Samenvatting Percent.

-
ISBN-10 9042523727 ISBN-13 9789042523722
130 Flashcards en notities
11 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Percent.
  • H Duijm Roel Ottow Signia ' s Picture Box Nordwin L Alberts Easy Writer
  • 9789042523722 of 9042523727
  • 2e dr.

Samenvatting - Percent.

  • 1 10. Interne organisatie en management

  • hoi, test test test

  • 1.1 Organisatieschema's

  • Wat is een organisatieschema?
    Een vereenvoudigde weergave van de hiërarchische verhoudingen binnen een organisatie.
  • sjlakflskd'sla

    lmlkcmdladsl;

  • Lijnorganisatie: de totale leiding berust op 1 persoon, die enkele mensen onder zich heeft. (vooral kleine bedrijven)
    Voordeel -> is voor alle medewerkers duidelijk. Iedereen weet wie hij aan moet spreken.
    Nadeel -> de medewerkers zijn alleen met hun eigen afdeling bezig. 
  • Lijn-staforganisatie: bijvoorbeeld grootwinkelbedrijven. Variatie op lijnorganisatie. Elk filiaal heeft een filiaalchef met daarboven een directeur.
    Persoonlijk zal de directeur zijn mensen nooit ontmoeten.
    Onder de directeur staan 'stafdiensten', bijv marketing.
  • Functionele organisatie: Bij kleine industriële ondernemingen. Alle activiteiten zijn opgesplitst naar functie: inkoop, productie en verkoop. Directeur met daaronder de functies.
  • Projectorganisatie: Projecten zijn opgebouwd uit diverse activiteiten, die uitgevoerd worden door verschillende afdelingen.
    bijvoorbeeld een sportdag op school. 
    • het is een geheel van bij elkaar horende activiteiten, waarbij diverse personen met verschillende deskundigheden betrokken zijn. 
    • Het totaal van activiteiten moet een concreet omschreven einddoel hebben.
    • De totale looptijd van het project is in de tijd begrensd.
  • 1.2 Managementtaken

  • Wat is organiseren?
    Het zo goed mogelijk regelen en verdelen van taken, bevoegdheden en middelen onder de leden van de organisatie met het oog op de gestelde doelen. 
  • Wat is leidinggeven?
    Het sturen, beïnvloeden en motiveren van medewerkers.
  • 1.3 Controle

  • Managementtaken:
    • Je hebt een doel
    • Je maakt een plan om dat doel te bereiken
    • Je organiseert mensen en middelen om het plan uit te voeren
    • Controleren of het uitvoeren tot het gewenste doel heeft geleid
  • Wat is het stelsel van administratieve organisatie en interne controle? ( AO/IC )
    De totale set aan maatregelen die een organisatie op het terrein van controle neemt. ( bijvoorbeeld functiescheiding )
  • Wat is functiescheiding?
    Het verdelen van bepaalde functies over verschillende personen, om daarmee controle te vergemakkelijken en fraudegevoeligheid te verkleinen. 
  • Wat is interne controle?
    Elke vorm van controle die wordt uitgeoefend door of namens de leiding van de organisatie.
  • Wat is externe controle?
    Controle die wordt uitgevoerd door of namens een andere instantie dan het management.
  • 2.1 Handelsondernemingen

