Samenvatting Tekstanalyse methoden en toepassingen

-
ISBN-10 902324981X ISBN-13 9789023249818
503 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Tekstanalyse methoden en toepassingen". De auteur(s) van het boek is/zijn Joyce Karreman. Het ISBN van dit boek is 9789023249818 of 902324981X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Tekstanalyse methoden en toepassingen

  • 1.1 Inleiding

  • Wat bereik je door het doen van een functionele analyse?

    Je krijgt meer inzicht in de doelen die de schrijver met de tekst probeert te bereiken en je kunt een voorspelling doen over de vraag of deze doelen al dan niet bereikt zullen worden. De functionele analyse richt zich op de doelgroep(en) en de doelen van een tekst en vervolgens op de afstemming van de inhoud van de tekst daarop.

  • De functionele analyse zorgt ervoor dat je een voorspelling kunt doen over de vraag of de doelen die de schrijver heeft, bereikt worden. De functionele analyse richt zich op de doelgroep(en) en de doelen van een tekst en vervolgens op de afstemming van de inhoud van de tekst daarop.

  • Hoe realistisch is het dat de doelen die een schrijver bij een tekst heeft, gehaald worden? Als je daar iets zinnigs over wilt zeggen, is het belangrijk om een goede analyse van de tekst te maken. Belangrijke vragen daarbij zijn:

    - Wat draagt elk onderdeel bij tot het doel?

    - Staat alles in de tekst wat nodig is om het doel te behalen?

    - Staan er geen onnodige of zelfs contraproductieve stukken in?

     

    In het hoofdstuk Functionele Analyse wordt besproken hoe je een functionele analyse uit dient te voeren volgens de volgende vier stappen:

    1. Wat is het onderwerp van de tekst? Wie is de zender van de tekst? Wie is de doelgroep? Welk organisatiedoel wil de zender met de tekst bereiken?

    2. Welke communicatieve doelen spelen in rol in de tekst? Kunnen deze doelen leiden tot een gedragsverandering (consecutief doel).

    3. Je identificeert welke functie de verschillende onderdelen van de tekst hebben. Welke teksthandelingen worden in de verschillende onderdelen uitgevoerd? In hoeverre dragen die teksthandelingen bij aan het bereiken van de communicatieve doelen?

    4. Dit betreft de beoordeling van de tekst. Draagt de tekst optimaal bij aan het doel of de doelen? Zo niet, hoe zou de tekst veranderd kunnen worden?

  • 1.2.1 Taalhandelingstheorie

  • Wat wordt gepoogd in de taalhandelingstheorie?

    Er wordt gepoogd een verbinding te leggen tussen de betekenis van taaluitingen en hun functie in de communicatie.

  • Hoe worden handelingen genoemd die door middel van de uitingen worden verricht?

    Taalhandelingen of speech acts.

  • Uit welke drie niveaus zijn taalhandelingen opgebouwd?

    Locutie, illocatie en perlocutie.

  • Wat is het verschil tussen een illuctionaire strekking en een perlocutionaire strekking? Leg dit uit aan de hand van een voorbeeld.

    De illocutionaire strekking zegt wat de spreker dóet met zijn uiting, bijvoorbeeld argumenteren. Daarbij probeert hij mensen te overtuigen, dat is het beoogde effect, en dat is de perlocutionaire strekking.

     

  • Als iemand die in een kamer staat waar twee ramen tegenover elkaar openstaan zegt: "Wat is het hier koud." Is het dan een indirecte of directe taaluiting? En als die persoon dezelfde zin zegt wanneer hij in de sneeuw staat?

    In het eerst geval is het een indirecte taaluiting. Eigenlijk is het een mededeling, maar uit de context kun je opmaken dat het eigenlijk om een verzoek gaat. In het tweede geval is het wel direct, want dan is het ook echt een mededeling.

  • In de taalhandelingstheorie wordt geprobeerd een verbinding te leggen tussen de betekenis van taaluitingen en hun functie in de communicatie. Volgens deze theorie wordt met elke taaluiting een handeling verricht. Daardoor is iets zeggen volgens deze theorie hetzelfde als iets doen. Bijvoorbeeld: je zegt: "hartelijke gefeliciteerd", de handeling is 'feliciteren'. De handelingen die door middel van de uitingen worden verricht, worden taalhandeling (speech acts) genoemd.

     

    Taalhandelingen zijn opgebouwd uit drie niveaus:

    1. Locutie: dit is de handeling van het produceren van de uiting.

    2. Illocutie: De illocutionaire strekking is wat de spreker dóet met zijn uiting. Taalhandelingswerkwoorden weerspiegelen deze strekking (feliciteren, beloven, meedelen).

    3. Perlocutie: De perlocutionaire strekking is het effect dat de taalhandeling op de ontvanger zou moeten hebben. 

     

    Duidelijk voorbeeld: argumenteren is iets wat je dóet, de illocutionare strekking. Overtuigen is daarbij het beoogde effect, de perlocutionaire strekking.

     

    Taalhandelingen kunnen direct en indirect zijn. Een voorbeeld hiervan: 'Doe je het raam even dicht?' Je vraagt iemand heel direct wat hij moet doen, dit is een directe taaluiting. Als je had gezegd 'Goh, wat is het hier koud,' dan had je waarschijnlijk hetzelfde doel voor ogen en stel je dezelfde vraag, maar dan doe je het indirect.

     

    Het verschil tussen de taalhandelingstheorie en de functionele analyse is dat de eerste zich niet op volledige teksten richt. De functionele analyse gaat dus nog iets verder.

  • Wat is het verschil tussen de taalhandelingstheorie en de functionele analyse?

    De taalhandelingstheorie richt zich niet op volledige teksten.

  • TAALHANDELINGSTHEORIE = Fundament van functionele analyse
    = verbinding tussen BETEKENIS van taaluitingen en hun FUNCTIE ->

    met elke taaluiting wordt een HANDELING verricht = iets ZEGGEN is hetzelfde als iets DOEN

    Ik beloof je dat ik vanavond op tijd ben = BELOFTE
    Mijn buurmeisje is mooi = MEEDELEN
  • TAALHANDELING (speech act) = 3 niveaus 
    LOCUTIE = handeling van produceren van uiting
    ILLOCUTIE = wat de spreker DOET met zijn uiting (= via taalhandelingswerkwoorden, zoals feliciteren, beloven, meedelen)
    PERLOCUTIE = EFFECT van taalhandeling op de ontvanger
  • Verschil tussen niveau van ILLOCUTIE en PERLOCUTIE
    = verschil tussen ARGUMENTEREN (wat de spreker doet, dus de ILLOCUTIONAIRE strekking) en OVERTUIGEN (wat is het beoogde effect, de PERLOCUTIONAIRE strekking van argumenteren)
  • TAALHANDELINGEN -> op verschillende manieren geuit
    DIRECTE taalhandeling = spreker VERZOEKT (taalhandelingswerkwoord) iemand het raam te sluiten

    INDIRECTE taalhandeling = Wat is het hier koud
  • TAALHANDELINGSTHEORIE
    richt zich NIET op volledige teksten (itt tot de functionele analyse)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat bereik je door het doen van een functionele analyse?
3
Wat wordt gepoogd in de taalhandelingstheorie?
3
Hoe worden handelingen genoemd die door middel van de uitingen worden verricht?
3
Uit welke drie niveaus zijn taalhandelingen opgebouwd?
3
Pagina 1 van 101