Samenvatting Sprekend verleden.

-
ISBN-10 9042526564 ISBN-13 9789042526563
994 Flashcards en notities
62 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Sprekend verleden.
  • Harald Buskop Cees de Waal Teun Berserik
  • 9789042526563 of 9042526564
  • 4e dr.

Samenvatting - Sprekend verleden.

  • 1 Geschiedenis: Wat heb je eraan ?

  • Mensen vinden het verleden interessant door bijvoorbeeld: 

    • De film: Dances with wolves.
    • De Oosterijkse keizerin Sissi
    • De Amsterdamse pakhuizen
    • De scheepsjongens van Bontekoe 
    • Foto's (van familie)
    • Anne Frank (de tweede wereldoorlog)
    • Beroemde Monumenten
  • wat is geschiedenis?

    verschillende verhalen over het verleden of: alles wat is geschied (gebeurd)

  • Geschiedenis betekent letterlijk:   Dat wat geschied (gebeurd) is.

  • wat is een ander woord voor geschiedenis?

    historie (onderzoek)

  • Niet iedereen vindt hetzelfde belangrijk. De een vertelt het kort

    terwijl de ander het juist lang en breed vertelt.

  • waardoor kun je iets uit het verleden te weten komen?

    een bron

  • Over bepaalde gebeurtenissen schrijft/vertelt de ene positief

    en de ander negatief. Bijvoorbeeld Napoleon  

  • wat bepaalt je standplaatsgebondenheid?

    leeftijd, hoeveelheid hersens, het land waar je woont, de tijd waarin je leeft, sekse, huidkleur, geloof, politieke overtuiging

  • Geschiedenis bestaat uit verschillende verhalen over het verleden.

  • wat is standplaatsgebondenheid?

    de achtergrond van iemand die een verhaald verteld over zijn geschiedenis

  • Ook is geschiedenis het onderzoeken van bronnen .

     

  • Een ander woord voor geschiedenis is historie.

    Historie betekent uit het Grieks: onderzoek.

  • Alles waardoor je iets over het verleden te weten kunt komen wordt een bron genoemd.

    Bijvoorbeeld de krant, een tv-programma een website op het internet maar ook je vader of moeder. 

  • Bronnen mag je niet zomaar geloven.

    Je moet eerst naar de feiten kijken:

    • Is er bewijs of een bewering?
    • Hoe waardevol/betrouwbaar is de bron?
    • Welke standplaatsgebondenheid zie je?
  • Feit: iets dat echt gebeurd is en bewezen kan worden.

  • Standplaatsgebondenheid: De beïnvloeding van ieders kijk op de eigen achtergrond.

    bv. leeftijd, sekse,geloof en het land waar men woont. 

  • Museum: Gebouw waarin spullen uit het verleden worden bewaard.

    dit kan gaan over een bepaald onderwerp maar ook over een bepaalde tijd

  • In een archief bewaart men de administratie van de overheid, belangrijke instellingen

    en personen. In een archief ben je altijd welkom.

  • Ieders leven wordt sterk beinvloedt door het verleden.

  • Identiteit: Wie jij bent.

  • Geschreven bron: Bron die bestaat uit woorden.

     

    Ongeschreven bron: Bron die niet bestaat uit woorden, maar uit iets anders.

                                          Bijvoorbeeld een tekening of een voorwerp.

  • Primaire bron: Letterlijk op de eerste plaats komende bron.

                                Een bron van een ooggetuige die je direct inlichtingen geeft

                                over wat je wilt weten.

     

    Secundaire bron: Letterlijk op de tweede plaats komende bron.

                                    Een bron die  via een tussenpersoon inlichtingen geeft

                                    over wat je wilt weten.

  • Wat heb je aan een bron?

