Samenvatting Reuzen van de sociologie

-
229 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Reuzen van de sociologie

  • 1 Introduction

  • enlightenment
    > 1750-.. relatief vrij van de overheid. zelf nadenken werd gestimuleerd. reflectie. maar ook teleologisch: het gebruik van de rede leidt tot proces en vooruitgang (het wordt beter)
  • de tweedeling in sociologische theorieen
    - benadrukken succes van sociale integratie (structureel functionalisme 1930-1970)
    - benadrukken beperkingen en negatieve gevolgen van sociale integratie en de conflicten die daarin een rol spelen (conflicttheorie> 1960)
  • comte:- Drie stadia herkenbaar in de ontwikkeling van het menselijk denken:

    > 1. Theologische (bovennatuurlijke verklaringen) mensen waren vroeger geneigd verklaringen te zoeken in het bovennatuurlijke.

    > 2. Metafysische (bovennatuurlijke wordt vervangen door ziel en rede) bovennatuurlijke wordt vervangen door iets van een ziel maar ook rede

    > 3. Positivistische (verschijnselen worden verklaard door andere verschijnselen, op zoek naar wetmatigheden door empirisch onderzoek) We zitten nu in een positivistisch stadium: alles verklaren door andere ervaringen, patronen zien en verklaren. Kwantitatief onderzoek doen. Wetten in de samenlevingen zoeken. 
  • comte : sociology
    kwam met het concept social physics: analyse van sociale systemen in hun contect en methodes om generalisaties te maken
  • adam smith
    niet alleen de regering maar ook de markt kan de samenwerking organiseren. onderzoek naar policies en invloed op de economie
  • secularization theory
    when modernity increases salience for religion declines
  • Nonrationeel
    Acties op basis van idealen, normen en waarden, gewoonten en traditie
  • Rationeel
    actie op basis van strategische keuzes om winst te maximaliseren en kosten te minimaliseren
  • Theorie
    Een systeem van algemene uitspraken of voorstellingen over een bepaald fenomeen
  • 2 Marx and Durkheim: macro

  • heilig en profaan
    Symbolen worden geclassificeerd als heilig of profaan. Heilig verwijst naar 'bovenaf' het heilige rijk, buiten de wereld van alledag. Profaan verwijst naar de alledaagse wereld, het alledaagse routine. 
    In rituelen worden betekenissen van symbolen als heilig constant gereproduceerd.
  • symbols
    Symbolen zijn voorstellingen representaties die gemeenschappelijke ideeën en betekenissen oproepen bij mensen. Zoals bijvoorbeeld de bijbel. De betekenis van symbolen zijn vaak geinternaliseerd. Symbolen zijn daarom in staat om een gedeeld gevoel en het gevoel van een eenheid of gemeenschap (community) op te roepen tussen individuen en daarmee kunnen symbolen ook sociale cohesie bewerkstelligen net als rituelen. (Symbolen worden vaak gebruikt in rituelen).
  • rituals
    Rituelen zijn handelingen die herhaald worden. Durkheim legt hier de nadruk op de bindende eigenschap van rituelen. In een ritueel wordt men zich bewust van het 'gezamenlijke'. Ongeacht individuele verschillen kan een ritueel een moment van sociaal en collectief bewustzijn bewerkstelligen. In een ritueel krijgt men een ons-gevoel. Het gaat om de gedeelde ervaring en aandacht die alle deelnemers van het desbetreffende ritueel verbindt. Een voorbeeld is een verjaardag. 
    Sociale cohesie wordt versterkt door het samenzijn en het bewustzijn hiervan. Het gaat om gedeelde sentimenten.
  • solidarity
    - Mechanische solidariteit: kenmerkt zich door likeness, Dit is kenmerkend voor kleinere, traditionelere samenlevingen. Iedereen is hier gelijk en heeft dezelfde waarde. Ons-kent-ons.
    - Organische solidariteit: door de arbeidsdeling die kwam met de Industriele Revolutie is men nu onderdeel van grote. complexe heterogene samenleving. Toch gaat cohesie niet verloren omdat men in toenemende mate afhankelijk van elkaar wordt (interdependency). Maar, dit kan zo ver gaan dat het over de top is: als die arbeidsdeling zo ver wordt doorgevoerd leidt dat tot een situatie waarbij niemand zich meer verbonden voelt aan het gehele proces. Er kan dus te veel en te weinig worden gereguleerd. Te veel arbeidsdeling leidt tot situaties die vergelijkbaar zijn met het concept 'vervreemding' van Marx. 
  • collective conciousness or collective representation
    Het collectief bewustzijn is het totaal van gemeenschappelijke overtuigingen en gevoelens van de gemiddelde burger in een samenleving, die een onafhankelijk systeem vormt van de individuen dus een 'eigen leven' leidt.  
    De samenleving heeft dus een bepaalde macht of dwang over de individuen in de samenleving, en daarmee wordt individueel gedrag beïnvloedt.

