Samenvatting Sociale Psychologie

-
100 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Sociale Psychologie

  • 1.1 Introductie in de sociale psychologie

  • Wat is sociale psychologie? Je hebt hierbij vier levels van sociale psychologie: intrapersoneel, interpersoneel, intra-groep processen en intergroep relaties. Licht hierbij tevens uit wat dit inhoudt
    Sociale psychologie = de wetenschappelijke studie van patronen van gedrag en reacties in groepen, organisaties en populaties. 

    Vier levels binnen de sociale psychologie:
    - Intrapersoonlijke processen: de processen in het hoofd van de persoon
    Interpersoonlijke relaties: relaties, vriendschappen
    Intragroep processen: onszelf omschrijven in termen van een groepslidmaatschap.
    - Intergroep relaties: groepen in vergelijking met elkaar
  • Er zijn drie aangenomen grondwaarden in de sociale psychologie, welke zijn dit?
    De aangenomen grondwaarden van de sociale psychologie:
    - Menselijke cognitie, emotie en gedrag = f(persoon x situatie)
    - Mensen construeren hun eigen sociale realiteit.
    - Mensen zijn sociale dieren.
  • 1.1.1 Mensen zijn persoon x omgeving

  • Als we eerst kijken naar de menselijke cognitie, emotie en gedrag (dus persoon x omgeving), wat kunnen we daar dan over zeggen? Leg uit aan de hand van 5 punten
    Verschillende situaties activeren verschillende rollen van een persoon! Zo zal iemand een andere rol aannemen op zijn werk, op zijn studie of met zijn vrienden.
    - Mensen kiezen de situatie
    - De situatie kiest de persoon: iemand van 1.50 gaat geen basketballer worden
    - Mensen veranderen situaties
    - Situaties veranderen mensen: perceptiefouten door visuele illusie. De situatie verandert de perceptie van de mens
    - Situaties beïnvloeden ons automatisch
  • Als we kijken naar de menselijke cognitie, emotie en gedrag (dus persoon x omgeving), dan speelt de rol van de persoon ook mee. Er zijn verschillende stromingen met elk een ander beeld van wat de rol van de persoon is binnen het vormen van menselijke cognitie, emoties en gedrag. Wat zegt de persoonlijkheidspsychologie, sociale neuropsychologie en evolutionaire psychologie dan?
    Persoonlijkheidspsychologie = Focus op stabiele psychologische kenmerken die gedrag vormen.
    - Denk aan eigenschappen zoals extraversie, volgzaamheid, etc

    Sociale neurowetenschap = Al onze gedachtes, emoties en gedrag komen voort uit de psychologische materie in onze hersenen.
    - Voorbeelden hiervan zouden kunnen zijn dat mensen die conservatief stemmen een grotere amygdala hebben of dat specifieke hersenstructeren activeren als mensen bang zijn.

    Evolutionairepsychologie = In de evolutionaire psychologie worden de psychologische aspecten van de menselijke geest en menselijk gedrag vanuit het oogpunt van de evolutietheorie verklaard.
    - Voorbeelden hiervan zijn rationele angsten voor gevaarlijke dingen, maar
    ook de angst voor outgroup mannen.
  • Als we kijken naar de menselijke cognitie, emotie en gedrag (dus persoon x omgeving), dan speelt de rol van de situatie ook mee. Op welke manier? En wat is hierbij persuasion?
    Marketing = Onze consumenten keuze wordt beïnvloed door marketing.
    - Persuasion: het proces waarbij een boodschap leidt tot een verandering in
    overtuigingen, attitudes en gedragingen.
  • Als we kijken naar de menselijke cognitie, emotie en gedrag (dus persoon x omgeving), dan speelt de rol van de situatie ook mee. Wat doen groepen hierbij en wat is conformiteit? Wat doet cultuur hierbij?
    Groepen kunnen mensen dingen laten doen die ze anders niet zouden doen.
    - Conformity: een verandering in gedrag of overtuiging als gevolg van echte of
    verzonnen groepsdruk.
    - Hoe beïnvloedt cultuur bepaalde gevoelens en gedragingen? --> In Nederland en Texas is er een verschillende visie wat betreft de doodstraf.
  • 1.1.2 Mensen construeren eigen realiteit

