Samenvatting Recht, orde en vrijheid

-
ISBN-10 9013091733 ISBN-13 9789013091731
225 Flashcards en notities
17 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Recht, orde en vrijheid". De auteur(s) van het boek is/zijn C W Maris, F C L M Jacobs. Het ISBN van dit boek is 9789013091731 of 9013091733. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Recht, orde en vrijheid

  • 1 Rechtsfilosofie: de belangrijkste controversen

  • Wat houdt moraal en ethiek in?
    Het beoordelen van menselijke handelen in termen van goed en kwaad of: leer van goed en kwaad, deugd en ondeugd
  • Wat houdt brede ethiek in?
    Een brede ethiek geeft morele normen, die het gehele menselijke leven betreffen zonder enige terughoudendheid.
  • Waarop is het natuurrechtsleer gebaseerd?
    Op de veronderstelde wezensaard van de mens. De eigenschappen van de mens waaruit samenlevingsregels zouden volgen.
  • Wat zijn de voor- en tegenargumenten van het natuurrechtsleer?
    Voor: Rechten zijn objectief en behoren tot wat het menselijk leven menswaardig maakt.
    Tegen: De natuur laat vooral het recht van de sterkste afzien dus is de natuur als zodanig normloos en amoreel. 
  • Wat wordt er bedoeld met het normatieve recht?
    hetgeen op geschreven of ongeschreven richtsnoeren (rechts- of gedragsregels) betrekking heeft
  • Wat houdt het rechtspositivisme in?
    Slechts het positieve rechtsstelsel zoals die in de maatschappelijke werkelijkheid is ontstaan, niet de hieraan voorafgaande maar nergens waarneembare rechtsbeginselen. Ook immoreel recht wordt als recht beschouwd.
  • Noem 3 rechtspositivistische filosofen
    Hart, Austen, Dworkin
  • Noem 2 aanhangers van de natuurrechtsleer
    Plato, Aristoteles
  • Wat betoogt Hart?
    Dat alle positieve rechtstelsels ten minste een aantal fundamentele normen moeten inhouden, welke zijn afgeleid van de menselijke natuur zoals die voor iedereen waarneembaar is
  • Wat zijn volgens Radbruch de drie doeleinden van het recht?
    Rechtvaardigheid, rechtszekerheid en doelmatigheid
  • Waarmee vereenzelfde Radbruch de rechtvaardigheid?
    Met de liberale mensenrechten
  • Waardoor is de kloof tussen het rechtspositivisme en de natuurrechtsleer in de westerse cultuur verkleind?
    Door de democratische rechtsstaat
  • 1.2 Rechtsfilosofie

  • Wat is rechtspositivisme?
    Het rechtspositivisme ontkent daarentegen elk meer dan toevallig  verband tussen recht en moraal. Recht is slechts datgene wat als zodanig door de bevoede overheidsorganen wordt geponeerd en effectief gehandhaafd, al is het inhoudelijk nog zo onrechtvaardig. ( recht staat in deze opvatting eerder in het teken van macht en moraal)
  • Welke soorten rechtspositivisme bestaan er?
    Normatieve- en beschrijvende rechtspositivisme.

    Normatieve rechtspositivisme neigt er wel toe aan de ordefunctie van het rechtook een gehoorzaamheidsplicht te verbinden. Rechtzekerheid is erg belangrijk, dus moet je je ook gehoorzamen aan onrechtvaardig recht moet gehoorzamen.

    Beschrijvende rechtspositivisme koppelt recht en moraal daarentegen volledig los van elkaar. Het wil slechts een neutrale wetenschappelijke beschirjving geven van het recht als feitelijk maatschappelijk verschijnsel. ( bijv. Recht is wat juridische gezagsdrager gebieden en effectief handhaven in een bepaald territorium, ongeacht de inhoud van hu geschriften.
  • Naturalistisch natuurrecht: Biologisch natuurrecht, wat is dat?
    - Elke levensvorm  in de natuur vertoond een eigen ontwikkelingspatroon. Het is daarom mogelijk voor elke soort te bepalen welke levenswijze zijn ontplooiing het beste dient.
    - doel van de mens
    minimaal natuurrecht: overleven
    maar: de mens heeft ook aggressieve trekken
    - Recht: regels geven voor bereiken van het doel
  • Natuurrechtsleer?
    Volgens de natuurrechtsleer impliceert het begrip 'recht' een noodzakelijk verband met moraal, met name met rechtvaardigheid Dit verband is er 'van nature', dus onafhankelijk van en voorafgaand aan meselijke wetgeving . Daarom kan men vanuit het rechtsbegrip het positieve recht  bekritiseren.
  • Beschrijvend rechtspositivisme ?
    Neutrale beschrijving geven van recht als feitelijk maatschappelijk verschijnsel.
    - immoreel recht moet als recht worden beschouwd
  • Wat is de rechtstheorie van Austin (beschrijvend rechtspositivisme)?
    Volgens Austin Bestaat recht uit gedragsvoorschriften van de hoogste machtshebber, de soeverein, die ze zo nodig  door sanctie afdwingt.
     * de nadruk ligt op de maatschappelijke ordeningsfunctie van het recht.

