Samenvatting Psychologie

-
ISBN-10 9085060451 ISBN-13 9789085060451
569 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Psychologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Ard Heuvelman, Jan Gutteling Stans Drossaert. Het ISBN van dit boek is 9789085060451 of 9085060451. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Psychologie

  • 1 kenschets van de psychologie

  • Psychologie samenvatting

     

    Hoofdstuk 1

     

    Is psychologie hetzelfde als mensenkennis?

    De hedendaagse psychologie bestudeert op wetenschappelijke wijze het menselijk gedrag en mentale processen.

    Mensen hebben geen wetenschappelijke psychologische kennis nodig om goed te kunnen functioneren in het leven van alledag. Mensen hebben mensenkennis, overgegaan van generatie op generatie en gebaseerd is op ervaringen. We noemen dit ook wel common sense, ‘gezond verstand’. Het is als het ware een gebruiksaanwijzing voor andere mensen.

    Psychologie onderscheidt zich van mensenkennis vooral door de systematiek die de wetenschap eigen is en die tot uiting komt in het via vaste regels uitgevoerde onderzoek  en in zorgvuldige waarnemingen, en door de rapportage over de bevindingen. En de psychologie is bezig met het ontwikkelen en toetsen van wetenschappelijke theorieën over het menselijke gedrag.

    Psychologie als wetenschap

    Enkele begrippen:

    Theorie: een samenhangend geheel van uitspraken over een fenomeen om dit fenomeen te beschrijven en te verklaren, te voorspellen en evt. te beïnvloeden.

    Validiteit: de mate waarin de onderzoeker in staat is met zijn instrumentarium te meten wat hij beoogt te meten.

    Betrouwbaarheid: heeft betrekking op de haalbaarheid van observaties

    Observeren: een manier om gegevens te verzamelen, kijken hoe mensen zich in een bepaalde situatie gedragen.

    Case studie: een andere manier om gegevens te verzamelen, een diepgaande analyse van een bepaald fenomeen met gebruikmaking van diverse typen informatie.

    Survey: een 3e mogelijkheid. Mensen bevragen d.m.v een schriftelijk of mondeling interview.

    Experimenteel onderzoek: nog een mogelijkheid. De onderzoeker beïnvloedt een bepaalde variabele en bestudeert het effect daarvan op een andere variabele.

     

    Bij het zoeken naar oorzaken en gevolgen wordt gekeken naar de factoren die met het gedrag samenhangen. Deze factoren noemt men gedragsdeterminanten.

     

    Verklaren, voorspellen en beïnvloeden

    Er is sprake van verklaring van gedrag wanneer we begrijpen waarom een fenomeen plaatsvond.

    Een voorspelling van gedrag vindt plaats wanneer een observator van tevoren zegt wat een bepaald organisme in specifieke omstandigheden zal gaan doen.

    Het laatste doel van de moderne psychologie is het bestuderen van beïnvloedingsprocessen. Beïnvloeding heeft een niet zo’n positieve betekenis, maar eigenlijk heeft het helemaal niet zo’n negatief beeld. Een arts raadt zijn patiënt aan matig te zijn met vet eten, een ouder tracht een effectievere manier te vinden om het gedrag van zijn kind te beïnvloeden. Beïnvloeding is eigenlijk een normaal aspect van het gedrag van alledag.

    Men beïnvloedt op verschillende niveaus:

                - microniveau: individuele hulpverlening of begeleiding.

    - mesoniveau: het realiseren van organisatieverandering of verbetering van       werkomstandigheden

    - macroniveau: beïnvloeding op grotere schaal waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van voorlichting of informatieoverdracht via de massamedia.

     

    1.2 Pyschologie: een brede basis en uitgebreide toepassing

    Er is een onderscheid tussen theorie en praktijk. Daarom is er een tweedeling van de psychologie in zogenoemde basisvakken(functieleer, persoonlijkheidsleer, ontwikkelingsleer en sociale psychologie) en toepassingsvakken (beroepskeuzepsychologie, onderwijspsychologie en de klinische psychologie).

    Basisvakken: zijn algemeen, ze hebben betrekking op vele soorten van gedrag van de mens in allerlei situaties en op allerlei momenten. Hun beperking is dat ze slechts bepaalde facetten bestrijken, zoals het zien, onthouden, gevoelsleven of de sociale omgang. Basisvakken stammen uit de sfeer van de wetenschapsbeoefening zelf.

    Toepassingsvakken: komen voort uit praktische problemen die te maken hebben met het gedrag van de mens in een specifieke levenssituatie of rollen die hij vervult. Binnen dit kader wordt naar allerlei aspecten van het gedrag gekeken.

