Samenvatting Percent Economie / Bovenbouw vwo / deel Theorieboek 2 2e fase 2010 vwo

-
ISBN-13 9789042538900
268 Flashcards en notities
16 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Percent Economie / Bovenbouw vwo / deel Theorieboek 2 2e fase 2010 vwo". De auteur(s) van het boek is/zijn H Duijm. Het ISBN van dit boek is 9789042538900. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Percent Economie / Bovenbouw vwo / deel Theorieboek 2 2e fase 2010 vwo

  • 18 Risico

  • In dit hoofdstuk staat risico centraal.
  • 18.1 Symmetrische en asymmetrische informatie

  • We onderscheiden twee verschillende informatie mogelijkheden:
    1. Symmetrische informatie: vragers en aanbieders beschikken over dezelfde informatie. Dit leidt tot een optimale situatie, omdat zowel de koper als verkoper tevreden is met de prijs van het verhandelbare goed.
    2. Asymmetrische informatie: een van beide marktpartijen beschikt over meer informatie dan de andere marktpartij. Dit kan leiden tot averechtse selectie, waardoor slechte risico's de goede risico's van de markt drijven. De kopers treffen op de markt immers eigenlijk niet wat ze willen en de verkopers kunnen hierdoor slechts een deel van hun aanbod kwijt. 
  • Welke twee typen informatie mogelijkheden tussen koper en verkoper onderscheiden we?
    1. Symmetrische informatie: vragers en aanbieders beschikken over dezelfde informatie. Dit leidt tot een optimale situatie, omdat zowel de koper als verkoper tevreden is met de prijs van het verhandelbare goed.
    2. Asymmetrische informatie: een van beide marktpartijen beschikt over meer informatie dan de andere marktpartij. Dit kan leiden tot averechtse selectie, waardoor slechte risico's de goede risico's van de markt drijven. De kopers treffen op de markt immers eigenlijk niet wat ze willen en de verkopers kunnen hierdoor slechts een deel van hun aanbod kwijt.
  • Een autoverkoper kent de kwaliteit van zijn aanbod auto's. De kopers hebben echter geen mogelijkheid om informatie te winnen over de kwaliteit van het aanbod van onze autoverkoper. Om wat voor soort informatiemogelijkheid gaat het hier?
    Asymmetrische informatie
  • 18.2 Risico's en risicoaversie

  • Risico is de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet. Mensen hebben de neiging om risico's te vermijden, dit noem je ook wel risicoaversie. Risicoaverse mensen kiezen zekerheid boven kans. Het tegenovergestelde van risicoaverse mensen zijn risicozoekende mensen.
  • Wat is risico?
    Risico is de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet.
  • Wat is risicoaversie?
    Iemand is risicoaverse als hij of zij liever geen of zo weinig mogelijk risico wil lopen. In dat geval wordt eerder genoegen genomen met een beperkte maar zekere opbrengst dan met een hogere maar onzekerder opbrengst.
  • 18.3 Risico en verzekeren

  • Mogelijkheden om risico te verminderen:
    • het inwinnen van informatie.
    • het afsluiten van een verzekering

    Een verzekering is een mogelijkheid om - tegen betaling van een premie - gecompenseerd te worden voor een financieel verlies.
    • De verzekerde loopt een bepaald risico en om zichzelf hiertegen te beschermen betaalt hij of zij een verzekeringspremie. De hoogte van deze premie is afhankelijk van de kans dat het onzekere voorval zich voordoet, de verzekerde som (het bedrag waarvoor men verzekerd is) en een natuurlijke marge voor kosten en winst van de verzekeringsmaatschappij.
    • De verzekeraar ontvangt de verzekeringspremie en keert geld uit in geval van een ongeval.