  • Wat is een Handelsonderneming?
    Een bedrijf dat goederen in- en verkoopt zonder deze goederen een verder bewerking te geven.
  • De distribuerende functie van een handelsonderneming is de in grote hoeveelheden ingekochte goederen opsplitsen in kleinere hoeveelheden en die distribueren (verdelen) over de afnemers. 
  • De collecterende functie van de handelsonderneming is, je collecteert (verzameld) handelsgoederen door inkooporders te plaatsen bij diverse leveranciers. Zo voldoe je aan de uiteenlopende wensen van de afnemers. 
  • Wat zijn industriële ondernemingen?
    Organisaties die goederen vervaardigen uit halffabrikaten en grondstoffen met de inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen. 
  • In industriële ondernemingen onderscheiden we:
    • bedrijven met massaproductie
    • bedrijven met stukproductie
  • Massaproductie is?
    de productie die niet gericht is op de specifieke wensen van de individuele afnemers, maar op de min of meer gestandaardiseerde wensen van de totale markt.
  • homogene massaproductie = wanneer een niet of weinig gevarieerd product wordt vervaardigd. (leidingwater, suiker, bronwater)
    heterogene massaproductie = wanneer verschillende producten in grote hoeveelheden worden voortgebracht. (auto's)
  • Stukproductie is? + voorbeeld
    De productie waarbij een bedrijf zijn product afstemt op de wensen van de individuele afnemers. ( vrachtschepen, villa's, landhuizen )
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Percent.
  • H Duijm, G F Gorter, A J Verweij Roel Ottow Signia Easy Writer
  • 9789042523531 of 9042523530
  • 2e dr.

Samenvatting - Percent.

  • 4.1 De sector 'overheid'

  • Wat is collectieve lastendruk?
    totaal aan ontvangsten collectieve secotr als percentage bbp.
  • Stel je dus een vraag
    christiaan henny
  • nieuwe vraag
    Christiaan Henny
  • jsafldj
    christiaan henny
  • christiaan henny
    sdf
  • christiaan henny
    christiaan henny
  • 5.1 Wat is er zo bijzonder aan internationale handel?

  • Wanneer is er sprake van internationale handel?
    Als inwoners van het ene land goederen of diensten kopen in/van een ander land.
  • Noem een mogelijke reden waardoor plotseling een groot verschil kan ontstaan in de hoeveelheid im- of export.
    (Denk aan politiek)
    Als landsgrenzen wegvallen is veel internationale handel opeens geen im- en export meer. (EU)
    Als landsgrenzen onstaan is opeens veel nationale handel internationaal (Joegoslavië)
  • 5.2 Waarom is er internationale handel?

  • Wat zijn vier redenen waarom inwoners goederen en diensten in een ander land inkopen?
    1. Het gewenste goed is in eigen land niet te krijgen (schaarste)
    2. Er kan een voorkeur voor buitenlandse producten bestaan (franse wijnen)
    3. Politieke overwegingen (Communistische landen handelen voornamelijk met elkaar)
    4. Wellicht is het goedkoper
  • Wat zijn twee mogelijke oorzaken waarom een goed in eigen land niet te krijgen is?
    1. Grondstof reserves (geen koper in Nederlandse bodem)
    2. Klimaat (Druiven groeien slecht in het Nederlandse klimaat).
  • Wat is een mogelijke oorzaak van een voorkeur voor buitenlandse producten?
    Verschil in producten, een mercedes is geen cadillac.
  • Wat zijn absolute kostenverschillen?
    Het verschil in daadwerkelijk kosten tussen de productie van hetzelfde goed in verschillende landen.
  • Wat zijn comperatieve kostenverschillen?
    ook: relatieve kostenverschillen
    zijn de productie kosten van een goed uitgedrukt in waarde van andere goederen. Hierdoor wordt duidelijk wat voor een land relatief goedkoop is om te produceren.
  • Wat houdt het in als een land 'autarkisch' is?
    Dat het land geen handelsrelaties met het buitenland heeft en zelfvoorzienend is.
  • 5.3 De internationale concurrentiepositie

