Samenvatting Percent Economie / Bovenbouw vwo / deel Theorieboek 2 2e fase 2010 vwo

-
ISBN-13 9789042538900
268 Flashcards en notities
16 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Percent Economie / Bovenbouw vwo / deel Theorieboek 2 2e fase 2010 vwo". De auteur(s) van het boek is/zijn H Duijm. Het ISBN van dit boek is 9789042538900. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Percent Economie / Bovenbouw vwo / deel Theorieboek 2 2e fase 2010 vwo

  • 1.1 Hoofdstuk 18 : risico

  • Wat is symmetrische informatie?

    Alle marktpartijen beschikken over dezelfde informatie.

  • Wat is asymmetrische informatie?

    Een van beide marktpartijen beschikt over meer informatie dan de andere.

  • 2 Onderdeel 6 Welvaart en groei

  • H0ofdstuk 22

     

    schaarste komt vloeit voort uit onze onbeperkte behoeften en de beperkte middelen om hierin te voorzien.

    Bij schaarste moet je altijd iets opofferen om in je behoeften te voorzien. Het verminderen van schaarste leidt tot een grotere welvaart (let op: = een subjectief begrip).

     

    BBP (bruto binnenlands product) = de totale waarde van de productie binnen een jaar binnen een land.

    productie gebeurt door ondernemingen en overheid. De overheid zorgt voor collectieve en quasi collectieve goederen > worden gefinancierd uit belastingen.

    ondernemingen produceren individuele goederen > wordt alleen gekocht door degene die dat product wil aanschaffen.

    quasi collectieve goederen zijn eigenlijk individuele goederen  maar worden om verschillende redenen door de overheid geproduceerd, zoals: sociale rechtvaardigheid, efficiëntie.

     

    Toegevoegde waarde = de waardevermeerdering die door de productie ontstaat, omdat het product geschikter is gemaakt voor consumptie

    onderlinge leveringen = intermediair verbruik = leveringen van het ene bedrijf aan het andere

    productie/ toegevoegde waarde= verkoopwaarde prod. - intermediair verbruik

    tw = niet alleen prod maar ook inkomen van de productie factoren

    niet alle productie van de overheid gaat direct via de overheid maar soms ook door non-profitorganisaties. dan betaalt de overheid alle kosten van deze organisatie.

    tw van de overheid = de som van de ambtenaren  salarissen

    omzet tegen basisprijzen = omzet exclusief belastingen

    bbp tegen marktprijzen= inclusief belastingen

    Kenmerken bbp:

    - bruto binnenlands product, dus binnen de grenzen van een land. buitenlandse ondernemingen binnen dit land tellen dus ook mee voor het bbp

    - productie vindt onder meer plaats met behulp van kapitaalgoederen. Aangezien deze verouderen/slijten moet op deze afgeschreven worden. een deel van de tw moet hieraan besteed worden. Bruto toegevoegde waarde = inclusief afschrijvingen, netto toegevoegde waarde = exclusief afschrijvingen

     door bij het berekenen van het bbp rekening te houden met het saldo van de primaire inkomens ( beloningen van productie factoren) die afvloeien naar het buitenland krijgen we het nationaal inkomen

    bbp per hoofd van de bevolking = bbp : aantal inwoners

    bbp geeft geen informatie over:

    - opbouw van de bbp

    - de informele economie

    - productgroei en welvaart

    - externe effecten

    - inkomensvedeling

  • BBP

    de waarde van de tatale productie van een land in een jaar

  • toegevoegde waarde

    de waardevermeerdering die door productie ontstaat, omdat het product geschikt wordt gemaakt voor consumptie

  • toegevoegde waarde = verkoopwaarde van de productie - intermediair verbruik. intermediair verbruik = onderlinge leveringen we kunnen de winst berekenen door: toegevoegde waarde - de beloningen voor de productiefactoren > Loon, rente, pacht.zie figuur BLZ. 81
  • 2.1 hoofdstuk 21

  • complementaire goederen
    hierbij kan de prijs daling of stijging van het ene artikel grote invloed hebben op de markt van het andere artikel. 
  • substitutie goederen
    goederen die elkaar kunnen vervangen. (die consument maakt hier zijn keuze tussen de twee dor de prijs)
  • algemeen evenwicht
    wanneer alle markten tegelijkertijd in evenwicht zijn

  • micro- en macro-economie
    micro op het gebied van een of enkele markten.
    macro op het gebied van de totale vraag en aanbod in een land.
  • Samenhang tussen markten kunnen we weergeven in de economische kringloop. hier gaat het tussen geld en goederen stromen.
  • de economische kringloop
  • 3.1.1 26.1 Veranderingen in de reeële productie

  • Wat is de formule om het reële indexcijfer BBP?

  • Wat verstaan we onder conjunctuur?

     

    Onder de conjunctuur verstaan we de schommelingen in de groei van het reëel bruto binnenlands product rond de trend.

  • 3.1.2 26.2 Werkloosheid en vacatures

  • Hoe wordt de werkende bevolking e.d. verdeeld?

    Totale bevolking

    15 -

    Beroepsgeschikte bevolking

    65 +

     

    Beroepsbevolking

    Vrijwillig werkloos

    Arbeidsongeschikt

     

    Werkend

    Werkeloos

     

  • Hoe worden de werkeloosheid en de vacatures verdeeld?

