Samenvatting Teach like a champion ( dvd)

-
ISBN-10 9058192970 ISBN-13 9789058192974
113 Flashcards en notities
9 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Teach like a champion ( dvd)". De auteur(s) van het boek is/zijn Doug Lemov het Engels Maaike Bijnsdorp Lucie Schaap Nederlandse Robert Jacobs. Het ISBN van dit boek is 9789058192974 of 9058192970. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Teach like a champion ( dvd)

  • 2 de lat hoog leggen

  • Wetenschappelijk onderzoek (Pygmalion onderzoek: http://en.wikipedia.org/wiki/Pygmalion_effect) bewijst dat hoge verwachtingen leiden tot betere resultaten. Hoe moet je concreet laten zien dat je hoge verwachtingen hebt?

  • 2.1 techniek 1 weet niet geldt niet

  • kern: situaties waarin een leerling niet in staat (of bereid) is een vraag te beantwoorden, moeten uiteindelijk overgaan in situaties waarin diezelfde leerling een vraag zo vaak mogelijk juist beantwoordt. 

  • Waarom zegt en leerlling: ik weet het niet?

    • ontwijkingsgedrag uit onzekerheid, faalangst, zich afzetten
    • lln weet het echt niet
    • combinatie van bovenstaande
    • om je te testen of uit te dagen
    • om niet op te vallen in de klas
    • omdat hij zich schaamt dat hij het antwoord niet weet
    • omdat hij de vraag niet heeft verstaan
    • omdat hij de vraag niet heeft begrepen
    • </ul
  • onwillige leerlingen merken al snel dat 'ik weet het niet' een toverformule is om zichzelf te drukken. 

  • techniek 1:

    laat een ander het antwoord geven en laat de leerling die het niet wist, het antwoord herhalen.

    • lln leert dat hij bij jou in de klas hoe dan ook moet werken
    • lln krijgt succeservaring nadat het eerst niet lukte
    • lln leert dat je iets kunt leren wat je daarvoor niet wist
    • lln leren dat je elkaar kunt helpen
    • alle lln leren dat je je moet inzetten voor je eigen leerproces
    • lln worden zich bewust van hun verantwoordelijkheid hierin
      als de leerling het antwoord niet wil herhalen, weet je dat het onwil is en dwarsliggen. Nu kan je de leerling hierop aanspreken, het gaat dan niet meer om de inhoud. Preken buiten de les om doen, goed gedrag van anderen belonen door verder te gaan met de les.
  • techniek 2:

    laat een klasgenoot hulp bieden in de gedachtegang naar het goede antwoord. Drie vragen:

    1. vindplaats: wie kan ... vertellen waar hij het antwoord kan vinden?
    2. eerste stap in proces: wie kan .. vertellen wat hij als eerste moet doen?
    3. andere naam of uitleg voor de term: wik kan .. vertellen wat je wilt weten als je zoekt naar...

    voordelen van deze techniek:

      • leerling hoort opnieuw de juiste gedachtegang
      • leerling hoort nog steeds hoge verwachting bij leerkracht
      • leerling moet zelf het antwoord bedenken

     

  • 2.2 techniek 2 goed is goed

  • Leg de lat hoog bij het beoordelen van de juistheid van een antwoord en handhaaf die hoge standaard. 

     

    Als je iets afrondt en tegen een lln zegt dat het antwoord goed is, mag hij niet concluderen dat hij iets kan, terwijl hij het in feite nog niet helemaal onder de knie heeft. 

  • Als een antwoord bijna goed is, is het belangrijk de leerlingen voor te houden dat ze er bijna zijn, dat wat ze tot dan toe zeiden je bevalt en dat ze in de buurt zijn van het goede antwoord. 

    De valkuil van lkn is dat ze het antwoord afmaken/aanvullen en dan de lln een compliment geven alsof hij het zelf heeft gezegd. Het is effectiever om de lln zelf (met enige hulp dmv juiste vragen) het antwoord te laten formuleren.

