Samenvatting Sociologie : een inleiding

-
ISBN-10 9043012718 ISBN-13 9789043012713
258 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Sociologie : een inleiding
  • Mark Elchardus
  • 9789043012713 of 9043012718
  • 2007

Samenvatting - Sociologie : een inleiding

  • 1 De sociologie ontdekken

  • Iets is contingent als het noodzakelijk noch onmogelijk is en het dus ook anders kunnen zijn dan het nu is. Ik ben in Belgie geboren, maar het had ook Nederland kunnen zijn.

  • 1.1.1 Wat is sociologie? Een poging tot definitie, die gelukkig mislukt.

  • Weber (1947): sociologie is de wetenschappelijke poging om het sociale handelen te begrijpen, met de bedoeling op die manier tot een causale verklaring van het verloop en de effecten van dat handelen te komen.

  • Definities kunnen worden gebruikt om een verschijnsel vast te leggen, maar zijn minder geschikt om een verschijnsel te begrijpen.

  • 1.1.2.1 De belangrijkste les

  • Alle dingen waarvan we aannemen dat zij natuurlijk zijn en verbonden met onze diepste eigenheid, hadden zich in de loop van de geschiedenis ook anders kunnen ontwikkelen, zij zijn ... ?

    Contingent

  • De tweede les is dat het contingente niet gelijk gesteld kan worden aan het arbitraire (het willekeurige).

  • 1.1.2.2 Contingentie

  • Een voorbeeld van contingentie is bijvoorbeeld het besef dat afwijkend gedrag door de samenleving wordt geproduceerd. Niet dat crimineel gedrag kan worden begrepen, maar wel dat de normen die we hanteren tegen afwijkend gedrag van sociale oorsprong zijn, waardoor ze verschillen van de ene tot de andere samenleving.

  • Becker (1953) wilde duidelijk maken dat de sociologie er is om te verklaren waarom bepaalde mensen tot afwijkend gedrag komen, maar ook waarom bepaalde gedragingen in bepaalde samenlevingen afwijkend zijn en in andere niet.

  • 1.1.3 Contingent, maar niet arbitrair

  • De belangrijkste vraag waaromheen sociologie zich gevormd heeft is waarom het contingente niet arbitrair of willekeurig is. Dit ook naar aanleiding van Roussea (een 18e eeuwse Franse denker) die zich bezig hield met de vraag hoe mensen zich aan wetten konden houden wanneer deze niet door een god of opperwezen waren opgelegd

  • Met name de Verlichting en de Tegen-Verlichting stonden tegenover elkaar in de discussie over religie als handhaver van de orde. De Verlichting dacht dat het volgen van de eigen rede en het eigen redeneervermogen zouden leiden tot het goede samenleven. De Tegen-Verlichting vreesde echter voor egoisme, sociale ontreddering en vervreemding.

  • August Comte (1798-1857) wordt gezien als de vader van de sociologie omdat hij met de term kwam. Hij pleitte voor een sterk zakelijke, op strakke wetenschappelijke observatie en logica gesteunde sociologie; positieve/positivistische benadering

  • Comte (-> Verlichting) maakte onderscheid in het religieuze, het metafysische en het wetenschappelijke denken

  • Comte: het menselijke handelen wordt niet alleen geleid door de rede, maar ook door impulsen, gevoelens en emoties. Die emotionele elementen, moeten samen met de rede, juist gekanaliseerd worden naar goede, voor de mens positieve doelen. Hij kwam met de religie van de Mensheid.

  • Twee sociologen, Habermas en Luhmann hebben nog lang gediscussieerd over de vragen van Comte.Wat juicht Habermas toe en wat juicht Luhmann toe?

    Habermas gelooft in het werk van de wetenschap. Luhmann geloofde dat we met het contingente moeten leren leven door het arbitraire op een aantal punten gewoon te aanvaarden.

  • Waar het niet-contingente vroeger in de religie werd gezocht wordt het nu in drie andere richtingen gezocht. Dit zijn?

    De natuur (iets is natuurlijk als het boven de menselijke willekeur verheven is), de geschiedenis (samenlevingen kunnen niet leven alsof er niet bepaalde dingen zijn gebeurd in het verleden) en de samenhang (Samenhang van verschillende samenlevingen die zorgen voor verschillende soorten gezinsopbouwingen)

  • 1.2.1 De belangrijkste les

  • De belangrijkste les die Sociologie met zich meebrengt is:

     

    Contingent: al die dingen waarvan we soms aannemen dat zij natuurlijk zijn en verbonden met onze diepste eigenheid, hadden in de loop van de geschiedenis ook anders kunne ontwikkelen (ze hadden ook anders kunnen zijn dan ze nu zijn).

