Samenvatting Praktisch Goederenrecht

-
ISBN-10 9001593348 ISBN-13 9789001593346
360 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Praktisch Goederenrecht
  • C Phillips
  • 9789001593346 of 9001593348
  • 2020

Samenvatting - Praktisch Goederenrecht

  • 1 basisbegrippen van het goederenrecht

  • Absoluut recht
    Recht dat een persoon op een goed kan hebben en dat ten opzichte van eenieder geldt
  • Afhankelijk recht
    Een recht dat niet zelfstandig kan bestaan, het kan alleen samen met een ander recht bestaan. Namelijk een vorderingsrecht dat voortkomt uit een geldlening.
  • Akte
    Een schriftelijk en ondertekend stuk dat tot bewijs kan dienen.
  • Appartementsrecht
    Recht op het exclusieve gebruik van een gedeelte van een gebouw, tevens een recht van mede-eigendom op het gehele gebouw.
  • Authentieke akte
    Schriftelijk en ondertekend stuk dat in de vereiste vorm is opgemaakt door een openbaar ambtenaar. Wordt opgemaakt om een feit of handeling vast te leggen en zo nodig als bewijs te dienen.
  • Beding
    Voorwaarde, bepaling
  • Beding niet-verandering
    Bepaling in een hypotheekakte waarin is opgenomen dat de hypotheekgever geen veranderingen mag aanbrengen aan het registergoed zonder toestemming van hypotheekhouder
  • Bedrog
    Iemand beweegt een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling door opzettelijk onjuiste mededelingen te doen, feiten te verzwijgen die wel meegedeeld moeten worden of door een andere kunstgreep
  • Bedreiging
    Iemand beweegt een ander tot het verrichten van een rechtshandeling door hem of een derde met enig nadeel in persoon of in goed te bedreigen.
  • Beheerbeding
    Bepaling in hypotheekakte waarin is opgenomen dat de hypotheekhouder het registergoed in beheer mag nemen, in het geval dat hypotheekgever ernstig tekort is geschoten in zijn verplichting jegens de hypotheekhouder.
  • Bekwame spoed
    ZSM
  • Beperkt recht
    Recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, dat met het beperkte recht bezwaard is.
  • Beschikkingsbevoegd
    Als iemand het recht heeft om het goed te verpanden. Een eigenaar is beschikkingsbevoegd, een huurder of lener is dit niet.
  • Bestanddeel
    Een zaak die volgens verkeersopvatting deel uitmaakt van een andere zaak, of een zaak die zodanig met een andere zaak is verbonden dat deze niet zonder meer van die andere zaak is los te maken.
  • Bevoorrechte positie
    De rechthebbende van een absoluut recht op een goed heeft een bevoorrechte positie bij het faillissement van een derde bij wie het goed zich op dat moment bevindt.
  • Bevrijdende verjaring/extinctieve verjaring
    Eigendomsverkrijging doordat het goed al 20 jaar niet in het bezit van de oorspronkelijke rechthebbende is.
  • Bezit
    Macht die een persoon over een zaak uitoefent; het houden van een goed voor zichzelf.
  • Bezitloos pandrecht
    Het verpande goed blijft in de macht van de pandgever. Meestal goederen die voor de pandhouder lastig zijn op te slaan of goederen die de pandgever zelf nodig heeft.
  • Bezitsoverdracht
    Bezitter stelt de verkrijger in staat de macht over het goed uit te oefenen, die hij er zelf over uit kon oefenen.
  • Bezitsoverdracht met feitelijke handeling
    (symbolische) overhandiging van het goed aan de verkrijger
  • Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
    Levering CP, brevi manu of longa manu.
  • Bezitsverschaffing
