Samenvatting Ruwbouw

328 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Ruwbouw

  • 1.1 Programmagids

  • Duurzaam bouwen
    Op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het klimaat.
  • Hoe duurzaam bouwen verwezenlijken?
    Ik moet kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers kunnen communiceren.
  • Duurzaam
    Minimaliseren van de milieu-impact gedurende de ganse levenscyclus van het gebouw.
  • Milieu-impact
    • grondstoffenschaarste
    • pollutie, grond, water, lucht
    • klimaatverandering(CO2)
    • biodiversiteit (50% tegen 2100)
  • Levenscyclus
    • Ontginning
    • fabricage
    • constructie
    • gebruik en onderhoud
    • renovatie
    • afbraak
    • afval
    • hergebruik of recyclage.
  • Grondstoffenenschaarste
  • Klimaatverandering
  • Duurzaam bouwen is een grote uitdaging?
    Door de sterke groeiende wereldbevolking
    en door de intentie om de ganse wereldbevolking sociaal-economisch op het peil van de westerse wereld te brengen, enkel op te lossen door internationaal en samenhangend  beleid op lange termijn.
  • Sterk groeiend wereldbevolking
  • affluence: rijkdom BBP: geldwaard van alle geproduceerde goederen en diensten 
    (GDP : gross domestic product)
  • Impact op het milieu:  I = P . A .T
    Impact= population . Affluence . Technology
  • Technology: max factor 20, gemiddelde factor 10
    • product-verbetering: factor 2 
    • product-innovatie: factor 5
    • innovatie in functievervulling: factor 10 
    • systeem-innovatie: factor 20 
  • Product-verbetering: factor 2
    • Verlaging energieverbruik
    • Ander materiaal
    • Zuiniger in materiaalverbruik
  • product-innovatie: factor 5
    • overgang wegwerp naar herbruikbaar 
    • nieuwe technologieën
  • innovatie in functievervulling: factor 10
    • nieuwe concept: PC verbonden met centrale server 
    • huren van auto’s of fietsen
  • systeem-innovatie: factor 20
    • plastics op basis van planten 
    • vleesvervangers 
  • emissiereductie (klimaatverandering)
    Kyoto (1997): 5% minder emissie in 2012 tov 1990
    voor max. 2 °C stijging tov pre-industriële niveau: 45% minder emissie in 2020 tov 1990 nodig
    Parijs (2015): max. 2 °C stijging t.o.v. het pre-industriële niveau, streefdoel is zelfs 1.5 °C
  • emissiereductie (klimaatverandering)
    Parijs (2015): max. 2 °C stijging t.o.v. het pre-industriële niveau: reductie emissie broeikasgassen beloofd door:
    • China: 60 à 65% (2030 tov 2005) 
    • VS: 26 à 28% (2025 tov 2005) 
    • EU: 40% (2030 tov 1990) 
    • India: 35% (2030 tov 2005) 
    • Rusland: 25 à 30% (2030 tov 1990) 
    • Japan: 26% (2030 tov 2013) 
  • broeikasgassen (wereld 2004)
    • CO2 : fossiele brandstof: 57% 
    • CO2 : ontbossing: 17% 
    • CO2 : overige: 3% 
    • CH4 : methaan: 14% 
    • N2O: meststoffen: 8% 
    • F: CFK’s: 1%
  • CO2 uitstoot concreet
    • CO2 uitstoot: 5 t/p.y (wereld, 10 t/p.y in België) 
    • hiervan is 2.3 t/p.y afkomstig van vervoer met auto (20000 km/y met twee inzittenden) 
    • met de trein zou dit zijn: 0.32 t/p.y (8x minder) 
    • extra Brussels naar New-York (14000 km) met vliegtuig: +2.3 t/p.y
  • CO2 uitstoot concreet
  • broeikasgassen (wereld 2004) afkomstig van
    • gebouwen: 8% (directe uitstoot) 
    • energiebevoorrading: 26% 
    • transport: 13% 
    • industrie: 19% 
    • bosbouw: 17% 
    • afval, afvalwater: 3% 
    • (landbouw: 14%)
  • broeikasgassen (wereld 2004)
    gebouwen:
    • materialen en energie om te bouwen (of af te breken)
    • energie om comfort te verzekeren, aanvoer water, afvoer afval 

    goed voor 40% van wereldwijde energievraag, verbruik van grondstoffen en CO2 - emissie 

