Samenvatting Praktisch Goederenrecht

ISBN-13 9789001862817
878 Flashcards en notities
12 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Praktisch Goederenrecht". De auteur(s) van het boek is/zijn . Het ISBN van dit boek is 9789001862817. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Praktisch Goederenrecht

  • 1 Basis van het goederenrecht

  • In welke twee rechtsgebieden wordt het privaatrecht opgesplitst?
    Het privaatrecht wordt opgesplitst tussen het vermogensrecht en het personen- en familierecht.
  • Het vermogensrecht valt onder het privaatrecht.Welke twee rechtsgebieden vallen onder het vermogensrecht?
    Onder het vermogensrecht vallen het goederenrecht en het verbintenissenrecht.
  • Wat is de definitie van goederenrecht?
    Goederenrecht gaat over de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed.
  • Wat is de definitie van verbintenissenrecht?
    Verbintenissenrecht is het rechtsgebied dat de rechtsrelatie tussen personen bestrijkt. 



    Waarbij de een schuldenaar is en de ander de schuldeiser (van het vorderingsrecht) 

    De een is een verplichting verschuldigd en de ander heeft recht op iets.
 
  • Wat is de definitie van een rechtssubject?




    Ieder persoon die rechten en plichten kan hebben en dus rechtsbevoegd is.

  • Wat is de definitie van rechtsobject?




    Voorwerp van recht, namelijk zaken en rechten.

  • Wat zijn de drie verschillen tussen goederenrecht en verbintenissenrecht?
    1) Goederenrecht is een gesloten systeem met absolute vermogensrechten (tegen iedereen)
    2) Verbintenissenrecht is een open systeem (soorten overeenkomsten onbeperkt) met relatieve vermogensrechten (alleen tegen wederpartij) 
    3) Goederenrecht: meer gesloten normen, verbintenissenrecht: meer open normen

  • In art. 3:1 BW geeft de definitie van goederen, wat is de definitie hiervan?
    Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
 Er zijn dus 2 soorten goederen, namelijk zaken en vermogensrechten.
  • In art. 3:2 BW geeft de definitie van zaken, wat is de definitie hiervan?
    Een zaak dient aan 2 criteria te voldoen, namelijk:

    1) Voor menselijke beheersing vatbaar;

    2) een stoffelijk object.


    Ad 1) Iets is voor menselijke beheersing vatbaar wanneer we het kunnen vastpakken en er macht over kunnen uitoefenen.

    Ad 2) Een stoffelijk object wil zeggen een voorwerp dat uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof bestaat.
  • In art. 3:6 BW geeft de definitie van vermogensrechten, wat is de definitie hiervan en uit hoeveel onderdelen bestaat deze?
    Dat betekent dat een recht met een bepaalde waarde in geld is uit te drukken.


    Een vermogensrecht bestaat uit 3 onderdelen/categorieën:

    1) Rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn; of
 2) die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen; of

    3) die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.
  • Rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn. Zijn een onderdeel van vermogensrecht, wat betekend dit?
    Het kan gaan om rechten die worden overgedragen. De overdracht kan zowel zelfstandig plaatsvinden als tezamen met een ander recht. Hiermee wordt bedoeld dat de eigenaar van een bepaald recht dit recht aan een ander mag overgeven.


    Voorbeeld: is een eigendomsrecht of een vorderingsrecht; beide rechten kunnen door de eigenaar aan een ander worden overgedragen.
  • Rechten die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen. Zijn een onderdeel van vermogensrecht, wat betekend dit?
    Vermogensrechten zijn rechten die erop gericht zijn de rechthebbende, dit is meestal de eigenaar, stoffelijk (materieel) voordeel te verstekken. 


    Voorbeeld: Hierbij kan je denken aan recht op smartengeld: dit is erop gericht materieel voordeel te verschaffen aan de rechthebbende van dat recht. Ook het recht van gebruik is een vermogensrecht, aangezien het er eveneens op is gericht de rechthebbende stoffelijk voordeel te verstrekken.
  • Rechten die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel. Zijn een onderdeel van vermogensrecht, wat betekend dit?
    Vermogensrechten zijn rechten die verkregen zijn in ruil voor een stoffelijk voordeel of in ruil voor toegezegd stoffelijk voordeel. 


