Samenvatting sociologie

339 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - sociologie

  • 1 de ontdekkingstocht door een bekend gebied?

  • Sociologie
    Samenlevingskunde
  • Sociologen willen meer weten over hoe de mensen samenleven en allerhande sociale verbanden
  • 1.1 een beeld van de titel

  • Wat drukt de titel uit?
    De fundamentele sociologische verhouding tussen samenleving, de sociale spelregels, de maatschappelijke spelers en het spel
  • Regels
    In maatschappelijke leven: geboden en verboden regels. Zorgen voor zekerheid en voorspelbaarheid die mensen nodig hebben om eigen leven te leiden
  • Zone
    In samenleving andere regels voor politieke en particuliere ruimten
  • Positie
    In samenleving ook positie met taakverdelingen: de plaats in de maatschappij
  • Rollen
    Beroepen: zijn verwachtingen aan verbonden
  • Status
    Beroepen: alle even belangrijk voor goede werking van de samenleving maar niet allemaal dezelfde status. Een chirurg heeft hoger aanzien dan een vuilnisman
  • Communicatie
    Communiceren en interactie, verbaal en non- vebaal
  • Leiders taakverdeling/ hiërarchie
    Groepen met formele en informele leiders
  • Productief
    Voldoende productief voor de maatschappij
  • Doel
    Verschillende motieven, denk aan werken voor het geld, of omdat je het leuk vind, of om je gezin tevreden te stellen
  • Neutrale waarnemer = sociologen
    Mensen achter de schermen die vaak bepalen hoe deelnemers van de maatschappij zich gedragen. Volledige beschrijving van gebeurtenissen en analyseren en verklaringen zoeken
  • De sociale werkelijkheid is veel minder duidelijk afgebakend
  • 1.2 het dagelijkse leven door de bril van een socioloog

  • Werkelijkheid via de sociologische bril
    Zichtbare werkelijkheid + betekenis die we geven aan wat we waarnemen
  • Mills: sociale verbeelding
    Het vermogen om afstand van actuele toestand en een alternatief standpunt in te nemen: sociological imagination.

    contingente maar niet- arbirtraire karakter.

    het had ook anders kunnen zijn maar het is niet- willekeurig --> sociaal bestuurd
  • 1.2.1 over het eten en drinken

  • Eten en drinken = primaire behoefte
  • Gaat overal anders, ook bunnen eenzelfde samenleving zijn er verschillen. Als we kijken naar de wijze van eten, zijn er sociale patronen zichtbaar
  • Verandering in die soc. Patronen --> culturele verschuivingen --> gevarieerder
  • 1.2.2 over sport

  • Vrijetijdsactiviteiten
    Sociaal gekleurd
  • Er is een sociaal verschil tussen goedkopere en duurdere sporten --> symbolische codes aan gekoppeld
  • Hogere sporten
    Lichaamscontact vermijden door hulpmiddelen die afstandelijkheid suggereren
  • Lagere sporten
    Lijf aan lijf en zijn populair bij arbeidskansen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Sociologie
  • of
  • 1st