     

    Psychologische functieleer

    Hierin worden ‘functies’ bestudeerd waartoe een mens in staat is. Aspecten zoals waarneming, leren, denken, onthouden, enz.

     

    Persoonlijkheidsleer

    Richt zich met name op de verschillen tussen en overeenkomsten van mensen op het vlak van wat met ‘karakter’ noemt.

     

    Klinische psychologie

    Richt zich op de bestudering, verklaring en beïnvloeding van gedrag dat op een of andere manier als ‘ongewenst’ wordt bestempeld, door de persoon zelf, of door diens omgeving. Het gaat hierbij om stoornissen of problemen in het denken, waarnemen, enz. Maar ook om lichamelijke klachten die het gevolg zijn van chronische ziekten. De klinische psychologie schenkt veel aandacht aan de persoonlijke verwerking.

     

    Sociale psychologie

    Richt zich primair op de wijze waarop mensen elkaar beïnvloeden. Welke invloed hebben individuen op ‘sociaal gedrag’, en welke invloed hebben sociale factoren op individueel gedrag?

     

    1.3 De ontwikkeling van de psychologie door de jaren heen

    Pas sinds het einde van de vorige eeuw is er sprake van een wetenschappelijke benadering van de psychologie. Daarvoor was er niet veel overeenstemming over de manier waarop de psychologische werkelijkheid onderzocht moest worden. De ontwikkeling van de psychologie wordt gekenmerkt door een aantal psychologische scholen (een groep mensen die meestal van een bepaald punt uitging of die een bepaald werksysteem hanteerde) of stromingen.

     

    Structuralisme

    - Wilhelm Wundt (1832-1910) wordt genoemd als de grootste pleitbezorger van het structuralisme, maar deze term werd voor het eerst gebruikt door Edward Titchener (1867-1927).

    - Doel van psychologie: bewuste ervaringen analyseren in termen van basiselementen.

    - Meer te weten komen over de structuur van het waarnemen, het geheugen, het denken enz.

    - Methode van onderzoek: introspectie (systematische zelfobservatie)

     

    Functionalisme

    - Grondlegger John Dewey (1859-1952) en William James (1842-1910).

    - Sterk biologische oriëntatie

    - Richt zich op de veranderende, dynamische kwaliteiten van het bewustzijn

    - Het bewustzijn heeft een functie/doel

    - Het beeld van het huis

     

    Behaviorisme

    - Grondlegger J. Watson (1878-1958)

    - Alle gedrag is aangeleerd

    - De mens is passief en reageert op zijn omgeving

    - Hij streeft ernaar spanning kwijt te raken

    - Stimulus à Respons

    - Leren=conditioneren

     

    - Klassiek conditioneren (Pavlov)

                Stimulus à Respons

                1. Voedsel à hond kwijlt

                2. Bel+voedsel à hond kwijlt

                3. Bel à hond kwijlt

    - Sleutelbegrip: associatie

    - Toegepast in de reclamepsychologie (sfeer, goed gevoel)

     

    - Operant conditioneren (Skinner)

                - nieuw gedrag aanleren

                - beloning van gedrag leidt tot herhaling/versterking van het gedrag

                - negeren/straffen leidt tot uitdoving van het gedrag

    - Stimulus à Respons à Consequentie

    - Toegepast in de opvoeding/ verkoop (belonen/spaarsysteem)

     

    - Sociaal leren:

                - Anderen spelen een rol bij het aanleren van gedrag (rolmodel, imitatie)

    - Toegepast bij reclames/ goede doelen (bekende Nederlander als ambassadeur)

     

    Ethologie

    Dit was een geheel ander type gedragsstudie die in Europa ontstond toen het behaviorisme in Amerika populair was. Grondleggers waren de Oostenrijker Konrad Lorenz en onze landgenoot Nikolaas Tinbergen. Ze waren voornamelijk in diergedrag geïnteresseerd. Ethologen constateerden dat dieren ook in staat waren om zeer complexe gedragingen uit te voeren, zonder dat daarbij sprake was van leerprocessen zoals die waren gedefinieerd door de behavioristen. Een onderwerp van ethologisch onderzoek betreft het verschijnsel ‘inprenting’. Deze term wordt gebruikt om complexe, instinctmatige gedragingen bij bepaalde dieren te beschrijven.