    goed voor 12% van wereldwijde waterverbruik (excl. waterverbruik tijdens bouwfase)  
  • Duurzaam ontwerpen van gebouwen (passieve tools)
    • verwarming door zonnewinsten 
    • afkoeling door massa, zonwering, oriëntatie, groen 
    • site issues: landschaps-design, plaatsing gebouw, clusters 
    • gebouwschil: materiaalkeuze, isolatie, geventileerde gevels
    • compact bouwen, zonering, compartimentering 
    • goede daglichttoetreding
    • gecontroleerde ventilatie 
    • recuperatie van energie uit verluchting en warm water
  • Duurzaam ontwerpen van gebouwen (actieve tools)
    • energiezuinige verlichting en apparaten 
    • optimale regeling van pompen en ventilatoren
    • lage temperatuur verwarmingssystemen 
    • hoog rendement verwarmingssystemen 
    • energie uit wind, zon (PV, zonneboiler) 
    • omgeving (warmtepomp: uit lucht of grond) 
    • water en afvalmanagement
  • Duurzaam ontwerpen van gebouwen: enkele regels
    • Efficiënt gebruik van grondstoffen
    • minimaal gebruik van eindige bronnen 
    • alternatieve energie (zon, wind, water, biobrandstoffen!!!) 
    • minimaliseren pollutie en afval 
    • hergebruik water 
    • hergebruik warmte bij verluchting 
    • ontwerp voor demontage 
    • hergebruik of recyclage van materialen 
    • ontwerp voor aangepast hergebruik van gebouwen
  • Duurzaam ontwerpen van gebouwen: tools
    LCA analyse:
    • doel en scoop 
    • inventaris van de inputs (materialen, energie, water) en outputs (emissie) 
    • schatting van de MILIEU-impact: zeer moeilijk !!!!!!!
    • interpretatie 

    deze analyse gebeurt volgens ISO 14040 (2006) en werkt vrij goed bij vergelijkende studies (bvb vergelijking gloeilamp – LED)
  • Bij het bouwen/maken kan men bepaalde delen:
    • ter plaatse maken: vb. gieten van beton, metselen van bakstenen, … 
    • vooraf in een fabriek maken (prefabriceren) en op de werf monteren of toepassen: houten spanten, stalen liggers, bakstenen, …


    in beide gevallen is bijzondere aandacht nodig voor de verbindingen tussen bouwelementen.
  • Bouwen zodat het blijft staan betekent:
    dat onder invloed van krachten (vooral ten gevolge van eigengewichten en nuttige belastingen) het gebouw veilig en bruikbaar moet zijn

    veilig: mag niet breken of instabiel worden
    bruikbaar: geen te grote doorbuiging of trillingen
  • Krachten ten gevolge van:
    • eigengewichten: van de bouwelementen
    • vaste nuttige belastingen: afwerking, muren 
    • veranderlijke nuttige belastingen: 
      • opgelegde belasting (personen en meubels)
      • verplaatsbare wanden
      • klimaatbelasting (wind, sneeuw,…)
  • Bouwen zodat het blijft staan is?
    • onder invloed van deze krachten ontstaan er spanningen (kracht per oppervlakte-eenheid) en vervormingen
    • veilig: de optredende spanning moet kleiner blijven dan de sterkte (spanning bij breuk) en de elementen mogen niet te slank zijn 
    • bruikbaar: de optredende doorbuiging of trillingsfrequentie moet kleiner blijven dan een bepaalde waarde  
  • Het gebouw dient voldoende weerstand te bieden tegen de klimaatomstandigheden?
    • voldoende warmte of koelte tijdens alle seizoenen 
    • beschutting tegen vochtindringing t.g.v. regen en sneeuw
    • beschutting tegen wind, bliksem,...
  • Technisch kunnen interpreteren wil zeggen dat:
    • je de vakterminologie moet beheersen 
    • je inzicht moet hebben in de principes 
    • je verbanden moet kunnen leggen tussen verschillende delen van de inhoud 
    • je met behulp van de vorige drie in staat moet zijn om zowel grafieken, tabellen als figuren te kunnen interpreteren. 
  • Het interpreteren is bovendien niet enkel zuiver technisch, maar wil ook zeggen dat
    • je moet je inleven in het ontwerp 
    • je moet verbanden zien tussen de technische uitvoering en de conceptuele ideeën van de ontwerper 
    • je moet de esthetische aspecten van het ontwerp zien 
    • je moet kunnen begrijpen welke gebruikservaringen/welke beleving de ontwerper wil overbrengen op de toekomstige gebruikers
  • Kunnen communiceren wil zeggen dat
    • je de vakterminologie moet beheersen 
    • je inzicht moet hebben in de principes 
    • je verbanden moet kunnen leggen tussen verschillende delen van de inhoud 
    • je met behulp van de vorige drie in staat moet zijn om zowel mondeling als schriftelijk te kunnen communiceren. 
  • Kunnen communiceren wil ook zeggen dat
    • je de esthetica en de beleving van een ontwerp moet kunnen uitleggen 
    • je de grens tussen ‘de zorg voor de esthetische en belevings-aspecten’ en ‘de technische haalbaarheid ervan’ moeten kunnen opzoeken en verdedigen 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