    Voorbeeld: Stel dat iemand die slecht ter been is een afspraak heeft met zijn buurman dat die 1 keer per week boodschappen voor hem doet. De buurman krijgt een wekelijkse vergoeding, dan is hier ook sprake van een stoffelijk voordeel, namelijk vergoeding.
  • In art. 3:3 lid 1 BW  geeft de definitie van onroerende zaken, wat is de definitie hiervan?
    Onroerende zaken zijn niet verplaatsbaar en worden onderscheiden in 4 onderdelen/ categorieën.
 
    -De grond 
    -Delfstoffen die nog niet gewonnen zijn
    -Beplantingen die met de grond zijn verenigd
    -Gebouwen die duurzaam met de grond verenigd zijn
     -Werken die duurzaam met de grond verenigd zijn
     -Gebouwen en werken die door vereniging met andere gebouwen of werken duurzaam met de grond zijn verenigd
  • Het Portacabin-arrest hoort bij het art. 3:3 lid 1 BW (onroerende zaken). Wat zijn de 4 voorwaarden waaraan moet worden getoetst?
    1) Het is duurzaam met de grond verenigd om duurzaam met de grond ter plaatse te blijven.
    2) De bedoeling van de bouwer moet naar buiten kenbaar zijn (de bouwer is degene in wiens opdracht wordt gebouwd). 
    3) De bestemming van een gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven [dient] naar buiten kenbaar te zijn.
    4) De verkeersopvattigen kunnen niet worden gebezigd als een zelfstandige maatstaf voor de beoordeling van de vraag of een zaak roerend of onroerend is.
  • In art. 3:3 lid 2 BW geeft de definitie van roerende zaken, wat is de definitie hiervan?
    Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.

    Als het dus geen onroerende zaak is dan is het dus vanzelfsprekend een roerende zaak. Het zijn dus zaken die verplaatsbaar zijn.
  • Wat is de definitie van een bestanddeel?
    Volgens art. 3:4 lid 1 BW wordt het begrip omschreven als: alles wat volgens verkeersopvatting deel uitmaakt van een zaak. Met “Verkeersopvatting” wordt het maatschappelijk verkeer bedoeld, de omgang van mensen met elkaar in de maatschappij.


    Een bestanddeel is dus iets waarvan wij als maatschappij vinden dat het deel uitmaakt van een zaak. Die andere zaak wordt de hoofdzaak.
  • Wat is de definitie van een hoofdzaak?
    Stel dat er twee (of meer) zaken zijn die op zodanige manier met elkaar verbonden worden dat ze 1 zaak worden. We kunnen deze zaak dan vervolgens onderscheiden in een hoofdzaak en een bestanddeel.
  • In art. 3:10 BW wordt de definitie gegeven van een registergoed, wat is dit?
    “Goederen voor welker overdracht of vestiging inschrijving in daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is”
.
  • Wat zijn de 2 vereisten voor een registergoed?
    1) overdracht of vestiging

    Overdracht wilt zeggen dat het goed van de ene persoon overgaat op de andere. In bepaalde gevallen wordt niet gesproken over overdracht maar over vestiging.


    2) in daartoe bestemde openbare registers

    De inschrijving van de overdracht of vestiging van dit type goederen dient dus plaats te vinden in openbare registers. Dit zijn registers die voor iedereen toegankelijk zijn, dat wil zeggen dat iedereen deze registers kan raadplegen.
  • Er zijn 3 soorten registergoederen, welke zijn dit?
    - Onroerende goederen;

    - (Zee)Schepen;

    - Luchtvaartuigen;
  • Wat zijn niet-registergoederen?
    Dit zijn alle goederen die geen registergoed zijn.
  • In art. 3:9 lid 1 BW wordt de definitie van natuurlijke vruchten gegeven, wat is dit?
    “ Zijn zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken worden aangemerkt".
  • Wat zijn de twee vereisten van een natuurlijke vrucht?
    1) Het zijn zaken;

    2) deze worden volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken aangemerkt.
  • Wanneer kan er gesproken worden van een zelfstandige zaak?
    Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak op het moment dat deze wordt afgescheiden (art. 3:9 lid 4 BW). 



