Samenvatting Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

-
ISBN-10 9046905659 ISBN-13 9789046905654
100 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Praktijkgericht onderzoek in bedrijf". De auteur(s) van het boek is/zijn Jan Leen Jef Mertens. Het ISBN van dit boek is 9789046905654 of 9046905659. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

  • 4.1 De probleemanalyse en de probleemstelling

  • Wat is een probleemanalyse?
    Een vooronderzoek waarin je de probleem situatie beschrijft.
  • 4.3 De centrale vraagstelling

  • Wat verstaan we onder de centrale vraagstelling?
    De vraag die sturend is voor je verdere onderzoek.
  • Welke 2 eisen zijn er aan de formulering van de centrale vraagstelling?
    1. Vragen zijn verbonden aan waarden en/of belangen en kennis;
    2. Vragen kunnen open en gesloten zijn.
  • Zijn gesloten vragen in feite verkapte hypothesen?
    Ja.
  • Wat verstaan we onder een hypothese?
    Een vraag van het gesloten type geformuleerd in bevestigende zin, bedoelt om de reactie 'juist' of 'onjuist' uit te lokken.
  • Welke 6 vraagtypen zijn er?
    1. Beschrijvend;
    2. Verklarend;
    3. Voorschrijvend (perspectief);
    4. Evaluerend;
    5. Vergelijkend;
    6. Definierend.
  • Welke 4 ondersteunende kennissoorten zijn er?
    1. Beschrijvende kennis;
    2. Verklarende kennis;
    3. Perscriptieve kennis;
    4. Evaluatieve kennis.
  • Welk vraagtype hoort bij beschrijvende kennis?
    Beschrijvend.
  • Welk vraagtype hoort bij verklarende kennis?
    Verklarend of vergelijkend.
  • Welk vraagtype hoort bij prescriptieve kennis?
    Voorschrijvend.
  • Welk vraagtype hoort bij evaluatieve kennis?
    Evaluerend.
  • Welke chronologie zit er in de kennissoorten?
    Deze zijn gekoppeld aan de regulatieve cyclus.
  • Wat is naast het vraagtype in de centrale vraagstelling belangrijk?
    Het feitelijke onderwerp (professioneel kernthema).
  • 4.6 Het conceptueel model

  • Wat verstaan we onder het conceptueel model?
    Een visuele weergave van het theoretisch kader en geeft een schematisch overzicht van het kernthema, de begrippen en de aspecten die onderzocht gaat worden.
  • Wat is een ander woord voor conceptueel model?
    Redeneerschema.
  • Maakt het conceptueel model de validiteit van je onderzoek transparant?
    Ja.
  • Wat verstaan we onder het operationaliseren van het onderzoek?
    Het net zo lang ontleden van een begrip totdat je weet wat en hoe je iets kunt meten.
  • 5.6 Interviewen

