Samenvatting personen- en familierecht compendium

-
ISBN-13 9789013142341
103 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "personen- en familierecht compendium". De auteur(s) van het boek is/zijn Mr S F M Woortmann, J van Duijvendijk Brand. Het ISBN van dit boek is 9789013142341. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - personen- en familierecht compendium

  • 1 inleiding

  • Wat verstaan we onder personenrecht?
    De regels betreffende de rechtspositie van de persoon zodanig; 
    Hiertoe worden gerekend onderwerpen als:
    - Begin en einde van de persoonlijkheid
    - Naam
    - Woonplaats
    - etc.
  • Wat verstaan we onder het familierecht?
    Regelt de rechtsverhoudingen die uit samenlevingsvormen, te weten huwelijk en geregistreerd partnerschap en die uit afstamming voortvloeien: Het sluiten en ontbinden van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap: Het huwelijks- en partnerschapsgoederenrecht.
  • Welke rechten vallen onder familievermogensrecht?
    Het huwelijks- en partnerschapsgoederenrecht EN het (intestaat) erfrecht.
  • Wat behoort tot het publiekrechtelijke jeugdrecht en wat behoort tot privaatrechtelijke jeugdrecht?
    Het privaatrechtelijke jeugdrecht omvat de kinderbeschermingsmaatregelen.
    Tot het publiekrechtelijke jeugdrecht behoren de Jeugdwet en het jeugdstrafrecht.
  • Een scherpe scheiding tussen personen- en familierecht is niet te maken; of regels behoren tot het personen- dan wel tot het familierecht heeft geen praktische consequenties.
  • 2.1 Het begrip persoon

  • Waarin kunnen personen of rechtssubjecten worden onderscheiden?
    In natuurlijke personen (mensen) en rechtspersonen.
  • Waarin kunnen personen of rechtssubjecten worden onderscheiden?
    In natuurlijke personen (mensen) en rechtspersonen.
  • Boek 1 BW heeft slechts betrekking op natuurlijke personen.
  • Wat wordt er verstaan onder het begrip 'persoon'?
    Al wat drager van rechten en verplichtingen kan zijn.
  • Wat wordt onder het begrip persoon verstaan?
    Al wat drager van rechten en verplichtingen 'kan zijn'.
  • Boek 1 heeft, op enkele uitzonderingen na, slechts betrekking op natuurlijke personen.
  • Rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid niet met elkaar verwarren: Ook de handelingsonbekwame is rechtsbevoegd.

    Ieder mens is rechtsbevoegd.
  • 'Kan zijn': het gaat er dus niet om of iemand in concreto rechten en verplichtingen heeft, maar of hij rechten en verplichtingen kan hebben, d.w.z. rechtsbevoegd is.
  • Is er bij een handelingsonbekwame sprake van rechtsonbevoegdheid?
    Nee, ook de handelingsonbekwame is rechtsbevoegd.
  • 2.2 Begin en einde van de persoonlijkheid