  • Wat wordt er verstaan onder internationale concurrentiepositie?
    De mate waarin een land in staat is goederen te exporteren.
  • Welke zeven factoren zijn van belang voor de internationale concurrentiepositie?
    1. De relatieve schaarste van productiefactoren. (arbeid in westen schaarser dan in China)
    2. De beschikbaarheid van technisch hoogwaardige kapitaalgoederen. (Akzonobel)
    3. De scholing van de bevolkingsgroep. (Kennisintensiviteit)
    4. Schaalvoordelen (grote bedrijven vs kleine bedrijven)
    5. Arbeidsrust (belangrijke indicator betrouwbaarheid leverancier)
    6. Infrastructuur (zowel fysiek als communicatief)
    7. Stabiele wisselkoersen (minder risico)
  • Leg uit hoe de relatieve schaarste van productiefactoren invloed heeft op de internationale concurrentiepositie.
    In China is erg veel arbeid en veel vraag naar kapitaal. In het westen is relatief veel kapitaal en weinig (geen) goedkope laaggeschoolde arbeid. Deze relatieve waardeverschillen zorgen ervoor dat China makkelijk arbeid exporteert in ruil voor kapitaal.
  • Wat is het verschil tussen mechanisering en automatisering?
    Bij mechanisering nemen machines handelingen van mensen over. Bij automatisering nemen machines de besturing van het productieproces over.
  • Waarom is een stabiele wisselkoers gunstig voor de internationale concurrentiepositie?
    Omdat een fluctuerende wisselkoers onnodig risico met zich meebrengt. Dit verhoogt de drempel voor buitenlandse bedrijven om zaken te doen met binnenlandse bedrijven.
  • Hoe bereken je de ruilvoet?
    De ruilvoet = prijsindexcijfer uitvoer/prijsindexcijfer invoer
  • Wat gebeurt er als de ruilvoet stijgt?
    Dan zijn de uitvoerprijzen sneller gestegen dan de invoerprijzen. Dit betekent dat voor dezelfde export meer geimporteerd kan worden. Het land gaat erop vooruit. 
  • Wat verstaan we onder arbeidsproductiviteit?
    De waarde van de geproduceerde hoeveelheid goederen per arbeidsuur.
  • Hoe bereken je de arbeidsproductiviteit?
    Arbeidsproductiviteit = (waarde van geproduceerde goederen)/(benodigde arbeidstijd in uren)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Percent
  • H Duijm, G F Gorter, T Spierenburg, A J Verweij
  • of
  • 2

Samenvatting - Percent

  • 1 Rechtsvormen

  • Welke rechtsvormen zijn er?
    • Eenmanszaak
    • VOF
    • BV
    • NV
    • vereniging
    • stichting
  • Wat zijn de kenmerken van de eenmanszaak?
    • De zaak is het eigendom van 1 persoon.
    • De schuldeisers mogen bij de eigenaar privé de vorderingen halen.
  • Wat zijn de kenmerken van een VOF?
    • De ondernemingen is eigendom van meerdere mensen (vennoten).
    • De schuldeisers mogen vorderingen uit het privé vermogen van de eigenaren halen.
  • Wat zijn de oprichtingseisen van een VOF?
    • Inschrijving in het Handelsregister
    • (optioneel) Notariële akte met rechten van de firmanten.
  • Wat zijn de oprichtingseisen van een eenmanszaak?
    Een inschrijving in het Handelsregister van de KVK.
  • Wat is de opheffingsprocedure van een eenmanszaak?
    Alle bezittingen worden verkocht en hiervan worden de schulden betaald. Het restant is voor de eigenaar.
  • Wat zijn de kenmerken van een BV?
    • Een BV is een rechtspersoon met zijn eigen rechten en plichten.
    • Het BV heeft een eigen vermogen onafhankelijk van het vermogen van de eigena(a)r(en).
    • De aandeelhouders brengen het aandelenvermogen bijeen. Zij staan ingeschreven in een aandeelhoudersregister.
    • Een aandeelhouder kan zijn aandeel overdragen aan een andere aandeelhouder of aan de BV.
  • Wat zijn de oprichtingseisen van een BV?
    • Een notariële oprichtingsakte
    • Een ministeriële verklaring van geen bezwaar.
    • De inschrijving in het Handelsregister.
  • 3.1 Het eigenvermogen