    Austin definieert de soeverein als de persoon of groep aan wiens bevelen de leden van een samenleving gewoon zijn te gehoorzamen, en die zelf niet aan een nog hogere gezagsdrager gehoorzaamheid verschuldigd is.
  • Wat is de theorie van Hart  ( rechtspositivisme)?
    Hart geeft kritiek op de theorie van Austin.
    volgesn Hart berust recht niet louter op macht, onder meer omdat de positie van de hoogste juridische  gezagdsdragers waaronder de wetgever ook weer berust op juridische ( bevoegdheidsverlenende)regels.
  • Wat is de theorie van Dworking ( deze theorie is bijna niet meer rechtspositivitisch te noemen.
    Dworking ziet toch wel een noodzakelijk verband tussen recht en moraal, zonder echter terug te vallen op de natuurrechtelijke metafysica.
    conclusie: het is onmogelijk een absoluut onderscheid te maken tussen recht en moraal, omdat in de praktijk van het positieve recht  onvermijdelijk ook  morele overwegingen meespelen, met name bij het interpreteren vanuit de liberale beginselen van gelijke zorg en respect, ofwel  gelijkheid, broederschap en vrijheid.
  • Wat is het kritiek van CLS ( Critical studies beweging) op Dworkings theorie?
    Volgens CLS is het recht niets anders dan een voortzetting van de politieke strijd met andere wapens. Alle verwijzingen  naar rechtvaardigheid maskeren slechts partijdige belangen.
  • Hoe omschrijft Hart  recht?
    Hart omschrijft het recht als een samenstel van twee soorten regels namelijk:
    - primaire regels die de voorschriften voor de leden  van de samenleving omvatten. En 
    - secundaire regels die  de gelding van de primaire regels regelen.  Hieronder vallen de bevoegdheidsverlenende regels  die de juridische  gezagsdragers  identificeren , zoals de wetgever, rechterlijke macht en politie.
  • Wat is het verschil tussen de manier waarop normatieve-en beschrijvende rechtspositivisten naar gehoorzaamheid kijken?
    Normatieve rechtspositivisten stellen dat er een absolute gehoorzaamheidsplicht heerst, ongeacht de morele kwaliteit van een rechtsnorm.
    Beschrijvende rechtspositivisten stellen dat de gelding van een rechtsnorm (volgens de formele criteria) niet automatisch eengehoorzaamheidsplicht impliceert: of men zich moet gehoorzamen aan juridische regels is een moreel vraagtsuk, en geen juridisch vraagstuk.
  • Wat is de kritiek van Kelsen op Austin? Betrek in je antwoord de begrippen 'feit', 'norm', 'causaliteit'en 'toerekening'.
    John Austin leidt een juridische norm af uit een sociaal feit, namelijk de gewoonte te gehoorzamen. Hans Kelsen vindt dat uit feiten, die zich als oorzaken en gevolgen (causaliteit) tot elkaar verhouden, geen normen kunnen worden afgeleid. Er zit een onoverbrugbare kloof tussen wat er gebeurt en wat behoort te gebeuren. Een juridische sanctie is bijvoorbeeld niet het gevolg van een delict, maar is datgene die het delict pleegt, omdat er een norm is die stelt dat op dit delict deze straf behoort te volgen.
  • Waardoor wordt het recht gekenmerkt volgesn John Austin? (3)
    Het recht bstaat uit gedragsvoorschriften (bevelen) van de hoogste machthebber (soeverein) die ze zo nodig door sanctie afdwingt.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hegel
Hegel was 1 van de filosofen die kritiek leverde op het rationalisme en het ideaal van liberale gelijke en individuele vrijheid van de Verlichting, en de consequenties daarvan voor het recht.

Volgens Hegel staat de menselijk rede niet buiten de veranderlijke werkelijkheid maar maakt daar juist onderdeel vanuit. Het ontwikkelt zich samen met haar omgeving dat telkens veranderd. Hegel erkent dan ook een toenemende rationalisme (verstandelijke rede). Via opeenvolgende generaties komt het menselijk denken stapsgewijs tot steeds groter inzicht, wat zich weerspiegelt in de vorm van samenleving. Hegel noemt dit 'de objectieve geest'. Individuele denkbeelden worden zo volgens hem door volgende generaties geobjectiveerd, geïnstitutionaliseerd, opnieuw geïnterpreteerd en zo verder ontwikkeld. Zo komen de grote culturele tradities, maatschappelijke instellingen voor moraal, kunst en wijsbegeerte tot stand. 

