugelink dan begunstigde voor de nabestaandenlijfrente bij overlijden van zijn ex-vrouw.

  • De heer Beugelink kan in overleg met zijn ex-vrouw optreden als verzekeringnemer, de vrouw is altijd verzekerde.
    - Verder kan een combinatie van lijfrentevormen met een nabestaandenlijfrente wordt voorgesteld. Zo is de heer Beugelink dan begunstigde voor de nabestaandenlijfrente bij overlijden van zijn ex-vrouw.

  • Allereerst is er dan een conflict met de wensen van de ex-vrouw, zij eist immers afstorting van de haar toekomende gelden om niet afhankelijk te zijn van het wel en wee van de BV.

    Verder is het niet toegestaan de lijfrente te bedingen in eigen beheer, alleen een toegelaten verzekeraar conform art 3.126 Wet inkomstenbelasting 2001.

    Bij conversie is er geen grip meer door de heer Beugelink. Indien de vrouw overlijdt vervallen de aanspraken/uitkeringen. De geconverteerde rechten mogen alleen de vrouw toekomen.

  • Aangezien de DGA buiten de PW is geplaatst is in artikel 3a PW een soortgelijke bepaling ten aanzien van het partnerpensioen opgenomen als in artikel 57 PW, met dien verstande dat artikel 3a WVPS alleen van toepassing is op de echtgenoot of geregistreerde partner van de DGA. Er is dus niets geregeld ten aanzien van het partnerpensioen van een met de DGA
    samenwonende partner bij beëindiging van de partnerrelatie, zoals dat in de PW wel het geval is.
  • Henk is DGA en bouwt pensioen op in eigen beheer. Mede door geldzorgen loopt zijn huwelijk met Sandra op de klippen. Sandra vordert een afstorting van het verevende ouderdomspensioen en het opgebouwde partnerpensioen naar een verzekeraar.

    Is Henk verplicht om de verevening af te storten?

    A. Nee, als Henk kan aantonen dat er een continuïteitsrisico ontstaat.

    B. Ja, maar Henk hoeft alleen het opgebouwde partnerpensioen afstorten.

    C. Ja, Henk moet het opgebouwde partnerpensioen en van het verevende ouderdomspensioen afstorten.

    A. Nee, als Henk kan aantonen dat er een continuïteitsrisico ontstaat.

  • In 2012 gaan Klaas en Rita uit elkaar na jarenlang samengewoond te hebben. Klaas is DGA en heeft een pensioenregeling die volledig is ondergebracht bij een verzekeraar. Klaas heeft in 2007 NIET geopteerd voor de PW. De pensioenregeling omvat een ouderdomspensioen en een op te bouwen partnerpensioen (PP). Rita eist dat al het opgebouwde PP haar toekomt als bijzonder PP op grond van wettelijke bepalingen.

    Zijn er wettelijke bepalingen waarin wordt aangegeven dat Rita rechtsgronden heeft om het opgebouwde PP op te eisen?

    A. Nee.

    B. Ja, art 57 PW.

    C. Ja, art 3a WVPS.

    A. Nee.
  • John (60 jaar) en Sonja gaan na 25 jaar huwelijk in gemeenschap van goederen van echt scheiden. John heeft bij zijn werkgever een middelloonregeling en is vanaf zijn 30ste jaar werkzaam bij zijn huidige werkgever. De pensioendatum is 65 jaar en het percentage per dienstjaar is 2%. De gemiddelde pensioengrondslag voor John is € 30.000, -. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen. Er zijn twee zienswijzen mogelijk bij het bepalen van de hoogte van de aanspraak op het bijzondere partnerpensioen voor Sonja. Wat zijn de uitkomsten van de twee mogelijke berekeningen?


    A. 14.700 en 21.000

    B. 21.000 en 10.500

    C. 10.500 en 12.600

    D. 12.600 en 14.700

    Het juiste antwoord:

    C. 10.500 en 12.600


  • Theo en Linda van Kampen zijn getrouwd buiten elke gemeenschap van goederen. In de akte van huwelijkse voorwaarden is bepaald dat bij echtscheiding de opgebouwde pensioenrechten betreffende het ouderdomspensioen conform de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding worden verdeeld. Theo was 26 jaar toen hij met Linda huwde. Op zijn 31e loopt het huwelijk stuk en volgt echtscheiding. Theo neemt deel in een eindloonregeling met een opbouwpercentage van 1,75%. Hieronder staat de ontwikkeling van de hoogte van de pensioengrondslag. Het partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen.
    Leeftijd Pensioengrondslag
    21 EUR 15.000
    26 EUR 20.000
    31 EUR 25.000

    Wat zijn de (afgeronde) aanspraken voor Linda, na verevening, in verband met de echtscheiding?