    Wanneer we deze regel toepassen op de voorbeelden die we zojuist hebben gezien, kunnen we het volgende concluderen.

    1) Wanneer een appel van de appelboom valt, dan is de appel een zelfstandige zaak geworden.

    2) Op het moment dat de puppy is geboren, is het een (zelfstandig) dier. (een puppy is immers geen zaak)

  • In art. 3:9 lid 1 BW wordt de definitie van burgerlijke vruchten gegeven, wat is dit?
    Zijn rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt.
  • Wat zijn de 2 vereisten voor een burgerlijke vrucht?
    1) Het zijn rechten;
 -Met rechten worden in dit geval vermogensrechten bedoel; dat wil zeggen, rechten die op geld waardeerbaar zijn en kunnen worden overgedragen

    2) deze worden volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen aangemerkt.
  • Wanneer spreken we over zelfstandig recht bij een burgerlijke zaak?
    Een burgerlijke vrucht wordt een zelfstandig recht op het moment dat deze opeisbaar wordt (art. 3:9 lid 4 BW). 


    Wanneer we deze regel toepassen op de voorbeelden die we zojuist hebben gezien, kunnen we het volgende concluderen.

    1) Op het moment dat de rente over een geldbedrag opeisbaar is, is het een zelfstandig recht.

    2) Wanneer de huuropbrengst opeisbaar is, dan is dit een zelfstandig recht geworden.

  • In art. 3:11 BW geeft aan wanneer de goede trouw ontbreekt. In welke twee gevallen is dit zo?
    1) Wanneer iemand de feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking heeft kende;

    2) Wanneer iemand de feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking heeft behoorde te kennen.
  • Wat is de definitie van een absoluut recht?
    Dit zijn rechten die een persoon op een goed kan hebben dat ten opzichten van iedereen geldt.
  • Wat zijn de 8 absolute rechten?
    (staat in wettenbundel) 

    -Boek 3 BW:

    1) Vruchtgebruik (art. 3:201 BW);

    2) Pand (art. 3:227 BW);

    3) Hypotheek (art. 3:227 BW).


    Boek 5 BW:

    4) Eigendom (art. 5:1 BW);

    5) erfdienstbaarheid (art. 5:70 BW);

    6) erfpacht (art. 5:85 BW);

    7) opstal (art. 5:101 BW);

    8) appartement (art. 5:106 BW)
  • Een zaaksgevolg - droit de suite is een van de 3 rechtsgevolgen van een absoluut recht. Wat houdt dit gevolg in?
    Absolute rechten hebben zaakgevolg. Dit houdt in dat het absolute recht op een goed blijft

    bestaan, ook al bevindt het goed zich niet meer in de macht van de rechthebbende.
  • Een prioriteitsbeginsel - droit de priorité is een van de 3 rechtsgevolgen van een absoluut recht. Wat houdt dit gevolg in?
    In het geval dat er meer dan 1 recht op een goed rust, dan gaat het eerder gevestigde absolute
 recht voor op een later gevestigd absoluut recht.
  • Een bevoorrechte positie - droit de préference is een van de 3 rechtsgevolgen van een absoluut recht. Wat houdt dit gevolg in?

