Samenvatting The European World 1500–1800 An Introduction to Early Modern History

-
ISBN-10 1351394126 ISBN-13 9781351394123
189 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "The European World 1500–1800 An Introduction to Early Modern History". De auteur(s) van het boek is/zijn Beat Kümin. Het ISBN van dit boek is 9781351394123 of 1351394126. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - The European World 1500–1800 An Introduction to Early Modern History

  • 1 Starting points

  • Akte van Navigatie
    Handelsbeperkingen van Engeland tegen de Nederlandse Republiek. Toen Nederland besloot zich niet bij Engeland aan te sluiten. Alle import moest nu via Engelse schepen lopen. De Akte leidde tot de Eerste Engelse Zeeoorlog (1652-1654). Bij de Vrede van Westminster werd Nederland gedwongen de akte te aanvaarden. De akte duurde van 1651-1849.
  • Handelskapitalisme
    Er wordt meer in kapitaal geïnvesteerd en ondernemers ontstaan. Ook gaan staten elkaar economisch beconcurreren.
  • Notabelen
    Adviseurs an koningen en prinsen en speelden een belangrijke rol in het centrale bestuur. Er was altijd een verschil tussen notabelen met persoonlijke titel en andere adel (House of Lords)
  • Commerciële revolutie
    Verdwijning van feodalisme en opkomst monetaire economie door handel. Bij ontrouw konden beloningen makkelijker worden stopgezet met geld. Ook ontstaat er een betaald leger.
  • Gutenberg
    Uitvinder van de drukpers in 1450. Hierdoor konden ideeën van de oudheid sneller verspreid worden.
  • Vergaderingen per land:
    Spanje/Aragon: cortes
    Engeland: Engelse Parlement (enige die wetten op kan stellen)
    Frankrijk: Staten-Generaal
    Polen: Sejm
  • Administratie
    Vanaf twaalfde eeuw geprofessionaliseerd door juristen
  • Ottomanen
    Turken vanuit Anatolië die in 1453 het Byzantijnse Rijk veroveren. Ze controleerden de handel over land via de Zijderoute en belangrijke zeeroutes tussen Azië en Europa.
  • Safawieden
    Vestigen zich in Perzië (Iran). Stichtten in 1501 Isfahan. Zijn Sjiieten. Belangrijkste leider: Sjah Abbas I van Perzië (de Grote): 1587-1629 (buitenwereld).
  • India
    Land met productieve landbouw en verfijnde ambacht (katoen & luxegoederen). Europeanen kochten goederen met edelmetalen. De bevolking was verdeeld in het kastensysteem  gebaseerd op het Hindoeisme en Boeddhisme. In 1562 werd het veroverd door Babur van Kabul en werd het deel van het Mogolrijk. Toen kwam het in aanraking met de Islam.
  • Indonesisch archipel
    Grote maritieme macht
  • Malakka
    Belangrijke stapelmarkt. Samen met de Indonesische archipel Borneo en de Filipijnen belangrijk handelsgebied.
  • China
    Ming dynastie werd geleid door administratieve elite. Rond 1500 gecentraliseerd en bureaucratisch bestuur. Keizer is leider in Verboden Stad. Werd geholpen door eunuchen en ambtenaren die examen hadden gedaan in Confuciaanse klassieke teksten.
  • Tanxia
    'Alles onder de hemel', hier had de keizer de leiding over.
  • Zhongguo
    Centrale koninkrijk van de Han-Chinezen.
  • Zheng He
    Wereldreiziger China
  • Culturele en economische uitwisseling China
    Afhankelijk van paarden en huiden van migrerende steppevolkeren. Handel in kustregio's met rest Azië.
  • Azteken
    Leefden in Mexico, Tenochtitlan. Belangrijk waren tuinbouw, natuurgoden en oorlogsvoering. Bovenaan stonden leiders met semi-heilige status, dan notabelen en dan priesters en vechters.
  • 2 Society and Economie