    Arbitrair: maar ondanks het besef dat dingen anders hadden kunnen zijn, betekent niet dat er geen goede redenen bestaan voor de vorm die ze bij ons hebben aangenomen.

     

    vb: Ik ben in Nederland geboren maar het had ook Frankrijk kunnen zijn (contingent). Toch bestaan er goede redenen die verklaren waarom de werkelijkheid tot stand is gekomen en toch bestaat. 

     

    Met deze kennis in gedachten kunnen we de diversiteit beter inzien, begrijpen en accepteren. Deze bewustwording hebben we grotendeels te danken aan de antropologie en de sociologie. 

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Sociologie een inleiding
  • Mark Elchardus Bram Spruyt Christophe Vanroelen
  • 9789043027892 of 9043027898
  • 2014

Samenvatting - Sociologie een inleiding

  • 1 De sociologische verzuchting

  • waarin verschillen de posities van Luhmann en Habermann ten aanzien van het contigente en arbitraire?
    contigent = alles is continent. iets is niet noodzakelijk en niet onmogelijk. het is niet perse nodig dat iets gebeurd maar het is niet onmogelijke. over het arbitraire wat hier bij hoort verschillen de twee mannen van mening. 

    Haberman: door open communicatie zouden de regels die we maken minder arbitrair worden en minder willekeurig. recht is wel rechtvaardig maar moet bekritiseerd worden. 

    Luhmann: we moeten met het continente leren leven door het abstracte op een aantal punten te aanvaarden. 
    1) niet eens over doelen -> meerderheidsregels
    2) rechtspositievisme = de wet verdient respect zolang ze op de correcte wijze gemaakt is. we zullen het weliswaar nooit eens zijn over het rechtvaardigen. 
  • waarin verschillen de posities van Luhmann en Habermann ten aanzien van het contingente en arbitraire?
    contingent = alles is contingent. iets is niet noodzakelijk en niet onmogelijk. het is niet perse nodig dat iets gebeurd maar het is niet onmogelijke. over het arbitraire wat hier bij hoort verschillen de twee mannen van mening. 

    Haberman: door open communicatie zouden de regels die we maken minder arbitrair worden en minder willekeurig. recht is wel rechtvaardig maar moet bekritiseerd worden. 

    Luhmann: we moeten met het continente leren leven door het abstracte op een aantal punten te aanvaarden. 
    1) niet eens over doelen -> meerderheidsregels
    2) rechtspositievisme = de wet verdient respect zolang ze op de correcte wijze gemaakt is. we zullen het weliswaar nooit eens zijn over het rechtvaardigen.
  • hoe dacht august comte het probleem van de niet-arbitraire contigentie op te lossen?
    het menselijk handelen word niet alleen geleid door rede maar ook door emoties. dit samen helpt mensen op positieve doelen te bereiken. dit kan alleen door RELIGIE.
  • welke instelling gebruikt august comte om het probleem van de niet-arbitraire contigentie op te lossen?
    door religie vd mensheid. hier staat de mensheid of capaciteit vd mensheid centraal. om hun energie op wenselijke doelstellingen te richten.
  • wat wordt bedoeld met legitimerende derde?
    het niet-continente en niet-arbitraire wordt nu vaker gezocht in:
    1. de natuur
    2. de geschiedenis
    3. de samenhang. 
  • de natuur:
    onze maatschappij wordt beïnvloed door onze menselijke beperkingen
  • de geschiedenis
    de geschiedenis van een maatschappij beperken latere keuzen mogelijkheden.
  • samenhang
    dingen hebben met elkaar te maken. een gezin kan maar een aantal verschillende aantal vormen aannemen, welliswaar heel veel. maar het is wel beperkt.
  • Vraag 1
    Comte gaat op zoek naar een oplossing voor het probleem van de niet-arbitraire contingentie en de orde. Welke instelling kan daar volgens hem een belangrijke rol in spelen? 
    wetenschap
  • Het arbitraire’ is Jürgen Habermas een doorn in het oog. Hoe kunnen we volgens hem hieraan ontsnappen?
    Door kennis- en handelingswijzen te ontwikkelen die toelaten onze doelen redelijk te kiezen en te beheersen.Wanneer iedereen het eens is over de doelen en prioriteiten in de samenleving, houden de regels en instellingen die we zelf maken op met willekeurig en arbitrair te zijn.Wetenschap biedt een methode om op open wijze met elkaar te communiceren; deze ongedwongen communicatie leidt onder eerlijke en redelijke mensen tot een consensus over doelen en prioriteiten.
  • 2 de taak en de houding van de socioloog

