Samenvatting The Student's Guide to Cognitive Neuroscience

-
ISBN-10 1848722729 ISBN-13 9781848722729
1116 Flashcards en notities
11 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • The Student's Guide to Cognitive Neuroscience
  • Jamie Ward
  • 9781848722729 of 1848722729
  • 2014

Samenvatting - The Student's Guide to Cognitive Neuroscience

  • 2.1 Structure and function of the neuron

  • Zenuwstelsel bestaat uit;
    • Centraal zenuwstelsel -> bestaande uit hersenen en ruggenmerg
    • Perifeer zenuwstelsel 
    1. Somatisch zenuwstelsel (bijna alles wat we zelf kunnen beslissen)
    2. Autonoom zenuwstelsel (gaat automatisch en bestaat uit;)
    • Sympatisch zenuwstelsel (fight or flight)
    • Parasympatisch zenuwstelsel (brengt organen tot rust)
  • Waaruit bestaat een Neuron? noem 3 componenten.
    Alle neuronen hebben ongeveer dezelfde structuur. ze bestaan uit:
    • een cellichaam (ookwel Soma)
    • dendrieten
    • een axon.


  • Benoem de kwabben van de hersenen
    Rose = Frontaalkwab
    Groen = Parietaalkwab
    Blauw = Temporaalkwab
    Geel = Occipitaalkwab 
  • Elk neuron bestaat uit 3 componenten, welke 3 zijn dit?
    De 3 componenten van een neuron zijn: 
    1. Het cellichaam. 
    2. Het axon. 
    3. De dendrieten.

    Het cellichaam bevat de celkern en andere orgaancellen. De celkern bevat de genetische code en is betrokken bij de aanmaak van proteïne.   
  • Wat bevat de cellichaam van een neuron?
    Het bevat de celkern (deze bevat de genetische code en in betrokken bij eiwit-synthese) en andere celcompartimenten
  • Benoem de structuren van het centrale zenuwstelsel 1 t/m 9
    1. Cerebrale cortex2. Pariëtaalkwab
    3. Limbisch systeem
    4. Hippocampus
    5. Basale ganglia
    6. Globus pallidus
    7. Diëncefalon
    8. Middenbrein ('Midbrain')
    9. Pons
  • Hoe noemen we 2 neuronen die samen een synaps vormen? Hoe geven deze een signaal door die leidt tot een actie?
    De 2 neuronen die samen een synaps vormen noemen we presynaptisch en postsynaptisch. Bij een presynaptisch neuron die actief is wordt een elektrisch signaal (actiepotentiaal) door de axon geleid. Aan het uiteinde worden chemische stoffen afgegeven die neurotransmitters worden genoemd.
  • Hoe heten de takachtige structuren vanuit de cellichaam en waar zijn deze verantwoordelijk voor?
    Deze heten dendrieten en communiceren met andere neuronen.
    Dendrieten ontvangen informatie van andere neuronen die dichtbij liggen. De grootte en structuur van de dendrieten variëren sterk en zijn afhankelijk van wat voor type neuron het is en waar in de hersenen deze gelegen is.
  • Benoem hier de delen van de basale ganglia
    1=caudate; 
    2=putamen; 
    3=amygdala; 
    4=globus pallidus


    De structuur wordt geassocieerd met motoriek en beweging 
  • Wat doet de axon?
    De axon verzend informatie naar andere neuronen. Elke neuron heeft vele dendrieten maar maar 1 axon. (Al kan deze ook opgedeeld zijn in verschillende takken genaamd collaterals)
  • Benoem de drie hersenvliezen
    1. Dura mater
    2. Arachnoid
    3. Pia mater
  • Hoe heet de smalle opening tussen neuronen?
    De synaptische spleet, ookwel synapse waar neurotransmitters vrij komen.
  • Wat is de Sulcus
    Dat zijn de kleinere groeven in de hersenen
  • Hoe noem je de "twee fasen" waaruit 2 neuronen bestaan wat betreft het doorlopen van de neurotransmitters?
    1. Presynaptic (voor de syncopische spleet)
    2. Postsynaptic (na de synaptische spleet)
  • Wat is de fissuur
    Dat is de grote groeve tussen de rechter en de linker hersenhelft.
  • Wat is de richting van de informatiestroom bij neurotransmitters?
    van axon naar dendrieten.
  • Wat is de gyrus
    Dat zijn de bobbels tussen de groeven van de hersenen
  • Wat is een actiepotentiaal?
    Een plotselinge verandering in de elektrische huishouding van de neuron membraan in de axon. (depolarisatie en repolarisatie) 
    Wanneer de actie potentiaal de axon terminal bereikt worden chemicaliën vrijgelaten in de synaptische spleet. Deze chemicaliën heten neurotransmitters.
    (let op: een klein percentage van de synapsen zoals de retinale spleetovergang seinen elektrisch en niet chemisch)
  • Wat is het brein?
    Het brein is het fysieke orgaan dat al ons mentale leven mogelijk maakt.
  • Wat is myeline
    Een vettige stof om de axon van sommige neuronen( met name motorische)  die de geleiding versnelt
  • Neurotransmitters binden aan receptoren op de dendrieten van de ontvangende neuron (de postsynaptische neuron) en creëren een synaptische potentiaal. Deze potentiaal wordt passief uitgevoerd (dat wil zeggen zonder het creëren van een actiepotentiaal.) door de dendrieten en soma van de postsynaptische neuron.
    Wanneer deze passieve stroom voldoende sterkte heeft wanneer deze het begin van de postsynaptische axon bereikt dan wordt er een actiepotentiaal getriggerd in deze neuron.
  • Waaruit bestaan neuronen (neurons)
    - Cell body (Soma)  = celkern
    - Dendrites = dendrieten
    - Axon = Axon

