Samenvatting The immune system

-
ISBN-10 0815341466 ISBN-13 9780815341468
554 Flashcards en notities
21 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • The immune system
  • Peter Parham
  • 9780815341468 of 0815341466
  • 3rd ed.

Samenvatting - The immune system

  • 1 Elements of the immune system and their roles in defense

  • Ondanks hun immuunsysteem leiden ale mensen aan infectie ziekten, omdat het immuun systeem tijd nodig heeft om op te bouwen.
  • The human body invests heavily in cells dedicated to defense. These cells form the immunesystem.  To provide immunity that will provide protection from the disease, the immunesystem must first do battle with the microorganism. Vaccination/immunization is a procedure whereby severe disease is prevented by prios exposure to infectious agent in a form that cannot cause disease. Effective vaccins have been made only from a fraction of the agents that cause disease and some are of limited availability because of their cost.
  • wat is immunologie?

    het mechanisme dat het menselijk lichaam beschermd tegen invasie van andere organismes

  • vaccinatie

  • wat doet vaccinatie?
    Geeft het immunsysteem de kans om ervaring op te doen een verdedingsreactie te geven met weinig risico voor gezondheid of leven.

  • Wat zijn commensale bacterien?
    Dat draagt een mens mee, voornamelijk  in de darmen, ongeveer 2 kilo aan meer dan 500 verschillende soorten. Deze bactereien maken vitaminen en gaan kolonisatie van slehte microbacterien tegen.  Zo geeft E. coli colicine af, dat andere bacterien inactieveert en hun kolonisatie tegen gaat.

  • Wat is een nadeel van antibiotica?
    Er gaat ook veel van de goede flora kapot, naast de ziekmakende bacterie. Hierdoor kunnen ziekmakende bacterien zoals clostridium difficile zich daar koloniseren. (clostridium difficile zorgt voor hevige diarree en in erge vorm pseudomembraneuze collitis).
  • 1.1 Numerous commensal microorganisms inhabit healthy human bodies

  • Commensal species are the bacteria that live inside a healthy adult human gut and contribute about 2 pounds to the body weight. The community of microbial species that inhabits a particular niche in the human body is called the flora. Commensal organisms enhance human nutrition by processing digested food, they make vitamins and protect against disease because their presence helps to prevent colonization by dangerous pathogens. Taking antibioticsd against a bacterial infection kills also the commensal bacteria in the human gut.
  • 1.2 Pathogens are infectious organisms that cause disease

  • A pathogen is an organism which has the potential to cause disease. Opportunistic pathogens are those who cause disease if the body's defenses are weakened or if this microbe gets into the wrong places. Pathogens can be divided in bacteria, viruses, fungi and parasites. Pathogenic organisms have evolved special adaptations that enable them to invade their hosts, replicate in them and be transmitted. Rapid death of it's host is not beneficial for a pathogen. For some pathogens, immunization for one time lasts for a lifetime, but for other pathogens you have to be immunized over and over again because this pathogen is always changing. 
  • Wat is een pathogeen? en wat een opportunistische pathogeen?
    Elk organisme wat kan zorgen voor een ziekte. Opportunistisch wanneer die toeslaat wanneer het lichaam verzwakt is of ziek en het komt in de verkeerde plaats, veroorzaakt het ziekte.

  • Wat is een endemische ziekte?
    Ziekten die je als kind krijgt zoals mazelen, malaria, waterpokken
  • Influenza is een virus die geen groto gevaar is voro gezonde mensen in populaties waar het veel voorkomnt. Slechts wat koorts, vermoeidheid en wat pijn. Pathogenen die niuew zijn in de populatie veroorzaken grote mortaliteit wanneer het mensen geinfecteerd heeft.
  • 1.3 1-3

  • De huid is de eerste verdedigings tegen infectie en vormt een barriere van epitheel beschermd door lagen van gekeratiniseerde cellen.
  • Wat is de eerste menselijke lichaamsbarriere tegen infectie?
    De huid, het vormt een sterke impenetreerbare barriere van epitheel beschermd door lagen gekeratiniseerde cellen.
  • Wat zijn de mucosale oppervlakten, of mucosae?
    Het zijn de oppervlakten die contineus zijn met de huid, epithelia die de respiratoire, gastrointestinale en urogenitale tracti afgrenzen. Deze weefsels zijn gespecialiseerd voor communicatie met hun omgeving en meer kwetsbaar voor microbiale invasie. Ze worden gedrekt in de mucus die ze secreteren.
  • Wat zijn de fysische barrieres die lichaam scheiden van de externe omgeving?

