Samenvatting Psychodiagnostiek in de levenslooppsychologie

-
248 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Psychodiagnostiek in de levenslooppsychologie

  • 3.1 achtergrond van de diagnostische cyclus

  • wat zijn de redenen  voor het formaliseren van het psychodiagnotisch proces?

    1. het vergemakkelijken van het leerproces van de jonge diagnosticus.

    2. zorgen voor uniformiteit in communicatie tussen professionals

    3. verder maakt het de vergelijkbaarheid van onderzoeksresultaten mogelijk zowel tussen de onderzochte subjecten (betwee subjects) als tussen tesultaten van herhaaal onderzoek binnen een subject (within subject).

    de belangrijkste reden voor het reglementeren van het psychodiagnostische proces is echter het voorkomen van mogelijke oordeelsfouten van de diagnosticus.

  • Welke elementen kent het empirische cyclus voor experimenteel onderzoek van De Groot?
    observatie, inductie (formuleren van theorie of hypothesen), deductie (afleiden van toetsbare voorspellingen uit theorie en hypothesen), toetsing en evaluatie.
  • wat is het verschil tussen expirimenteel onderzoek en diagnostiek?
    wetenschappelijk onderzoek is gericht op generalisseerbare antwoorden, terwijl diagnostiek juist op zoek is naar (unieke)antwoorden voor een individu of een specifieke groep
  • welke vier stappen zijn er in het hypothetisch toetsend model?

    1 hulpvraag analyse  of analyse van vraag zoals de cliënt dit formuleert.

    2 situatieanalyse en wetenschappelijk herformuleren van de vraag.

    3. opstellen en toetsen van onderzoekshypothesen

    4 integratie en rapportage.

  • wat zijn de richtlijnen die gebruikt zijn bij het maken van het hypothetisch model van de Bruyn?
    toets vermoedens, zoek doelgericht en systematisch, hanteer theoretisch verantwoorde rederneringen, gebruik voldoende betrouwbare en valide diagnostische onderzoeksmiddelen, leg verantwoording af bij collega's.
  • 3.2 aanmelding: hulpvragen

  • wat is het vertrekpunt in de diagnostische cyclus van d eBruyn?
    de hulpvraag van de opdrachtgever of de client.
  • Waar heeft de client recht op  (bij verticale opdrachtgever)?
    recht op inzage en eventuele lokkering van het rapport zoordat de opdrachtgever het rapport krijgt.
  • 3.2.1 categorieen van hulpvragen

  • waar is de aard van de hulpvraag bepalend voor?
    dit is bepalend voor het type diagnostisch onderzoek wat uitgevoerd gaat worden.
  • hoeveel en welke categorieën zijn er?

    onderkennende (het in kaart brengen van bepaalde kenmerken of problemen)

    verklarende (waarom of het verklaren van een bepaald kenmerk)

    predictief (gaat over risico's of kansen)

    indicatie welke stappen een client het beste kan zetten om zijn doel te bereiken)

    evaluatie (van de gemaakte uitspraken en afspraken over eerdere diagnoses en/of uitgevoerde stappen om een doel te bereiken.

  • 3.3.1 1 hulpvraaganalyse

  • stap 1 hulpvraaganalyse. welke onderdelen zitten hierin?

    vraaganalyse, etische toetsing, contract.

    (de eerste stap is duidelijk formuleren naar welke informatie de opdrachtgever op zoek is. hierna gaat hij na of er bijzonderheden zijn mbt ethiek. de analyse van de hulpvragen worden afgesloten met een samenvatting waarin psycholoog en opdrachtgever de verschillende hulpvragen en hun onderlinge relatie op een rij zetten. )

  • 3.3.2 2 situatieanalyse

  • Stap 2 de situatie analyse. Welke onderdelen zitten hierin?

    Exploratie (verzamelen informatie over hulpvraagcomponenten) en Inductie (onderzoeksprofiel: wetenschappelijke theorie en onderzoeksvragen bepalen).

    de diagnosticus probeert een helder beeld te krijgen van de situatie en de belevingswereld van de client. 

    Het ontleden van de hulpvraag in componenten, het ordenen daarvan en het leggen van expliciete relaties daartussen aan de hand van bestaande psychologische kennisbestanden zal uiteindelijk tot het bepalen van het onderzoeksprofiel leiden.

    de onderzoeksvraagstellingen die uit de theorie in het onderzoeksprofiel volgen, kunnen gezien worden als de wetenschappelijke vertaling van de hulpvraag/hulpvragen.

     

    de hulpvragen worden verder in kennis gebracht en gekoppeld aan meer algemene kennis uit de psychologie.

  • Welke aandachtspunten zijn van belang in deze stap?
    formuleer gedrags- of situatiebeschrijvingen samen met de cliënt of opdrachtgever en sluit aan bij de hulpvraaganalyse.  ga na of empirische kennis voorhanden is om bij aan te sluiten, gebruik van bestaande classificatiesystemen de meest recente verzie. sluit af met een overzicht van aandachtsgebieden en onderzoeksvragen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

waar moet je op letten?
te vaak gebeurd interpretatie me te weinig vaste regels of duidelijk omschreven principes.
wat betekend dit concreet voor het interpreteren van indirecte methoden?

 men dient zich vertrouwd te maken met de theorieën die gehanteerd zijn bij de ontwikkeling van de indirecte methoden.

men dient zich goed te realiseren welke theoretische referentiekaders gebruikt worden.

het materiaal moet nooit geïsoleerd bekeken worden.

een volledig diagnostisch onderzoek kan niet volstaan met alleen de interpretatie van bevindingen uit indirecte materialen.

wat zijn de regels voor een gestructureerde interpretatie?

1. een dialectiek tussen enerzijds het te duiden/interpreteren element en anderzijds de context van het element.

2. convergentie en geen divergentie van betekenissen: een interpretatie is deze te zekerder naarmate zij vanuit verschillende invalshoeken binnen het materiaal of vanuit diverse soorten materiaal wordt ondersteund.

wat is de definitie van interpreteren?
interpreteren kan omschreven worden als het herdefiniëren of herstructureren van iets door de presentatie van een andere beschrijving.
welke tekeningen worden vaak gemaakt?
mensen, bomen. ook voor tekeningen gestaan allerlei scoringssystemen die doorgaans weinig gebruikt worden. soms worden tekeningen gebruikt voor het bepalen van intelligentie.
van welke methoden is dit een onderdeel?
van de expressieve methoden.
Wat vraagt de ZAT aan een client?

openingswoorden of stammen dienen door de onderzochte tot een zin aangevuld te worden.  Lengte is variërend van 30 tot 100 zinnen. 

Interpretatie vind vaak op een impressionistische basis plaats. eerst worden aanvullingen bijvoorbeeld verdeeld in betekenisvolle en nikszeggende. De betekenisvolle worden vervolgens  door middel van een globale inhoudsanalyse in een aantal rubrieken worden onderverdeeld.

bij welke methode hoort de ZAT?
bij de stimulus afmaak methode.
Wat moet de client doen met de TAT?
de client krijg platen aangeboden met als instructie om een verhaal te vertellen. in totaal 31 platen. voor de interpretatie akn gebruik gemaakt worden van van een van de vele analyse en scoringssystemen. in de praktijk zal de TAT meestal op kwalitatieve wijze geinterpreteerd worden en vindt er geen scoring plaats. hierbij veronderstelt men in het algemeen dat de aspecten die in de verhalen voorkomen van toepassing zijn op de client.
De tat is een voorbeeld van welke methode?
de constructiemethode.