Samenvatting Stuvia cyclus 1.11

-
780 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Stuvia cyclus 1.11

  • 2 Autonome regulatie

  • Wat is het autonome zenuwstelsel?
    Het stelsel van motorneuronen die glad en hart- spierweefsel en klieren innerveren.
  • Wat doet het autonome zenuwstelsel in reactie op veranderingen?
    Het stuurt bloed naar de gebieden die het nodig hebben. 
    Versnelt of verlangzaamd de hartsnelheid. 
    Past bloeddruk aan. 
    Past lichaamstemperatuur aan. 
    Verhoogd of verlaagd maagsecreties. 
  • 2.1 Het AZS verschilt van het somatische zenuwstelsel doordat het effectoren kan stimuleren of inhiberen.

  • Wat stimuleert het somatische zenuwstelsel?
    Skeletspieren
  • Wat doet het autonome zenuwstelsel?
    Innerveert het hart- en gladspierweefsel en klieren
  • Wat zorgt naast het verschil in de plek van innervatie voor de verschillen tussen autonoom en somatisch zenuwstelsel?
    Het verschil in fysiologie van de effector organen.
  • 2.1.2 Efferente paden en ganglia

  • Waar bevinden zich de cellichamen van het somatische zenuwstelsel motorneuronen en hoe verlopen de axonen vervolgens vanaf daar?
    In het centraal zenuwstelsel. De axonen lopen over in ruggengraats of craniale zenuwen helemaal door naar de skeletspier.
  • Hoe zien somatische motorneuronen eruit?
    Dikke, zwaar gemyeliniseerde groep A-vezels die snel zenuwimpulsen vervoeren.
  • Hoe bereikt het autonome zenuwstelsel zijn effectoren?
    Hij gebruikt een twee-neuron-keten.
  • Waar bevindt het cellichaam van de eerste neuron zich van het AZS? En hoe heet dit cellichaam?
    Het preganglionische neuron bevindt zich in de hersenen of ruggengraat.
  • Hoe heet het eerste axon van de twee-neuron keten van het AZS
    Preganglionische axon synspaseert met het 2e motorneuron.
  • Waar bevindt het cellichaam van de tweede neuron zich van het AZS? En hoe heet dit cellichaam?
    Postganglionische cellichaam, deze bevindt zich in het autonome ganglion buiten het CZS.
  • Waar bevindt zich de tweede axon van het AZS en hoe heet deze?
    Deze heet het postganglionische axon en breidt zich uit  naar de effector organen.
  • Hoe zien preganglionische axonen eruit?
    Dunne, licht gemyeliniseerde vezels.
  • Hoe zien postganglionische axonen eruit?
    Dunnere niet gemyeliniseerde vezels.
  • Wat zijn autonome ganglia?
    Motorische ganglia die de cellichamen van motorneuronen bevatten.
  • Waaruit maken de ganglia van de dorsale wortels deel uit?
    Van de sensorische niet de motorische deling van het PZS.
  • 2.1.3 Neurotransmitter effecten

  • Wat geven somatische motorneuronen af aan hun synapsen met skeletspiervezels? Wat is het effect hiervan?
    Acetylcholine. Het heeft een opwindend effect en bij het bereiken van de drempel trekken de skeletspiervezels zich samen.
  • Welke neurotransmitters geven autonome postganglionische vezels af?
    Norepinefrine (NE) (Uitgescheiden door met name sympathische vezels)

    Acetylcholine (Ach) (Uitgescheiden door met name parasympatische vezels)
  • Wat is het effect van de neurotransmitters die de motorneuronen van het autonome zenuwstelsel afscheiden?
    Afhankelijk van het type receptoren op de doelorganen kan het effect stimulerend of inhalerend zijn.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.