    Bezitsoverdracht. Verkrijger in staat stellen de macht over het goed uit te oefenen.
  • Bezitter te goeder trouw
    Bezitter die zich als rechthebbende beschouwt en zich redelijkerwijs ook als zodanig mag beschouwen
  • Bezitter te kwader trouw
    Bezitter die weet dat hij geen rechthebbende is, maar zich wel zo gedraagt.
  • Bezwaren
    Een goed belasten met een beperkt recht - vestigen van een beperkt recht op een goed.
  • Boedelmenging
    Samensmelten van twee vermogens bij het sluiten van een huwelijk of GP, wat resulterend in gemeenschap van goederen
  • Buitenrechtelijke verklaring
    Vormvrije verklaring van benadeelde gericht tegen degene die partij is bij een rechtshandeling
  • Burgerlijke vrucht
    Recht dat in het maatschappelijk verkeer wordt beschouwd als vrucht van goederen
  • Canon
    Geldbedrag dat erfpachter dient te betalen aan de eigenaar van een onroerende zaak, om die zaak te mogen gebruiken.
  • Cedent
    Vervreemder van een vorderingsrecht op naam
  • Cessie
    Overdracht van een vorderingsrecht op naam
  • Cessieakte
    Akte ten behoeve van de overdracht van een vorderingsrecht op naam
  • Consumentkoop
    Een natuurlijke persoon koopt een roerende zaak, niet-registergoed in een normale winkel
  • Derdenbescherming
    Een verkrijger wordt beschermd tegen de beschikkingsonbevoegdheid van een vervreemder
  • Dienend erf
    Onroerende zaak die bezwaard is ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersende erf - met de last om iets te dulden of om iets te laten.
  • Doorhaling
    Nadat een recht van hypotheek teniet is gegaan, wordt de registratie daarvan in de openbare registers doorgehaald.
  • Eigenaar
    De rechthebbende - iemand aan wie iets toebehoort
  • Eigendomsrecht
    Het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Persoon kan alles met de zaak doen wat hij wil, binnen de grenzen van de wet.
  • Endossement
    Het plaatsen van en ondertekenen van de orderclausule op de achterkant van een orderpapier.
  • Erfdienstbaarheid
    Last waarmee het dienende erf is bezwaard, ten behoeve van het heersende erf. Deze last kan bestaan uit het dulden van iets of het laten van iets.
  • Erfgenaam
    Erfopvolger van de erflater
  • Erflater
    Degene die is overleden en vermogen als erfenis nalaat
  • Erfopvolging
    De opvolging van een erflater in zijn volledige vermogen door de erfgenaam
  • Erfpacht
    Erfpachter heeft de bevoegdheid om de onroerende zaak van een ander te houden en te gebruiken. De erfpachter heeft hetzelfde genot als de eigenaar, maar hij mag de bestemming niet zonder toestemming van de eigenaar veranderen.
  • Fusie
    Het vermogen van de ene rechtspersoon gaat over in het vermogen van de andere rechtspersoon. Smelten samen tot het vermogen van een nieuwe rechtspersoon.
  • Gemeenschap van goederen
    Gezamenlijk vermogen van echtgenoten of GP
  • Goederen
    Alle zaken er vermogensrechten
  • Goederenrecht
    Rechtsgebied betreffende de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed.
  • Goederenrechtelijke overeenkomst
    Onderdeel van de levering; aanbod en aanvaarding van de overgang van een goed.
  • Goede trouw
    Men wist niet en kon redelijkerwijs niet weten dat feiten of het recht waarop de goede trouw betrekking heeft niet juist waren.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Praktisch goederenrecht
  • Charlotte Phillips
  • 9789001809454 of 9001809456
  • [2e dr.].