    • Je laat hierdoor je hoge verwachtingen blijken
    • je laat zien dat je vragen stelt waar zij antwoord op kunnen geven
    • het geeft zelfvertrouwen als een lln het antwoord zelf heeft kunnen vinden
  • vier categorieën binnen deze techniek:

    1. blijven aandringen tot het doel bereikt is
    2. de vraag beantwoorden
    3. het juiste antwoord op het juiste moment
    4. vaktermen gebruiken
  • categorie 1: blijven aandringen tot het doel bereikt is 

    A Leerling prijzen voor inzet, en dat loskoppelen van beheersing van de stof. Als een vraag nog niet volledig beantwoord is, geef je in eenvoudige, positieve taal je waardering plus je verwachting dat er nog een stap moet komen:

    • Dat is al een heel eind in de goede richting. Kan je ons de rest ook vertellen?
    • We zijn er bijna. Nu het laatste puzzelstukje nog.
    • Kan je daar nog iets verder op doorgaan?
    • Oke, maar dat is nog niet alles.
    • Bijna goed, de bal ligt voor het doel. Wie schopt hem erin?

     

    B het antwoord van de lln herhalen en de onvolledige of foute informatie benadrukken:

    • Je zei net dat een schiereiland een inham van de zee IN het land is....
  • Categorie 2 De vraag beantwoorden

    lln ontwijken soms het antwoord op jouw vraag door over iets anders te beginnen, door een voorbeeld te noemen dat er wel mee te maken heeft, maar geen antwoord is. Soms geven ze een formule ipv uitleg. 

     

    Keur alleen het goede antwoord op de vraag goed.  

  • Categorie 3 het juiste antwoord op het juiste moment

    Soms willen lln laten zien dat ze weten waar je naartoe wilt door niet het antwoord te geven op je tussenvraag, maar het eindantwoord. Daarmee ontnemen ze anderen het proces.

     

    reageer bijvoorbeeld met: "Mijn vraag ging niet over de oplossing van het probleem, het ging over wat de volgende stap is. Wat moeten we nu doen?"

  • Categorie 4 vaktermen gebruiken

    Stimuleer het gebruik van de juiste terminologie: dus niet 'doewoord' ipv 'werkwoord', niet 'meter 2' ipv 'vierkante meter'. 

    Je breidt zo de woordenschat uit op het niveau waarop ze het kunnen gebruiken de rest van hun leven. 

  • 2.3 techniek 4 rekken

  • KERN: een leermoment eindigt niet met een goed antwoord. Beloon goede antwoorden met vervolgvragen die kennis uitbreiden en toetsen of het goede antwoord geen toevalstreffer was. Deze techniek kan met name goed worden toegepast als het erom gaat te differentiëren in de klas.

  • voordelen;

    • checken op toevalstreffer goed antwoord
    • bij goed antwoord rek je de kennis van de lln nog verder op
    • ...

     

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Stelling nemen:
Techniek die leerlingen stimuleert actief na te denken over dingen die ze horen door ze te laten oordelen over de antwoorden van klasgenoten.
Hiermee vergroot je het aantal leerlingen dat actief deelneemt aan de les en met de stof aan de slag gaat.

Bijv. 
De hele klas:
Sta op als je vindt dat Roos gelijk heeft.

Individueel:
Ze zei dat 9x9 81 is Dat klopt niet hè Amber?

Evaluatief:
Hoeveel mensen denken dat Dylan gelijk heeft?

Analytisch:
Hoe kan ze haar werk controleren om te zien of ze gelijk heeft, Iris?

Verbaal of non-verbaal: Steek het aantal vingers op als het antwoord dat volgens jou het goede is.