    - huid, haren, nagels en interne muceuze lagen

    - respiratoire (mucus door gobletcellen), urogenitale, en gastrointestinale afvoer.

  • Wat bevat mucus, hoe wordt de mucus verversd in de tractus respiratorius?
    De dikke vloeistoflaag bevat glycoproteinen, proteoglycanen en enzymen die de eptheliale cellen beschermen van schade en helpen om infectei te limiteren. In de tractus respiratoius wordt mucus continue verwijderd door de actie van epitheliale cellen die cilia dragen en worden weer replenished door de mucus-secreterende slijmbekercellen.

  • Waar bestaat mucus uit, wat de oppervlakte van respiratoire, urogenitale en gastrointestinale organen uitscheidt?
    glycoproteinen, proteoglycanen en enzymen die eptuiheel cellen beschermen tegen schade en infectie beperken.
  • Alle epitheel produceren antimicrobiele peptiden genoemd defensinen die doden bacterien, fungi en virussen door hun membraan af te breken.
  • Welke antimicrobiale substanties secreteren alle epitheliale oppervlakten.
    • sebaceuze klieren--> talg, wordt geassocieerd met haarfolikkels. Het bevat vetzuren en lactaatzuren, beiden inhiberen bacteriale groei op het oppervlakte van de huid;
    • Alle epithelia producren antimicrobiale peptiden: defensinen. Deze vernietigen bacterieen, schimmels en enveloped virusen door hun membranen te verstoren.
    • Tranen en speeksel bevatten lysozyme, een enzym dat bacterieen doodt door hun celwanden af te breken;
    • Microorganisemn worden ook afgebroken door de zure omgevingen van de maag, vagina en huid.
  • Waneer komt het innate immune system kijken?
    Als de barriere van de huid en mucosa gebroken is en pathogenen binnen komen in de zachte weefsels van het lichaam, worden de gefixeerde defenses vna het innate immune systeem ingeschakeld.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • the immune system
  • Parham
  • of
  • 1st

Samenvatting - the immune system

  • 1 H1 elements of the immune system and their roles in defense

  • mechanische barrier van oppervlakte epitheel
    vloeistof
  • chemische barrier van oppervlakte epitheel
    enzymen, vetzuren
  • microbiologische barrier van oppervlakte epitheel
    normale flora
  • defensins
    antimicrobiele peptiden 
  • megakaryoten
    zitten in het beenmerg, laten bloedplaatjes los (geen kernen)
  • kleine lymfocyt 
    type hemapoetische cel
    productie antilichamen (B cellen) of cytologische T-cellen en helper T cellen
  • plasma cellen
    type hemapoetische cel
    gedifferentieerde vorm van B cellen. scheidt antilichamen uit
  • NK cel
    type hemapoetische cel
    voor virus-geïnfecteerde cellen
  • neutrofiel
    type hemapoetische cel
    fagocytose + killing micro-organismen
  • eusinofiel 
    type hemapoetische cel
    killing van met antilichaam-bedekte parasieten door het vrijlaten van granule inhoud
  • basofiel
    type hemapoetische cel
    controle immuunrespons op parasieten
  • dendritische cel
    type hemapoetische cel
    activatie T cellen + initiatie adaptieve immuun respons
  • mestcel
    type hemapoetische cel
    expulsie van parasieten uit lichaam door vrijlating granules, die o.a. histamine bevatten
  • monocyt
    type hemapoetische cel
    circulerende precursor cel van macrofaag
  • macrofaag
    type hemapoetische cel
    fagocytose micro-organismen + activatie T-cellen + initiatie immuun respons
  • megakaryocyt
    type hemapoetische cel
    bloedplaat vorming: wond repair. 
  • erythrocyt
    type hemapoetische cel
    transport zuurstof
  • neutrofielen
    opgeslagen in beenmerg -> bacterien dood
  • welke drie vormen progenitor cellen komen er uit een hemapoetische stamcel
    lymfoide progenitor
    myeloide progenitor
    erythroid / megakaryocytic progenitor
  • wat kan er uit een lymfoide progenitor komen?
    B cel -> plasma cel
    NK / T cel precursor -> T cel (-> effector T cel) of NK cel
  • wat kan er uit een myeloide progenitor komen?
    granulocyt precursor -> neutrofiel, eusinofiel of basofiel

