Samenvatting Research methods in psychology

-
109 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Research methods in psychology". De auteur(s) van het boek is/zijn Graziano & Vuijk. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Research methods in psychology

  • 1 Begrippenlijst

  • Scepticisme
    Oude ideeën ter discussie stellen
    Nieuwe ideeën genereren
    Kritisch zijn
  • Serendipiteit
    Ontdekking die per toeval tot stand is gekomen (penecelline)
  • Tenaciteit
    De vasthoudendheid/verharding aan ideeën zonder bewijs of scepticisme.
  • Rationalisme
    Kennis vergaeren door redenatie
  • Empirisme
    Kennis vergaren door observatie
  • Naief empirisme
    Kennis vergaren door enkel directe obseratie
  • gesofisticeerd empirisme
    Kennis door directe observatie maar accepteerd ook indirect bewijs van verschijnselen
  • Thales
    Griekse wetenschap. Bestudering van natuurlijke gebeurtenissen door observatie en redenatie.
  • Strato
    Ontwikkeling van experimenten door manipulatie en observatie
  • Socratus & Plato
    Terug bij af. Kennis enkel vergaren door redenatie.
  • Theologie
    Studie van god, en gods relatie met het heelal. Gebruik van empirisch onderzoek alleen in dienst van de kerk met het theologisch dogma. Kennis door revalatie (visioen, openbaring), rationalisme en autoriteit.
  • Wanneer werd wetenschap onafhankelijk van religie?
    In de 19e eeuw
  • Fylogenische continuiteit
    Gelijkheid van functie in mensen en dieren
  • Structualisme
    Doorgronden van de structuur van het menselijk bewustzijn. Was erg groot in Europa. Wundt opende het eerste lab in 1879 in Leipzig
  • Functionalisme
    Belangstelling voor de geest ipv de structuur. Vooral functionele vragen.
  • Gestalt psychologie
    Reactie op het structualisme. Kijken naar de structuur van de hele geest ipv alleen in stukjes
  • Voorwaarde crosscultureel onderzoek (2)
    1. Overeenkomst van de conceptuele betekenis van de theoretische constructen binnen culturen
    2. Overeenkomst m.b.t. de relevantie van de gehanteerde instrumenten tussen culturen.
  • Feiten
    waarneembare gebeurtenissen. In psychologie meestal gedrag
  • assumpties
    Ideeën die voorzichtig voor waar aangehouden worden zondere verdere toetsing
  • Construct
    Abstract begrip afgeleid uit waarneming.Zoals geheugen, intelligentie en persoonlijkheid
  • Reificatie van een construct
    Gebruik van een contruct net of het echt gebruikt wordt. Kan gevaarlijk zijn, kijk naar freud en ze onzin
  • Inference
    Gevolgtrekking
  • Barnum statement / barnum effect
    Vage persoonlijkheidsomschrijving opvatten als typerend
  • all-or-non bias
    Aanname dat een statement of helemaal waar is, of helemaal onwaar. Terwijl hij ook bijna altijd waar kan zijn.
  • Nominal fallacy /  nominale redeneerfout
    De benaming van iets gebruik om het uit te leggen.
  • Evaluatieve bias of language
    Door taal toch een subjectieve beoordeling aan een objectief intrument
  • Similarity - uniqueness paradox
    De neiging om 2 dingen als gelijk of als verschillend te zien. Kan blind maken voor belangrijke elementen.
  • Model
    Eenvoudige representatie van de werkelijkheid
  • Inductief redeneren
    Van een specifieke situatie naar een algemeen idee.
    Concreet -> abstract
  • Deductief redeneren
    Van een algemene theorie naar een voorspelling
    Abstract -> concreet
  • Proces of induction
    Na een aantal dezelfde ervaringen een conclusie trekken
  • theorie
    Vereenvoudigd voor het verklaren van complexe fenomenen en het doen van voorspellingen. Geheel aan hypotheses, denkbeelden en verklaringen. moet:
    - toetsbaar zijn
    - falisifeerbaar (mogelijkheid tot weerleggen)
    - functioneel sterk
    - parsimonious (simpel, eenvoudig, samenhangend)
  • Functionele theorie
    Zowel inductie als deductie
  • Sterke theorie
    Bestaat uit specifieke toetsbare voorspellingen
  • Valide theorie
    Specifieke toetsbare voorspellingen bewezen door observatie
  • Inductieve theorie
    Blijft dicht bij de data. In stand gekomen door observatie
  • Deductieve theorie
    Deductie is de hypothese die emperisch getoets wordt. Is logisch afgeleid uit eerdere gegevens. Op basis van een uitspraak toetsen
  • Twee dimensionaal model van onderzoek
    Fasen van onderzoek en mate van contraint
  • Precisie-relevantie probleem
    Hoog contraint is precies maar misschien niet relevant voor het onderzoek. Je moet het hoogst mogelijke contraint kiezen
  • Continuiteitshypothese
    Vanaf dieren generaliseren naar mensen
  • Heuristische invloed
    Voorgaand onderzoek wekt interesse doordat het veel reuring veroorzaakt. Denk aan freud
  • Systematische invloed
    Voorgaand onderzoek doet toetsbare voorspellingen voor verder onderzoek.
  • Gedragsvariabele
    Waarneembare respons van een organisme
  • Stimulus variabele
    Omgevings variabele. Dingen uit de contect die invloed kunnen hebben.
  • Organismische variabele
    Subject variabele.  Kenmerken pp

    Geobserveerde organismische veriabele: direct waarneembare kenmerken.
    Respons inferred: niet direct waarneembaar

    Beide worden gebruikt voor classificatie
  • Intuitief meten
    Nummers staan voor dingen die het echt zijn. Bijvoorbeeld het aantal seconde
  • Willekeurig meten
    Nummers om dingen aan te geven. Zoals m/v
  • Abstracte getallenstelsel /  nummersysteem
    Identiteit: nr heeft een specifieke bedoeling
    Grootte / magnitude: Getallen in volgorde van klein naar groot
    Interval: Verschil tussen de eenheden is hetzelfde
    welkelijk 0 punt: 0 = niets
  • Meetschalen
    Nominaal: identiteit
    Ordinaal: identiteit en grootte
    Interval: identiteit, grootte en interval + en -
    Ratio: Alles x en :
  • respons set bias
    Neiging tot het juiste. bijvoorbeeld sociale wenselijkheid
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Frustratie effect
Piek van het ongewenste gedrag vlak na de start van de behandeling
Onderbroken time-series design
Meerdere metingen. 1 groep pretest-posttest design
Cross-over effect
Experimentele groep wordt beter dan het gemiddelde
Niet equavalente controle-groep design
PP worden random toegewezen. Maar omdat er daardoor hele verschillende groepen ontstaan moet je opassen met conclusies etc
Quasi experimentele designs
Hoog contraint. Is bijna een experiment maar er is geen manipulatie en geen random toewijzing van de pp
3 type generalisatie
Naar grotere populaties, door de tijd heen en naar veld settings
Gemixte designs
Between & with in
Gemanipuleerde en niet gemanipuleerde variabele
Beide
Dichotoom
1 variabele, 2 factoren
Factor
Onafhankelijke variabele
Interactie effect
Effect dat de hoofdeffecten elkaar versterken. Is altijd aanwezig behalve als de lijn parallel loopt. Bereken het verschil tussen de condities en als dat gelijk is is er geen interactie effect.