  • Man > Vrouw, want
    1. God heeft eerst de man geschapen
    2. Verwerpen aanbidden Maria in Protestantse Reformatie
    3. Lichaam bestaat uit verschillende temperamenten (humours). Bij vrouwen zwak.
    4. Fysieke kracht
    5. Kracht en invloed van gewoonte
  • Salische wet
    Verbood vrouwen de troon te erven.
  • Landheren eisen pacht in geld
    Boeren werden afhankelijk van het verkopen van goederen en leveren van arbeidsdiensten. Voor boeren die niet zelfvoorzienend waren, was hun dieet afhankelijk van hoe hoog de marktprijzen waren.
  • Mislukte oogst
    Gebeurde in de periode 1480-1620 een op de vier keer. Pas na de Agrarische Revolutie van de 19e eeuw nam dit aantal af. Mislukken van oogsten dwong mensen om hun kapitaal te besteden aan voedsel, in plaats van andere producten.
  • Agrarische economie
    Verschilde per gebied door verschil in bodem. Door groeiende bevolking steeds meer landbouwgrond nodig. In laag gelegen gebieden werden vooral gewassen gebruikt, in hoog gelegen gebieden werd wol gemaakt. Er ontstond een uitwisseling van producten tussen agrarische gebieden.
  • Ontwikkeling adel
    Tonen rijkdom door kleding en huizen. Wilden eigen rol spelen en werden erkend door afhankelijke vorst.
  • Landsadel
    Pachters van land
  • Peasants
    Zelfverzorgende boeren
  • Landregimes
    Oosten: Pachters zeer afhankelijk van wil landheer. Hadden alleen land als de heer dat wilde. Geen inspraak over welk gewas dat ze verbouwden.
    Westen (Engeland): Rechten gegarandeerd door lokale rechten; erfrecht, vastgestelde of onderhandelbare pacht. (kwam door lage prijzen en hoge vraag naar arbeid)
  • Prijsrevolutie (16e eeuw)
    Stijgende prijzen + arbeidsoverschot --> Heren meer pacht vragen om inkomsten te maximaliseren. Stukken land werden volgens formele contracten verhuurd. Land werd te duur en boeren kochten elkaar op.
  • Feodalisme
    Arbeid, betalingen en advies aangeboden door pachters en vazallen in ruil voor bescherming.
  • Aanpassing adel
    Door opkomst van de bourgeoisie en grote legers moest de adel hen wel accepteren. Ze investeerden in economische initiatieven.
  • Criteria steden
    Vroeger: aantal inwoners, muren
    Nu: Economische status; handelsstromen van verschillende producten, meerderheid geen zelfvoorzienend boer, elite met bepaalde privileges
  • Landelijke adel naar steden
    1. Theaters en salons
    2. Dichterbij het hofleven
  • Putting-out-system/proto-industrialisatie
    Handelaren brengen rauwe materialen naar platteland en verkopen verwerkte producten op de markt. Door de verplaatsing gingen handelaren zich in iets anders specialiseren (productie zijde).
  • Verantwoordelijkheid steden
    Vaak geleid door een nominale heer die vertegenwoordigers naar de stad kon sturen.
  • Verantwoordelijkheden stadsraden
    1. Stedelingen van behoefte voorzien (verdeling van graan)
    2. Ingrijpen grote rampen
    3. Omgaan met crisis en bemiddelen
    4. Organisatie militias, gilden en evenementen
    5. Zorg voor armen (1520: belangrijker door demografische druk)
  • Toenemende bureaucratie
    Machthebbers stuurden ambtenaren naar de steden om elites te controleren en zo hun autonomie af te laten nemen. Bewust van zo min mogelijk verzet, maar wel profiteren van economische voorspoed.
  • Meester-ambachtslieden
    Meester-ambachtslieden konden produceren en verkopen, gezellen konden alleen produceren. Het werd moeilijker en duurder om meester te worden. Gat tussen meester en gezellen werd groter.
  • Ontstaan Renaissance en Verlichting
    Vanwege de grote dynamiek, concentratie van commercie, cultuur worden de Renaissance en de Verlichting gezien als stedelijke fenomenen. Bijvoorbeeld: patronage voor kunst, universiteiten, drukpers (geletterdheid) en theaters.
  • Groei van steden
    Bepaald door politieke factor ipv economische
  • Hulp voor armen
    16e eeuw: vanuit de kerk opgerichte instituties (Humanisme)
    17e eeuw: voorlopers gevangenissen 
    Institionalisering van werkhuizen en gemeenschapsdiensten. Armen moesten een badge dragen net als Joden, kreupelen en prostituees.
  • Prostitutie
    Prostitutie was geaccepteerd in de Middeleeuwen, maar in de Vroegmoderne tijd werd het steeds meer ondergronds door morele veranderingen. Prostituees moesten ook belasting betalen. De Katholieke Reformatie zorgde voor hulp voor prostituees.
  • Criminaliteit
    Brandstichting was grootste angst. Hier werden minderheden vaak van verdacht.
  • Slavernij
    Grotendeels verdwenen, wel lijfeigenen. In de islam en christendom was slavernij verboden, maar van andere religies werd het wel geaccepteerd. Dit gebeurde dus ook bij veroveringen van het Ottomaanse Rijk. Binnen Afrika was er slavernij binnen stammen. Europeanen kochten deze slaven om ze vervolgens mee te nemen naar kolonies in Zuid-Amerika. Europeanen voelden zich superieur.
  • Landbouwrevolutie
    Verbeterde landbouwtechnieken en opslaan van voorraden. Opbrengst van landbouw verbeterde tussen 1500-1700 en door de introductie van nieuwe gewassen nam de opbrengst nog verder toe. Veeteelt werd vervangen door het wisselsysteem. Innovatie in de landbouw werd gestimuleerd door de toenemende vraag van niet agrarische sector.
  • Mechanismes die voor landbouwinnovatie gezorgd hebben
    1. Nieuwe factoren voor productie (nieuw land, kapitaal of meer arbeid)
    2. Efficiëntere factoren (nieuwe gewassen, goedkopere arbeid)
    3. Combinatie van bovenstaande
  • 1500-1650: bevolkingstoename
    Boeren werden gestimuleerd meer te produceren. Eerst extensief: meer landbouwgrond, daarna intensief: wisselsysteem in veeteelt, nieuwe gewassen of rotatiesysteem.
  • 1650: einde bevolkstoename --> kosten omhoog, prijzen voedsel omlaag
    Oplossing:
    1. Graan exporteren
    2. Specialisatie
    3. Arbeidsverdeling (efficiënter) 

    Andere factoren:
    1. Goede oogsten
    2. Stijging koopkracht --> vraag speciale producten
  • Vroegmoderne industrie
    1. Geen kapitaalinvesteringen (afhankelijk van waterkracht)
    2. Technische verandering langzaam (arbeidsintensief ipv kapitaalintensief)
    3. Gedecentraliseerde organisatie industriële productie
  • Afhankelijk van handelaren
    In tijden dat het minder goed ging konden handelaren stoppen met investeren. Wevers kwamen dan zonder werk te zitten.
  • Mercantilisme
    Nieuwe industrieën gebaseerd op zelfvoorzienendheid van bepaalde producten. Consumptierevolutie 18e eeuw.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.