    onbekende precursor -> monocyt (-> dendritische cel of macrofaag) of mestcel
  • wat kan er uit een erythroid/ megakaryocyt progenitor komen?
    megakaryocyt -> platelets

    erythroblast -> erythrocyt
  • wat zit er vooral in een lymfoid follikel?
    B cellen
  • wat is een germinal center?
    pathogeen-gebonden B cellen prolifereren hier
  • waar arriveert lymfe en waar gaat het weg?
    via de afferente lymfevaten komt het binnen en via de efferente vaten weg
  • wat is de marginale sinus?
    het randje van de lymfeknoop. de marginale zone bevat differentierende b cellen en macrofagen 
  • waar zitten de cortex en de medulla?
    cortex is buitenkant, medulla meer binnenin, modulaire sinus helemaal binnenin 
  • wat is de paracortex en wat bevindt zich hierin?
    dit is de binnenste cortex en wordt gepopuleerd door T cellen
  • waar bevinden de B cellen zich in de lymfeknoop?
    ze vormen lymfoide follikels in de buitenste cortex. 
  • wat stimuleren de dendritische cellen?
    de deling en differentiatie van pathogeen specifieke kleine lymfocyten in effector lymfocyten. sommige helper T cellen en cytotoxische T cellen verlaten in de efferente lymfe en reizen naar het geïnfecteerde weefsel via lymfe en bloed. andere blijven in de lymfeknoop en stimuleren de deling en differentiatie van pathogeen-specifieke B cellen in plasma cellen. deze gaan naar de medulla, waar ze pathogeen-specifieke antilichamen uitscheiden. sommige plasma cellen gaan via de effenende vaten en bloed naar het beenmerg, waar ze ook antilichamen uitscheiden
  • waaruit bestaat de milt?
    wit en rood merg
    rood -> oude of beschadigde rode cellen worden verwijderd uit de circulatie. 
    wit -> secundair lymfoid orgaan, lymfocyt responsen op bloed-geboren pathogenen worden hier gemaakt. 
  • waaruit bestaat wit merg in de milt? 
    een schede van lymfocyten, die een centrale arterieel omringen. de schede wordt periarteriolair lymfoide schede (PALS) genoemd. de lymfocyten het dichtst bij de arteriool zijn T cellen. B cellen zitten meer perifereel. 
    zowel het follikel als PALS worden omring door een perifolliculaire zone (PFZ)
  • wat is de GALT?
    gut-associated lymphoid tissue. M cellen van het darm epitheel leveren pathogenen van de luminal zijde van de darm mucosa naar het lymfoide weefsel. gelijk aan de lymfeknoop, en het witte merg van de milt, met B- en T-cel zones, lymfoide follikels, en germinale centers. witte bloedcellen worden geleverd van het bloed door de wanden van kleine capillairen. lymfocyten die in de GALT worden geactiveerd, gaan weg in de effenende vaten en worden geleverd aan de mesenterische lymfeknopen in de thoracale vat terug in het bloed, waar ze de darmen terug in gaan als effector lymfocyten. 
  • wat zijn vier sleutel elementen van de innate immuun respons?
    • eiwitten, zoals mannose-bindend lectine, dat noncovalent bindt aan de oppervlakte van pathogenen
    • eiwitten zoals complement, dat covalente bindt aan de oppervlakten van pathogenen, waardoor liganden voor receptoren op fagocyten worden gevormd. 
    • fagocyterende cellen die pathogenen opnemen en killen. 
    • cytotoxische cellen die de virus-geinfecteerde cellen killen. 
  • waar zorgen de commensale bacterien voor?
    dat de tolerantie geïnduceerd wordt en de kolonisatie van virulente pathogenen niet plaatsvindt. zodat de virulente pathogenen geen bodem hebben om te infecteren. 
  • wat is clositridium drift?
    als door antibiotica het milieu uit evenwicht komt in de commensalen
  • wat gebeurt er door cytokines?
    vasodilatie, door endotheel activatie. er komen macrofagen en neutrofielen op af. neutrofielen scheiden weer meer cytokines uit. 
  • waar zitten macrofagen en plasmacellen?
    macrofagen niet in het bloed, maar in de weefsels. 
    plasmacellen in de lymfeklieren. 
  • waar worden immuun cellen aangemaakt?
    in het beenmerg, hier zit de hemapoetische stamcel. die kan zich ontwikkelen tot lymfoide progenitor (B en T lymfocyten, NK), myeloide progenitor (neutrofielen, bas, eo, DC en MG, dit zijn meer de fagocyterende cellen). 
  • wat gebeurt er in het beenmerg?
    répertoire vorming van B cellen (productie antilichamen) (humorale respons). hier zitten ook neutrofielen opgeslagen. dit is een primair lymfoid orgaan
  • wat gebeurt er in de thymus?
    repertoire vorming (educatie) van T cellen (cellulaire respons). dit is een primair lymfoid orgaan
  • wat zijn de secundaire lymfoide organen?
    de plek waar de immuun respons aangemaakt wordt. de B of T cel krijgt de info wat het stukje antigeen is waar die tegen moet reageren. secundaire lymfoide organen lijken erg op elkaar: lymfeklieren, milt, GALT (in de darmen)
  • hoe vindt de koppeling plaats tussen de innate en adaptieve immuun respons?
    door de dendritische cellen. die nemen pathogenen van de lymfevaten mee naar de lymfeklier. ze presenteren dit. de naieve T cel herkent dan iets, en dat gaat 'ie vermeerderen. T helpercellen kunnen ok weer B cellen activeren, die weer plasmacellen kunnen worden. dit gebeurt door APC: antigeen presenterende cel (DC)
  • wat is de hygiene hypothese?
    vaak 1 vaccin met vaccineren en wanneer de respons begint af te nemen de volgende. als je in een veilige omgeving opgroeit, heb je een slechter immuun systeem, want je systeem wordt niet onderhouden. 
  • op welke manieren kan een pathogeen weefselschade aanrichten?
    door ecotoxine, endotoxine vrijlating of door directe lysis
  • wat is een extracellulaire plek van infectie?
    interstitiele ruimten, bloed, lymfe (virussen, bacterien, fungi, wormen)