Samenvatting - Sociologie

  • 1 Hoofdstuk 1

  • Sociologie
    Hoe slagen mensen erin om samen te leven. Houdt zich bezig met het verklaren van gedrag van individuen en groepen mensen vanuit maatschappelijke invloeden die ze ondergaan. 
  • Psychologie
    Onderzoek naar gedrag en de gevoelens bij dat gedrag vanuit individueel gezichtspunt.
  • Economie
    Onderzoek naar waarop de productie en distributie van schaarse goederen in samenleving worden geregeld. 
  • Politicologie  
    Onderzoek naar de manier waarop mensen vormgeven aan de toekomst van de samenleving.
  • Sociologie
    Onderzoek naar het gedrag van individuen en groepen vanuit maatschappelijk gezichtspunt. 
  • Wat benadrukte Auguste Comte (franse filosoof)?
    Benadrukte dat de sociologie wetenschappelijk was en niet volgens het geloof. 
  • Wat zijn de functies van de sociologie
    •Ideologiekritiek
    •Beheersfunctie
    •Ordenende functie
  • Ideologiekritiek
    De bijdrage die de sociologie levert door het zichtbaar maken van bestaande (macht)verhoudingen tussen menselijk betrekkingen in de samenlevingen. 
  • Beheersfunctie
    De bijdrage die de sociologie levert aan het bestuur en beleid van de samenleving
  • Ordenende functie
    De bijdrage die de sociologie levert door het overzichtelijk maken en begrijpelijk maken van een onoverzichtelijke werkelijkheid 
  • Sociologische verbeeldingskracht
    Mensen moeten los van elkaar staande persoonlijke ervaringen situaties en problemen moeten leren zien in het licht van de manier waarop de maatschappij functioneert. 
  • Private troebelen kunnen public issues worden als
    •Het niet tijdelijk is
    •Het ingaat tegen de waarden
    •Het samenhangt met andere problemen
    •Het veel mensen bestrekt
    •Het bovenpersoonlijke oorzaken heeft.
  • Definities van macht
    1. Het vermogen om doelstellingen in de toekomst te formuleren.
    2. Het vermogen om als de doelstelling vastgesteld zijn, de middelen aan te wenden om ze te realiseren
    (3. Het vermogen voor de vast gestelde doelstellingen de middelen te organiseren om hiervoor anderen te beïnvloeden, invloed uit te oefenen). 
  • Sociologische relevantie 
    De mate waarin een probleem van betekenis is voor de sociologische wetenschap. Een probleem wordt als sociologische relevant geïdentificeerd door middel van criteria. Schuyt noemt zes criteria: er moet sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffenen, het probleem moet samenhangen met andere problemen, het probleem is niet van tijdelijke aard maar structureel en van lange duur, het probleem moet bovenpersoonlijke structureel en van lange duur, het probleem moet bovenpersoonlijke oorzaken hebben en tot slot  moet het tegen serieuze waarden ingaan. 
  • 2 Hoofdstuk 2