Samenvatting - Praktisch goederenrecht

  • 1 basisbegrippen van het goederenrecht

  • Welke rechtsgebieden vormen samen het vermogensrecht? En wat is het verschil tussen deze rechtsgebieden?

    Goederenrecht en verbintenissenrecht. Goederenrecht is de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed. Verbintenissenrecht is de rechtsrelatie tussen personen onderling.

  • Wat is het goederenrecht?
    Dat is een rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed.
  • Artikel 3:1 BW bepaalt dat goederen alle zaken en vermogensrechten zijn.

  • De relatie tussen een persoon en haar / zijn spullen noemen we ook wel een goederenrechtelijke rechtsrelatie.
  • 1.1 goederen, zaken en vermogensrechten

  • Waaruit bestaat het vermogensrecht?

    Goederen en verbintenissenrecht

  • In het goederenrecht staan de begrippen goederen, zaken en vermogensrechten centraal.
  • 1.1.1 Goederen

  • Art. 3:1 BW bepaalt dat goederen alle zaken en alle vermogensrechten zijn.
  • Wat zijn goederen?
    Alle zaken en vermogensrechten
  • Er zijn twee soorten goederen. Welke zijn deze?
    Zaken en vermogensrechten.
  • 1.1.2 Zaken

  • Art 3:2 BW zegt dat een zijn aan twee criteria dient te voldoen, namelijk:
    • voor menselijke beheersing vatbaar
    • een stoffelijk object
  • Wat zijn zaken?
    De voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
  • Iets is voor menselijk beheersing vatbaar, wanneer we het kunnen vastpakken.
  • 1. Voor menselijke beheersing vatbaar: een object dat je vast kunt pakken en er macht over kunt uitvoeren
    2. Stoffelijke objecten: Voorwerp dat uit een bepaald materiaal bestaat
  • Een stoffelijk object wil zeggen dat iets uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof bestaat.
  • Wat zijn geen zaken?
    Dieren
  • 1.1.3 Vermogensrechten

  • Art 3:6 BW, beschrijft de vermogensrechten. Dit artikel bestaat uit de volgende onderdelen:
    • rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn; of
    • die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen; of
    • die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.
  • Wat zijn vermogensrechten?
    Een recht met vermogenswaarde die in geld is uit te drukken
  • In de eerste plaats van vermogensrecht gaan on rechten die overdraagbaar zijn. De overdracht kan zowel zelfstandig plaatsvinden als tezamen met een ander recht. Hiermee wordt bedoel dat de eigenaar van een bepaald recht dit recht aan een ander mag overgeven.
  • Drie categorieën van vermogensrechten:
    1. Rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn
    2. Rechten die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen
    3. Rechten die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel
  • Ten tweede zijn vermogensrechten rechten die erop gericht zijn de rechthebbende, dit is meestal de eigenaar, stoffelijk (materieel) voordeel te verstrekken. Hierbij kun je denken aan het recht op smartengeld.
  • Overdraagbaar = Kan dus gaan om rechten die overgedragen worden. Dit kan zowel zelfstandig als met een ander recht.
  • Ten derde zijn vermogensrechten rechtenn die zijn verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel of in ruil voor toegezegd stoffelijk voordeel. 
  • Stoffelijk voordeel = Rechten die erop gericht zijn de rechthebbende (meestal de eigenaar), stoffelijk (materieel) voordeel te verstrekken.
  • In ruil voor stoffelijk voordeel = Rechten die zijn verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Praktisch goederenrecht
  • Charlotte Phillips
  • 9789001765514 of 9001765513
  • 1e dr.

Samenvatting - Praktisch goederenrecht

  • 1 Basisbegrippen van het goederenrecht

  • Goederenrecht= relatie tussen persoon en zijn spullen
    Verbintenissenrecht= relatie tussen personen
    Goederenrecht + verbintenissenrecht = vermogensrecht, onderdeel van het privaatrecht.
  • wat zijn goederen?
    goederen zijn zaken die voor menselijke beheersing vatbaar zijn
  • 1.1 Goederen, zaken en vermogensrechten

