Samenvatting Recht van de Europese Unie

-
ISBN-10 9089743294 ISBN-13 9789089743299
704 Flashcards en notities
40 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Recht van de Europese Unie". De auteur(s) van het boek is/zijn F Amtenbrink, H H B Vedder. Het ISBN van dit boek is 9789089743299 of 9089743294. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Recht van de Europese Unie

  • 1 Wegwijs in het Europese Recht

  • Europees recht omvat de verdragen, de aan de verdragen gehechte protocollen, het recht dat op grond hiervan tot stand is gekomen en de rechtspraak over de verdragsbepalingen en het secundaire recht.

  • 4.2 Autonoom karakter Unierecht

  • De autonomie van het Unierecht impliceert dat het effect vanhet Unierecht in de nationale rechtsorde een aangelegenheid is van dat Unierecht zelf. Dit blijkt o.a. uit de arresten Van Gend en Loos en Costa/ENEL: door het oprichten van een Unie voorzien van eigen organen, rechtspersoonlijkheid en handelingsbevoegdheid, van internationale vertegenwoordigingsbevoegdheid en praktische bevoegdheden, hebben de lidstaten hun soevereiniteit op beperkt terrein, begrensd  en daarmee een rechtsstelsel in het leven geroepen dat bindend is voor zowel hun onderdanen als voor de lidstaten zelf.

  • Conclusie uit Costa/ENEL: nationaal recht kan geen afbreuk doen aan het Unierecht, oftewel: het Unierecht heeft voorrang boven nationaal recht van de lidstaten. Beginsel van voorrang.

  • De autonomie van het Unierecht bestaat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden eigenschappen: rechtstreekse werking en voorrang.

  • Rechtstreekse werking wil zeggen dat het Unierecht effect kan sorteren in de nationale rechtsorde. Wanneer de doorwerkende regel van Unierecht onverenigbaar is met een regel van nationaal recht, dan zal de rechter deze laatste regel buiten toepassing moeten laten op grond van het Unierecht.

  • 4.2.1 Autonome karakter van het Unierecht

  • Één van de doelstellingen van het Verdrag van Lissabon was het creëren van een meer transparante en besluitvaardigere Unie

  • Het verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 in werking getreden

  • Centraal juridisch kader van de EU vormen het VEU en VWEU. 

    Daarnaast zijn ook nadere uitwerking, toepassing en uitlegging van de bepalingen een belangrijke bron van het recht van de EU. 

    Vormen van secundair recht zijn: besluiten, verordeningen en richtlijnen. 

     

     

  • Alle regelgeving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU, datvrijwel dagelijks in alle talen van de 

  • Het Publicatieblad wordt iedere werkdag gepubliceerd via de EUR-Lex website; wanneer welke instelling een standpunt heeft ingenomen is te volgen op de Pre-Lexdatabank.

  • 4.3 Loyaliteitsbeginsel

  • Het loyaliteitsbeginsel is het beginsel van gemeenschapstrouw. Art. 4 lid 3 VEU. Het komt er op neer dat de lidstaten niet mogen handelen in strijd met (de geest van) de verdragen (= VEU, VWEU, al het andere recht van de EU).

  • Het loyaliteitsbeginsel kan worden onderscheiden naar de verschillende rechtsgebieden waarop het effect heeft: consitutioneel-institutioneel, materieel en procedureel.

  • 4.3.1 Het constitutioneel-institutioneel loyaliteitsbeginsel

  • Deze component van het loyaliteitsbeginsel ziet op de formele verhouding tussen de lidstaten, instellingen van de Unie onderling en de Unie.

  • De lidstaten moeten zich loyaal aan de Unie gedragen (art. 4 lid 3 VEU). Belangrijkste consequentie is dat de lidstaten de secundaire regelgeving van de Unie moeten omzetten en vervolgens moeten toepassen en handhaven.

  • Een andere consequentie is dat een lidstaat de Commissie de informatie moet verstrekken die nodig is voor controle op de juiste toepassing van de regelgeving.

  • De lidstaten mogen gedurende de omzettingstermijn, geen maatregelen nemen die het bereiken van de doelstelling ernstig in gevaar zouden brengen. Ook nationale rechters dienen zich te onthouden van uitlegging van het nationale recht die het bereiken van de doelstelling van de richtlijn in gevaar zou kunnen brengen.

  • Voor zover dit van toepassing is voor het verzeekren van de werking van het Europese mededingingsrecht zijn de mededingingsautoriteiten van de lidstaten verplicht de nationale regels buiten toepassing te laten.