Voor de rechtsontwikkeling geldt precies hetzelfde. Het recht is een cultuuruiting in de loop van de tijd langzaam een rationele; karakter aanneemt. Hegel verzet zich hiermee enerzijds tegen de codificatie van een abstract redelijk natuurrecht wat in een keer moet leiden tot een modelsamenleving en anderzijds tegen het radicaal historisch relativisme (alleen maar plaats- en tijdgebonden rechtsgebruiken). Hegel bevindt zich dus in het midden. 

De rechtsontwikkeling ving aan met ongeschreven gewoonterecht. Later werd dit recht gecodificeerd en in een weer later stadium werd de codificatie verzakelijkt, rechten en plichten dienden veralgemeniseerd te worden en het maatschappelijk ruilverkeer, wederzijdse behoeftebevrediging en de arbeidsverhoudingen te regelen. 

De moderne rechtsorde is dus een product van feitelijke maatschappelijke ontwikkeling (historisch relativisme) en achteraf valt het recht te reconstrueren als een rationeel stelsel van rechten en plichten die in gegeven omstandigheden noodzakelijk zijn (codificatie van abstract redelijk natuurrecht). 

Hegel verwerpt het liberale negatieve vrijheidsdeel (zoals Kant stelt dat een algemene wet het mogelijk moet maken dat de willekeur van de een kan samengegaan met de willekeur van de ander). Als voorbeeld hiervoor gebruikt hij de Franse revolutie, want dat negatieve vrijheid zonder invulling tot terreur en chaos leidt. 

Volgens Hegel is ware vrijheid niet de subjectieve keuzevrijheid maar vereenzelviging met je redelijke IK. Je bent vrij als je, je rationeel ontwikkelt. De mens kan dit onmogelijk in z'n eentje bewerkstelligen. De staat biedt hiervoor een combinatie voor alle rechtssubjecten. 

Alle bijzondere belangen krijgen een evenwichtige plaats in een groter organisch geheel. Hierin kan de mens zijn hogere redelijke bestemming en zijn ware vrijheid vinden. Daarom dient ieder individu zich te gedragen als onderdaan van een staat. 

Achter deze ontwikkeling naar rationaliteit verondersteld Hegel een metafysische absolute geest/idee. De ontwikkeling van deze geest bestempelt Hegel als dialectisch (dialoog van spraak en tegenspraak). Iedere menselijke stellingname leidt door het menselijk streven naar volkomenheid tot een tegenstelling waaruit een nieuwe synthese voorkomt. Op deze manier komt de mens tot een volmaakt redelijk (zelf)begrip.  
Zijnsleer van Aristoteles?
Aristoteles wijst de ideeenwereld van Plato af. Plato kon de veranderingen in de wereld niet verklaren. 
Volgens Aristoteles kunnen we uit de afzonderlijke exemplaren het algemeen begrip afleiden. Op grond van een bijzonder exemplaar vormen wij een algemeen begrip. Daarin zijn de kenmerken vervat die gemeenschappelijk zijn aan alle exemparen.

Aristotels gaat wel uit van een dualisme maar dan tussen vorm, materie of idee en anderzijds stof of materie. Elk bijzonder ding bestaat volgens Aristoteles uit een combinatie van vorm en stof. Het stoffelijke op zichzelf beschouwt hij als ongevormde passieve materie. Materie neemt pas de vorm aan  doordat de algemene vorm erin werkzaam is, waardoor de aanleg tot actualiteit komt. Dit noemt aristoteles doeloorzaak: het einddoel van de ontwikkeling is in aanleg al in de vorm aanwezig, voorafgaand aan de verwerkelijking.
Wel staatsideaal verdedigt Plato?
Plato verdeidgt een aristocratisch staatsideaal: regering door de besten.
Plato verwerpt zowel tirranie en democratie. Hij wijst democratische besluitvorming af, omdat daarbij alle meebeslissen en uiteindelijk de meerderheid doorslag geeft. Hij acht het fundamenteel onjuist dat alle meningen meetellen ongeavht hun inhoud, en bepleit een kwalitatieve toets. ( een schip wordt toch ook niet door passagiers bestuurd, maar door een deskundige kapitein)
De polis
De polis moet voorzien in de behoeften van voedsel, kleding en behuizing. Daarnaast ontstaat behoeft aan leiding en verdediging van de staat. In de staatinrichting onderscheid Pato drie hoofdfuncties:
1. Regering
2. Ordehandhaving
3.productieve arbeid. 
Deze moeten allen vervuld worden door degene die er het meest geschikt voor zijn.

