Samenvatting Social Research Methods

-
ISBN-10 0199689458 ISBN-13 9780199689453
183 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Social Research Methods
  • Alan Bryman
  • 9780199689453 of 0199689458
  • 2015

Samenvatting - Social Research Methods

  • 1 The nature and process of social research

  • Waar focust hoofdstuk een zich op?
    1 De context van sociaal wetenschappelijk onderzoek;

    2 De elementen van het research proces;
    3 De 'messiness van social research
  • Waarom is het begrijpen van de methodologie van sociaal-wetenschappelijk onderzoek zo belangrijk? 2 redenen
    Zodat je bepaalde fouten niet maakt als je zelf onderzoekt en om de methodes te begrijpen die worden gebruikt in veel artikelen die je gaat lezen
  • Waarom is het belangrijk om te begrijpen hoe social research te doen?
    1 Valkuilen vermijden wanneer relatief jonge en onervaren onderzoekers onderzoek verrichten.
    2. Een readers perspectief vanuit de consument gedacht ontwikkelen. Hieruit de redenatie dat de onderzoeker begrijpt hoe het onderzoek verantwoord en opgeschreven dient te worden.
  • Wat wordt bedoeld met social research?
    Onderzoek dat zich richt op de conceptuele en theoretische kant van sociale wetenschappen.
  • Waarom social research?
    Vooral omdat er zich een ontwikkeling binnen de samenleving kan voortdoen wat we nog niet begrijpen maar wel willen begrijpen.
  • Welke factoren spelen een rol wanneer social research wordt uitgevoerd?

    - Theorieën die worden gebruikt. Dit is belangrijk hoe onderzoekers de data interpreteren.
    - Bestaande knowledge van het veld waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd. Onderzoeker moet dus bekend zijn met de literatuur.
    - Het perspectief van de onderzoeker met betrekking tot de aard van de relatie tussen theorie en onderzoek.
    - De assumpties hoe onderzoek moet worden uitgevoerd -> b.v. dmv een hypothese en deze toetsen. Niet iedereen denkt er zo over Epistemological: stelt de vraag hoe sociale wetenschappen onderzocht dienen te worden.
    - De assumpties dat sociale fenomenen zich ook binnen het onderzoek zelf voordoen en deze beïnvloeden.
    - De waarden vanuit de onderzoek gemeenschap, bijvoorbeeld ethisch.
    - Gevolgen voor de praktijk. B.v. evaluatieonderzoek.
    - Politieke context -> politiek betaald veel voor onderzoek.
    - De training en persoonlijke waarden van de onderzoeker beïnvloedt het onderzoek mogelijk. 
  • Literatuur review: belangrijk element van research. Wanneer een onderwerp ons aanspreekt moeten we dit nader bestuderen. Hiervan moeten we weten:

    - Wat weten we al over het onderwerp?
    - Welke concepten en theorieen zijn al toegepast op het onderwerp?
    - Welke research methoden zijn toegepast op het onderwerp?
    - Etc.

    De literatuur review is niet simpelweg een samenvatting. Het is een kritiek onderdeel van het onderzoek. Het gaat erom dat je uiteenzet welke inzichten relevant zijn voor je onderzoek en wat niet
  • Wat is een concept?
    labels die we hebben gegeven aan aspecten van de social world. B.v. bureaucratie, power, social control, etc. (Hangt samen met deductief en inductief onderzoek)
  • Waarom zijn onderzoeksvragen belangrijk?

    - Helpen om te begeleiden tijdens literatuur onderzoek;
    - Helpen bij het bepalen van soort onderzoeksdesign
    - Helpen te bepalen welke data te verzamelen en waarvandaan
    - Helpen met analyseren data
    - Helpen met noteren data
    - Stoppen je van onnodige kanten opgaan
    - Verschaffen van info van je onderzoek aan lezers waar onderzoek over gaat.
  • Wat is een onderzoeksvraag?
    Het is een vraag dat expliciet ingaat op datgene wat de onderzoeker wil onderzoeken. Het dwingt de researcher om expliciet te zijn.
  • Wat voor onderzoeksvragen zijn er? (ook behandeld in college 1)

    1. Voorspellen van outcomes (Wat doet A onder omstandigheden B en C)
    2. Uitleggen van oorzaken en gevolgen als fenomeen (is B onderhevig door A als gevolg van C)?
    3. Evalueren van een fenomeen (Is er sprake van verbeteren door het beleid)
    4. Beschrijven van een fenomeen (Wat is A en wat houdt A in?)
    5. Ontwikkelen van een good practise (Hoe kunnen we Y verbeteren)
    6. Empowerment (hoe kunnen we de levens verbeteren?)