  • Als we kijken naar de rol van perceptie, dan maken mensen hun eigen realiteit. Op welke manier?
    Mensen maken eigen realiteit = Menselijke cognitie, emotie en gedrag wordt sterk beïnvloed door de situatie, of door de interpretatie van de situatie.
    - Situatie --> perceptie --> cognitief motivatie gedrag
  • Mensen maken hun eigen realiteit en dit leidt tot de Thomas Theorem theorie. Wat houdt dit in?
    Thomas Theorem Theory = Wanneer mensen de situatie als ‘echt’ bestempelen, dan zijn ze zijn ook echt in hun consequenties.
    - Als kind denkt dat er een geest is, kan het kind niet slapen.
  • Wat zijn de consequenties van het maken van een eigen realiteit? Noem 3 punten
    - Self-serving interpretaties
    - Motivated reasoning = mensen interpreteren bewijs dat hun kijk op de wereld bevestigt en negeren bewijs wat hun kijk op de wereld niet bevestigd
    - Ideologisch conflict = Het is erg moeilijk om een ​​compromis te sluiten wanneer verschillende partijen de wereldbeschouwing als een objectieve waarheid ervaren!
  • 1.1.3 Mensen zijn sociale dieren

  • De rol van andere mensen speelt ook mee: mensen zijn sociale dieren. Wat wordt hiermee bedoelt? Waarom zijn mensen sociale dieren en hoe komt dat weer? Beschrijf dat aan de hand van 2 punten
    Sociale dieren = andere mensen beinvloeden hoe jij denkt, voelt of doet.

    Waarom zijn mensen sociale dieren?
    - Need to belong: belangrijkste behoefte van de mens 
    -  Coöperatie en een groepsleven was vroeger essentieel om te overleven
    * Jagen, omgaan met extreme klimaatveranderingen, de dreiging van oorlog, seksuele relaties.
  • Mensen zijn sociale dieren. Wat is de sociale brein hypothese van Dunbar? En wat is het Herding instinct?
    De sociale brein hypothese (Dunbar) = ons mensenbrein is geëvolueerd als een resultaat van ons complexe sociale leven --> zie plaatje!

    The Herding instinct = het ligt in onze natur om te verlangen naar betekenisvolle relaties met anderen. Denk aan romantische partners, collegas, vrienden, sportteams. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om de behoefte te hebben erbij te horen. --> buitengesloten worden is dus ook zeer pijnlijk!
  • Onze hersenen zijn geprogrammeerd om de behoefte te hebben erbij te horen. Buitengesloten worden is dus ook zeer pijnlijk en bedreigt onze vier behoeften. Welke behoeften zijn dit? En waar zorgt buitengesloten worden toe?
    Vier behoeften:
    - Erbij horen
    Controle hebben.
    - Zelfvertrouwen.
    - Betekenisvol bestaan

    Buitengesloten worden = slechtere prestatie IQ test
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Saliency heeft een grote impact op de eerste impressie. Wat houdt salient in? Noem hierbij 4 kenmerken
Salient = bepaalde cues vallen op, het is raar, opvallend, aandachtrekkend etc (gedrag, uiterlijk etc)
- Ze trekken aandacht in bepaalde situaties.
- Ze zijn echter ook context afhankelijk! 
- Ze worden geïnterpreteerd als causaal!
- Indrukken zijn vaak gebaseerd op verschillende signalen, maar opvallende signalen zijn vaak dominant Je onthoudt het wanneer iemand aandacht trekt, of iemand hele kleurrijke kleding aan heeft.
Als we het hebben over biases in perceptie, dan beinvloed gedrag de perceptie van mensen, ongeacht hoe vrijwillig het gedrag was. Gedrag wordt hierbij geinterpreteerd om te reflecteren hoe iemand is!!!! Wat is hierbij de fundamentele attributie fout?
Fundamentele attributiefout = de neiging om persoonlijke variabelen (interne factoren) te overschatten en situationele variabelen (externe factoren) te onderschatten. Het is de neiging om gedragingen van anderen toe te schrijven aan de persoonlijkheid of karakter van de ander.
- Attributie naar toegankelijke oorzaken
- Attrtibutie naar saliency oorzaken
Wat is een voordeel van een groep en een nadeel met betrekking tot probleemoplossing?
Voordeel = in groepen worden moeilijke logische problemen vaak beter samen opgelost dan alleen; wanneer een minderheid het juiste antwoord weet, kan de meerderheid in veel gevallen worden overgehaald. Mensen voelen zich productiever als ideeën worden gevormd in groepsverband, maar mensen die alleen werken leveren betere ideeën op dan mensen die in groepsverband werken.