    Dat hangt af van wat je wilt weten

  • 1.1 wat is geschiedenis

  • waar bestaat geschiedenis uit
    verschillende verhalen uit het verleden
  • wat betekend het woord geschiedenis
    wat is geschied gebeurd 
  • waarom bestaat er niet 1 verhaal van geschiedenis 
    niet iedereen heeft dezelfde bronnen
    niet iedereen vind iets even belangrijk
    de een vind iets positief en de ander vind het negatief
  • een ander woord voor geschiedenis
    historie
  • wat kan een bron zijn
    krant
    tv-programma
    website 
    familie
  • moet je bronnen zomaar geloven
    nee soms proberen mensen iets te vertellen wat niet waar is en soms klopt het niet helemaal wat iemand vertelt
  • waar moet je bedenken bij bronnen
    is het echt gebeurt of waar (feit)
    zijn er bewijzen
    hoe betrouwbaar is de bron
    is het een feit of een mening
  • wat is standplaatsgebondenheid
    iedereens kijk op de wereld wordt bepaald door
    geloof
    politieke overtuiging
    land
    tijd
    zijn sekse
    huidskleur
    leeftijd
    en wat zijn (voor)ouders hebben meegemaakt
  • waarom moet je de geschiedenis weten
    zonder geschiedenis ben je je zelf niet hoe je bent word bepaald door wat je hebt meegemaakt en zo
    zonder geschiedenis snap je oorlogen niet
  • 3 problemen waardoor het moeilijk is om over wat er gebeurt is eens te komen
    de een vind iets positief en de ander negatief
    niet iedereen heeft beschikking tot dezelfde bronnen
    niet iedereen vind alles even belankrijk
  • wat is primair en secundair
    primair is eerste bron iemand die er bij was en het heeft gezien
    secundair is tweede bron iets wat iemand gehoord of gelezen heeft over iets
  • wat zijn etnische verschillen 
    aangeboren verschillen tussen groepen mensen 
    lengte
    huidskleur
    kleurhaar
  • wat zijn etnische verschillen 
    aangeboren verschillen tussen groepen mensen 
    lengte
    huidskleur
    kleurhaar
  •  wat zijn culturele verschillen
    verschillen tussen bepaalde bevolkingsgroepen in hun denken en doen
    ben je democratisch
    religie 
    hoe je met elkaar omgaat
    eet gewoontes 


     
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Sprekend verleden.
  • Harald Buskop van Quirijn Dalhuisen G O graphics reconstructietek Teun Berserik
  • 9789042526631 of 9042526637
  • 4e dr.

Samenvatting - Sprekend verleden.

  • 1 Een nieuwe tijd begint

  • wanneer is de nieuwe tijd

    van 1500-1800 ongeveer

  • wat  wordt bedoelt met Hervorming?

    afscheiding van de katholieke kerk.

  • Raphael stierf heel jong, hij maakte de fresco op zijn 25ste en stierf op zijn 28ste.

    Eeb fresco is een muurschilderij, wat gemaakt wordt in nat cement. Fresco schilders maken maar 1 vierkante meter fresco op een dag.

  • noem een ander woord voor hervorming?

    reformatie.

  • wat zijn ketters?

    mensen die kritiek hadden op de kerk.

  • welke drie oorzaken noemt men voor de hervorming?

    1. nieuwe belangstelling voor de Grieks Romeinse cultuur.
    2. trouw aan eigen land en koning wordt belangrijker dan trouw aan de kerk.
    3. aantrekkingskracht van het protestantisme op verschillende bevolkingsgroepen.
  • waarom is de nieuwe belangstelling voor de grieks romeinse cultuur belangrijk voor de Hervorming?

    men werd kritisch op de gebruiken van de kerk en gingen de bijbel op hun eigen manier uitleggen bijv. Erasmus.

  • waarom is trouw aan eigen land en koning belangrijk voor de Hervorming?

    door de opkomst voor nationale zaken werden het land en de vorst belangrijker voor de mensen, vorsten wilden vaak ook scheiding van de kerk en de staat.

  • waarom is de aantrekkingskracht van het protestantisme op verschillende bevolkingsgroepen belangrijk voor de Hervorming?

    3 groepen: adel, gegoede burger en boeren en arme bevolking in de steden.

  • waarom waren veel gebruiken van de kerk volgens Luther niet goed?

    ze werden niet in de bijbel vernoemt.