  • Op welke manier vangt de persoonlijkheid aan?
    Door het levend ter wereld komen, dus met geboorte.
  • Wanneer vangt de persoonlijkheid aan? (wanneer begint de persoonlijkheid?)
    Vangt aan met het levend ter wereld komen, dus met de geboorte.
  • In zeker opzicht maakt de wet daarop een uitzondering namelijk door te bepalen, dat een kind waarvan een vrouw zwanger is, als reeds geboren wordt aangemerkt zo dikwijls deszelfs belang vordert (art. 1:2 BW).
  • Wanneer eindigt de persoonlijkheid?
    Door de dood.
  • Kan een ongeboren kind worden aangemerkt als erfgenaam?
    Ja, mits het levend ter wereld komt.
  • Wat gebeurt er met de (vermogensrechtelijke) rechten en verplichtingen waarvan de overledene drager was, voor zover zij blijven bestaan?
    Gaan over op zijn erfgenamen.
  • Hoe eindigt de persoonlijkheid?
    De persoonlijkheid eindigt door de dood.
  • Wat gebeurt er met de (vermogensrechtelijke) rechten en verplichtingen waarvan de overledene drager was?
    Die gaan, voor zover zij blijven bestaan, over op de erfgenamen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waardoor vindt verlening van het Nederlanderschap plaats?
  • Door naturalisatie. Naturalisatie geschiedt bij Koninklijk Besluit (zie art. 7-13 Rijkswet op het Nederlanderschap).
  • De bevestiging van de optieverklaring en het koninklijk besluit tot naturalisatie treden in werking door een uitreiking tijdens een ceremonie (art. 60a en b Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap)
Waardoor geschiedt de verkrijging van het Nederlanderschap ook?
Door het afleggen van een schriftelijke verklaring (optie), die bevestigd moet worden (zie art. 6 Rijkswet op het Nederlanderschap).
Waardoor geschiedt de verkrijging van het Nederlanderschap van rechtswege, onder andere?
  1. Op het ogenblik van de geboorte, als de vader of de moeder Nederlander is. (Zie art. 3 Rijkswet op het Nederlanderschap).
  2. Door erkenning na de geboorte door een Nederlandse man of vrouw, mits die erkenning geschiedt voordat het kind zeven jaar is geworden
    • Of, indien het minderjarige kind nadien wordt erkend, mits bij of binnen een jaar na de erkenning het biologisch ouderschap wordt aangetoond door de erkenner. (zie art. 4 lid 2 en 4 Rijkswet op het Nederlanderschap.
  3. Door de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van een Nederlander, als het kind ten tijde van de rechterlijke uitspraak minderjarig was. (zie art. 4 Rijkswet op het Nederlanderschap)
  4. Door adoptie van het minderjarige kind bij rechterlijke uitspraak in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, als ten minste één van de adoptieouders op de dag van het in kracht gaan van gewijsde van de uitspraak Nederlander is. (Zie art. 5 Rijkswet op het Nederlanderschap).
Van welke nationaliteit gaat de Rijkswet op het Nederlanderschap het meest uit?
Het nationaliteitsbeginsel, met belangrijke uitzonderingen ten gunste van het territorialiteitsbeginsel.
Van welke twee beginselen kan men uitgaan bij het bepalen van de nationaliteit?
  1. Het nationaliteitsbeginsel (wie van een Nederlandse vader of een Nederlandse moeder afstamt, is zelf ook Nederlander)
  2. En het territorialiteitsbeginsel (wie op het grondgebied van Nederland is geboren, heeft de Nederlandse nationaliteit)
Wat is een uitgangspunt van de Rijkswet m.b.t een dubbele nationaliteit?
Dat de vreemdeling die het Nederlanderschap verkrijgt, in beginsel afstand dient te doen van de nationaliteit die voor hem in het dagelijks leven juridisch geen rol meer speelt. Om dubbele nationaliteit te vermijden.
Hoe wordt een persoon zonder nationaliteit genoemd?
Een apatride (staatloze)
Hoe wordt een persoon met twee nationaliteiten genoemd?
Een bipatride
Wat behoort mede tot iemands personalia?
De nationaliteit
Op welke terreinen hebben zich mede op grond van art. 8 EVRM en de ver strekkende betekenis toegerekend aan het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven belangrijke ontwikkelingen voorgedaan?
Op het terrein van:

  • De omgang (nr. 148 en 149a)
  • Het gezag na scheiding (voortduren van het gezamenlijk ouderlijk gezag) (nr. 124 en 130)
  • Het gezamenlijk uitoefenen van het gezag door ongehuwde en nimmer met elkaar gehuwd geweest zijnde ouders (nr. 124 en 130)
  • De kinderbescherming (nr. 136)
  • De rechtspositie van pleegouders
  • De naam (nr. 11)
  • De onderhoudsverplichting (nr. 158)
  • De curatele (nr. 52)
  • Afstamming en adoptie (nr. 111 e.v.)