    Wanneer een persoon of een bedrijf failliet gaat, dan vallen in beginsel al zijn of haar goederen in
 het faillissement. Bevinden zich op het moment goederen onder de failliet waar een derde een
 absoluut recht op heeft, dan vallen die goederen niet onder het faillissement. De goederen
 kunnen door de rechthebbende buiten het faillissement worden gehoude
  • Wat zijn relatieve rechten?
    Dit worden ook wel persoonlijke rechten genoemd. Het zijn rechten die slechts tegenover een bepaalde persoon werken; relatieve rechten gelden dus niet ten opzichte van iedereen.
  • Onder het relatieve recht valt het volledige recht. Wat houdt dit in?
    Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. (art. 5:1 BW). De rechthebbende van een volledig recht kan - binnen de grenzen van de wet - alles doen met de zaak waar het volledige recht op rust.
  • Onder het relatieve recht van het beperkt recht. Wat houdt dit in?
    Volgens art. 3:8 BW is een beperkt recht ‘ een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard’. Het volledig recht, te weten eigendomsrecht, wordt ook wel moederrecht genoemd, waarvan de beperkte rechten zijn afgesplitst.
  • Onder het absolute recht vallen 2 rechten, welke zijn dit?
    Absoluut en beperkt recht.
  • Wat is de definitie van een gerechtigde?
    Iemand die gerechtigd is, die recht op iets heeft.
  • Wat is de definitie van een eigenaar?
    Iemand aan wie iets in eigendom toebehoort; rechthebbende.
  • Wat is de definitie van een crediteur?
    Iemand die nog geld krijgt van een ander, schuldeiser.
  • Welke drie rechten vallen onder gebruiksrechten?
    (Onder meer) vruchtgebruik, het opstalrecht en het appartementsrecht. (ook wel genotsrechten genoemd.
  • Wat valt onder zekerheidsrechten?
    Zijn het pandrecht en het recht van hypotheek.
  • Het afhankelijk recht valt onder het zakelijk recht. Wat houdt dit in?
    Afhankelijke rechten zijn zakelijke rechten die het recht volgen waaraan zij verbonden zijn. 


    Dit betekent dat het recht niet zelfstandig kan bestaan (in tegenstelling tot bijvoorbeeld eigendom, recht van opstal of vruchtgebruik), maar dat zij afhankelijk zijn van een ander recht – meestal een vorderingsrecht. Dit betekent ook dat het recht niet zonder dat hoofdrecht kan worden overgedragen, en dat het teniet gaat als het hoofdrecht teniet gaat.
  • Wat zijn zakelijke zekerheidsrechten?
    (Pand en hypotheek) zijn afhankelijke (verhaal)rechten: zij bestaan alleen zolang de vordering tot zekerheid waarvan het recht is gevestigd bestaat.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat gebeurt er als er meerdere rechten van hypotheek op een registergoed zijn gevestigd?
Het oudste hypotheekrecht, bepaald door datum en tijdstip van inschrijving van het hypotheekrecht in de openbare registers, gaat voor
Wanneer de opbrengst bij parate executie onvoldoende is om de geldvordering af te betalen, houdt de hypotheekhouder een restantvordering. Hoe wordt deze genoemd?
Een restschuld
Kan de verkoop van een registergoed bij parate executie onderhands plaatsvinden?
Ja; het goed wordt dan direct aan de koper verkocht
Moet de schuldenaar in verzuim zijn voor parate executie?
Ja, en tevens dient voldaan te zijn aan de eisen van redelijkheid en billijkheid
Wat is de zorgplicht van de hypotheekgever?
Hij dient er zorg voor te dragen dat de waarde van het registergoed waarop het hypotheekrecht rust, niet vermindert
Wat is een ontruimingsbeding?
Wanneer de hypotheekhouder overgaat tot parate executie, kan hij door middel van dit beding het registergoed leeg aan de nieuwe eigenaar opleveren
Wat is noodzakelijk voor de vestiging van een beheersbeding?
Dat de hypotheekgever ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens de hypotheekhouder
Wat is het beheersbeding?
Wanneer in de hypotheekakte is opgenomen dat een hypotheekhouder bevoegd is het registergoed in beheer te nemen.
Kan de hypotheekgever zich altijd op zijn ius tollendi beroepen?
Nee; wanneer de hypotheekhouder in de hypotheekakte vastlegt dat veranderingen die na de vestiging van het hypotheekrecht worden aangebracht, deel uitmaken van het onderpand, kan dit niet
Wat betekent ius tollendi?
Recht van wegnemen: een hypotheekgever mag veranderingen die hij heeft aangebracht aan het registergoed weer wegnemen