    Collectieve presentaties is een collectief bewustzijn van gedeelde idealen die gevormd worden in symbolen. Collectieve representaties en morele gevoelens hebben een motiverende kracht en worden gereproduceerd in rituelen.
     
  • suicide in modern society
    - lack of moral regulatien (anomie)
    - lack of social integration (egoism)
  • suicide
    suicide is an intensly individual act

    social integration:
    -too little: egoism (je voelt je niet meer betrokken bij de groep, depressie, eenzaam)
    - too much: altruism (zelfmoordterrorist, sekte, je eigen belang wordt buiten boord gezet)

    moral regulation:
    too little: anomie: men weet niet meer wat de norm is, zonder kader geen vrijheid maar leegte
    too much: fatalistic (highly repressive regimes, wat ik ook doe het maakt niet meer uit)
  • hoe herken je een sociaal feit?
    - general throughout society
    - external constraint over individual
    - letten op sociale feiten die er aan voor af zijn gegaan
    - de functie van een sociaal feit moet gezicht worden in de relatie die het heeft tot een bepaalde sociale uitkomst
  • solidariteit
    2 soorten:
    - mechanische: traditionele smanelevingen gebaseerd op gelijkheid (likeness), ons kent ons
    - organische solidariteit: gebaseerd op ongelijkheid en complexiteit maar door arbeidsdeling toch afhankelijk van elkaar

