Samenvatting Ruitervitaal Coach module II

114 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Ruitervitaal Coach module II

  • 1.1 spieren van de romp

  • Hoe heet de rompspier die in het middenrif ligt en helpt bij de ademhaling?

    M. Diafragma 
    naam: diafragma = middenrif

    Functie: ademhaling

    origo: rondom de borstholte
    insertie: peesplaat ih midden vd spier
  • Hoe heet de rompspier die de 4 zijdige lendenspier heet en zorgt voor lateraal flexie (zijwaartse buiging)vd wervelkolom
    M. Quadratus Lumborum (QL)


    naam: 4 zijdige lendenspier

    Functie: lateraalflexie (zijwaartse buiging) van de wervelkolom

    origo: os ilium (darmbeen)
    insertie: L1-L4 (lumbaal - lage rug) en 12e rib
  • Hoe heet de rompspier met de naam: veel gespleten rugspier die een belangrijke stabilisator is van de wervelkolom

    M. Multifidus (veel gespleten rugspier)

    spiergroep: diepe rugspieren

    functie: stabilisator vd wervelkolom
    dorsaalflexie, lateraalflexie, rotatie en stabilisatie vd wervelkolom

    origo: Os sacrum (heiligbeen) langs lumbale (lage rug) en thoracale (borst) wervels
    insertie: eindigt op de 2e cervicale wervel (axis)
  • 1.2 spieren van de nek

  • Hoe heet de 2 koppige halsspier die zorgt voor de buiging en draaiing vh hoofd

    M. Sternocleidomastoideus

    Naam: halsspier

    functie: ventraalflexie (buiging richting buik) van de cervicale (hals) wervels, lateraalflexie en rotatie vh hoofd
    hulpademhalingsspier

    origo: os sternum (borstbeen) en os clavicula (sleutelbeen)
    insertie: cranium (schedel) lateraal
  • Hoe heet de schuine nekspier die zorgt voor de dorsaal- en lateraalflexie en rotatie van de nek

    M. Scaleni

    Naam: schuine spieren. Van latijnse woord: scalenus = verschillend

    functie: dorsaal flexie (buiging richting de rug), rotatie en lateraalflexie vd nek

    origo: C3-C7 (cervicale = nek wervels)
    insertie: 1e -3e rib
  • Hoe heet de lange spier vh hoofd die de nek ventraal en lateraal buigt

    M Longus capitis

    Naam: lange spier vh hoofd

    functie: ventraal flexie en lateraal flexie in de nek

    origo: C3-C6 ventraal
    insertie: cranium ventraal
  • 2 Gevorderde inspanningsfysiologie

  • Wat is de kringloop die begint bij zonlicht, fotosynthese bij planten en waar zuurstof vrijkomt?
    Biologische kringloop van energie
  • Welke voedingsstoffen worden door de bladgroenkorrels van planten gemaakt door het samenkomen van zonlicht, water en koolstofdioxide en waarbij zuurstof vrijkomt
    -1. Glucose (suiker)
    -2. Lipiden (vetten)
    -3. Eiwitten
    -4. Cellulose
  • Hoe heet de mechanische energie die ontstaat uit chemische energie, omdat we voedingsstoffen uit voedsel niet direct kunnen aanwenden als energiebron voor spiercontracties
    Adenosinetrifosfaat  ATP
  • Hoe heet het proces als er 8 kcal per mol ATP aan warmte (energie) vrijkomt bij afbraak van 1 van de 3 fosfaatverbindingen uit ATP (adenosinetrifosfaat)
    Adenosinetrifosfase
  • Wat blijft er naast fosforzuur over na het afbreken van 1 fosfaat
    Adenosinedifosfaat (ADP)
  • In welke energiecentrales van een cel vindt de adenosinetrifosfase en resynthese (aanvulling) plaats
    Mitochondriën
  • Welke energiecentrales bestaan uit een binnenste en een buitenste celmembraan met daartussen de intermembranale ruimte
    Mitochondriën
  • Hoe heten de plooien van het binnenste membraan (matrix) van de mitochondriën
    Crista
  • Hoe heet het binnenste van het membraan van de mitochondriën waar energieverbranding plaatsvindt?
    Matrix
  • Welke verschillende anaerobe en aerobe energiebronnen voor onze cellen zijn er om de voorraad ATP aan te vullen (resynthese) zodat de cellen kunnen blijven functioneren
    1. Fosfaatsysteem (creatinefosfaat, anaeroob)
    2. Melkzuursysteem (glycogeensplitsing, anaëroob)
    3. Glycogeensplitsing (aeroob)
    4. Krebcyclus (aeroob)
    5. Elektronentransport (aeroob)
    6. Vetzuurspliting (aeroob)
    7. Eiwitsplitsing (aeroob)
  • Waardoor verschilt de hoeveelheid energie die vrijkomt per energiebron
    1. Vermogen (hoeveelheid)
    2. Capaciteit (duur)
  • Door welk enzym wordt de snelheid van de chemische reacties in de energiebron fosfaatsysteem verhoogd
    Eiwitten
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat bestaat uit de volgende onderdelen:strategiebepaling, planning, voorbereiding, periodisering en uitvoering?
Tactiek
Wat heeft als doel om met zo min mogelijke inspanning zo veel mogelijk prestaties te kunnen leveren.
Techniek
Wat zijn legale stimulerende middelen?
-voedingssupplementen
-pijnstilling
Bij de intake probeer je al informatie te krijgen over een aantal mentale aspecten als discipline, drijfveren, denkwijzen en zelfverzekerdheid. Hoe heten deze eigenschappen?
Persoonlijke psychische eigenschappen
Waar moet je op coachen voor, tijdens en na de trainingen?
-voldoende beweging
-voldoende rust
-verantwoorde voeding (leefstijl)
Welke factoren zijn van invloed op de verloop van de trainingen en de vooruitgang?
Aanleg, constitutie en gezondheid
Belangrijke aspecten die van invloed zijn op het prestatievermogen vd sporter:
1. Grondmotorische eigenschappen (coördinatie, lenigheid, uithoudingsvermogen, snelheid, kracht)
2. Materiële omstandigheden (gevarieerd en goed materiaal)
3. Aanleg, constitutie, gezondheid
4. Leefstijl
5. Persoonlijke psychische eigenschappen
6. Stimuleren middelen
7. Techniek en tactiek
Welke verschillende soorten kracht zijn er?
-duurkracht
-spierkracht
-snelkracht
-maximale kracht = 1RM
-explosieve kracht
-krachtuithoudingsvermogen
-hypertrofie
Hoe heet de training die het vermogen vd spier verbetert door spiervezels te laten verdikken
Neuromusculaire training
Welke coördinatie zorgt voor het activeren van zoveel mogelijk motorunits, zodat de capaciteit vd spier maximaal benut wordt en optimale kracht kan leveren
Intermusculaire coördinatie