Nadeel = Grote brainstormgroepen zijn vooral inefficiënt. In overeenstemming met de sociale loafing theorie zorgen grote groepen ervoor dat sommige individuen vrijuit gaan op andermans inspanningen, en volgens de normatieve beïnvloedingstheorie zorgen ze ervoor dat anderen zich angstig voelen over het uiten van vreemde ideeën.
Er zijn drie hoofdtheorieën over groepspolarisatie: informatieve beinvloeding, sociale vergelijking en groepsidentiteit. Licht toe wat de sociale vergelijkingstheore inhoudt. Wat is hierbij normatieve invloed en pluralistische onwetendheid?
Theorie van de sociale vergelijking = we willen onze meningen en vaardigheden vergelijken met die van anderen. Bovendien kunnen we sterkere meningen uiten nadat we hebben ontdekt dat anderen onze standpunten delen.

Normatieve invloed = treedt op wanneer we ons conformeren aan de verwachtingen van anderen. We worden door de groep begeleid om positieve beloningen te ontvangen, zoals sociale acceptatie of goedkeuring. Dit gebeurt wanneer we denken dat de groep ons gedrag evalueert en ons kan straffen of belonen

Bij het voorspellen van de gedachten en opvattingen van mensen vertonen we meestal een pluralistische onwetendheid = dat is een valse indruk van wat de meeste andere mensen denken of voelen, of hoe ze op bepaalde situaties reageren. Bij de start van een discussie, houden de meeste mensen zich door een verkeerd begrepen groepsnorm in. Wanneer iemand anders een sterkere positie inneemt over een bepaald onderwerp, voelen de anderen zich vrijer om hun voorkeuren sterker te verwoorden. Met andere woorden: om een dergelijke pluralistische onwetendheid te overwinnen, moet iemand 'het ijs breken' om anderen in staat te stellen hun gezamenlijke reacties te onthullen en te versterken.
Wat zijn de consequenties van het maken van een eigen realiteit? Noem 3 punten
- Self-serving interpretaties
- Motivated reasoning = mensen interpreteren bewijs dat hun kijk op de wereld bevestigt en negeren bewijs wat hun kijk op de wereld niet bevestigd
- Ideologisch conflict = Het is erg moeilijk om een ​​compromis te sluiten wanneer verschillende partijen de wereldbeschouwing als een objectieve waarheid ervaren!
Williams kwam met drie stadia: de reflexieve fase, reflectieve fase en acceptatie fase. Licht de laatste fase toe



Aanvaardingsfase = de reactie op chronisch ostracisme. Wanneer individuen gedwongen langdurig worden verbannen en buitengesloten, zien zij hun waarde voor anderen als laag en hun aanwezigheid voor anderen als een last. Het gaat hierbij om aangeleerde hulpeloosheid (geen controle meer over de situatie) en vervreemding. Mensen die chronisch worden uitgesloten, zullen niet deelnemen aan sociale interacties uit angst dat ze volledig worden afgewezen
Williams kwam met drie stadia: de reflexieve fase, reflectieve fase en acceptatie fase. Licht fase 1 toe en beschrijf hierbij 4 kenmerken
Reflexieve fase = doet zich direct na of tijdens het ostracisme voort, en waarin het individu tot gedachten en gevoelens die de pijn verzachten wordt gebracht.
- Fysiologische reacties komen ook voor, zoals verhoogde bloeddruk en cortisolproductie.
- De dorsale anterieure cingulate cortex, het gebied dat ook actief is bij het ervaren van fysieke pijn, activeert; als verdere reactie toont de rechter ventrale prefrontale cortex een verhoogde activering in opzettelijke ostracisme, waardoor de pijnreactie wordt gematigd.
- Ostracisme verhoogt de zelfgerapporteerde ellende (bijv. meer verdriet en woede, minder zelfvertrouwen, etc.).
- Als geheel laten de resultaten zien dat reflexieve reacties pijnlijk en/of verontrustend zijn en resistent zijn tegen moderatie door individuele of situationele factoren, zelfs als een dergelijke moderatie bestaat als adaptieve respons, die in matige ostracismeomstandigheden verschijnt.
Reflectiefase = een reactie op ostracisme na beoordeling van de situatie. Individuen kunnen op zeer tegenstrijdige wijze reageren op ostracisme. Ze kunnen coöperatief en behulpzaam worden, maar ze kunnen ook agressief worden. De verschillende copingsmechanismen om om te gaan met ostracisme zijn... (vul 4x aan)