    Vooral wanneer het mogelijke verlies zo groot is dat de financiële consequenties van niet-verzekeren vrijwel onaanvaardbaar zijn, kiest men vaak voor een verzekering.
  • Framing is een overtuigingstechniek die wordt gebruikt bij communicatie (politiek en reclame bijvoorbeeld). Het afsluiten van een verzekering kan worden beïnvloedt door de manier waarop het te verzekeren risico wordt gepresenteerd.
  • Verzekeren wordt gekenmerkt door verscheidenheid. Hiermee wordt bedoeld dat de risico's zijn gespreid en dat het onwaarschijnlijk is dat alle verzekerden tegelijk door dezelfde calamiteit worden getroffen.
  • In Nederland is iedereen verplicht op grond van de Zorgverzekeringswet een zorgverzekering af te sluiten.
  • Wat zijn mogelijkheden om het risico op financiële schade te verminderen?
    • Informatie
    • Verzekeringen
  • Wat is de verzekerde som?
    Het bedrag waarvoor men verzekerd is
  • Waaruit bestaat de verzekeringspremie?
    • De kans dat het onzekere voorval zich voordoet
    • De verzekerde som
    • Een marge voor kosten en winst van de verzekeringsmaatschappij
  • Wordt door verzekeren het risico verminderd?
    Nee, wel wordt het risico op mogelijke financiële schade beperkt.
  • Wat houdt de zorgverzekeringswet in?
    Dit houdt in dat iedere Nederlander verplicht is om een zorgverzekering af te sluiten die hem/haar beschermt tegen de financiële risico's van lichamelijke gebreken.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is het verschil tussen de geld- en goederenstroom?
  • De goederenstroom loopt van huishoudens via de markt van productiefactoren naar ondernemingen en vervolgens van ondernemingen via de markt van consumptiegoederen naar huishoudens. Totale waarde van de door de ondernemingen voortgebrachte goederen en diensten: binnenlands product.
  • De geldstroom loopt van huishoudens via de markt van consumptiegoederen naar ondernemingen (betalingen van huishoudens aan ondernemingen voor de geleverde consumptiegoederen: inkomensbesteding), en vervolgens van ondernemingen via de markt van productiegoederen naar huishoudens (betalingen door inkomen aan huishoudens voor de geleverde productiefactoren: inkomensverwerving). 
Wat is de economische kringloop?
Een schema waarin we de samenhang tussen markten kunnen weergeven. De voornaamste geld- en goederenstromen tussen verschillende economische sectoren zijn weergegeven. 
Er zijn twee economische factoren:
1.Huishoudens: verschaffen aan ondernemingen productiefactoren (Kapitaal, Arbeid, Natuur, Ondernemerschap) en ontvangen daarvoor een inkomen (Rente, Loon, Pacht, Winst)
2.Ondernemingen
Wat is het verschil tussen de macro- en micro-economie?
  • De micro-economie kijkt naar het gebeuren van een of enkele markten. Het gaat dan om het gedrag van huishoudens, ondernemingen, de overheid en de wijze waarop dat gedrag leidt tot vraag naar en aanbod van een bepaald product of productiesoort leidt. 
  • De macro-economie kijkt naar de totale vraag en het totale aanbod in een land. Het gaat dan om het nationaal product (productie van alle ondernemingen en overheden samen). Het algemeen prijspeil komt in de plaats van slechts een product of dienst. We werken dan met geaggregeerde grootheden (grootheden die tot stand zijn gekomen door micro-economische grootheden bij elkaar op te tellen).
Wat is het algemeen evenwicht?
Het algemeen evenwicht is wanneer alle markten tegelijkertijd in evenwicht zijn. Dat wil zeggen dat op iedere markt de gevraagde hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid, op hetzelfde moment. 
Welke rol spelen complementaire goederen in de samenhang van markten?
Een prijsdaling van het ene artikel kan leiden tot een grotere vraag naar het andere artikel, met een daarbij horende hogere prijs. 
Voorbeeld: 
  • Stel dat de prijs van printers dalen, dan zullen meer mensen bereid zijn een printer te kopen en dus ook de daarbij horende toner, die echter niet in prijs is verlaagd. 
Wat zijn complementaire goederen?
Goederen die elkaar aanvullen en vaak samen worden gekocht, zoals een tandenborstel en tandpasta.
Welke rol spelen substitutiegoederen in de samenhang van markten?
Een prijsstijging van het ene product kan leiden tot een prijsstijging van het andere product. 
Voorbeeld: 
  • Doordat de prijs van aardolie hoog ligt zal er gezocht worden naar een alternatief, een substitutiegoed, zoals biobrandstof. Dit wordt geproduceerd uit gewassen zoals mais, wat ook als voedsel dient. Omdat de vraag naar mais groter wordt (omdat het naast voedsel ook gebruikt wordt voor de productie biobrandstof) zal dit dus leiden tot een prijsstijging van de voedselprijzen. 

Een prijsdaling van het ene product kan leiden tot een prijsdaling van het andere product.
Voorbeeld: 
  • Als Albert Heijn zijn prijzen in appels verlaagd, zal Jumbo dat ook moeten doen omdat ze anders een hoop klanten missen die hun appels nu bij de Albert Heijn zullen kopen. 
Wat zijn substitutiegoederen?
Goederen die elkaar kunnen vervangen, zoals koffie en thee.
Waarom hangen markten samen?
Markten hangen samen omdat ze onderling heel afhankelijk van elkaar zijn. Voorbeelden:
  • Als Apple zijn prijzen verlaagd zullen er weinig mensen zijn die nog een telefoon bij Samsung zullen kopen, dus zijn deze markten van elkaar afhankelijk (substitutiegoederen). 
  • Als er de vraag naar auto’s groeit, zal de vraag naar benzine of diesel meegroeien (complementaire goederen). 
  • Als er een nieuw succesvol product ontstaat waardoor een ander product verdwijnt, zal de vraag naar medewerkers in die industrie dalen. Een deel van deze werklozen kunnen weer werk vinden in de nieuwe industrie. 
Deze voorbeelden geven aan dat markten onderling afhankelijk zijn van de beslissingen die bedrijven en consumenten nemen op de markt.
 
Hoe komt een prijs op de markt tot stand?
Onder invloed van vraag en aanbod komt er op een markt een prijs tot stand. Als er veranderingen in vraag en/of aanbod zijn, kan dit leiden tot verstoringen in het marktevenwicht. Hierdoor ontstaan prijsveranderingen die er uiteindelijk voor zorgen dat de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid weer gelijk aan elkaar worden.