  • Het HvJ ziet art. 4 lid 3 VEU als een 'grondwettelijk' beginsel, waardoor het aan deze bepaling ook een verplichting voor de Unie-instellingen tot loyale samenwerking met de lidstaten ontleent.

  • Het Verdrag van Lissabon voegt hieraan nog een plicht tot loyale samenwerking voor de instellingen onderling toe (art. 13 lid 2 VEU).

  • 4.3.2 Het materieel loyaliteitsbeginsel

  • Het loyaliteitsbeginsel heeft effecten voor de uitleg van het materiële Unierecht. Dit betekent dat binnen rechtspraak van het Hof de werkingssfeer van materiële bepalingen is opgerekt.

    1. toepassing van het loyaliteitsbeginsel in combinatie met een materiële bepaling van het Werkingsverdrag betreft het kartelverbod in artikel 101 VWEU. Het kartelverbod is alleen van toepassing op afspraken van ondernemingen en ziet dus niet op handelen van lidstaten. Door art. 101 VWEU  te lezen in samenhang met het loyaliteitsbeginsel mogen lidstaten met hun maatregelen niet het nuttig effect ontnemen aan art. 101.

    2. Ook voor art. 34 VWEU geldt de toepassing van het materiële loyaliteitsbeginsel. Dit artikel ziet alleen op maatregelen van de lidstaten. Wanneer een belemmerende actie van het vrije verkeer van goederen veroorzaakt wordt door particulieren, dan ziet art. 34 daar niet op; echter, als de lidstaat hiervan wel op de hoogte is maar er niet tegen optreedt, kan het Hof vaststellen dat de betreffende regereing in strijd handelt met het loyaliteitsbeginsel juncto art. 34 VWEU.

  • Ook de nationale mededingingsautoriteiten dienen de volle werking van het Unierecht te verzekeren (art. 4 VEU juncto 101 VWEU). Zij zijn dus verplicht om met het Unierecht strijdige nationale wetgeving buiten toepassing te laten.

     

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is de nieuwe methode van harmonisatie?
  • het uitgangspunt van wederzijdse erkenning van de normen van lidstaten;
  • de Unie die zich beperkt tot het vastleggen van de basiseisen met betrekking tot veiligheid;
  • het vaststellen van de precieze normen waarmee wordt voldaan aan deze veiligheidseisen, wordt overgelaten aan gespecialiseerde instanties;
  • Dergelijke CE-normen zijn vrijwillig, maar producten die eraan voldoen worden geacht te voldoen aan de veiligheidseisen en dienen dus te worden toegelaten tot de markt. 
Wat is spontane harmonisatie?
Is een fenomeen dat helemaal buiten de verdragen om gebeurt.
Wat is optionele harmonisatie?
Hier is sprake van wanneer een Europese norm wordt vastgesteld die naast nationale normen blijft bestaan.
Wat is wederzijdse erkenning?
= als harmonisatiemethode het resultaat van de rechtspraak van het Hof. Op grond van rechtspraak van het Hof zijn de lidstaten gehouden om in eerste instantie elkaars regels te erkennen.
Wat is minimumharmonisatie?
Door minimumharmonisatie kunnen lidstaten - zelfs nadat harmonisatie heeft plaatsgevonden - hun nationale regels handhaven of nieuwe strengere regels invoeren.
Wat is totale harmonisatie?
Het uitgangspunt van harmonisatie brengt met zich mee dat het resultaat id dat voor iedere lidstaat 1 uniforme norm geldt. Hierbij hebben lidstaten geen mogelijkheid meer om zelfs regels hanteren welke afwijken van de communautaire norm. 
Wanneer mag art. 114 VWEU worden gebruikt?
Mag alleen worden gebruikt wanneer de harmonisatiemaatregel:
  • belemmeringen van het vrije verkeer wegneemt; of
  • merkbare verstoringen van de mededinging opheft

Wat zijn de meest relevante rechtsgrondslagen uit het Werkingverdrag?
art. 46 VWEU - harmonisatie ten behoeve van het vrije werknemersverkeer
art. 50 en 53 - harmonisatie ten behoeve van de vrijheid van vestiging en met name erkenning van diploma's
art. 59 VWEU - harmonisatie ten behoeve van het vrije verkeer van diensten
art. 114 VWEU - harmonisatie ten behoeve van de interne markt
art. 192 VWEU - harmonisatie op het terrein van miliebescherming
art. 352 VWEU - vangnetbepaling
Wat is harmonisatie?
Het proces van gelijkmaken van nationale regels .
Integratie vindt plaats door positieve integratie en negatieve integratie
positieve integratie ziet op het vervangen van verschillende nationale regels door een Europese norm

negatieve integratie bestaat uit het verbieden van regels van de lidstaten die het vrije verkeer verbieden