    (White:  voegt 7e toe namelijk 'comparison')
  • Wat is sampling cases?
    Onderzoek richt zich niet altijd op mensen maar ook op bv media. Dit kan middels Content analysis. Omdat er veel variëteit is in dit geval qua objecten gebruikt men de term case.
  • Wat zijn de kern ingrediënten van 'writing up'?

    - Introductie
    - Literatuur review
    - Research methods
    - Resultaten
    - Discussie
    - Conclusie
  • Wat wordt bedoeld met de messiness of social research?
    Paragraaf beschrijft een uitleg over complicaties die kunnen optreden gedurende een onderzoek. Essentie is dat dit vaak niet duidelijk wordt omschreven en hier niet altijd een oplossing wordt beschreven in de literatuur. Je kan hierbij denken aan ziekte en dergelijke of problemen binnen het onderzoeksteam.
  • 1.3 The context of social research methods

  • Wat is de rol van theorieën in sociaal-wetenschappelijk onderzoek?
    Onderwerpen die worden onderzocht worden sterk beïnvloed door de beschikbare theoretische ideeën.
  • Wat zijn de twee manieren waarop je kunt kijken naar de relatie tussen theorie en onderzoek?
    Sommige onderzoeken beginnen vanuit een theorie te werken waardoor een hypothese steeds wordt getest, andere onderzoeken hebben een theorie als uitkomst van onderzoeken
  • Wat is het epistemologische vraagstuk?
    Verschillende zienswijzen die antwoord proberen te geven op de vraag welke manier van het benaderen wetenschappelijk onderzoek de juiste is; via een hypothese of kan het ook anders?
  • Wat zijn ontologische vraagstukken?
    De vraag of de essentie van sociale fenomenen buiten onze invloed liggen of worden gevormd door sociale interactie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Social research methods
  • Alan Bryman
  • 9780199588053 of 0199588058
  • 4th ed.

Samenvatting - Social research methods

  • 1 Begrippen

  • Wat is Inductie?

    Een manier van redeneren waarbij je het algemene uit het bijzondere afleidt.
  • Wat is deductie?
    Een manier van redeneren waarbij je het bijzondere uit het algemene (een bestaande theorie) afleidt.
  • Wat is ontologie?

    Onderdeel van de wetenschapsfilosofie die beschrijft de
    eigenschappen of het zijn
    van het geheel van dingen waarvan aangenomen wordt
    dat ze bestaan of zijn > wat en hoe is de werkelijkheid.
  • Wat is objectivisme?

    heorie die uitgaat van het idee dat alle sociale verschijnselen bestaan
    onafhankelijk van de actoren. Ook gaat deze theorie uit van het idee dat de
    sociale wereld hetzelfde is als de natuurlijke wereld. 

  • Constructivisme

    Theorie die uitgaat van het idee dat alle sociale verschijnselen sociale
    constructies zijn. Sociale verschijnselen bestaan volgens deze theorie omdat
    ze gecreëerd zijn door sociale actoren. Ook gaat deze theorie uit van het idee dat de sociale wereld anders is dan de natuurlijke wereld.
  • Epistemologie

    Onderdeel van de filosofie die gericht is op de vraag wat kennis is en hoe men tot ware kennis kunnen komen.
  • Positivisme

    Theorie dat het weten beperkt kan worden tot datgene wat met zintuigen
    waargenomen kan worden–van zintuiglijke feiten tot wetten.



  • Interpretivisme

    Theorie die beweert dat kennis een kwestie van interpretatie is.
  • Empirie
    Dat wat waarneembaar is, wat men ervaart.
  • Reliabiltiy/betrouwbaarheid
    'Levert nog een keer onderzoeken hetzelfde resultaat op?'
  • Replicability/herhaalbaarheid

    Is hetzelfde onderzoek nogmaals te doen?