kracht en spanning
de porositeit n is gelijk aan: het volume aan poriën t.o.v. het totale volume materiaal
kracht en spanning
de dichtheid ρ in kg/m³ van een materiaal is functie van de samenstellende delen (atomen) en de eventuele poriën

  • bij massieve materialen (metalen) zonder poriën wordt de dichtheid ρ bepaald door de atoomafmeting en het atoomgewicht 
  • bij poreuze materialen (zand, beton, baksteen, hout, isolatie) wordt de dichtheid ρ bepaald door de atoomafmeting, atoomgewicht en het poriënvolume  
kracht en spanning
praktische definitie van massa in kg:
1 l water bij 4 °C heeft een massa van 1 kg 1000 l of 1 m³ water bij 4 °C heeft een massa van 1000 kg

water heeft dus een dichtheid ρ van 1000 kg/m³ bij 4 °C
lucht heeft een dichtheid ρ van 1,3 kg/m³ (onder normale atmosferische omstandigheden bij 0 °C)
kracht en spanning
  • soorten krachten: spierkracht, veerkracht, zwaartekracht, magnetische kracht, elektrische kracht, wrijvingskracht, …
  • krachten hebben een grootte en een richting: het zijn vectorgrootheden (in tegenstelling tot scalaire grootheden: vb. temperatuur in °C)
kracht en spanning
  • grootheid: eigenschap van een object dat we met een meettoestel kunnen meten 
  • maat = maatgetal + maateenheid 

Vb.: l = 250 cm : de variabele l heeft een lengte van 250 (maatgetal) cm (maateenheid) 

de nauwkeurigheid wordt bepaald door het aantal beduidende cijfers (BC)
Sterkte en stabiliteit
  • bij massiefbouw: vloerplaten + dragende wanden 
  • bij skeletbouw: vloerplaten + dragende balken en kolommen (+ schoorconstructies bij geschoorde skeletbouw) 

Principes van de structurele veiligheid zijn te vinden in EN 1990 (EC0). 

De prestatie-eisen (met coëfficiënten en grenswaarden) volgens de Eurocodes (EC1 tem EC9) zijn van toepassing.
structurele veiligheid: zie EUROCODES
sterkte en stabiliteit bij gewone belastingen en bij bijzondere belastingen (aardbeving, explosies, brand)
Eurocode
  • EN 1990 (Eurocode 0) : Grondslag voor het constructief ontwerp 
  • EN 1991 (Eurocode 1) : Belastingen op constructies
  • EN 1992 (Eurocode 2) : Betonconstructies
  • EN 1993 (Eurocode 3) : Staalconstructies
  • EN 1994 (Eurocode 4) : Gemengde staal-betonconstructies
  • EN 1995 (Eurocode 5) : Houtconstructies
  • EN 1996 (Eurocode 6) : Constructies van metselwerk
  • EN 1997 (Eurocode 7) : Geotechnisch ontwerp
  • EN 1998 (Eurocode 8) : Aardbevingsbestendige constructies
  • EN 1999 (Eurocode 9) : Aluminiumconstructies         
Bouwelementen
  • constructie elementen: Eurocodes niet van toepassing
  • bouwconstructie elementen: Eurocodes niet van toepassing behalve voor vensterglas
  • draagconstructie elementen of structurele elementen: Eurocodes zijn van toepassing  
Eurocode: sinds 1.1.2011 verplicht om toe te passen
  • indien de architect of bouwheer ze in de contracten (o.a. het lastenboek) vermeldt. 
  • indien de voorschriften handelen over bouwproducten. 
  • indien de bouwelementen moeten voldoen aan een brandweerstand 

benaming: NBN EN 1990 + ANB (Algemene Nationale Bijlage: nationale afwijkingen van bepaalde parameters, bvb. coëfficiënten en grenswaarden)