    organische solidariteit bestaat door:
    - integratie: informele dagelijkse contacten
    - instituties: socialisatie door regulatie
  • social facts
    Durkheim zegt dat sociale fenomenen behandelt moeten worden als 'dingen' oftewel sociale feiten. Dit zijn zelfstandige fenomenen die los staan van de intenties van individuen. Dus deze feiten oefenen dwang uit op het individu en beïnvloeden daarmee het handelen. Sociale feiten liggen aan de grondslag van de sociologie, volgens Durkheim is sociologie de studie van sociale feiten. 
    Er zijn twee soorten sociale feiten: 
    Materiele: dit is de fysieke structuur die ons leven beïnvloedt
    Nonmateriele: dit zijn normen, waarden en overtuigingen die ons leven beïnvloeden
  • drukheim's vragen
    wat houdt een samenleving bijeen? vragen gericht op: stabiliteit
    dwang van structuur belangrijk 
  • herbert spencer
    Spencer stelde  dat de samenleving eigenlijk hetzelfde is als een organisme. Mensen hebben verschillende functies in de samenleving maar samen kunnen ze pas het functioneren van het geheel verwezenlijken. Daarom zijn mensen 'interdependent'. Net als bij een lichaam hebben alle organen elkaar nodig om het lichaam te doen leven maar functioneren zij eigenlijk ook weer los van elkaar.
    Spencer stelde dat met de industrialisatie samenlevingen veel complexer en heterogener worden. Hierdoor worden mensen ook steeds afhankelijker van elkaar omdat ieder een specialisatie heeft en dus afhankelijk is van de ander in zijn levensvoorziening (arbeidsdeling als middel voor solidariteit en binding)
  • society is
    collectief als een organisme (eerste tekenen structureel functionalisme)
    it cannot exist without social solidarity
  • sociology (durkheim)
    het bestuderen van sociale feiten. 
  • marx was wrong because
    - onderdrukking leidt niet altijd tot revolutie
    - er zijn niet enkel twee klassen
    - er is een beroepsgroep waar geen sprake is van het bezitten van productiemiddelen (zorggsector)
  • conspicious consumption
    wasting money for status (manifest function: nodig hebben, latent function: status) by merton
  • heersende klassen worden steeds breder
    elke nieuwe heersende klasse wordt gedwongen haar belang als gemeenschappelijk belang voort te zetten 
  • why men are different than animals
    omdat mensen hun eigen bestaansmiddelen zijn gaan produceren en hierdoor produceren ze indirect hun materiele zelf
  • superstructure
    the base comprehends the forces and relations of production — employer-employee work conditions, the technical division of labour, and property relations — into which people enter to produce the necessities and amenities of life. These relations determine society’s other relationships and ideas, which are described as its superstructure. The superstructure of a society includes its cultureinstitutions, political power structures, rolesrituals, and state. The base determines (conditions) the superstructure.
  • historisch materialisme
    material existence, bezit, motors change and therefore history because what people are is determined by their economic conditions
    In het historisch materialisme wordt de wereldgeschiedenis in grote mate bepaald door materiëleeconomische, omstandigheden; deze worden beschouwd als de oorzaak voor de sociale verhoudingen en de verdeling van maatschappijen in klassen, die voortdurend strijd met elkaar leveren.
  • hoe verlopen revoluties?
    Het begint bij bewustwording van de marginale positie van de arbeiders, dan zullen zij zich verenigen, dan komen ze in opstand, dan werpen ze de heersende klassen omver. Ze nemen het over en daarmee is de heersende klasse breder geworden. Verschillen tussen de klassen worden daarom steeds kleiner (tussen onderdrukt worden en onderdrukken). Zo zal het telkens gaan in de geschiedenis tot uiteindelijk privé bezit collectief is geworden waardoor er geen onderscheidt meer op basis van klasse mogelijk zal zijn.
  • gramsci
    de rol van ideen in macht: consent. the working class is socialized into an ideology that works against their own interests
  • klassebewustzijn
    Marx zegt dat klassebewustzijn de eerste stap is in het proces tot revolutie en dus sociale verandering. Arbeiders moeten zich bewust worden van hun lage positie op de sociale ladder en de uitbuiting door de productiemiddelen bezittende klasse. Zodra zij hier bewust van worden zal het proletariaat in opstand komen en de bourgeoisie omver gooien. Uiteindelijk zal dit leiden tot een gelijke, communistische samenleving waar bezit niet privé maar collectief is waardoor er geen onderscheid meer zal bestaan op basis van klasse aangezien dit gebaseerd is op materieel bezit. 
  • uitbuiting
    Volgens Marx werden arbeiders uitgebuit omdat zij afhankelijk zijn van de kapitalisten voor een salaris: het enige dat zij bezitten is hun arbeidskrachten.
    Maar het salaris wordt ook bepaald door de kapitalisten, en onafhankelijk van de hoeveelheid winst die wordt gemaakt op het product waar zij aan werken blijft dit altijd het minimum loon. Daarom is er sprake van arbeid: de kapitalist krijgt alle winst en de arbeiders het minimale voor hun verleende arbeid. Er is sprake van een concentratie van rijkdom die dus niet gelijk verdeeld wordt. 
  • arbeidstheorie van waarde
    De arbeidstheorie van waarde houdt in dat de waarde van een product af te leiden is van de hoeveelheid arbeid die nodig was om het te produceren. Dus er wordt niet gekeken naar grondstoffen of vraag en aanbod maar enkel naar de arbeidskosten.
  • surplus waarde
    Surplus is de waarde gecreëerd door de arbeider buiten zijn loonkosten, en daarom is deze waarde 'eigendom' van de werkgever, de kapitalist.
    Marx zegt dat door het kapitalistische systeem men de surplus waarde wilt maximalizeren. Dit resulteerde in  een gigantische productiviteit. Economische surplus is omgezet in kapitaal (geld) en wordt uitgedrukt in geld. De economische surplus gaat enkel naar 'the owner of the means of production'. De arbeider wordt per uur betaald, maar krijgt niets van de surplus die geproduceerd wordt. Hierdoor worden arbeiders geexploiteerd. Revolutie kan hier een einde aan maken. Communisme is het utopia omdat wanneer de 'means of production' niet meer in handen zijn van 1 klasse maar van het collectief dan is exploitatie niet meer mogelijk. De surplus wordt dan verspreid onder de werknemers. Ook alienation zou hierom beeindigd worden want de werknemer is nu deel van het bedrijf in plaats van 'loonslaaf'. Daarom oefent hij/zij macht uit over het productieproces dus controle op wat er geproduceerd wordt. Daarom is de werknemer niet meer vervreemd van het product.
    Daarom buit kapitalisme uit, omdat in dit systeem de surplus waarde enkel aan de heersende klasse toekomt en niet aan zij die deze waarde produceren, de arbeiders.
  • kapitaal
    Kapitalisten hebben kapitaal. Dit omschrijft Marx als bijvoorbeeld geld of land. Arbeiders hebben dat niet en moeten hun arbeid verkopen. 
    In het boek 'das Kapital' van Marx zegt hij dat kapitalisme een belangrijke oorzaak is van de exploitatie van arbeid. De klasse die de productiemiddelen bezit bepaald niet alleen het loon van de arbeider maar exploiteert deze ook omdat de arbeider niks toe krijgt van de winst die wordt geproduceerd. Dit komt doordat kapitalisme bevordert dat men constant maximalisatie van kapitaal nastreeft. Daarom vind Marx dat het kapitalisme een belangrijke oorzaak is van sociale ongelijkheid. 

