Samenvatting Ten steps to complex learning : a systematic approach to four-component instructional design.

-
ISBN-10 0805857931 ISBN-13 9780805857931
111 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Ten steps to complex learning : a systematic approach to four-component instructional design.". De auteur(s) van het boek is/zijn Jeroen J G van Merriënboer, Paul A Kirscher. Het ISBN van dit boek is 9780805857931 of 0805857931. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Ten steps to complex learning : a systematic approach to four-component instructional design.

  • 1.1 Complex learning

  • Complex leren is de integratie van kennis, vaardigheden en attituden; de coordinatie van kwalitatief verschillende samengestelde vaardigheden, en de transfer van leren.
    - Focus authentieke leertaken gebaseerd op real-life taken.
  • Toenemende belangstelling complex leren te verklaren door:
    - Maatschappelijke en technische ontwikkelingen (menselijke creativiteit en flexibiliteit)
    - Ontwikkelingen op het gebied van leren en opleiden (transfer van leren)
    - Behoeften van studenten (OW vaak te gefragmenteerd en weinig betekenisvol aangeboden - moeilijk relatie te begrijpen)
  • Ten Steps is een Holistische aanpak om de problemen te verbeteren (compartimentering, fragmentatie en transfer paradox).
    Veel instructie ontwerpen gebruiken nog een atomische aanpak.
  • Wat is complex leren?
    Complex leren is de integratie van kennis, vaardigheden en attituden; de coordinatie van kwalitatief verschillende samengestelde vaardigheden, en de transfer van leren.
    - Focus authentieke leertaken gebaseerd op real-life taken.
  • Van waaruit is de toenemende belangstelling voor complex leren te verklaren?
    - Maatschappelijke en technische ontwikkelingen (menselijke creativiteit en flexibiliteit)
    - Ontwikkelingen op het gebied van leren en opleiden (transfer van leren)
    - Behoeften van studenten (OW vaak te gefragmenteerd en weinig betekenisvol aangeboden - moeilijk relatie te begrijpen)
  • Welke aanpak hanteert de Ten Steps en geef en definitie van deze aanpak.
    Holistische aanpak = het geheel is meer dan de som der delen.
  • 1.2 A holistisch design

  • Holistisch ontwerp = het geheel is meer dan de som der delen. Het behandelt de complexiteit zonder de verschillende elementen en de interconnectie daartussen uit het oog te verliezen. Biedt een oplossing voor de volgende onderwijskundige problemen:
    - Compartimentering
    - Fragmentatie
    - Transfer Paradox
  • Compartimentering = scheiden van een geheel in verschillende onderdelen of categorieën. Je hebt dus veel kennis op een bepaald gebied, maar veel vaardigheden kunnen niet worden uitgevoerd als ze geen bijzondere attitude (houding) vertonen. Vb. chirurg die veel technische vaardigheden heeft, maar niet over het menselijk lichaam..
    In holistisch ontwerp aandacht voor integratie van verklarend leren, procedureel leren en affectief leren. Op deze manier ontwikkel je een geïntegreerde kennisbasis die de transfer van leren bevorderen.
  • Fragmentatie = proces van het breken van iets in kleine, niet complete of geïsoleerde onderdelen.  Lerende kunnen echter vaak de integratie en coördinatie van de verschillende elementen niet transsferen naar andere situaties.
    Holistische model: focus op het behalen van hoog geïntegreerde sets van doelstellingen en het kunnen coördineren van de doelstelling in het echte leven.
  • Transfer Paradox = methodes die het beste werken voor het bereiken van specifieke, geïsoleerde doelstellingen werken niet het beste voor het bereiken van een geïntegreerde doelstellingen en het bevorderen van transfer van leren. Instructie methode wordt gekozen op: minimale aantal oefen items, time-on-task besteed, en hoeveelheid geïnvesteerd om doelstellingen te bereiken.
    Holistisch model: leert omgaan met complexiteit: soort vorm van modeling (model deze makkelijke-tot-moeilijke modellen): ; aanbieden van opgaven in random volgorde. Instructie moet beginnen met een gesimplificeerd, maar "compleet" model van realiteit.
  •  Voor welke 3 problemen biedt een holistisch ontwerp de oplossing?
    - Compartimentering = scheiden v geheel in verschillende onderdelen/categorieën.
    - Fragmentatie = iets breken in kleine, niet complete of geïsoleerde onderdelen
    - Transfer Paradox = methodes voor specifiek geïsoleerde doelstellingen werkt niet voor bereiken geïntegreerde doelstellingen en bevorderen van transfer van leren. .
  • Welke oplossingen heeft een holistisch model voor deze problemen?
    - Compartimentering: aandacht voor integratie v verklaren, procedureel en affectief leren. Zo ontw. geïntegreerde kennisbasis.
    - Fragmentatie: behalen hoog geïntegreerde set doelstellingen en coördineren v doelstellingen in echte leven.  
    - Transfer Paradox: leert omgaan met complexiteit (modeling). Instructie beginnen met gesimplificeerd, maar "complee" model van realiteit. Makkelijke-tot-moeilijke modellen)
  • 1.3 Vier componenten en tien stappen

