Samenvatting reclame, sponsoring en PR

-
136 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - reclame, sponsoring en PR

  • 1.1 wat is marketingcommunicatie

  • Wat is marketingcommunicatie
    Alle elkaaraanvullende en versterkende boodschappen die door een bedrijf worden uitgezonden met als intentie: kennis attitude en of gedrag van de voor de onderneming belangrijkste doelgroepen te beïnvloeden in een voor een bedrijf gunstige zin van het product en dienst
  • 1.2 marketingcommunicatiemix

  • Instrumenten die passen binnen de MC? 5
    1. Reclame
    2. PR
    3. winkelcommunicatie en promoties 
    4. sponsoring
    5. e marketing en direct marketing
  • 2.1 marketing

  • Definitie marketing concept
    Proces van planning en uitvoering van de ontwikkeling, prijsbepaling en promotie en distributie van ideeën, goederen en diensten met als doel ruiltransacties te creëren waarmee organisaties hun doelstelling verwezenlijken
  • Onderdelen marketing 4
    1) marketing concept:
    aanbieden van product en of dienst om noden en wensen en verwachtingen van consument te beantwoorden
    begint met idee --> niet gericht op consument
    2) focus op consument:
    bedrijfsprocessen op die manier organiseren dat de consument de focus wordt van het bedrijf
    ideeen zo vertalen dat de consument het kan gebruiken
    3) nagaan van noden wensen en verwachtingen
    uitvoeren van een marktonderzoek om noden en wensen en verwachtingen te analyseren
    4) antwoorden op de noden wensen en verwachtingen
    precies afstemmen van de 4 p's
  • 2.2 de vier p's

  • De vier p's: marketingmix McCharthy
    1. Productbeleid --> product
    2. prijsbeleid --> price
    3. distributiebeleid --> place
    4. promotiebeleid --> promotion 
  • 2.3 de marketingmix in evenwicht

  • Wisselwerking 4 p's?
    • Succes van het lanceren van product of dienst hangt af van een goed overwogen combinatie van de instrumenten 
    • promotie is slechts 1 van de instrumenten
    • andere instrumenten moeten worden onderzocht en hebben communicatieve waarde 
  • 2.4.1.2 markttype

  • Twee soorten producten:
    1. Consumentengoederen: volledig afgewerkte goederen 
    2. industriële goederen: half afgewerkte goederen --> meer technische informatie
  • 2.4.1.3 productlagen

  • Productlagen 4
    1. Eerste laag: fysiek product: kernattributen die  voordelen bieden bij het productgebruik (motor, banden)
    2. psycho-sociale laag: sociale waarde van het product, status symbool
    3. verpakking, merknaam, kwaliteitsniveau en design: niet de kern van het product
    4. installatie, garantie, dienst na verkoop en levering
  • 2.4.1.4 productaspecten

  • Productaspecten:
    1. Fysiek product: de concrete tastbare aspecten van een consumptiegoed --> wat het kan
    2. psyche-sociaal: de waarde/betekenissen van een product in een bepaalde samenleving --> wat het betekent
    3. attributen van het product
    4. dienstverlening --> meerwaarde 
  • 2.4.1.5 verschil dienst en product

  •  6 kenmerken dienst
    1. Momentopname, vluchtig
    2. product verkoop je, dienst bied je aan
    3. niet tastbaar
    4. dienst kan in een product veranderen --> DVD concert
    5. dienstverdeler nodig --> is dus veranderlijk
    6. onscheidbaar --> dienst wordt genuttigd op moment van de consumptie --> massage niet mee naar huis nemen
  • 2.4.1.6 producttypen en gevolgen voor de MC

  • Aantal typen producten op basis van betrokkenheid
    1. Betrokkenheid: persoonlijke relevantie van het product
        --> in welke mate vindt men het vervullen van de behoeften waarin het product voorziet belangrijk
    2. Betrokkenheidsniveau: hoge of lage, hoe belangrijk vinden mensen deze producten in hun leven (wasmachine hoog, snoep laag)
  • Hoe wordt de betrokkenheid bepaald? 3
    1. Karakteristieken van de consument: wie is de consument, waar staat de consument voor
    2. kenmerken van het product: fysieke kenmerken, wat is het, wat kan het
    3. situationele factoren: prijs, distributie
  • Twee aspecten die een rol spelen in het beslissingsproces:
    1. Betrokkenheid
    2. emotionele of rationele benadering (rationeel: rustig doordachte manier)
  • Onderscheiden producttypen op de consumentenmarkt:
    1. Gebruiksgoederen: convencience goods
    2. afwegingsgoederen: shopping goods
    3. speciale goederen: specialty goods
  • Gebruiksgoederen: 3
    • Frequente aankoop met minimale mentale en fysieke inspanning
    • prijs en kwaliteit zelden vergeleken
    • fysieke productverschillen heel klein
  • MC gebruiksgoederen:
    Hoge MC budgetten:

    • actiecommunicatie: gedrag beïnvloedende winkelcommunicatie --> visibiliteit creëren 
    • actiereclame en naamreclame om merkvoorkeur te stimuleren
    • promoties
  • Afwegingsgoederen? 4
    • Consument moet meer moeite doen
    • typisch duurzame goederen die minder aangekocht worden
    • vergelijken kwaliteit en prijs
    • elektronica meubels
  • MC afwegingsgoederen?
    Informatieve reclame en persoonlijke verkoop
  • Speciale goederen 2
    Unieke producteigenschappen vanuit merkenvoorkeur
    consument weet wat zij wilt
  • Mc speciale goederen? 5
    • Vooral merkreclame
    • geen vergelijking
    • vooral informatie over de plaats van verkoop
    • stimuleren van merkwoorden
    • sfeer distributie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat bedoelt men men: dit product is een icoon van deze waarden:
  • Teken wordt vervangen door een ander teken op basis van de gelijkenis die men wenst te gebruiken (st)
  • de metafoor functioneert op basis van condensatie en verschuiving:
    • condensatie: een object/setting vertegenwoordigt bepaalde waarden
    • verschuiving: de waarden van het object/setting gaan over op het product 
Strategie iconologie:
Sociale of natuurlijke waarden die door de setting (decor, personage) worden opgeroepen, worden overgedragen op het product:

  1. je wilt toch alle waarden die de levenswijze van deze klassen oproept (sé)
  2. dan dien je dit product te gebruiken('st)
  3. want.. Dit product is een icoon van deze waarden 
Gebruik angstmotief historisch:
Het gebruik van fear appeal is belangrijk: crisis van jaren 20 stimuleert het angstmotief in reclame
Kenmerken iconologie:
  • Body copy is een open structuur die een actieve ontvanger veronderstelt die zelf de Link zal leggen 
  • setting is van sociale (prestige, moderniteit, luxe) of natuurlijke aard (authenticiteit, zuiverheid, kracht)
  • personen zijn stereotypen van de klassen die ze vertegenwoordigen:
    • abstracte individuen, een ideaaltype die een bepaalde waarde vertegenwoordigen 
  • testimonials zijn belangrijk en gebruik van fear appeal: inspelen op angst voor sociale afkeur 
Historisch:
  • Opkomst radio --> meer uitgebreide narratieve reclame door dialogen in te bouwen
  • verschuiving van object naar subject, van product naar consument, van hard sell naar soft sell 
  • link tussen st en sé vervolledigd: moet door consument worden opgelegd 
  • waardetransfer van context naar product 
  • consument krijgt actievere rol --> moet link leggen tussen waarden van de context en het product als symbool 
Idolatie bij lancering nieuw product:
  1. Focus op productvernieuwing 
  2. isolatie als strategie
  3. creatief format 
Kenmerken reclame zelf:
Klemtoon ligt volledig op het kunnen van het product, niet op de consument: verering van het product op zich!!!
  • de tekst verwijst naar de intrinsieke kenmerken:
    • uitgebreide body copy: voor high involvemnet rationele producten of low invovlement die innovatief zijn 
    • beperkte body coup voor low i rationele bekende producten 
    • body copy heeft gesloten structuur
Leiss historische structuur boodschap: 3
  1. Je wil toch (effect) = sé/motivatie object
  2. dan dien je (product) te gebruiken (st, persuasie object)
  3. want (product) draagt deze betekenis (link tussen st en sé wordt uitgelegd)
Relatie st en sé?
Direct en puur functioneel, utilitair en rationeel:
  • geldbesparing
  • tijdsbesparing
  • praktisch, handiger 
Historisch:
  • Eerste periode in de moderne reclame geschiedenis
    • kennismaken met nieuwe producten van het fordisme
    • publiek overreden waarom deze innovaties belangrijk zijn in hun dagelijks levens
    • uitleggen hoe het product gebruiken
    • socialiserende, educatieve functie vervullen, expliciet informeren over de voordelen van de nieuwe producten