  • wat is balans?
    is een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van een organisatie op een bepaald tijdstip
  • links staat de waarde van de bezittingen rechts staat waar het geld vandaan komt
  • vaste activa
    bezittingen die langer dan een jaar meegaan
  • inventaris
    inrichting
  • vlottende activa
    bezittingen die korter dan een jaar meegaan
  • eigen vermogen
    geld dat de eigenaren in het bedrijf hebben gestoken, plus winst die niet wordt uitgekeerd
  • vreemd vermogen lang
    schulden met looptijd langer dan 1 jaar
  • vreemd vermogen kort
    schulden met looptijd korter dan 1 jaar
  • crediteuren
    leveranciers waar jij goederen hebt gekocht die je nog moet betalen
  • 3.2 aandelen vermogen (of aandelemkapitaal)

  • nominale waarde
    de waarde die op het aandeel staat. Deze waarde wordt in de boekhouding gebruikt.
  • emissie koers 
    de prijs waarvoor een aandeel naar de beurs gaat( de 1e koers)
  • beurskoers
    de prijs waarvoor het aandeel op de beurs word verhandeld (tussen beleggers)
  • aandelen op de balans(3)
    • maatschappelijke aandeelvermogen MAP: de nominale waarde van alle aandelen die het bedrijf heeft laten maken (of volgend de staten mag uitgeven)
    • aandelen in portefeuille AIP= de nominale waarde
    • geplaatst aandeelvermogenGAV= de nominale waarde van alle aandelen die wel zijn verkocht


  • berekening GAP
    MAV - AIP
  • agioreserve
    winst op de aandelen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is het verschil tussen een resultatenbegroting en een liquiditeitsbegroting?
Liquiditeiten zijn ontvangsten en uitgaven, hierbij wordt op het moment op de begroting de betaling gedaan. het is letterlijk betaald of verkregen op dat moment
Resultaten zijn opbrengsten en kosten, die worden verrekend wanneer het gebruikt wordt. Het is onafhankeljik van wanneer het bedrag letterlijk verkregen of betaald is.
Hoe wordt een resultatenbegroting opgesteld?
Verwachte omzet
inkoopwaarde omzet
verwachte brutowinst
diverse kosten
Verwachte resultaat
Hoe wordt een liquiditeitsbegroting opgesteld?
Ontvangsten
Uitgaven                     
 
Toe/afname liquide middelen
Beginsaldo liquide middelen
eindsaldo liquide middelen
Wat zijn reverse logistics?
de goederenstroom van afnemer naar leverancier, bijv retourzendingen of recyclen
Welke drie logistieke systemen zijn er?
- een ordergestuurd systeem, er wordt een bestelling geplaatst wanneer een order is ontvangen
- een voorraadgestuurd systeem, er wordt besteld wanneer de voorraad onder een minimum zakt
- plangestuurde systemen zijn gebaseerd op een productieplan
Wat is logistiek?
alle handelingen die nodig zijn om juiste goederen op het juiste moment en plaats te leveren tegen kosten die een zo hoog mogelijk rendement opleveren
Wat zijn voorverkopen en voorinkopen en hoe heeft dit te maken met de technische en economische voorraad?
Voorverkopen zijn producten die al verkocht zijn maar nog niet geleverd, dit hoort bij de technische voorraad en heeft geen prijsrisico
Voorinkopen zijn al besteld maar nog niet ontvangen, dit is economische voorraad en loopt prijsrisico
Welke vier risico's hebben te maken met waardevermindering van voorraden?
- Bederf, bijvoorbeeld roest, dit gaat om kwaliteitsrisico- Diefstal/brand/.., dit is kwantiteitsrisico
- Veroudering, door technische veranderingen of smaakveranderingen etc. Dit is een commercieel risico- Prijsfluctuaties, dit heeft te maken met de marktwaarde en vormt een economisch risico
Welke twee kosten zijn noodzakelijk voor voorraden? leg ook uit wat het inhoud
- Bestelkosten, dit heeft te maken met de inkoop, het zijn oa loonkosten van inkopers, telefoonkosten, vervoerskosten etc
- Opslagkosten, dit heeft te maken met het in voorraad houden van goederen, dit is oa kosten van opslagruimtes, en loonkosten van magazijnpersoneel
Hoe wordt de gewenste afzet berekend?
gewenste afzet = (vaste kosten + gewenste nettowinst)/ dekkingsbijdrage