  • Socialisatie
    Het proces waarbij mensen zich leren sociaal te gedragen in de voor hen relevante groepen.
  • Socialisators
    Opvoeders die van invloed zijn op het socialisatieproces, ouders/ broers zussen/ later onderwijs.
  • Voorbeelden socialiserende instanties
    Onderwijs, sportvereniging
  • Waarden
    De met ander gedeeld evooyrstellign over wat juist en goed is en daarvoor nastrevenswaardig. Het is een maatstaf, ze zijn abstract. Het is een gedeelde opvatting. 
  • Je spreekt van doelen wanneer de waarden worden omgezet in een visie. 
  • Normen
    Concrete gedragsregels die aangeven wat verwacht wordt in een bepaalde situatie. Wat je moet doen of wat niet. Absoluut. Kunnen wijzigen in de tijd. 
  • Wat voor soorten normen zijn er
    •Morele normen
    •Juridische normen
    •Sociale normen
  • Leg de morele norm uit
    Goed en kwaad
  • Leg de juridische norm uit
    Legaal of niet legaal
  • Leg de sociale norm uit
    Gepast of ongepast
  • Internalisering
    Het proces van het eigen maken van verwacht gedrag, zonder hierbij na te denken.
  • Hospitalisering
    In een situatie terecht komen waarin gedrag zo bepaald wordt dat ze zelf weinig initiatief kunnen om dat er zoveel wordt geregeld. (bejaardentehuis, gevangenis).
  • Rollenconflict bestaat in het gebied van
    •Extern
    •Intern
  • Extern rollenconflict 
    Op grond van verschillende posities die iemand tegelijkertijd inneemt, moeilijk combineren van verschillende verwachtingen die aan iemand gesteld worden. (moeder -> nachtdienstwaker).
  • Intern rollenconflict
    Op grond van een positie moeilijk combineren van verschillende verwachtingen (arbo arts naar leidinggevende en personeel toe). 
  • Gedrag roldrager bij conflict hangt af van
    •De druk die wordt uitgeoefend van buitenaf
    •Kracht van (eigen)verwachting vs wat er leeft in de groep waar de roldrager in zit. 
  • Kritiek op rolbegrip
    •Wordt vaak als te eenduidig beschouwd
    •Rol wordt niet eenzijdig vastgesteld zoals soms wel gedacht wordt. 
  • Institutie
    Een gestandaardiseerde patroon van denken en doen in bepaalde situaties.
  • Instantie
    Onderwijs -> scholen / ouderschap -> gezin/ geloof -> kerk (1e institutie 2e instantie). 
  • Institutionaliseren
    Het proces waarbij nieuwe vormen van denken en doen een gestandaardiseerd patroon krijgen. 
  • Reïficatie
    Sociologische begrippen lijkt zelf te bestaan en zelfstandig sturing geven aan menselijk gedrag. 
  • Sociale controle
    Geheel van reacties om waarden en normen te handhaven, hieruit kunnen positieven en negatieve sancties volgen. Zowel formeel als informeel. 
  • Rationele keuzetheorie
    Gedrag van mensen zien als afweging van kosten en baten. 
  • Doel 
    Een denkbeeldige toekomstige situatie die door individuen of groepen wordt nagestreefd. 
  • Gedrag
    Ieder vorm van menselijk handelen in een sociale context. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Sociale uitkering
Mensen in armoede helpen: vangnet of hangmat?
ze kunnen zich nestelen in armoeden
afschaffen zou indirecte kosten voor samenleving net doen stijgen
Socialisatie is geen totalitair gebeuren
Cultuuroverdracht is een mensen werk, mensen zijn nooit volledig programmeerbaar. Door het sociaal handelen verwerft men ook identiteit die zegt voor sociaal handelen en hanteren van de orden
Bordieu: habitus is net een computer programma
Binnen de grenzen van de software is alles mogelijk, het programma legt alleen principes op. Zo is er eindige vrijheid. De habitus die ook het handelen mee bepaald, dit betekend eveneens de exteriorisatie van de interioriteit
Verinnerlijking/internalisatie
Geïnstitutioneerde waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen die vanzelfsprekend deel worden van de persoonlijkheid. 
Bordieu: interiorisatie van de exterioriteit, wat to habitus leidt
Functies van socialisatie
Socialisatie is een maatschappelijk proces dat bijdraagt tot het voortbestaan van een sociale orde en de voorspelbaarheid van het sociaal handelen, 

er wordt via socialisatie aangeleerd wat in een bepaalde situatie als gewenst of ongewenst wordt beschouwd. Leren welke betekenissen we aan allerlei dingen en voorvallen moeten toekennen en hoe we met deze gegevenheden moeten omgaan
Wat gebeurd er als mensen niet worden gesocialiseerd
Dan krijg je de enfants sauvages: de zogenaamde wolfskinderen, die opgevoed zijn door dieren
Cultuuroverdracht
Het aanleren van een cultuurpatroon, het doorgeven van opvattingen over waarden, normen, doelstellingen en de verwachtingen aan anderen. Cultuuroverdracht kan gebeur op 2 manieren: via acculturatie en enculturatie (socialisatie)
Cultuur is veranderljik
Instincten zijn aangeboren. Cultuur moet voortduren worden verworven want ze moet worden aangeleerd
Wij mensen kunnen niet vanzelf overleven
Wij beschikken niet over instincten en natuurlijke verdedigingsmiddelen (1 natuur).
Gehlen: mangelwesen
de mens staat open voor de wereld: we interpreteren prikkels en handelen in functie daarvan. Zo kunnen we het missen van de eerste natuur compenseren door de 2e natuur, de cultuuur
Cultuurpatroon
Combinatie van onderling samenhangende opvattingen die specifiek zijn voor een grotere groep: waarden, normen, doeleinden en verwachtingen