    epitheel oppervlakken (wormen; opgeruimd door antimicrobiele peptiden)
  • wat is een intracellulaire plek van infectie?
    cytoplasmatisch (virussen, protozoa)

    vesiculair (mycobacterie, trypanosomen)
  • hoe gaat receptor gemedieerde fagocytose?
    • complement activatie leidt tot depositie van C3b op het celoppervlak van de bacterie
    • CR1 op de macrofaag bindt aan C3b op de bacterie
    • endocytose van de bacterie door de macrofaag
    • macrofaag membranen fuseren, waardoor een membraan-gebonden blaasje ontstaat (de phagosoom)
    • lysosomen fuseren met de phagosoomen, waardoor een phagolysosoom wordt gevormd
  • wat is het complement?
    een versterking om de fagocytose te realiseren. 
  • wat is pus?
    dode neutrofielen, want die hebben een korte levensduur en na hun taak gaan ze dood. toxische granuleus komen vrij als een neutrofiel geactiveerd wordt, zodat veel 'opruimers' naar die plek komen. een macrofaag ruimt de dode neutrofielen op. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is de oorsprong van een immunoglobuline, hoe is het opgebouwd?
Immunoglobulinen worden gevormd door twee verschillende polypeptiden: heavy en light chains elke Y-geschapen immunoglobulinemolecuul bestaat uit 2 identieke heavy chains en twee identieke light chains. Beide typen polypeptiden hebben een amino-terminaal variabele regio die verschild in aminozuurvolgorde van één immunoglobuline naar de volgende, en een constante regio die erg gelijk is in aminozuurvolgorden tussen immunoglobulinen.
wat is immunologie?

het mechanisme dat het menselijk lichaam beschermd tegen invasie van andere organismes

Wat zijn naïeve T cellen?

T cellen die nog geen antigeen gezien hebben. 

Wat doen stromale beenmergcellen?

Zij stimuleren de B-cel ontwikkeling.

B-cellen ontwikkelen in het ....

beenmerg.

Welk eiwit draagt een pluripotente hematopoietische stamcel?

CD34.

Wat is positieve selectie?

Door interactie van CD4/8 dubbel positieve cellen met MHC I of II moleculen worden CD4 of CD8 enkel positieve cellen gevormd.

 

Wat is negatieve selectie?

Dan gaan T-lymfocyten uitrijpen in de thymus. T-cellen die complexen van self-peptide met MHCI of II moleculen met een hoge affiniteit binden, worden weggehaald.

Wat of wie zorgt ervoor dat CLIP losraakt, zodat peptides kunnen binden aan MHCII?

HLA-DM.

Hoe kan het dat peptides niet aan MHCII kunnen binden in een blaasje?  

Door het CLIP-fragment.