  • De Tien Stappen zijn vooral voorschrijvend. De focus ligt meer op ontwerpen dan op de leerprocessen.

    4C/ID mode geeft handvatten voor het ontwerpen van een leeromgeving die gericht is op het:
    - Stimuleren van complex leren
    - Integreren van leren en werken
    - Bieden van ingebouwde ondersteuning
  • Blauwdrukken van Complex leren kunnen beschreven worden door  4 basiscomponenten en Tien Stappen:
    A) Leertaken (het project/de taak)
    • Ontwerpen leertaken
    • Volgorde taakklassen
    • Opstellen van leerdoelen
    B) Ondersteunende Informatie (niet-routine aspect v leren, probleemoplossen en redenering)
    • Ontwerpen ondersteunende informatie
    • Analyseren cognitieve strategieën
    • Analyseren mentale modellen
    C) Procedurele Informatie (geroutineerde aspect v leertaak)
    • Ontwerpen procedurele informatie
    • Analyseren cognitieve regels
    • Analyseren voorkennis
    D) Deeltaakoefening (om hogere level v automatisme te creëren)
    • Ontwerpen deeltaakoefening

  • Real-life ontwerpen zijn nooit processen die in een vaste volgorde moeten worden doorlopen. Kan door de stappen heen zigzaggen.
  • Waarvoor geeft het 4C/ID model handvatten?
    - Stimuleren van complex leren
    - Integreren van leren en werken
    - Bieden van ingebouwde ondersteuning
  • Noem de 4 basiscomponenten van de 4C/ID model?
    A) Leertaken
    B) Ondersteunende Informatie
    C) Procedurele Informatie
    D) Deeltaakoefening
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke methoden zijn er voor het presenteren van conceptuele modellen, structurele modellen en causale modellen?
Conceptuele modellen:

§  Analyseer een bepaald begrip naar kleinere begrippen;

§  Beschrijf een bepaald begrip in hoofd eigenschappen of kenmerken;

§  Presenteer een algemener begrip of raamwerk voor gelijksoortige begrippen;

§  Vergelijk gelijksoortige begrippen met elkaar.


Structurele modellen:

§  Uitleggen van de elementen in tijd of ruimte;

§  Herordenen van elementen en uitkomsten voorspellen.


Causale modellen:

§  Voorspellen van een toekomstige situatie;

§  Uitleggen van een bepaalde gang van zaken.