  • krachten en productierelaties
    Volgens Marx zijn er verschillende 'krachten voor productie'. Dit zijn onder andere grondstoffen, technologie, machines en fabrieken. 
    De relatie (toegankelijkheid) die individuen hebben tot deze productiemiddelen, bepalen de positie in de samenleving. Klasse verschillen zijn dus hierop gebaseerd.  

  • alienation(vervreemding)
    Arbeiders verkopen niet alleen hun diensten maar ook hun ziel zegt Marx. De arbeider krijgt door de industrialisatie enkel een simpele taak. Arbeidsdeling is zo gespecificeerd dat de arbeider in principe bijvoorbeeld alleen het dopje op de fles hoeft te draaien. Dit is efficiënt voor de productie, heeft de bourgeoisie ontdekt, en zij zijn immers altijd gericht op het meeste winst te behalen. Maar door deze arbeidsdeling is de werker niet meer creatief. Volgens Marx moet de arbeider actief zijn in het vrijwel gehele productie proces. Vervreemding houdt in dat de arbeider zich enkel bezighoudt met een klein deel van het productieproces waardoor hij vervreemd wordt van het eindproduct. 
    "If men functions like a machine - a human is de-humanized."
  • marx algemeen
    Klassenstrijd (conflict) is de basis van de samenleving. Grofweg spreekt Marx van twee klassen: een dominerende (bourgeoisie) en een ondergeschikte (proletariaat). Het proletariaat moet zich bewust worden van de slechte positie in de maatschappij die zij innemen, pas dan kunnen zij zich organiseren en de macht hebbende klasse omver werpen. Dit zou leiden tot communisme (utopia) zei Marx omdat er dan geen privé maar collectief bezit zou zijn waardoor er geen ongelijkheid meer is. Een centrale, socialistische economie zou dit garanderen. Echter in de praktijk is later in de geschiedenis communisme anders geïnterpreteerd waardoor dit niet tot gelijkheid maar juist ongelijkheid leidde
  • proletariaat
    deze bezitten geen productiemiddelen en zijn genoodzaakt diensten te verkopen in ruil voor geld (arbeid) maar de hoogte van hun salaris wordt ook bepaald door de bourgeoisie. 

  • bourgeoisie
    dit is de heersende klasse. Deze bezit de productiemiddelen en heeft arbeiders in dienst. De arbeiders zijn afhankelijk van de bourgeoisie vanwege hun loon. Marx zegt dat er sprake is van uitbuiting van de arbeiders door de bourgeoisie omdat deze hen enkel betaald voor de geleverde arbeid en zij niet profiteren van de winst die wordt gemaakt.
    De bourgeoisie heeft niet alleen economische macht maar ook politieke.
  • klassen
    Marz zei dat materieel bezit leidt tot verschillen in klassen in de samenleving. Klassen zijn dus groepen van individuen die hun relatie tot het bezit van productiemiddelen gemeen hebben.
  • saint-simon
    christelijk socialist. streefde aar een samenleving gebaseerd op ethisch broederschap om egoisme en uitbuiting tegen te gaan. passie voor rechtvaardigheid
  • hegel en marx verschillen
    hegel: ons bewustzijn verstoord onze strijd naar het ontdekken van de ultieme waarheid
    marx: nee privé bezit doet dit (de ongelijke verdeling van productiemiddelen)