    Zijn de procedures expliciet beschreven en dus te volgen?
  • Measurement validity/meetbare validiteit

    Meet/beschrijft het onderzoek wat het zegt te meten/beschrijven?
  • Internal validity/interne validiteit


    Kloppen de onderzoeksconclusies?- causaliteit
  • External validity/externe validiteit

    Zijn de onderzoeksresultaten generaliseerbaar?
  • Ecological validity/ecologische validiteit

    “Heb ik wel de echte wereld onderzocht?
  • The Game

    Het afwegen van de verschillende onderzoekscriteria bij
    een onderzoek.

  • Research design/onderzoeksvorm

    Structuur van onderzoek en structuur voor het toepassen
    van onderzoeksmethoden
  • Experimenteel onderzoek

    Onderzoek waarbij het effect van een gemanipuleerde onafhankelijke variabele op een afhankelijke variabele vastgesteld wordt. Manipulatie vindt
    plaats op bepaald moment, verandering tussen tijdstip ervoor en tijdstip erna.Andere verschillen die mogelijk als onafhankelijke varia

    belen werken moeten worden vermeden
  • Cross-sectioneel onderzoek

    Het onderzoeken van variatie tussen verschillende eenhed
    en op een moment.
  • Longitudinaal onderzoek

    Longitudinaal onderzoek is onderzoek waarbij herhaaldelijk en steeds op dezelfde manier metingen worden verricht om een ontwikkeling in kaart te brengen. Het gaat dus over een lange afstand in de tijd.
  • Case studie

    Intensief en gedetailleerde analyse van één onderzoekseenheid.
  • Kritische case studie
    ''Als de theorie klopt, klopt het altijd.''
  • Representatieve case studie
    ''Wat gebeurt telkens precies?''
  • Extreme case studie
    ''Dit is niet normaal.''
  • Vergelijkend/comparative onderzoek

    Vergelijkend onderzoek is een manier van onderzoek waarbij de onderzoeker twee (of meer) groepen of situaties met elkaar vergelijkt. Het betreft meerdere casussen maar dezelfde methoden van onderzoek. Het is een soort case studie.
  • Stimuli
    Vragen
  • Intra-interviewer variability/veranderlijkheid
    Verschillende opvattingen van één interviewer
  • Inter-interviewer variability/veranderlijkheid

    Verschillende opvattingen van verschillende interviewers
  • Gesloten vragen

    Gesloten vragen beperken antwoorden van respondenten.
    Ze mogen kiezen uit ofwel een reeds bestaande set van dichotome antwoorden, zoals ja / nee, waar / onwaar, of multiple choice met een optie voor "andere" in te vullen, of ranking schaal antwoordmogelijkheden. De meest voorkomende van de rangschikking schaal vragen heet de Likert-schaal vraag.
  • Gestructureerd vraaggesprek

    Bij deze vorm zijn er een aantal vragen op papier gezet, maar zijn er veel mogelijkheden om door te vragen voor verdieping.
  • Probing

    Het op een andere manier stellen van de vraag wanneer de ondervraagde de huidige vraag niet begrijpt.
  • Prompting

    Het suggereren van het antwoord van de ondervraagde –het uitlokken van een bepaald antwoord.
  • Filtervragen

    Vragen die gesteld worden die het doel hebben na te gaan of de ondervraagde persoon beantwoordt aan de quota die opgelegd zijn voor de selectie van de respondenten. Na het antwoord staat steeds een verwijzing (filter) naar de volgende vraag.
  • Social desirability bias
    Sociaal wenselijke antwoorden
  • Acquiescence bias

    Acquiescence bias is wanneer respondenten van een enquête de neiging hebben om eens te zijn met alle vragen of om een positieve connotatie te geven.
  • Attitudeschalen

    Attitudeschalen zijn dataverzamelingsinstrumenten waarbij de onderzoeker
    respondenten vraagt op een continuum aan te geven wat hun houdingen of
    gevoelens zijn. (Likertschaal & Morenoschaal)
  • Operationaliseren
    Het vertalen van theoretische eigenschappen in waarneembare variabelen
  • Kwantitatief onderzoek

    Kwantitatief onderzoek is onderzoek waar veel onderzoeks
    eenheden aan meedoen.Als gevolg daarvan worden de gegevens statistisch geanalyseerd. >veel cijfertjes
  • Kwalitatief onderzoek

    Kwalitatief onderzoek is onderzoek met een beperkt aantal onderzoekseenhede waarbij informatie verkregen wordt door in te gaan op achterliggende motivaties, meningen, wensen en behoeften van de eenheid. Het representeren van de wereld in woorden. 
  • Ecologische fout