  • waarom kunnen we Marx en Freud beschouwen als inspiratiebronnen vd kritische sociologie?
    de kritische sociologie is dat er achter de werkelijkheid nog een werkelijkheid ligt die we niet kunnen zien. 
    voor marx is dat onze huidige maatschappij die opgezet is om de bevoorrechte en dominante bevolkingsgroep te bevorderen. 
    voor Freud is dat ons onderbewuste waarbij de kennis over het samenleven door ons onderbewuste bestuurd word. 
  • wat is de empirische gezindheid van de sociologie?
    de sociologie is een empirische wetenschap. ze halen kennis uit wat mensen doen. hij meende dat we onze opvattingen over de mens etc. aan de werkelijkheid moeten toetsen.
  • wat zijn de drie taken van de socioloog?
    1. de cijfeeraar: de empirische analytische taak
    2. de mythejager: de kritische taak
    3. de levenskunstenaar: de praktische taak: niet zozeer de feitelijke juistheid van de vraag is belangrijs als wel de vraag of die overtuiging mensen helpt in het leven. 
  • 3 de ontdekking van de samenleving: de individualistische variant

  • wat verstaat manuar Olsen onder het probleem vd collectieve actie?
    collectieve doelen zijn doelen die voor de gehele bevolking gelden. een individu die op rationele wijze zijn eigenbelang behartigt zet zich niet in voor collectieve doelen of voor het verwerven hiervan. als een actie lukt en we doen niet mee is dit een positieve uitkomst. mislukt de actie en we doen wel mee dan is het een negatieve uitkomst. in grote groep zal het rationeel handelende individu bedenken dat hij er toch van kan genieten. zijn inzet zal namelijk slecht een klein verwaarloosbaar effect hebben op het collectieve doel = probleem vd collectieve actie.
  • waarom bestaan er ondanks het probleem van het collectieve doel toch collectieve acties?
    1. de redenering klopt niet
    2. mensen handelen niet uit eigenbelang of zijn niet rationeel.
    3. 1 en 2 kloppen niet ene e moeten een andere verklaring zoeken.
  • hoe zullen de aanhangers vd rationele-keuzetheorie solidariteit verklaren.
    de rationele-keuzetheorie zegt dat we ons als we kijken naar onze preferenties rationeel kunnen gedragen. mensen streven hun eigen belang na en ons gedrag kan als gevolg hiervan verklaard worden als uitkomst van geïnterneerd, rationeel gedrag. 
    ons sociaal leven is dan ook te beschouwen als een complex ruilproces van mensen. handelend vanuit het utilitarisme kijkt men welke partners/vrienden het meeste genot geven. solidariteit is een kosten en baten afweging en we zijn alleen solidair aan degene die ons profijt zullen opleveren.
  • omschrijf het mattheus-effect adv een voorbeeld.
    het mattheus-effect is een effect waarbij degene die veel heeft ook veel zak krijgen en andersom. degenen die weinig heeft zal nog minder krijgen. dit is een oorzaak van onbedolede gevolgen. een voorbeeld hierbij is een voorbeeld uit de wetenschappelijke wereld wanneer twee wetenschappers dezelfde ontdekking doen, zal de meest bekende de meeste faam krijgen en met de erkenning er vandoor gaan.
  • op welke twee manieren werd het individu benaderd in de sociologie?
    de individualistische variant van de sociologie is gekenmerkt door: 
    • Individualisme. Drijfveren van het individu. De samenleving als meer dan de som der delen. Sociale orde verklaard vanuit het individu. Drie betekenissen
      1. Eigenheid persoon als los van zijn groep
      • Waarde van het individu
      • Individuele rechten
      • Mogelijkheid individuele keuzes 
      1. Waarde van het privé leven, intimiteit
      2. Zelfontplooiing
    • Collectivisme. Een samenleving heeft rollen, normen en patronen die gedrag van het individu richting geven. Eenheid tussen individu en samenleving
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Benoem de vier typen sancties van Parsons en licht deze toe.
  1. activeren van waardegetrouwheid
  2. beïnvloeden
  3. belonen
  4. bestraffen 

 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen sancties die binnenuit komen: interne sancties en sancties die buitenaf komen: externe sancties.

