Samenvatting Talent.

-
ISBN-10 9034543447 ISBN-13 9789034543448
231 Flashcards en notities
41 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Talent.
  • Erna Mulder Taede de Boer van Karin van der Kamp Nathalie Kuypers ' s Adrie Mouthaan
  • 9789034543448 of 9034543447
  • 1e dr.

Samenvatting - Talent.

  • 1 fictie

  • wat is fictie

    alles wat uit iemands fantasie voortkomt, alles wat verzonnen is

  • Wat is fictie?

    Fictie is alles dat verzonnen is.

  • Realistiche fictie zo echt gebeurt kunnen zijn en niet realistiche fictie niet.

  • wat is non-fictie

    alles wat niet verzonnen is, echt gebeurde zaken

  • hoe noemen we fictie die net echt is?

    realistisch

  • Kan realistiche fictie echt gebeurt zijn?

    Ja realistiche fictie kan echt gebeur zijn.

  • wat is het tegenovergestelde van realistisch

    niet-realistisch

  • Kan niet realistiche fictie echt gebeurt zijn?

    Nee niet realistiche fictie kan niet echt gebeurt zijn.

  • 1.1 leesautobiografie

  • Wat is een leesautobiografie?

    Een leesautobiografie is een verhaal van je eigen leesleven.

  • 1.1.1 goden namen grieks en latijn

  • Zeus
    Jupiter
  • Hera
    Juno
  • Athena
    Minerva
  • Hefaistos
    Vulcanus
  • Dionysos
    Bacchus
  • Afrodite
    Venus
  • Ares
    Mars
  • Hades
    Pluto
  • Dementer
    Ceres
  • Apollo
    Apollo
  • Hermes
    Mercuruis
  • Artemis
    Diana
  • Poseidon
    Neptunus
  • Hestia
    Vesta
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Talent.
  • Erna Mulder, Polly den Tenter Taede de Boer, Joop Dirksen, Jos van Son van Karin van der Kamp Yde Bouma ' s Alamy Image Select
  • 9789034545077 of 9034545075
  • 1e dr.

Samenvatting - Talent.

  • 1 1.4 lezen

  • Leesstrategieën:

    Verkennend lezen

    Zoekend lezen

    Naukeurig lezen

    Studerend lezen

     

    Onderwerp --> waar gaat de tekst over?

    Hoofdgedachte --> wat zegt de schrijver over het onderwerp? (1 zin)

     

    Tekstverbanden + signaalwoorden:

    opsommend/en, vervolgens, eerst, niet alleen...maar ook, tevens, dan, daarna

    tegenstellend/ maar, echter, toch, integendeel, daar staat tegenover

    vergelijkend/ net zo als, net als, zoals, evenals

    uitleggend-voorbeeldgevend/ bijvoorbeeld, ter illustratie, voorbeeld, dat wil zeggen

    concluderend/ dus, concluderend

    samenvattend/ kortom, samengevat, om kort te gaan

    oorzakelijk-oorzaakgevolg/ doordat, daardoor, zodat, waardoor, ten gevolgen van

    Doelmiddel/ om te, waarmee

    redengevend/ want, omdat, daarom, immers

     

  • vraag

    1492

  • funcites van de inleiding:

    -onderwerp noemen

    -aanleiding noemen

    -mening geven

    -centrale vraag stellen

    -samenvatting of hoofdgedachte

    -opbouw aangeven

     

     

  • VRAAG

  • Tekstdoelen + tekstsoorten:

    informere/ informatieve teksten

    activeren-tot handelen aansporen/ activerende teksten

    overtuigen-betogen/ betogende teksten

    amuseren/ amuserende teksten

  • 1.2 Grammatica

  • Wat is een lidwoord?
    De lidwoorden zijn het de en een. Een lid wordt gevolg door een zelfstandig naam woord.
  • Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
    Een bijvoeglijk naamwoord noemt een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord. Vaak staat het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord.
  • 1.2.1 Herhaling woordsoorten

  • Een bijvoeglijk naamwoord noemt een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord.

  • Een woord is een voorzetsel als je het kunt plaatsen voor de vakantie of de kast.

  • Een bijwoord zegt iets over het gezegde, bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord. Een bijwoord kun je niet verbuigen.

  • De meeste persoonlijke voornaamwoorden hebben twee vormen: de onderwerpsvorm en de voorwerpsvorm.

  • Een bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is.

  • Een aanwijzend voornaamwoord wijst iets of iemand aan.

  • Er zij vier vragende voornaamwoorden: wie, wat, welk(e), wat voor (een). De andere vraagwoorden zijn bijwoorden.

  • 1.2.2 Herhaling zinsdelen

  • In elke zin staat een persoonsvorm. Die kun je vinden met een persoonsvormproef: maake een ja/nee-vraag het werkwoord dat voorop komt is het persoonsvorm.

  • Het werkwoordelijke gezegde bestaat uit de persoonsvorm en alle andere werkwoorden in een zin.

  • Het onderwerp zegt wie of wat de handeling van het gezegde uitvoert. Je kunt het onderwerp vinden door de wie/wat+WG? Of met de onderwepproef: verander de persoonsvorm van getal, het zinsdeel dat ook moet veranderen is het onderwerp.

  • Het lijdend voorwerp kun je vinden met de vraag wie/wat+WG+O? Een lijdend voorwerp tref je aan bij werkwoorden waar je iets of iemand voor kan zetten. Een lijdend voorwerp begint nooit met een onderwerp.

  • Het meewerkend voorwerp kun je vinden met de vraag aan/voor+wie/wat+WG+O+LV? Een meewerkend voorwerp kun je ook vinden met de aan/voor-proef: Als een zinsdeel begint met aan of voor moet je die kunnen weglaten en als hij niet begint met aan of voor dan moet je die ervoor kunnen plakken.

  • Als je een zin hebt verdeeld hebt in zinsdelen, een paar zinsdelen blijven over die zinsdelen heten bijwoordelijke bepalingen. Een bijwoordelijke bepaling geeft antwoord op de vragen zoals: wanneer, waar, hoe, hoefeel etc. Er kunnen meerdere bijwoordelijke bepalingen in een zin voorkomen.

  • 1.2.3 Wederkerend voornaamwoord

  • Een wederkerend werkwoord heeft in de infinitief zich bij zich. Een wederkerend werkwoord heeft een wederkerend voornaamwoord. Het wederkerend voornaamwoord is deel van het gezegde.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.