Samenvatting Psychology

-
980 Flashcards en notities
31 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Psychology". De auteur(s) van het boek is/zijn Marc Brysbaert. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Psychology

  • 1 Wat is psychologie

  • wat is psychologie
    wetenschap die het gedrag en de geestelijke processen bestudeerd
  • 1.1 Definitie psychologie

  • Wat proberen psychologen?
    Menselijk gedrag te begrijpen. Hierdoor zullen ze het gedrag op een systematische manier observeren en kijken hoe het beinvloed wordt door gebeurtenissen in de omgeving. Bovendien zullen ze proberen dit gedrag te begrijpen.
  • Wie was een van pioniers in de psychologie?
    Hermann Ebbinghaus (1885) met zijn grootste werk Über das Gedächtnis. Hij wordt gezien als de ontdekker van de klassieke vergeetcurve
  • Wanneer begon de wetenschappelijke studie van gedragingen en mentale processen?
    Rond het einde van de 19e eeuw
  • Welke 5 onderzoeksscholen ontstonden tussen 1880 en 1930?
    (1) structuralisme
    (2) gestaltpsychologie
    (3) functionalisme
    (4) behaviorisme
    (5) psychoanalyse
    SGFBP
  • Welke onderzoeksschool onderzoekt de functie v.h. bewustzijn en hoe dit helpt bij overleving?
    Het functionalisme
  • Welke onderzoeksschool onderzoekt hoe gedrag wetenschappelijk bestudeert kan worden?
    Het behaviorisme (VS)
  • Welke onderzoeksschool heeft als methode gevalsstudies van patiënten?
    Psychoanalyse (Oostenrijk)
  • 1.2 Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk hebben gemaakt

  • Hoe komt het  dat de psychologie als wetenschap zo moeilijk van de grond kwam?
    Door het eeuwenoude geloof dat de mens het centrum van het universum was en het universum speciaal voor hem gecreëerd was.
  • Wat was de overtuiging van Nicolaus Copernicus (1473-1543)
    Dat de aarde niet het centrum van het universum is, maar samen met de andere planeten rond de zon draaide. Mens centrum universum.
  • Welke kijk op de wereld had René Descartes (1596-1650)
    Hij had een mechanische kijk op de wereld en 2 principes: (1) rationalisme en (2) nativisme.
    (1) rationalisme: de waarheid kan achterhaald worden door gebruik te maken van de rede.
    (2) nativisme: stroming in de filosofie waarbij er vanuit wordt gegaan dat (sommige) ideeen/kennis aangeboren is.

    De enige plaats waar de ziel en het lichaam met elkaar in contact kwamen was via de pijnappelklier aldus Descartes.
  • Welke beweging keerde zich tegen het rationalisme?
    Het empirisme. Kennis komt voort uit zintuiglijke ervaring en associaties van ideeën.
    Thomas Hobbes (1558-1679).
  • Welke pionier van de psychologie kende Nederland?
    Joseph Plateau (1801-1883) en Fransiscus Donders (1818-1889).
  • 1.2.1 ontwikkelingen in de fylosofie

  • Welke ontwikkelingen waren er in de fylosofie tijdens copernicus(1473-1543)
    De visie dat de mens niet centraal in het universum stond. Dat de mens aan natuurwetten onderworpen  is. 
  • 1.2.1.1 copernicus, onze plaats in het universum

  • hoe komt het waarom de psychologie als wetenschap zo slecht van de grond kwam
    omdat men heel lang dacht dat de mens het centrum was van het universum en het universum speciaal voor hem gecreeerd was.
    De menselijke geest heeft een vrije wil en is niet onderworpen aan natuurwetten.
  • hoe dacht copernicus over de mens als centrum van het universum
    zijn visie was dat mensen , evenals alle andere wezens onderworpen zijn aan natuurwetten. Niet de aarde was het centrum maar de zon. Net als andere planeten draait de aarde rond de zon.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

2-1 h Welk ander type cellen in de hersenen speelt naast de neuronen een belangrijke rol bij het verwerken van informatie?
Gliacellen. Vroeger enkel gezien als ondersteuning, nu actievere rol bij oa het synchroniseren van neuronen en het leggen van nieuwe connecties tussen neuronen
2-1 g Bespreek de 6 belangrijkste neurotransmitters
1) dopamine (beweging, ziekte van Parkinson, hallucinaties, beloning) EZEL P van Parkinson
2) noradrenaline (depressie) EZEL depressie en lijnen
3) serotonine (depressie)
4) acetylcholine (beweging, geheugen en ziekte van Alzheimer)  
5) GABA (inhibitie, tranquillizers en slaapmiddelen)
6) endorfine (pijnreductie, roes, verzadiging)
2-1 f Hoe verloopt de communicatie tussen neuronen?
Synaps, neurotransmitter, recpetoren, inhibitorisch, excitatorisch, heropname (die door geneesmiddelen geblokeerd kan worden)
2-1 e Is het een voordeel of een nadeel als een axon een mylineschede heeft?
Voordeel want snellere geleiding en betere isolatie. Zie wat er gebeurt wanneer de myelineschede afsterft (multiple sclerose, tragere verwerking bij oudere personen)
2-1 d Wat wordt bedoeld met de alles-of-niets-wet bij het vuren van een cel?
De actiepotentiaal is altijd dezelfde (zoals het vuren van een geweer). Sterkte van een signaal gecodeerd door aantal neuronen dat vuurt en de snelheid waarmee ze vuren
2-1 c Bespreek waarom de communicatie binnen een neuron een elektrochemisch proces genoemd wordt
Scheikundige processen (ivm natrium en kalium) leiden tot elektrisch signaal (rustpotentiaal axon verstoord door voorbijtrekkende actiepotentiaal). Uitlokken van actiepotentiaal hangt af van de balans tussen excitatorische en inhibitorische stoffen (axonheuvel)
2-1 b Maak een schematische tekening van een neuron en bespreek de verschillende delen
Tekening maken, eerder al gedaan
2-1 a Bespreek de neuronen en de verschillende types van neuronen
Neuronen bijna allemaal gevormd voor de geboorte: meer neuronen dan uiteindelijk nodig zijn, beïnvloed door omgevingsfactoren. 3 types:
1) sensorisch neuronen
2) motorneuronen
3) interneuronen
15. Voorbeelden van biotechnologisch onderzoek zijn het veranderen en het overplaatsen van genen
Ja
14. De enige onderzoeksmethoden in de gedragsgenetica is het vergelijken van een- en twee-eiige tweelingen
Nee