Samenvatting Praktisch consumentenrecht

-
ISBN-10 9001805043 ISBN-13 9789001805043
167 Flashcards en notities
17 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Praktisch consumentenrecht". De auteur(s) van het boek is/zijn H M Liedekerken. Het ISBN van dit boek is 9789001805043 of 9001805043. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Praktisch consumentenrecht

  • 1.1 Consument en bedrijf

  • Rechtssubject: Juridisch gezien is een consument een rechtssubject, een drager van rechten en plichten. Deze rechten en plichten kunnen persoonlijk zijn (persoonlijke rechten) Daarnaast heeft iemand vermogensrechten, die op geld waardeerbaar zijn.

     

    Consumenten zijn rechtssubjecten. Rechtspersonen - bijv. stichting of bv - zijn ook rechtssubjecten.

  • Consument in de betekenis van het consumentenrecht is een natuurlijk persoon. Consument (c), die niet handelt als ondernemer of als vertegenwoordiger van een rechtspersoon en waarmee een onderneming, bedrijf (b), zaken doet. Consumenten ]recht heeft als onderwerp een rechtsverhouding tussen bedrijven en consumenten, business-to-consumer-overeenkomsten (b2c-overeenkomsten).

  • Meeste regels betreffende door consumenten gesloten overeenkomsten met bedrijven zijn van dwingend recht: mag niet in het nadeel van de consument van worden afgeweken.

  • 1.1.1 Consument

  • art. 7:5 BW consument: 'de koop met betrekking tot een roerende zaak, die wordt gesloten door een verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en een koper, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

  • 1.1.2 Maatman-consument

  • Maatman is een fictief persoon die model staat voor een groep. In consumentenrecht bepalen rechters in zaken die hun zijn voorgelegd hoe de gemiddelde doorsnee consument, zal reageren.

  • Europees Hof van Justitie heeft herhaalde malen aangegeven met welke maatman-consument de rechter rekening moeten houden. Sinds het arrest Gut Springenheide wordt uitgegaan van de volgende referentieconsument: dit is de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument.

  • Voorbeeld: Door een drukfout wordt een lcd tv te koop aangeboden aan de consument voor €99,90. Nadat 17 mensen de tv hebben besteld, meldt de verkoper dat het een fout betreft en de werkelijke prijs €999,- betreft. Klanten beweren dat zij het aanbod aanvaard hebben en dat daarmee een overeenkomst tot stand is gekomen. Zij dachten dat het een stuntaanbieding betrof en vinden dat de tv geleverd moet worden. De verkoper is van mening dat de klanten er niet op hadden mogen vertrouwen dat de prijs juist was.

     

    Rechter overwoog o.a. dat: 'de gemiddelde, geïnformeerde koper van een betrekkelijk kostbaar, duurzaam gebruiksartikel als een lcd tv, geacht mag worden zich globaal te hebben georiënteerd op de betreffende markt waaruit bekendheid met de prijzen als hier aan de orde...' en besloot dat er weliswaar sprake was van opgewekt vertrouwen, maar niet zodanig dat consument met gemiddelde kennis van de markt mocht vertrouwen met een reëel aanbod van doen te hebben.

  • art. 6:193a lid 2 BW omschrijft van men verstaan onder een gemiddelde consument. Bij beoordeling of handelspraktijk oneerlijk is, wordt uitgegaan van gemiddelde consument. Echter in geval dat handelspraktijk wordt gericht op specifieke kwetsbare consumentengroep, kinderen, digibeten, ouderen e.d., dan wordt de vraag of handelspraktijk oneerlijk is, beoordeeld vanuit het 'gemiddelde lid' van deze groep.

  • 1.2.1 Verdrag betreffende de werking van de EU

  • Consumentenbeschermende regels zijn veelal EU recht of komen hieruit voort. Oktober 1972 verklaarden staatshoofden tijden EEG-topconferentie in Parijs dat acties tot bescherming van consument versterkt zouden worden. Dit leidde tot programma dat op 14 april 1975 door EU Raad van Ministers werd aanvaard. Hierin werden vijf grondrechten van de consument geformuleerd:

    1. bescherming van zijn gezondheid en veiligheid;
    2. bescherming van zijn economische belangen;
    3. schadevergoeding;
    4. voorlichting en vorming;
    5. vertegenwoordiging (recht om gehoord te worden).
  • NL is verplicht als lid van EU (supranationale organisatie), richtlijnen uit te werken en verordeningen op te volgen die ingevolge art. 288 jo. 289 VWEU zijn vastgesteld. Het regelen van consumentenbescherming wordt in art. 4 VWEU als gedeelde bevoegdheid van EU en lidstaten aangemerkt. Het is geen exclusieve bevoegdheid, waardoor zowel op EU als nationaal niveau regels kunnen worden gesteld.

  • Consumentenbescherming: art. 12 VWEU - is in de EU onderdeel van alle beleid.

    Consumentenbeleid: art. 169 VWEU.

  • Unie stelt zich (al sinds 1970) als taak nationale maatregelen te harmoniseren om EU consumenten in gehele interne markt dezelfde mate van bescherming te bieden. Tot nu toe is gestreefd naar een minimumharmonisatie. Daarom zijn gemeenschappelijke regels nodig om de consument de nodige bescherming te bieden, ook als deze iets in het buitenland koopt.

  • Er zijn al aantal richtlijnen en verordeningen ter zake van consumentenbescherming tot stand gekomen. Enkele richtlijnen worden ingetrokken als de nieuwe richtlijn voor consumentenrechten, zoals voorgesteld in COM (2008) 614, definitief door EU commissie wordt goedgekeurd. Voorstel is gericht op herziening van, richtlijnen betreffende:

     

    • buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten 85/577/EEG;
    • oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten 93/13/EEG;
    • op afstand gesloten overeenkomsten 97/7/EG;
    • bepaalde aspecten van verkoop van garanties voor consumptiegoederen 1999/44/EG.

     

    bovenstaande richtlijnen regelen contractuele rechten van consumenten. Voorstel combineert de vier richtlijnen in één instrument waarbij bestaande regels worden bijgewerkt en vereenvoudigd. Daarbij wordt volledige harmonisatie beoogt.

  • Volledige harmonisatie: wil zeggen dat lidstaten geen bepalingen mogen blijven gebruiken of invoeren die afwijken van richtlijn. Kan nu nog wel door de minimum harmonisatie van bestaande richtlijnen.

  • Richtlijnen: moeten door lidstaten in wetgeving worden omgezet en zijn dan voor consument toepasbaar. Zo is de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te vinden in art. 6:193c BW e.v.

  • Verordeningen: zijn verbinden in al hun onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat (rechtstreekse werking).

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.