De regering moet bestaan uit een stand van mensen die uitblinken in de deugd wijsheid. Degene di emoed als voornaamste deugd bezitten, vormen en stand  die lege-en politietaken uitvoert. De arbeiderstand wordt gevorm door de meerdeheid en hun voornaamste deugd is dat ze hun lichamelijk energie door zelfbeheersing op een productieve manier geburiken.

Alleen bij zo'n rangorde besaat er volgens Plato een rechtvaardige staat.

Hoe ontstaat de staat volgens Plato?
De staat ontstaat volgens Plato doordat ieder individueel mens op zichzelf gebrekkig, behoeftig en zichzelf niet genoeg is. Daarom moeten mensen samenleven in een Polis (stadstaat).

De uiteenlopende vermogens van mensen vullen zich aan elkaar aan.
De ideale standenstaat van Plato
In de ideale standestaat van Plato wordt de regering geword door een wijze geestelijke elite, de ordehandhaving ligt in handen van een stadn van moedigen, terwijl de niet-wijze, niet moedeige massa, die zelfs nauwelijks in staat is haar lage instincten te bheersen, moet arbeiden om te voorzien in de matriele behoeften van de elite.

* aangezien alleen goed opgeleide filosofen kennis hebben van wat goed voor de mesn en samenleving is, kunnen alleen zij de staat regeren en de urgers tot volmaakte deugdzaamheid brengen. De ideale regeerders zijn dus filossof-koningen.
Hoe ziet Plato's ethie eruit? ( ethiek: hoe moet de mens leven)
Plato gaat uit van het mesnbeeld dat door onze geest we in staat zijn tot rationele kennis te komen. Anderzijds horen we door ons vergankelijke lichaam met de daarmee samenhangende behoeften en driften ook tot de inferieure matriele wereld.

De mens wordt gekenmerkt door drie niveaus:
1. Zintuigelijke lichamelijke driften (  gemeen met dieren/ laagste niveau);
2.Wilskracht ( eerzucht, moed en hoop)
3.de rede  mens heeft toegang tot de volmaakte Rijk der ideeen).

Plato kent een perfectionistische deugdenethiek, welke bestaat uit vier deugden:
1. Zelfbeheersing;
2.wijsheid;
3. Moed;
4 rechtvaardigheid ( een overkoepelnde deugd, die hij definieert als 'alles het zijn': een toestand is rechtvaardig als alles zijn juiste plaats heeft overeenkomstig Plato's ideeenleer.
Wat houdt Plaot's zijnsleer in?
Pato verdedigt een dualistisch wereldbeeld: een ideeenwereld en een fenomenenwereld. Wij nemen de fenomenenwereld waar, want je moet de ideeen achter de fenomenen leren kennen.
De ideeen hebben twee aspecten: ze maken de betekenis van de algemene begrippen uit, maar vormen tevens het ideaal van volmaaktheid. In de ideenwereld zelf heerst er ook een hierarchie. Onderaan de rangorde staan de meest bijzondere ideeen, bovenaan de meest algemene overkoepelende abstracte begrippen.
Kennis van de abstracte ideeen geeft een objectieve maatstaf om de veranderlijke wereld te ordenen en te waarderen. Met dit dualisme maakt Plato een onderscheid kenmerkend voor de griekse rationalistische zijnsleer.  
enerzijds een ware, redelijke wereld die overeenkomst met het denken, en waarvan derhalve via de menselijke rede ware kennis mogelijke is  en anderzijds de veranderlijke empirisch waarneembare wereld waarin slechts schijn heerst.
De rede wordt dus als aangemerkt als kenbron waardoor ware kennis verworven kan worden. De zintuigelijke waarneming is daarentegen slechts een bron van dwaling, omdat we met onze zintuigen vernaderingen ontwikkeling waarnemen ( de werking van onze bedriegelijke zintuigen).
Wat houdt de kennisleer in van Plato?
De mens zou door zijn rede inzicht kunnen krijgen in absolute waarheden (tijdloos, onveranderlijk en niet onderhavig aan iets).
Absolute zekere kennis is volgens hem niet in de zintuigelijk waarneembare wereld te vinden.
1. Alle waarneming hangt af van de positie en gesteldheid van de waarnemer.
2. Hetgeen word waargenomen zelf veranderlijk en vergankelijk is , en dus onvoldoen zekerheid biedt.   

Volgens Plato leven de meeste mensen in en schijnwereld waardoor ze niet in staat zijn tot rationele kennis te komen. Ware kennis (van Ideeen) is uitsluitend te verwerven door strenge filosofische scholing. 
Hoe ziet het Griekse wereldbeeld eruit?
Het griekse wereldbeeld kan rationalistisch genoemd worden: in het universum heerst een rationele orde waarin alles en iedereen een eigen plaats en functie heeft.

*Deze ordelijke samenhang vertoont een zekere gelijkenis met die van een organisme: de delen zijn afhankelijk van het geheel en eraan ondergeschikt.