  • waar schreef hij zijn kritieken in op?

    in de 95 stellingen, hij hing deze aan de deur van de kerk waar hij preekte in witteberg, duitsland.

  • het gevolg voor luther was dat hij door de paus in de ban gedaan werd en door de keizer vogelvrij verklaard werd. wat hield dit in?

    iedereen mocht hem nu doden en kreeg daar zelfs een beloning voor( geld of een titel)

  • leer de opvattingen van Luther op blz. 21.

  • in welke opzichten verschilde het calvinisme van het lutheranisme?

    de calvinisten organiseerden zich van onderaf en de Lutheranisten vonden de forsten het belangrijkst.

  • 1.1 Over de Nieuwe en de nieuwste tijd.

  • wanneer is de nieuwe tijd?

    van ongeveer 1500 tot 1800.

  • hoe wordt de periode 1500 tot 1800 genoemd?

    de nieuwe tijd/

  • hoe noemden kunstenaars de tijd, voor de nieuwe tijd?

    de donkere tijd.

  • wie wilden ze graag navolgen. in de periode (nieuwe tijd)

    de Grieks-Romeinse cultuur

  • wat was er in de middeleeuwen erg belangrijk en in de nieuwe tijd niet? 

    in de middel eeuwen gebruikte men in kunst en wetenschap het geloof.

  • wat gebruikte de kunstenaars en wetenschappers in hun projecten. in plaats van de middeleeuwen?

    in de middeleeuwen was het op god gericht. in de nieuwe tijd hadden ze de grieks-romeinse cultuur als voorbeeld.

  • wat was in de middel eeuwen het belangrijkste middel van bestaan?

    landbouw

  • wat is er naast landbouw heel belangrijk geworden in de nieuwe tijd?

    handel en bedrijf zijn heel belangrijk geworden. zo waren er steeds meer ontdekkingen reizigers die anderen landen hebben ontdekt. zo is wereld handel ook zeer belangrijk geworden. ook in de tijd van nu

  • in de middel eeuwen hadden edelen veel macht. wie had er veel macht in de nieuwe tijd

     

    de vorsten

  • wat werd in de nieuwe tijd de nieuwe heersende godsdienst?

    protenstands of katholiek

  • vanaf wanneer raakten de Europese vorsten steeds meer macht kwijt aan het parlement.

    vanaf ongeveer 1800

  • er werd steeds meer nagedacht over hoe je het best met mensen moet samenleven. Onder welke groepen kan je zetten?

    ismen: kapitalisme het socialisme en het conservatisme en het liberalisme

  • wat is het gevolg van de franse revolutie

    gelijkheid van godsdienst in de meeste Europese landen.

  • rond welke tijd waren de Italianen niet tevreden met hun tijd?

    rond 1400

  • wie namen de Italianen  als voorbeeld bij de dingen die ze wilden veranderen?

    De Grieks-Romeinse cultuur.

  • wat gingen de Italianen bestuderen van het Grieks-romeinse cultuur.

    overblijfselen van gebouwen maar ook oude geschriften.

  • de grieks-roeminse cultuur vond dat je je zelf niet op de achtergrond moest plaatsen.

  • ze vonden de dood wat akeligs. je moest van het leven nu genieten.

  • zoals het romeinse gezegde ging het om carpe diem = pluk de dag

  • deze nieuwe tijd in de kunst en wetenschap noemen we renaissance

  • wat betekend renaissance ?

    wedergeboorte hier gaat het over de weder geboorte van de grieks-romeinse cultuur.

  • vanuit waar berbreidde de verandering in het denke zich over Europa?

    vanuit italie

     

  • waarvan wilden kooplieden genieten?

    van hun rijkdom en macht.

  • wie wilden meer macht krijgen?

    vorsten en edelen. ze vonden dat de kerk zich niet moest bemoeien met het bestuur.

  • wat werd er met kunst anders?

    het werd een beroep. in de middel eeuwen bleef je anoniem omdat het ging om het plaatje. maar nu is dat anders.