    Bevinding op hoger analyseniveau wordt vertaald naar lager analyseniveau.
  • Steekproef

    Manier van onderzoeken waarbij men een aantal mensen of zaken uit een grotere groep onderzoek en ervan uitgaat dat het resultaat voor de hele groep geldt.
  • Enkelvoudige aselecte steekproef

    Steekproef waarbij elk lid van de populatie/deelpopulatie een gelijke kans heeft om in de steekproef te komen
  • Gestratificeerde steekproef

    Het verdelen van een populatie in verschillende groepen. Van elke groep wordt een aantal elementen geselecteerd. De elementen in een populatie kunnen qua verhouding op een kenmerk namelijk scheef verdeeld zijn.
    Op deze manier wordt voorkomen dat de steekproefselectie ook scheef is.
  • Getrapte steekproef

    In deze vorm van steekproef trekken wordt eerst een steekproef getrokken uit een aantal hoge aggregatieniveaus waarna per hoog aggregatieniveau een steekproef van de elementen uit de lagere aggregatieniveaus wo rdt getrokken. Bijvoorbeeld: om het wetenschappelijk gehalte van een bibliotheek te bepalen kan men eerst een selectie maken uit het aantal categorieën waarin de bibliotheek haar boeken bewaart, en vervolgens per categorie een selectie maken van de boeken die de onderzoekerin de steekproef op wil nemen.
  • Steekproefkader
    Lijst van operationele populatie.
  • Area-sampling

    Steekproefmethode waarbij een onderzoeksgebied is onderverdeeld in kleinere blokken die dan weer worden willekeurig geselecteerd
    en vervolgens sub- bemonsterd of volledig onderzocht. Deze methode wordt meestal gebruikt wanneer een steekproefkader ontbreekt
  • Onderzoekspopulatie/operationele populatie
    De verzameling van eenheden.
  • Domein
    Afbakening van populatie.
  • Univariaat
    Bij deze manier van data-analyse wordt één variabele megenomen in de analyse. Het betreft rechte, veelal beschrijvende tellingen.
  • Bivariaat

    Bij deze manier van data-analyse worden twee variabel
    en meegenomen in de analyse. Er worden statistische verbanden/causale relaties onderzocht. Het betreft veelal verklarende analyses, maar heeft ook overgangsvormen met beschrijvende analyses.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is respondent fatigue en waarom komt dat vaker voor bij self-administered questionnaires?
Respondent fatigue is wanneer een respondent moe wordt van vragen beantwoorden en besluit om ermee op te houden. Dat gebeurt vaker bij questionnaires dan bij interviews
Wat zijn de drie grootste verschillen tussen self-administered questionnaires en structured interview?
Ze hebben minder open vragen, hebben makkelijke designs zodat de respondent de stappen begrijpt en zijn korter
Wat is een postal questionnaire en hoe verschilt deze met een self-administered questionnaire?
Een postal questionnaire krijg je opgestuurd per post en moet je zelf invullen, een self-administered questionnaire gaat erom dat je hem zelf zonder hulp maakt, maar deze kan je ook maken terwijl er op je wordt gelet.
Wat is een self-administered questionnaire?
De respondent beantwoordt de vragen door de vragenlijst zelf in te vullen
Waarom zijn pilot-questions van groot belang in een belangrijk onderzoek?
Het geeft antwoord op de vraag of zowel het onderzoek (zeker bij self-administered) als de vragen goed werken bij mensen
Wat zijn twee belangrijke voordelen aan vignette questions?
Allereerst is de keuze in de situatie neergelegd, waardoor veel reflectiever wordt geantwoord. Ook zijn gevoelige vragen minder gevoelig als ze worden gesteld alsof het om iemand anders gaat dan henzelf (Finch 1987)
Wat zijn vignette questions?
Een scenario wordt beschreven waarna wordt gevraagd aan de respondent hoe hij/zij zou reageren in zo'n situatie
Wat betekent een double-barreled question?
Dat in 1 vraag eigenlijk 2 vragen zitten die beide anders kunnen worden beantwoord, terwijl je maar 1 antwoord mag geven
Wat betekent de eerste grondregel concreet in twee punten?
Elke vraag die je stelt moet een stapje verder komen in je onderzoeksvraag en je moet geen vragen stellen die niets te maken hebben met je onderzoeksvraag
Wat is een question about knowledge?
Een vraag om iemands kennis op een bepaald gebied te testen