     

    Zowel het behaviorisme als de ethologie hebben invloed gehad op de fysiologische psychologie. Hierbij staat ter bestudering van het menselijk gedrag de aandacht voor de fysiologie centraal. Een van de eerste fysiologisch-psychologen was Karl Lashey, een leerling van Watson. Hij beweerde dat complex gedrag niet bestaat uit een aaneenschakeling van reflexen. Complex gedrag was het gevolg

    van complexe neurale programma’s, die in de hersenen worden uitgevoerd, mede beïnvloed zijn door erfelijkheid, en door ervaringen gevormd en veranderd kunnen worden.

     

    Gestalt

    - Grondlegger Max Wertheimer (1880-1943)

    - Gestalt=georganiseerd geheel of gehele vorm

    - De gehelen zijn niet de som van de delen, maar hebben zelf bepaalde eigenschappen

    - Menselijk gedrag moet als gestructureerd geheel worden gezien

    - Holistische benadering van het menselijk gedrag

    - Kurt Lewin:

    - gedrag altijd een functie van het gehele krachtenveld dat op een bepaald moment werkzaam is

    - Levensruimte: de totale situatie die op een bepaald moment voor een persoon bestaat

     

    Psychoanalyse

    - Grondlegger Sigmund Freud (1856-1939)

    - Het innerlijk staat centraal

    - Freudiaanse verspreking, verdringen, onderbewust, frustratie, obsessie…

    - Menselijke persoonlijkheid:

                - Es (Id): je driften (Eros en Thanatos)

                - Ich (Ego): het volwassen, handelend gedeelte

                - Überich (Superego): het geweten

    - Afweermechanismes:

                - Ontkenning (Niks aan de hand)

                - Isolatie (Het doet me niks)

                - Omkering (Extra goed je best doen)

                - Projectie (Die ánder heeft een probleem)

                - Substitutie (Afreageren op iets/iemand anders)

                - Regressie (Kinderlijk reageren)

                - Conversie (Lichamelijke klachten)

                - Rationaliseren (Ik snap precies hoe het zit, namelijk…)

                - Sublimatie (Je energie op wat anders richten)

     

    Humanistische psychologie

    - Grondlegger Abraham Maslow (1908-1970)

    - Holistische benadering: de mens als geheel (niet alleen stoornissen of alleen uiterlijk waarneembaar gedrag)

    - De mens is van nature goed

    - De mens wil zich ontwikkelen, ontplooien

    - Behoeftenhiërarchie van Maslow

    - Carl Rogers (1902-1987)

                - Onvoorwaardelijke postieve aandacht

                - Zo niet: vals zelf à voortdurende behoefte aan bevestiging

    - Geestelijke stoornissen ontstaan door je voortdurend door de waarden van anderen te laten leiden

     

    Cognitieve psychologie

    - Heersende stroming sinds 1965

    - De cognitie (het denken) staat centraal

    - Vergelijking met de computer (informatieverwerking)

    - Informatie wordt opgeslagen in cognitivie structuren (schema’s)

    - Albert Ellis (1913-2007), n.a.v. Epictetus: “Niet de omstandigheden, maar mijn eigen gedachten over de omstandigheden bepalen mijn emoties.”

  • Mensen zijn beesten die in bedwang gehouden moeten worden?
    Freud
  • Mensen zijn fundamenteel nieuwsgierig en ze hebben de behoefte zichzelf te ontwikkelen
    Maslow
  • Mensen zijn een hogere diersoort met aangeleerd gedrag
    Skinner
  • Operant conditioneren: belonen en straffen?

    Belonen van (toevallig) gedrag leidt tot herhaling/ versterking van het gedrag.
    Negeren / straffen leidt tot uitdoving van het gedrag

  • Afweermechanismen Freud
    Ontkenning                       (“Niks aan de hand”)
    Isolatie                                (“Het doet me niks”) gevoel geïsoleerd van de gebeurtenis
    Omkering                           (Extra goed je best doen/aardig zijn om (bijv.) haat te verbergen)
    Projectie                             (“De ander chagrijnig en daarom jij ook”)
    Substitutie                         (Afreageren op iets/iemand) (Vaak) niet geaccepteerde vorm
    Regressie                           (Kinderlijk gedrag)
    Conversie                           (Lichamelijke klachten)
    Rationaliseren                  (“Als ik ’t snap is het minder erg”)
    Sublimatie                          (Energie ergens anders op richten) (Vaak) geaccepteerde vorm
  • Holistische benadering: de mens als geheel (niet alleen stoornissen of alleen uiterlijk waarneembaar gedrag)

    ·         De mens is van nature goed

    ·         De mens wil zich ontwikkelen, ontplooien

    ·         Behoeften-hiërarchie volgens Maslow

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.