  • wat wilden de geleerden ook gaan doen?

    onder zoek zoals de griek-romeinen ook doen. maar de kerk was hier op tegen.

  • wat heeft veel invloed gehad op de tijd van toen.

    de grieks-romeinse cultuur

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Sprekend verleden.
  • Harald Buskop van Connie Bastiaans G O graphics
  • 9789042537620 of 9042537620
  • 4e dr.

Samenvatting - Sprekend verleden.

  • 1 Industrialisatie van het Westen

  • Hoe ontstond de industriële revolutie?
    Toen de landbouw in West-Europa als belangrijkste middel van bestaan werd verdrongen door de industrie, bracht dit grote veranderingen met zich mee. Die veranderingen waren erg groot, waardoor men ook wel spreekt van de industriële revolutie (niet alleen veranderingen op gebied van industrie, en veranderingen waren een langdurig proces). Door deze 'revolutie' ontstond de industriële samenleving, waarin de meeste goederen in fabrieken werden gemaakt, en waarin de meeste mensen in steden woonden.
  • Wat veranderde de industriële revolutie? 
    • Veranderingen in het gebruik van arbeid -> massaproductie
    • Veranderingen in het gebruik van de natuur -> nieuwe energiebronnen
    • Veranderingen in het gebruik van techniek -> stoomboten
  • Wat waren de gevolgen van de industriële revolutie?
    • Het ontstaan van industrieel kapitalisme -> fabrieken en mijnen worden het belangrijkst, en zijn in handen van fabrikanten. Meeste ondernemingen worden nv's -> meerdere eigenaren.
    • Verandering in de gelaagdheid en het bezit van mensen -> fabrieksarbeiders werden de grootste bevolkingsgroep. -> nieuwe groep van zeer rijke kapitalisten: fabrikanten. -> Middenlaag en dienstensector breidden zich uit.
    • De 'sociale kwestie' -> de industrialisatie ging lange tijd gepaard met grote armoede. De sociale kwestie betekend de vraag hoe de armoede opgelost kon worden. Deze kwestie leidde tot de sociale wetgeving.
  • 2.1 Wat is democratie?

  • Wat zijn de essentiële kenmerken van een parlementaire democratie?
    • Degenen die de macht uitoefenen (regering en parlement) ontlenen hun macht aan het volk en zijn daarom verantwoording schuldig aan dat volk (volkssoevereiniteit)
    • De macht van de regering wordt beperkt doordat zij zich moet houden aan bepaalde grondrechten die zijn vastgelegd in een grondwet
    • Iedere burger heeft het recht om mee te beslissen
    • Bereidheid compromissen te sluiten en rekening te houden met groepen die in de minderheid zijn
    • Vertrouwen van de bevolking in de parlementaire democratie.
  • Wat zijn democraten?
    Mensen die ervan overtuigd zijn dat een juiste toepassing van de kenmerken van de democratie de beste manier is om politieke problemen op te lossen.
  • Welke grondrechten behoren tot de kenmerken van een parlementaire democratie?
    • Vrijheid om uiting te geven aan alles wat men denkt, gelooft, meent of weet
    • Gelijkheid van iedereen voor de wet
    • Recht op bescherming, privé-leven en bezit
    • Vrije verkiezingen in een twee- of meerpartijenstelsel
    • Recht op een menswaardig bestaan (sociale grondrechten).
  • Wat is het verschil tussen directe en indirecte democratie?
    Bij directe democratie worden de beslissingen genomen door alle burgers gezamenlijk, en bij indirecte democratie kiezen de burgers vertegenwoordigers die beslissingen nemen.
  • Wat is evenredige vertegenwoordiging?
    Hierbij worden alle uitgebrachte stemmen bij elkaar opgeteld. Dit aantal wordt gedeeld door het aantal zetels in het parlement. De uitkomst van deze deelsom noemt men de kiesdeler. Het aantal stemmen dat op een partij is uitgebracht, wordt gedeeld door de kiesdeler. Zo weet men het aantal zetels voor iedere partij. 
  • Wat is een districtenstelsel?
    Bij een districtenstelsel wordt het land verdeeld in kiesdistricten, waarvan er evenveel zijn als zetels in het parlement. Per district wordt de persoon afgevaardigd die de meeste stemmen heeft gekregen.
  • 2.2 Conservatisme en radicalisme