 

 

Wat wordt individualisering genoemd?
Verworven status op basis van eigen, persoonlijke prestaties, de erkenning van het individu, het streven naar zelfbewustzijn, zelfbeschikking en zelfontplooiing, worden voorgesteld als kernwaarden van normen, als een entiteit die respect verdient en zich moet kunnen ontplooien. Het nastreven en realiseren van die waarde wordt individualisering genoemd.
De vraag die ontstaat is: Vanwaar komt die gemeenschapsverzuchting, vanwaar komt die nostalgie?
De modernisering heeft een interactiekader in het leven geroepn dat in veel grotere mate de Gemeinschaft-kenmerken heeft dan de interactiekaders die daarvoor bestonden. Dat betekent dat het merendeel van onze tijdgenoten hun eerste levensjaren doorbrengen in een interactiekader met een uitgesproken primair karakter, indealiter gericht op koesteren, liefde, intimiteit en sterke verbondenheid: de familie.

De gemeenschapsnostalgie en de kritische houding verschijnen eerder als een verzuchting en een ambitie die steeds weer in de moderne gezinservaring een voedingsbodem vinden. Het zijn met andere woorden producten van de moderne maatschappijontwikkeling zelf. 
De moderne samenleving die zo sterk afhankelijk is van het heldere, rationele en wetenschappelijke denken, wekt ook steeds weer de emoties op die precies in dat denken het verlies van een vollere wereld en van diepere emoties ervaren. Die spanning zelf maakt deel uit van de modernisering en beïnvloedt de ontwikkeling van het proces.
Uit hoeveel delen/perioden bestaat de modernisering?

De 400 jaar modernisering kunnen ruwweg in twee gelijke perioden worden opgedeeld:

  1. 1600-1800: een aanloop tot modernisering, waarin de transformatie plaatsvindt.
  2. 1800-heden:  een voltrekking van de moderniteit.

 

De veranderingen die tot de modernisering van de samenleving leidden, bewerkstelligden zich betrekkelijk langzaam. Zij werkten lange tijd ondergronds en ongezien.

Wat verstaan we onder de term modernisering?

Modernisering kan worden beschouwd als een beschavingsproject waarvan juist het opheffen van de beperkingen die op het menselijke gedrag rusten, een belangrijke richtinggevende waarde en aspiratie vormt (Landes, 1998).

Wat verstaan we onder de termen moderne samenleving of moderniteit?

Het resultaat van de veranderingen over de laatste 400 jaar wordt moderne samenleving of moderniteit genoemd. 

Benoem de zeven niveaus/gordels van sociale controle. Wat is belangrijk om te weten?

Als één niveau er niet in slaagt afwijkend gedrag en/of criminaliteit te vermijden, treedt het volgende niveau in werking.

 

De zeven gordels van criminaliteit zijn:

 

  1. Routine (sleur en slenter)
  2. Het politieagentje binnenin (zelfdwang, socialisatie, internalisatie)
  3. Velden van gesanctioneerde verwachtingen (integratie in een veld van gesanctioneerde verwachtingen)
  4. Buffers (van sociale interactie)
  5. Uitlaatkleppen
  6. Informele sancties (expliciet, maar informeel sanctioneren)
  7. In de handen van politie en gerecht (formele sancties)
Wat is het verschil tussen de utilitaristen en Parsons' theorie? 

Parsons verwerpt(verstoot) niet het belang van het streven naar plezier en het vermijden van pijn, maar onderstreept dat deze niet alleen verwijzen naar eigenschappen van het menselijke organisme, maar ook naar verschijnselen als waarden en verbondenheid met anderen.

Wat is het verschil tussen negatieve en positieve sancties?
  • Negatieve sancties: pijn, onbehagen, uit de groep zetten. 
  • Positieve sancties: plezier en genoegen worden beloofd, beloning.

 

De doeltreffendheid van de negatieve sancties ligt niet in de uitvoering van de straf maar in de geloofwaardigheid van de dreiging of in het afschrikkingeffect.

Wat is het verschil tussen interne en externe sanctie?
  • De sanctie is intern/komt van binnenuit in de zin dat het verraden van bepaalde waarden of overtuigingen, betreffende het goede of schone handelen, tot een gevoel van onbehagen of tot wroeging leidt. Deze bepaalde waarden of overtuigingen nestelen zich in de persoonlijkheid. Maar we kunnen ons ook verbonden en sterk voelen met anderen op zo'n manier dat we het gevoel hebben dat we een eenheid vormen.

In eerste instantie is ons gedrag sanctioneerbaar omdat we naar waardegetrouwheid streven, in het tweede omdat we solidariteit en loyaliteit veronderstellen bij de personen die ons gedrag sanctioneren. 

 

  • Externe sancties komen voor in de vorm van 'straffen': slaan, vrijheid beroven, afzonderen, afstandelijk bejegenen, een afkeurende blik. Maar men kan ook strelen, eten geven, overladen met geschenken of een bemoedigend schouderklopje.