1. Fight: mensen die hoog scoren op afwijzingsgevoeligheid (RS) verwachten vaak een
afwijzing en reageren hier vijandig op. Een soort vechtmechanisme is om af te wijken van de mensen die sociaal uitsluiten. De reactie is cultuurafhankelijk. Ook het gevoel van eigenwaarde speelt een rol in de reactie op het ostracisme. Mensen met een laag gevoel van eigenwaarde vertonen meer gedrag dat geassocieerd wordt met de fightreactie.

2. Flight: hoge RS scores zijn gecorreleerd met hoge scores voor sociale vermijding. Door sociale situaties te vermijden, nemen de kansen om sociaal aanvaardbaar gedrag te beoefenen af, waardoor personen met een hoge RS meer kans hebben om zich ongepast en vaak agressief te gedragen.

3. Tend-and-befriend: heeft betrekking op de manier waarop het geslacht het coöperatieve gedrag in groepen modereert, wat betekent dat vrouwen meer geneigd zijn om sociaal te compenseren in reactie op ostracisme. Aan de andere kant hebben mannen meer kans op social loafing na de ostracisme-episode.

4. Bevriezen: onmiddellijk na de verbanning zal de persoonlijkheid van het individu de beoordeling en de daaropvolgende impact van de ervaring modereren: mensen met een laag gevoel van eigenwaarde lijken meer last te hebben van afwijzing en op dezelfde manier vertonen mensen met een hoge mate van sociale angst meer verdriet wanneer ze verbannen worden. Deze resultaten zijn pas na een bepaalde tijd zichtbaar, maar ze bewijzen dat persoonlijkheidsverschillen verantwoordelijk zijn voor variaties in de copingmechanismen. 
Williams kwam met drie stadia: de reflexieve fase, reflectieve fase en acceptatie fase. Licht fase 2 toe
Reflectiefase = een reactie op ostracisme na beoordeling van de situatie. Individuen kunnen op zeer tegenstrijdige wijze reageren op ostracisme. Ze kunnen coöperatief en behulpzaam worden, maar ze kunnen ook agressief worden. Deze tegenstrijdige bevindingen zijn verantwoordelijk voor het moderatoreffect van individuele verschillen in copingmechanismen.
Er zijn drie hoofdtheorieen die de gevolgen van ostracisme verklaren en voorspellen. Licht toe



- Een tijdelijk onderzoek naar de reacties op ostracisme: Williams (1997) stelt een tijdskader voor dat ostracisme uitlegt als een situationele factor die automatische reflexieve reacties activeert, gevolgd door doelbewuste reflectieve reacties. De reeks bestaat uit a) reflexieve pijnlijke reacties, b) bedreigingen voor de noodzaak om erbij te horen en toename van verdriet en boosheid, c) een reflectieve fase die gevoelig is voor cognitieve beoordelingen vanuit de bronnen van ostracisme. Vervolgens zal het verbannen individu zich prosociaal OF asociaal gedragen, afhankelijk van individuele verschillen EN van het soort behoeften (relationeel of
bestaan/erkenning) die als meer bedreigd worden ervaren.



- Het sociale monitoringsysteem en de sociomotortheorie: een specifiek psychologisch systeem 
- het sociale monitoringsysteem - reguleert de optimale mate van saamhorigheid. Telkens wanneer erbij horen wordt bedreigd, zal een individu gemotiveerd zijn om meer aandacht te besteden aan sociale signalen, om zo succesvolle sociale interacties te hebben.

- Cognitieve deconstructie en zelfregulering: sociale uitsluiting leidt tot een temporele toestand van cognitieve deconstructie. Dit remt het vermogen om cognitieve/motiverende middelen te gebruiken om impulsief gedrag te voorkomen.