     

    Vraag

    Werkgelegenheid

    tekort à vacatures

    overschot à werkeloosheids

     

     

    Aanbod

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is het verschil tussen de geld- en goederenstroom?
  • De goederenstroom loopt van huishoudens via de markt van productiefactoren naar ondernemingen en vervolgens van ondernemingen via de markt van consumptiegoederen naar huishoudens. Totale waarde van de door de ondernemingen voortgebrachte goederen en diensten: binnenlands product.
  • De geldstroom loopt van huishoudens via de markt van consumptiegoederen naar ondernemingen (betalingen van huishoudens aan ondernemingen voor de geleverde consumptiegoederen: inkomensbesteding), en vervolgens van ondernemingen via de markt van productiegoederen naar huishoudens (betalingen door inkomen aan huishoudens voor de geleverde productiefactoren: inkomensverwerving). 
Wat is de economische kringloop?
Een schema waarin we de samenhang tussen markten kunnen weergeven. De voornaamste geld- en goederenstromen tussen verschillende economische sectoren zijn weergegeven. 
Er zijn twee economische factoren:
1.Huishoudens: verschaffen aan ondernemingen productiefactoren (Kapitaal, Arbeid, Natuur, Ondernemerschap) en ontvangen daarvoor een inkomen (Rente, Loon, Pacht, Winst)
2.Ondernemingen
Wat is het verschil tussen de macro- en micro-economie?
  • De micro-economie kijkt naar het gebeuren van een of enkele markten. Het gaat dan om het gedrag van huishoudens, ondernemingen, de overheid en de wijze waarop dat gedrag leidt tot vraag naar en aanbod van een bepaald product of productiesoort leidt. 
  • De macro-economie kijkt naar de totale vraag en het totale aanbod in een land. Het gaat dan om het nationaal product (productie van alle ondernemingen en overheden samen). Het algemeen prijspeil komt in de plaats van slechts een product of dienst. We werken dan met geaggregeerde grootheden (grootheden die tot stand zijn gekomen door micro-economische grootheden bij elkaar op te tellen).
Wat is het algemeen evenwicht?
Het algemeen evenwicht is wanneer alle markten tegelijkertijd in evenwicht zijn. Dat wil zeggen dat op iedere markt de gevraagde hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid, op hetzelfde moment. 
Welke rol spelen complementaire goederen in de samenhang van markten?
Een prijsdaling van het ene artikel kan leiden tot een grotere vraag naar het andere artikel, met een daarbij horende hogere prijs. 
Voorbeeld: 
  • Stel dat de prijs van printers dalen, dan zullen meer mensen bereid zijn een printer te kopen en dus ook de daarbij horende toner, die echter niet in prijs is verlaagd. 
Wat zijn complementaire goederen?
Goederen die elkaar aanvullen en vaak samen worden gekocht, zoals een tandenborstel en tandpasta.
Welke rol spelen substitutiegoederen in de samenhang van markten?
Een prijsstijging van het ene product kan leiden tot een prijsstijging van het andere product. 
Voorbeeld: 
  • Doordat de prijs van aardolie hoog ligt zal er gezocht worden naar een alternatief, een substitutiegoed, zoals biobrandstof. Dit wordt geproduceerd uit gewassen zoals mais, wat ook als voedsel dient. Omdat de vraag naar mais groter wordt (omdat het naast voedsel ook gebruikt wordt voor de productie biobrandstof) zal dit dus leiden tot een prijsstijging van de voedselprijzen. 

Een prijsdaling van het ene product kan leiden tot een prijsdaling van het andere product.
Voorbeeld: 
  • Als Albert Heijn zijn prijzen in appels verlaagd, zal Jumbo dat ook moeten doen omdat ze anders een hoop klanten missen die hun appels nu bij de Albert Heijn zullen kopen. 
Wat zijn substitutiegoederen?
Goederen die elkaar kunnen vervangen, zoals koffie en thee.
Waarom hangen markten samen?
Markten hangen samen omdat ze onderling heel afhankelijk van elkaar zijn. Voorbeelden:
  • Als Apple zijn prijzen verlaagd zullen er weinig mensen zijn die nog een telefoon bij Samsung zullen kopen, dus zijn deze markten van elkaar afhankelijk (substitutiegoederen). 
  • Als er de vraag naar auto’s groeit, zal de vraag naar benzine of diesel meegroeien (complementaire goederen). 
  • Als er een nieuw succesvol product ontstaat waardoor een ander product verdwijnt, zal de vraag naar medewerkers in die industrie dalen. Een deel van deze werklozen kunnen weer werk vinden in de nieuwe industrie. 
Deze voorbeelden geven aan dat markten onderling afhankelijk zijn van de beslissingen die bedrijven en consumenten nemen op de markt.
 
Hoe komt een prijs op de markt tot stand?
Onder invloed van vraag en aanbod komt er op een markt een prijs tot stand. Als er veranderingen in vraag en/of aanbod zijn, kan dit leiden tot verstoringen in het marktevenwicht. Hierdoor ontstaan prijsveranderingen die er uiteindelijk voor zorgen dat de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid weer gelijk aan elkaar worden.