  • Hoe is het conservatisme ontstaan, en wat houdt het in? 
    Veel mensen waren na de Franse Revolutie geschokt, door alles wat er was gebeurt. Zij wilden voorkomen dat iets dergelijks zich nog ooit zou herhalen. In de macht van de vorsten zagen ze daarvoor de beste garantie. De aanhangers van de vorsten werden conservatieven genoemd. Onder conservatisme wordt het streven verstaan veranderingen uiterst langzaam en voorzichtig door te voeren en daarbij alles wat van waarde is te behouden. Conservatieven die iedere verandering afwijzen en alleen maar terug willen naar het verleden, worden meestal reactionairen genoemd.
  • Wat zijn de kenmerken van het conservatisme?
    In tegenstelling tot liberalen en socialisten hebben conservatieven een pessimistische kijk op de mens. De conservatieven gaan van het volgende uit:
    • De mens is geneigd tot het kwade
    • De mensen zijn van nature ongelijk
    • Het is belangrijk met het verleden rekening te houden (tradities hebben grote waarde)
    • Verandering moet geleidelijk gaan (dus geen revoluties!).
  • Hoe was het conservatisme in de 19de eeuw?
    In de eerste helft van de 19de eeuw, ging het vooral over de vraag, moet de macht in handen zijn van de vorst of in handen van het parlement? De conservatieven verdedigden de macht van de vorst. In de tweede helft van de 19de eeuw werden twee nieuwe kwesties belangrijk: de uitbreiding van het kiesrecht en de sociale kwestie. De conservatieven wilden geen uitbreiding van het kiesrecht, omdat zij vonden dat het gezag 'van boven' kwam, in laatste instantie van god. In de sociale kwestie vonden de conservatieven dat de overheid de arbeiders in bescherming moest nemen. Maar dat moest niet door hun rechten te geven, maar door als goede 'vader' voor hen te zorgen.
  • Wat wordt er onder het radicalisme verstaan?
    Onder radicalisme wordt het streven verstaan snel en grondig veranderingen aan te brengen als ontwikkelingen in de samenleving daartoe aanleiding geven.
  • Wat zijn Ultra-radicalen?
    Ultra-radicalen geloven niet in de democratie (in tegenstelling tot radicalen) en schuwen geweld niet om hun doel te gebruiken.
  • Hoe is het conservatisme in onze tijd?
    Vanaf de 19de eeuw ontstonden politieke partijen, alleen in Nederland heeft echter nooit een officiële conservatieve partij bestaan. De meeste conservatieven sloten zich bij andere partijen aan, en gingen dan de conservatieve vleugel van zo'n partij vormen. Door verschillende ontwikkelingen in de samenleving hebben de conservatieven hun opvattingen in de 20ste eeuw gewijzigd: 
    • Ze vinden de parlementaire democratie nu waardevol
    • Ze zijn ook voorstanders van het algemeen kiesrecht
    • Zij erkennen nu de rechten van de arbeiders
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

wat waren de bevolkings lagen voor en na 300v
patriciers
plebejers
slaven

patriciers en rijke plebejers
arme plebejers
slaven
hoe werden alle andere vrij burgers genoemd
plebejers
wie waren de baas in rome
patriciers
deal met carthago
ze verlog=ren al het gebieden  bahalve afrika
geen oorlogen meer
geen vloot
wanneer was de 2de punische oorlog
218 201v
wanneeer was de 1ste punische oorlog
264 241 v
hoe werden de inwoners van cartago genoemd
cartagers en puniers
wanner kregen de grieken in italie hulp
280 v
bijzonderheden aan pyrrhus
-25.00 soldaten en 20 olifanten
-pyrrhus overwinning
wie versloegen de romeinen het laatst
de grieken, die hulp kreeg van pyrrus konging van epirus