Wat doe je met de reacties? Laat ze hun standpunt verdedigen.
Zorg voor een cultuur waarin kinderen niet bang zijn hun fouten te laten zien en te bespreken. Dat ze durven 2 vingers op te steken ook al heeft de rest er drie omhoog en je daarna vertellen wat ze dachten en waarom.
Prijs de leerlingen die tegen de stroom in gedacht hadden. Het is moedig om dat te doen.
De Afzwaaier:
Het laatste balcontact, een enkele vraag of een kort rijtje sommen die de leerlingen aan het einde van de les maken en inleveren.
Je verzamelt harde feiten en maakt duidelijk wat je verwacht dat de leerlingen die dag geleerd hebben.
Welk percentage had het goed? Wat waren de fouten? Kun je herleiden waar het is misgegaan? Welk onderdeel van je les kan tot verwarring leiden.
Je weet hoe effectief je les was, gemeten naar wat de leerlingen ervan opgestoken hebben. En wat er de volgende keer te verbeteren valt. 

1. Ze zijn kort: 1-3 vragen
2.Bedoeld om informatie te leveren, vrij simpel gericht op het lesdoel
3.Het zijn erg goede begintaken.
Balcontact:
Hoe meer balcontact hoe beter. Spiergeheugen, oefening, oefening, oefening.
Elke les moeten de leerlingen de gelegenheid krijgen de bal te raken en nog eens te raken.
Elke les moet beginnen met een paar oefeningen over de vorige stof: cumulatieve herhaling.

1. Ga door tot ze het zelf kunnen
2. Gebruik verschillende variaties en vormen
3. Grijp elke mogelijkheid voor verrijking en differentiatie.
Reageren op informatie:
Wat doe je met vergaarde informatie?
Hoe vul je hiaten op in de kennis van een leerling?
Grijp tijdig in als leerlingen iets niet begrijpen.

-Herhaal en leg de stof uit in andere bewoordingen.
-Benoem het struikelblok en leg uit waar en waarom het daar fout is gegaan.
-Geef extra aandacht aan moeilijke begrippen en leg ze nog eens uit.
-Pas het tempo aan, laten we de woorden nog eens lezen, ik zal ze rustig voorlezen enik wil dat jullie steeds goed naar het achtervoegsel luisteren. Daarna zal ik jullie vragen...
- Gebruik een andere volgorde, zet het verhaal op een rijtje van achter naar voren.
-Pik de zorgleerlingen eruit. We gaan nu door met de opdracht op jullie werkblad, maar ik wil een paar mensen hier vooraan bij mij komen zitten.
-Herhaal meer.
Observeren:
Observeren is naast vragen stellen de tweede manier om te bepalen of de leerlingen een onderwerp in de vingers hebben of niet en een belangrijke manier om de betrouwbaarheid van je vragen te laten toenemen.
Noteer wat voor soort fouten ze maken.
Gebruik voorgedrukte werkbladen.
Schrijf tijdens de lesvoorbereiding de vragen of opdrachten uit. Kopieer de werkbladen en deel ze uit aan het begin van de les.
Je hoeft dan alleen bij ieder leerling op de vaste plek naar het antwoord te kijken.
Door stippellijntjes te zetten op de plaats waar het antwoord op jouw vraag staat.
Zorg ervoor dat je de antwoorden van álle leerlingen ziet en dat ze niet af kunnen kijken.
Soorten vragen:
Minder ja-nee vragen omdat dit de kans op toevalstreffers vergroot.
Begrip toetsen en direct actie ondernemen:
Informatie vergaren door vragen stellen. Deze gegevens bekijken en analyseren, controleren of de stof wordt begrepen.

Gegevensverzameling,Het antwoord van een leerling zegt niets over het niveau van de andere leerlingen.

Wat is het hoogste niveau van  beheersing van de stof?
Wat het laagste?
Hoever liggen de niveaus van de verschillende leerlingen uit elkaar?
Ligt het van de meeste rond het gemiddelde?
Wat is het slagingspercentage?( het percentage correcte antwoorden)

Statistische steekproeven, neem 2 middel, 2 laag en 1 goede leerling.
Dat geeft meer info over het niveau van beheersing in je klas. Gebruik hiervoor de bliksembeurt waarbij je zelf leerlingen aanwijst.

Betrouwbaarheid, laat een goed antwoord zo vaak mogelijk vergezeld gaan met waarom- en hoe-vragen. Om uit te sluiten of een goed antwoord een toevalstreffer is.