  • Wat is het goederenrecht?
    Het goederenrecht is het rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen personen en goederen.
  • Wat is het verbintenissenrecht?
    Het verbintenissenrecht is het rechtsgebied dat de rechtsrelatie tussen personen bestrijkt.
  • Vermogensrecht
    Het goederenrecht en het verbintenissenrecht vormen samen het vermogensrecht. Het vermogensrecht is een van de twee hoofdonderdelen van het privaatrecht en regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers onderling die op geld waardeerbaar zijn.
  • Privaatrecht
    Het privaatrecht, ook wel burgerlijk recht genoemd, houdt zich in beginsel bezig met alle juridische betrekkingen tussen burgers onderling. Het tweede hoofdonderdeel van het privaatrecht is het personen- en familierecht.
  • Welke begrippen zijn goederen in de zin van art. 3:1 BW?
    Een mobiele telefoon: een mobiele telefoon is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar, want je kunt het vastpakken en het is een stoffelijk object. Het bestaat namelijk uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof. 
    Een vakantiewoning: een vakantiewoning is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar en het is een stoffelijk object. 
    De lucht boven Nederland: de lucht boven Nederland is geen goed, het is namelijk niet voor menselijke beheersing vatbaar.
    Een computer: een computer is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar, want je kunt het vastpakken en het is een stoffelijk object. Het bestaat namelijk uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof.
    Een geldvordering: een geldvordering is een goed, te weten een vermogensrecht: het is een vorderingsrecht en dus overdraagbaar. De rechthebbende gaat er namelijk financieel op vooruit. 
    Het water uit de rivier de Maas: is geen goed, het is namelijk niet voor menselijke beheersing vatbaar. 
    Een hond: is geen goed o.g.v. art. 3:2a lid 1 BW. Wel zijn de regels met betrekking tot zaken o.g.v. het tweede lid van toepassing op dieren. 
    Een caravan: is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar en het is een stoffelijk object. 
    Een recht op loonbetaling: is een goed, te weten: een vermogensrecht. Het is een vorderingsrecht dus is het overdraagbaar. Tevens strekt het ertoe de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen daar deze er financieel op vooruit gaat.              
  • 1.1.1 Goederen

  • Twee soorten goederen:
    1. alle zaken (art. 3:2 BW)
    2. alle vermogensrechten (3:6 BW)
  • Goederen (3:1 BW) bestaat uit

    Zaken (3:2 BW) en vermogensrechten (3:6 BW)

    Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wanneer gaat het recht op eigendom ten aanzien van dieren verloren?
Art. 5:19 lid 1 BW.
als het dier verwilderd na het uit de macht raken.
TAXUS-ARREST.
Wanneer doet iemand afstand van zijn eigendomsrecht?
Art. 5:18 BW.
- eigenaar
- geeft bezit roerende zaak prijs 
- met het oogmerk zich van eigendom te ontdoen

als aan alle drie is voldaan = RV = eigendom verloren.
1. Wanneer krijgt een ander recht van eigendom?
Als nieuwe eigenaar het goed krijgt, gaat eigendom bij oude eigenaar automatisch verloren.
Op welke manieren kan een eigenaar zijn eigendom verliezen?
1. Als een ander dit verkrijgt.
2. Als een eigenaar afstand doet van zijn recht.
3. De zaak waarop de eigendom rust gaat teniet.
Wat is vruchttrekking?
Art. 5:1 lid 3 - eigenaar zaak ook eigenaar van de vruchten daarvan. 
Art. 4:17 BW - degene die recht heeft op vruchten, wordt daar eigenaar van op het moment dat de vruchten worden afgeworpen.
Wat is zaaksvorming?
Art. 5:16 BW.
Als iemand uit meerdere zaken een nieuwe zaak vormt. 
als de eigendom van de verschillende zaken toebehoort aan verschillende mensen, dan wordt de maker van de nieuwe zaak de eigenaar.
Wat is vermenging?
Art. 5:14 jo 5:15 BW
Als roerende zaken die aan verschillende eigenaren toebehoren door vermenging tot een zaak worden gemaakt
Wat is een schat?
Art. 5:13 BW. 
een zaak die een waarde heeft, die zolang verborgen is geweest dat de eigenaar daardoor niet meer getraceerd kan worden.
Welke verplichtingen heeft een vinder ogv art. 5:5 BW?
- retourneren; of
- aangifte doen van vondst bij bevoegde ambtenaar. 

Als vinder de zaak niet afgeeft, is hij verlicht zorgt te dragen voor het onderhoud.
Wanneer is er sprake van vinderschap?
Art. 5:5 BW.
Als iemand een onbeheerde zaak vindt en onder zich neemt.