    hegel: verandering van het bewustzijn is de drijfveer van de samenleving
    marx: materieel bezit en de ongelijke verdeling is de drijfveer van de samenleving (historisch materialisme
  • Hegel en Marx overeenkomsten
    - naar een Utopisch einde (hegel: ultieme waarheid / marx: communisme)
    - conflict als drijvende kracht: these x antithese > synthese

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

veiligheid versus gevaar
steeds meer gevaren

vertrouwen versus risico
kenmerkend moderne sml omdat deze niet meer tranparant zijn
structuratie circulair
1. bij sociale interactie houden individuen hun eigen gedrag en dat van anderen in de gaten en het systeem waar interactie plaatsvindt
2. se interpreteren sociale interactie op basis van wat vanzelfsprekend is
3. de motivatie voor interactie komt voort uit (onbewuste) wensen en behoeften
4. het bewuste bedoelde gedrag wordt gevormd door onbedoelde gevolgen van gedrag en die weer onbewuste behoeften creeeren (loopback)
structuration theory
De structuratietheorie is een poging een van de klassieke dilemma’s in de sociale theorie op te heffen.
Met de structuratietheorie tracht Giddens de bovengenoemde benaderingen dialectisch te verenigen. Gedrag en structuur zijn immers op elkaar betrokken. Door onder andere het socialisatieproces leunen individuen op de sociale structuur, maar met hun handelen kunnen individuen ook bijdragen aan veranderingen in de sociale structuur. Er is sprake van een voortdurend proces van instandhouding en vernieuwing. De maatschappelijke structuur is zowel het medium als de uitkomst van het individuele handelen. De maatschappelijke structuur legt enerzijds beperkingen op, maar maakt anderzijds dat handelen ook mogelijk. Het individu is geen willoze pion of marionet, voortbewogen door regels waarop hij of zij de greep heeft verloren. Giddens stelt daarentegen de handelingsbekwame actor centraal met een begrensde vrijheid en een eigen verantwoordelijkheid. Hij kan met zijn handelen dingen in de wereld om hem heen veranderen. De handelingsvrijheid wordt begrensd door al dan niet onderkende beperkingen en ook door onvoorziene en onbedoelde consequenties van het individuele handelen.
agency giddens
Giddens zegt dat individuen bewust acties ondernemen. Agency refereert naar de mogleijkheid van een individu om een actie uit te voeren en de mogelijkheid om deze actie te verklaren. 
Kortom, agency wil zeggen dat mensen niet slachtoffers zijn van een externe macht (structuur) maar dat zij zelf de mogelijkheid hebben de structuur de 'maken'.
stuctuur giddens
Structuur zijn de regels en resources die door individuen gebruikt worden in de productie van sociale acties. 
Structuur bestaat volgens Giddens alleen op het moment dat deze in gebruik is. 
systeem (giddens)
Systemen zijn patronen van relaties georganiseerd als sociale praktijken. Deze bestaan niet uit structuren maar hebben 'structural properties'. Dus sociale systemen zijn herhaalde patronen van interacties. 
dualiteit van structuur en individu
Dualiteit van de structuur is dat zowel de samenleving voor het bestaan afhankelijk is van het individu, maar ook het individu van de samenleving (interdependency). Het individu creëert de samenleving maar deze beïnvloedt ook weer het individu. Dus sociale structuren zijn zowel het product van sociale acties als een voorwaarde voor sociale actie. 
discursive conciousness
Discursive consciousness: dit betekent dat mensen zich bewust zijn waarom ze een bepaalde handeling verrichten (agency). Ze doen dit met bepaalde bedoelingen en kunnen deze benoemen.  

practical conciousness 
Hierbij refereert Giddens naar de betekenissen van sociale actie die men niet goed onder woorden kan brengen maar zich wel bewust van zijn. Zoals vanzelfsprekendheden, je weet wel waarom als je erover nadenkt maar het uitleggen is een ander verhaal.