Samenvatting Psychology

-
ISBN-10 0393116824 ISBN-13 9780393116823
1576 Flashcards en notities
167 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Psychology". De auteur(s) van het boek is/zijn Henry Gleitman, James Gross, Daniel Reisberg. Het ISBN van dit boek is 9780393116823 of 0393116824. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Psychology

  • 1 Evolution and the biological roots of behavior

  • Waarom is het van belang om de evolutie van het brein te leren kennen

    bla bla bal

  • evolutionair kijken naar het brein laat zien welke functies zich vroeger dan wel later hebben ontwikkeld

  • 1.1 Making Observations

  • What is a variable?

    Any characteristic whose value can change

  • What do we look for in psychology?
    Variables that seem linked to each other.
  • What is a testable hypothesis?

    A prediction that has been formulated specifically enough so that it is clear what observations would confirm the prediction and what observations would challenge it.

  • What is a variable?
    Any characteristic whose values can change
  • What is an operational definition?

    A definition that translates the variable we want to assess into a specific procedure or measurement.

  • It's important that for the operational definition to have construct validity- that us, it must truly reflect the variable named in our hypothesis.

  • What is a dependent variable?

    The variable that is measured or recorded in an experiment.

  • What is an independent variable?

    The variable that the experimenter manipulates as a basis for making predictions about the dependent variable.

  • The populations is defined as the entire group about which the investigator wants to draw conclusions.

  • The subset of the population that the investigator studies in order to learn about the population at large is called a sample.

  • What is random sampling?

    A procedure in which every member of the population has an equal chance of being picked to participate in a study.

  • How do we call an intensive study of one person?

    Case study

  • The degree to which a study's participants, stimuli, and procedures adequately reflect the world as it actually is, is called?

    external validity

  • What are a study's demand characteristics?

    The cues in a study that might tell a research participant what behaviors are expected or desirable in that setting.

  • The technique of assigning participants to experimental conditions while keeping both the participants and the researchers unaware of who is assigned to which group is called?

    Double-blind design

  • 1.1.1 ljoij

  • ahj+pdfoighahdg=

    jas+pdoghad

  • aosdighoadigoaisdhgloajksdfoiahdgohjsldkfjlasdfaspdoij

  • 1.1.2 Systematically collecting data

  • What is confirmation bias?
    People's tendendcy to recall evidence that confirms their views more easily than they can recall evidence to the contrary.
  • What is anecdotal evidence?
    Evidence that involves just one or two cases, has been informally collected and is now informally reported. 
  • What's important in collecting data?
    -We need to record the data in some neutral and objective way.
    -Our data collection has to be systematic
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Verklaring
- verhoogde toegang technologie -> verhoogde cognitieve skill
- verbetering zorg -> betere gezondheid
- samenleving ingewikkelder -> meer nadenken
- open voor nieuwe dingen
- beter onderwijs
- grootte gezin -> nu kleiner
- weten hoe je een vraag het beste kan beantwoorden
- beter toegang tot kennis (globalisatie)
Flynn effect
= observatie van de toename IQ in een bepaalde populatie over een successive generation.
gemiddelde score intelligentie test stijgt over de jaren/generaties
Omgeving
- Sociale factoren SES = socio economic status invloed IQ
- borstvoeding toename IQ
- SES leermaterieel beschikbaar
Genen
IQ score gevormd door genen en de omgeving waar je bent opgegroeid
Facts intelligentie
- 0,4-0,6 erfelijk
- genetische potentie moet je ontwikkelen
- eeneiige twin experiment -> omgeving genetisch
   - genen sterker dan bij omgeving
   - genen sterker bij biologische ouders
4 benadering
1. Psychometrische
2. Beschrijvende = analyse gedragsobservaties, interviews, biografische gegevens en uitslag testonderzoek -> met elkaar in verband brengen en theorie vormen
3. Neurologische = biologische processen
4. Cognitieve biologische = inzicht mentale processen, mechanisme achter intelligentie
Jensen box
- Choice reaction time -> negatief gecorreleerd met int. = snelheid mentale verwerking als iemand moet kiezen tussen verschillende reacties, afhankelijk van de stimulus. 
Korte CRT of snelle reactie -> hogere IQ socres. 
Correlatie meer variabel  
- Inspection time ->  = tijd discriminatie 2 stimuli
gebaseerd op psychophysics
correlatie met intelligentie is negatief
mensen met hoge ability hebben een korte IT -> makkelijk onderscheid maken.
Elementary cognitive tasks
= onafhankelijke culturele kennis ipv intelligentie test
meet mentale speed -> volgens Jensen noodzakelijk voor complexe taak voltooiing.
Beschrijvende benadering - Goleman
- Emotionele intelligence = emotionele informatie verwerken en managen, jouw emotie en die van anderen begrijpen. Belangrijker dan traditionele cognitieve abilities
Beschrijvende benadering - Robert Sternberg
- triarchic theory of intelligence = analystisch, creatief en praktische intelligentie
1. Analystisch: evalueren en vergelijken, info processing componenten. Vermogen leren en goed onthouden
2. Creatief: ontdekken en verkennen. Vermogen nieuw concept te zien
3. Praktisch: toepassen. Vermogen om goed met de omgeving om te gaan