Welke drie soorten domeinmodellen zijn er?
  1. Conceptuele modellen: (meest gebruikte) concepten zijn hier de elementen. Het staat classificatie of beschrijving van objecten, gebeurtenissen of activiteiten toe. Het helpt de vraag te beantwoorden: 'wat is dit?'
  2. Structurele modellen: beschrijven hoe objecten, gebeurtenissen of activiteiten voor het bereiken van bepaalde doelen of effecten met elkaar verbonden zijn in tijd en ruimte. Deze modellen beantwoorden de vraag ‘ hoe is dit georganiseerd?’ Dergelijke modellen worden ook wel ‘scripts’ (verbonden in tijd) of ‘templates’ (verbonden in ruimte) genoemd.
  3. Causale modellen: focussen op hoe objecten, gebeurtenissen of activiteiten elkaar beïnvloeden en helpen de student processen te interpreteren, te verklaren en voorspellingen op te stellen. Hiermee wordt de vraag ‘hoe werkt het?’ beantwoord. De simpelste vorm van een causaal model wordt een principe genoemd (b.v. de wet van vraag en aanbod).
Wat is een SAP?
Het zijn vuistregels geordend in stappen of fasen. Een SAP is algemeen van aard en voorziet alleen in een beschrijving van de doelen en vuistregels die helpen de doelen te bereiken; zij kunnen nooit een oplossing garanderen (heuristiek). Ze ondersteunen het leren van cognitieve strategieën.
Wat wordt er bij SAP's en mentale modellen bedoeld met 'de een kan niet zonder de ander'?
Mentale modellen over hoe een taakdomein is georganiseerd zijn alleen behulpzaam als de student de juiste cognitieve strategieën kan toepassen. En cognitieve strategieën zijn alleen behulpzaam als de student beschikt over de juiste mentale modellen van het domein.
Welke twee soorten kennis kunnen onderscheiden worden bij ondersteunende informatie?
  1. Cognitieve strategieën: stellen de leerling in staat een taak uit te voeren en een probleem op een systematische manier op te lossen. Een cognitieve strategie kan worden geanalyseerd als een ‘Systematic Approach to Problemsolving (SAP). Hierin wordt beschreven welke fasen een expert doorloopt terwijl de taak binnen een bepaald domein succesvol wordt uitgevoerd. SAP kan direct worden aangeboden of dmv 'process worksheet' (wat een lerende begeleidt door het proces).
  2. Mentale modellen: bestaan uit aan elkaar gerelateerde concepten, principes en bouwstenen. Mbv mentale modellen weten we wat iets betekend, hoe iets in elkaar zit of hoe iets werkt. Dankzij deze kennis kan een student zich een beeld vormen van de werkelijkheid en is hij in staat te redeneren en problemen op te lossen in een bepaald vakdomein.
Waarom wordt ondersteunende info gekoppeld aan de hele taakklasse en niet aan de individuele leertaak?
Omdat de leertaken binnen een taakklasse op dezelfde kennisbasis berusten. 
Noem drie soorten ondersteunende informatie?
  1. Algemene informatie over hoe een probleem kan worden opgelost binnen een taakdomein, inclusief informatie over hoe het domein is georganiseerd.
  2. Voorbeelden die de domeinspecifieke informatie illustreren.
  3. Cognitieve feedback op de kwaliteit van de taakuitvoering.

Alle instructiemethode bij ondersteunende info richten zich op cognitieve schemavorming dmv elaboratie =

Nieuwe kennis wordt getracht te koppelen aan bestaande kennis om zo de kennisoverdracht te vergroten/versterken.
Welke stap volgt, nadat de leertaken zijn ontworpen?
Het ontwerpen van ondersteunende informatie om de leertaken uit te kunnen voeren. Dit overbrugt de kloof tussen wat een leerling al weet en wat hij zou moeten weten om de niet-routinematige aspecten van leren te kunnen uitvoeren. 
Waarvan is het detailniveau waarop bij een evaluatie gemeten wordt in de vaardighedenhierarchie afhankelijk?
Van welke deelvaardigheden waar in de hiërarchie zijn geleerd. Zo vragen deelvaardigheden laag in de hierarchie om meer gedetailleerde instrumenten.
Door wie kan een Formatieve evaluatie worden uitgevoerd? (om leerproces te verbeteren)
  1. Student: zelfbeoordeling; deelvaardigheden in beeld brengen die verbeterd kunnen worden.
  2. Collega student: ook gericht op verbeteren vaardigheden. Voordeel: collega student leert er ook van.
  3. Instructiepersoon: vb docent, trainer of expert.