    A. Ouderdomspensioen: EUR 1.094 en partnerpensioen: EUR 766

    B. Ouderdomspensioen: EUR 1.094 en partnerpensioen: EUR 3.063

    C. Ouderdomspensioen: EUR 2.188 en partnerpensioen: EUR 2.188
    Het juiste antwoord:
    B. Ouderdomspensioen: EUR 1.094,- en partnerpensioen: EUR 3.063,-

  • Is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) van toepassing op de DGA en de partner?

    A. Ja, de WVPS is van toepassing ook al vallen de pensioenaanspraken NIET onder de werking van de Pensioenwet
    B. Nee, de WVPS is niet van toepassing. De pensioenaanspraken vallen NIET onder werking van de Pensioenwet.
    C. Nee, de WVPS is alleen van toepassing voor ondernemers die in het keuze jaar 2007 besloten hebben om onder de werking van de Pensioenwet te vallen
    Het juiste antwoord:
    A. Ja, de WVPS is van toepassing ook al vallen de pensioenaanspraken NIET onder de werking van de Pensioenwet.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is het kenmerkende verschil tussen RJ 271 en IAS 19? A. RJ 271 gaat uit van een verplichtingenbenadering en IAS19 gaat uit van een risicobenadering.  B. RJ 271 gaat uit van een verplichtingenbenadering op marktrente. IAS 19 gaat uit van een verplichtingenbenadering op basis van een rentetermijnstructuur.  C. RJ 271 gaat uit van een risicobenadering en IAS 19 van een verplichtingenbenadering. 

A. RJ 271 gaat uit van een verplichtingenbenadering en IAS19 gaat uit van een risicobenadering.

Geef voorbeelden van het proces 'Plan, do, Check, Act' in een pensioentraject, [Toetsterm 1h.10]
Plan; Vastleggen van afspraken over doelstellingen

Do; Uitvoering van gemaakte afspraken en verbeteringen

Check;Meet het resultaat van de verbetering, vergelijk het met de eerdere situatie en leg het naast de doelstellingen.

Act; Aan de hand van de gevonden resultaten kunnen de oorspronkelijke
werkzaamheden nu worden bijgesteld.
Omschrijf het begrip 'risicomanagement' [Toetsterm 1h.1]
Inrichten van proces dat invloed heeft op gebeurtenissen die een positief of
negatief gevolg hebben op het bereiken van de organisatiedoelstellingen.
Leg uit wat onder het begrip 'risicotolerantie' (risk tolerance) wordt verstaan, [Toetsterm 1h.7]
x
Leg uit wat onder het begrip 'risicoacceptatiegraad' (risk appetite) wordt verstaan. [Toetsterm 1h.6]
x
Leg uit wat onder risicobewustzijn wordt verstaan [Toetsterm 1h.2]
x
Geef het verschil aan tussen een dekkingspolis en een polis met een loonbelastingclausule en leg uit welke polis voor een specifieke DGA de beste keuze is? toetsterm 1a.18
x
Benoem de gevolgen van Financial Accounting Standards (FAS) en de International Financial Reporting Standards (IFRS) op de bedrijfsvoering bij de verschillende pensioenregelingen? (toetsterm 1.a.8)
x
Op de balans van een onderneming staat een voorziening pensioenverplichtingen (VPV) vermeld. Wat kan hieruit worden afgeleid?A. Er is alleen een pensioentoezegging gedaan aan een DGA die in eigen beheer wordt gehouden.B. Er is alleen een pensioentoezegging gedaan aan werknemers.C. Er kan een pensioentoezegging aan werknemers en/of een eigenbeheerpensioen aan een DGA zijn toegezegd.
Het juiste antwoord:
C. Er kan een pensioentoezegging aan werknemers en/of een eigenbeheerpensioen aan een DGA zijn toegezegd.
Welke informatie kan een pensioenadviseur uit een kasstroomoverzicht halen?A. Alleen de externe cashflow van de onderneming.B. Zowel de interne als de externe cashflow van de onderneming.C. Naast de interne en externe cashflow ook de winst- en verliesbronnen
Het juiste antwoord:
B. Zowel de interne als de externe cashflow van de onderneming.