Geldigheid, meet daadwerkelijk wat je beoogt te meten. De vragen moeten er net zo of iets moeilijker uitzien als ze op het proefwerk gevraagd worden.
Leerlingsteekproeven met een reeks gelijkwaardige vragen over één onderwerp om het beheersingsniveau van de klas te peilen.
Ratio:

Het aandeel van je les waarin de leerlingen zelf werken.
Laat de leerling zoveel mogelijk zelf doen: schrijven, denken, analyseren en praten.

Denkratio: geeft aan hoe intensief de leerlingen actief meewerken- en denken.


1. Splitsen van vragen in subvragen en die verdelen over meer leerlingen en spoor leerlingen aan op elkaar te reageren.
2.Een halve uitspraak, halverwege stoppen met je zin en de leerlingen het af laten maken.
3.Wat nu? Verdubbel je vragen om net zo vaak naar het proces te vragen als naar de uitkomst.
4.Onwetendheid veinzen, draai de rollen om.
5.Voorbeelden herhalen, vraag naar een tweede voorbeeld wat net verschilt van het eerste. Geef aan van tevoren waarin het tweede voorbeeld moet verschillen van het eerste.
6.Herformuleren of verduidelijken, bij een tweede keer formuleren van het antwoord wordt opnieuw nagedacht en specifieker geformuleerd.
7.Waarom en hoe? Lokt dieper nadenken uit naar een verklaring voor het antwoord.
8.Ondersteunend bewijs, vraag leerlingen voortdurend om hun uitspraken met argumenten te onderbouwen. Geef een mening of een aantal standpunten en laat de logica toetsen.
9.Periodieke feedback, trek je strategisch terug bij discussies, becommentarieer niet alles maar laat leerlingen zelf commentaar geven op elkaars uitspraken. Jij bespreekt ze per groepje ipv individueel en houdt de controle over de richting
- Niet toepassen als de leerlingen er nog niet rijp voor zijn, gebruik het met mate.
- breng je leerlingen eerst de mores van het discussiëren bij;

     -Ik ben het eens met X, want
     -Ik wil graag ingaan op wat jij zei...
     -Dat klopt, want...
     -Ik begrijp wat je wilt zeggen, maar ik heb een andere mening....
     -Heb je bewijs dat die mening ondersteunt?

10.Gespreksdoelen,het gaat erom dat het gesprek gericht blijft op de productiefste en pittigste punten.
   -heb een duidelijk idee waartoe de discussie moet leiden
   -maak af en toe een opmerking om bij het onderwerp te blijven.
   -druk niet nuttige onderwerpen de kop in, door aan het begin het gespreksdoel te vertellen. Dan hoef je ze er alleen maar aan te herinneren.

Voorbehoud voor ratio:
1. Leerlingen moeten er aan toe zijn. Leer ze eerst hoe.
2. Als leerlingen steeds meer zelfstandig moeten gaan werken moet je dat proces wel continue bewaken zodat het gericht blijft.
Wat ze doen moet ergens toe leiden.
Een stapje terug een complexe techniek:
Hou al bij de voorbereiding van je les rekening met mogelijke struikelblokken en de te verwachten foute antwoorden en bedenk geschikte aanwijzingen.

1. Geef een goed voorbeeld. Waarop de leerling een definitie kan geven.
2.Bied een context aan waarin een onbekend woord kan voorkomen.
3.Geef een regel.
4. Bied het ontbrekende stapje aan.
5. Terugspelen van de vraag, herhaal het antwoord
6. Verkeerde keuzes uitsluiten, benoem andere regels met het woord en sluit uit dat deze regels niet van toepassing zijn.
Een stapje terug:
Wanneer een leerling een fout antwoord geeft splits dan de vraag in gedachte op in kleinere eenvoudigere stappen. Hiermee kunnen eerdere struikelblokken opgeruimd worden.
Je weet nooit precies hoe groot de kloof is tussen het kennisniveau van de leerling en de kennis die nodig is voor de vraag in kwestie. Het liefst wil je met zo min mogelijk hulp de som opgelost hebben.