  • Welke 3 soorten interviews onderscheiden we?
    1. Volledig gestructureerde interviews;
    2. Ongestructureerde/vrije interviews;
    3. Halfgestructureerde interviews.
  • Welke kenmerken heeft het gestructureerde interview?
    1. Een strakke, zeer gestileerde vorm van commmunicatie; 
    2. Met gesloten vragen die van te voren opgesteld zijn; 
    3. De vragen werk je een voor een af. 
  • Welke kenmerken heeft het ongestructureerde/vrije interview?
    1. De interviewer en de geinterviewde hebben een open gesprek over een of meer onderwerpen;
    2. Al pratend tot vragen komen;
    3. Diepte vragen (Als hier nadrukkelijk naar gevraagd wordt).
  • Welke kenmerken heeft het halfgestructureerde interview?
    1. Vooraf geformuleerde onderzoeksvragen (hier wil je absoluut antwoord op);
    2. Vragen in eigen woorden stellen;
    3. Vragen in zelf bepaalde volgorde stellen. 
  • Waarom is de aanpak bij een halfgestructureerd interview beter voor de sfeer?
    Omdat de interviewer meer ruimte heeft om zich aan te passen aan de geinterviewde. Elke doelgroep heeft ook een ander referentiekader en taalgebruik.
  • Wat verstaan we onder diepte vragen (diepte interview)?
    De geinterviewde wordt gevraagd naar zijn beleving en beweegredenen.
  • Wat is het doel van een diepte - interview?
    Gerichte en relevante informatie verkrijgen.
  • Welke 3 vormen kunnen gebruikt worden van informatieverzameling bij een diepte - interview?
    1. Halfgestructureerd interview;
    2. Ongestructureerd/vrij interview;
    3. Het voorleggen van stellingen waar je op doorvraagt.
  • Aan welke eisen moeten de antwoorden van kandidaten voldoen bij een diepte - interview?
    1. Relevantie voor de vraagstelling;
    2. Betrouwbaar;
    3. Valide;
    4. Volledig mogelijk. 
  • Waarvoor kan je het diepte - interview ook goed voor gebruiken?
    Verkenning van groepen.
  • Wat houdt interviewen in?
    Iemand voorbereidende vragen stellen met als doel om specifieke informatie te verkrijgen.
  • Wat is het doel van een interview?
    Specifieke informatie verkrijgen.
  • Waarover gaan de (deel)vragen bij een interview?
    Over de onderzoekseenheden die in kaart zijn gebracht.
  • Bij welke vorm onderzoek horen interviews?
    Kwalitatief of een combinatie van kwantitatief/kwalitatief.
  • Welke 5 onderdelen heeft een interview?
    1. Begin;
    2. Algemene inleiding;
    3. Vragen stellen;
    4. Algemene afsluiting;
    5. Nagesprek. 
  • Welke technieken gebruik je bij onderdeel 1 (begin) van een interview?
    Een alledaags praatje.
  • Welke checkmethoden gebruik je bij onderdeel 1 (begin) van een interview?
    De kandidaat gaat in op jou uitnodiging om een interview te houden.
  • Welk onderdeel bevat onderdeel 1 (begin) van een interview?
    Een goede, ontspannen relatie.
  • Welke techniek gebruik je bij onderdeel 2 (algemene inleiding) van een interview?
    Het verwijzen naar eerder contact en afspraken maken over terugkoppeling en vertrouwelijkheid van de gegeven informatie.
  • Welke checkmethoden gebruik je bij onderdeel 2 (algemene inleiding) van een interview?
    Het nagaan of de afspraak duidelijk is.
  • Welke onderdelen bevat onderdeel 2 (algemene inleiding) van een interview?
    1. Aangeven waarvoor het interview dient;
    2. Verwijzen naar terugkoppeling en vertrouwelijkheid. 
  • Welke onderdelen bevat onderdeel 3 (Vragen stellen) van een interview?
    1. Het zorgen van een goede toonzetting en formulering van de vraagstelling;
    2. Het motiveren en stimuleren van de geintervieuwde om de benodigde informatie te verkrijgen;
    3. Het analyseren van de verkregen informatie.
  • Welke techniek gebruik je bij onderdeel 3 (vragen stellen) van een interview?
    1. Het stellen van open vragen en doorvragen bij vage antwoorden; 
    2. De informatie samenvatten die gegeven wordt per thema (misvattingen corrigeren of aanvullen); 
    3. Het gebruik maken van stiltes in het gesprek als stimulans. 
  • Welke checkmethoden gebruik je bij onderdeel 3 (vragen stellen) van een interview?
    Het evalueren van de vragen op 3 aspecten;
    1. Betrouwbaarheid;
    2. Accuraat;
    3. Relevantie.  
  • Welke onderdelen bevat onderdeel 4 (Algemene afsluiting) van een interview?
    1. Het stellen van de laatste vraag en het samenvatten van het interview;
    2. De gelegenheid aan de geinterviewde geven om nog punten in te brengen.
  • Welke technieken gebruik je bij onderdeel 4 (algmene afsluiting) van een interview?
    Samenvatten en beindigen.
  • Welke checkmethoden gebruik je bij onderdeel 4 (algmene afsluiting) van een interview?
    Nagaan of de samenvatting van het interview (volgens de ondervraagde) klopt.
  • Welke onderdelen bevat onderdeel 5 (nagesprek) van een interview?
    Het algemene praatje helemaal aan het einde van het interview.
  • Welke technieken gebruik je bij onderdeel 5 (nagesprek) van een interview?
    Het nog even snel stellen van een vraag die je in het interview zelf niet wilde stellen. Soms zegt iemand nog iets belangrijks wat je goed in gedachte moet houden.
  • Welke checkmethoden gebruik je bij onderdeel 5 (nagesprek) van een interview?
    Je loopt de afspraken nog even goed na.
  • Welke 3 fasen heeft een interview?
    1. Voorbereiding interview;
    2. Afname van het interview;
    3. Interviewverslag maken.
  • Welke 5 aspecten zijn belangrijk om mee te nemen in de voorbereiding van een interview?
    1. Doelstelling bepalen;
    2. Geschikte kandidaat kiezen;
    3. Informatie verzamelen over de kandidaat;
    4. In te leven in de situaitie van de kandidaat;
    5. Laat jezelf introduceren door iemand die bekend is bij de kandidaat. 
  • Welke 4 aspecten komen terug in een interviewverslag?
    1. Kopgegevens;
      - Datum;
      - Plaats;
      - Naam interviewer;
      - Naam geinterviewde;
      - Het onderwerp van het interview.
    2. Informatie uit het interview;
      - Zo woordelijk mogelijke weergave in de chronologische volgorde van het gesprek;
      - Een puntsgewijze weergave van het gesprek waarbij je alleen de belangrijke zaken opneemt;
      - Een gestructureerd en samenhangend verhaal waarin de verkregen informatie verwerkt is. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke 3 vormen kunnen gebruikt worden van informatieverzameling bij een diepte - interview?
  1. Halfgestructureerd interview;
  2. Ongestructureerd/vrij interview;
  3. Het voorleggen van stellingen waar je op doorvraagt.
Welke 2 eisen zijn er aan de formulering van de centrale vraagstelling?
  1. Vragen zijn verbonden aan waarden en/of belangen en kennis;
  2. Vragen kunnen open en gesloten zijn.
Wat verstaan we onder het operationaliseren van het onderzoek?
Het net zo lang ontleden van een begrip totdat je weet wat en hoe je iets kunt meten.
Maakt het conceptueel model de validiteit van je onderzoek transparant?
Ja.
Wat is een ander woord voor conceptueel model?
Redeneerschema.
Wat verstaan we onder het conceptueel model?
Een visuele weergave van het theoretisch kader en geeft een schematisch overzicht van het kernthema, de begrippen en de aspecten die onderzocht gaat worden.
Wat is naast het vraagtype in de centrale vraagstelling belangrijk?
Het feitelijke onderwerp (professioneel kernthema).
Welke chronologie zit er in de kennissoorten?
Deze zijn gekoppeld aan de regulatieve cyclus.
Welk vraagtype hoort bij evaluatieve kennis?
Evaluerend.
Welk vraagtype hoort bij prescriptieve kennis?
Voorschrijvend.