    Een neuron kan uit veel dendrieten bestaan, maar heeft maar één celkern en axon

    Myeline kan de actie door het axon versnellen. 
  • Wat is een  neurotransmitter
    Chemische stof die het overdragen van impulsen verzorgt tussen een zenuwcel en een ander orgaan of tussen de zenuwcellen onderling.
  • Elke neuron is omringt door een celmembraan die als een barrière fungeert voor de passage van bepaalde chemicaliën.
    Binnenin het membraan gedragen bepaalde proteïne moleculen zich als poortwachters die sommige chemicaliën binnen en naar buiten laten onder bepaalde voorwaarden. Deze chemicaliën bestaan onder andere uit geladen natrium (Na+) en kalium (K+) ionen.
    De balans tussen deze twee ionen aan de binnen en buitenkant van een membraan is zo dat deze normaal gesproken een rustpotentiaal heeft van -70mV (de binnenkant is negatief ten opzichte van de buitenkant)
  • Neuron
    Een type cell dat onderdeel is van het zenuwstelsel en ondersteuning biedt voor vele andere zaken en cognitief functioneren
  • Wat is de reden dat alleen een axon kan zorgen voor een actie potentiaal?
    Bepaalde voltage-gated ion channels zijn belangrijk bij het genereren van een actie potentiaal en deze kanalen worden alleen in axonen gevonden.
  • Cell Body
    Celkern; Deel van het neuron, bevattende de kern en andere organellen.
  • Wat is de volgorde van gebeurtenissen bij het ontstaan van een actiepotentiaal?
    1. Wanneer een passieve stroom van genoeg sterkte naar de axon membraan beweegt opent dit de Na+ kanalen.
    2. Waneer dit kanaal open is komt Na+ de cel binnen en de negatieve potentiaal die normaal gevonden wordt aan de binnenkant wordt verlaagd. (de cell zal zogeheten depolariseren) Bij ongeveer -50mV, de celmembraan wordt compleet doordringbaar en de spanning van de binnenkant van de cell zal voor een kort moment omkeren. Deze plotselinge depolarisatie en daaropvolgend repolarisatie in elektrische spanning over de gehele membraan is de actiepotentiaal.
    3. De negatieve potentiaal van de cel wordt hersteld via de uitgaande stroom van K+ via voltage-gated K+ kanalen en het sluiten van de voltage-gated Na+ kanalen.
    4. Er is een korte periode waarin hyperpolarisatie plaatsvind (de binnenkant is meer negatief geladen dan de rest) Dit maakt het lastiger voor de axon om meteen te depolariseren en voorkomt hiermee dat de actiepotentiaal de andere kant op beweegt.
  • Dendrites
    Dendrieten; vertakkende structuren welke informatie dragen van andere neuronen
  • Hoe wordt de functie van een regio bepaald in de hersenen?
    dit wordt bepaald door de soort input en output
  • Axon
    Een vertakkende structuur welke informatie naar andere neuronen brengt, en een aktiepotentiaal verzend
  • Synapse
    Synapse; De kleine ruimte tussen neuronen in welke de neurotransmitter wordt vrijgelaten. Hier worden de signalen tussen neuronen afgegeven.
  • Action potential
    Actiepotentiaal; Een plotselinge verandering (depolarisatie / repolarisatie) in de elektrische delen van het neuron membraan in een axon
  • Neurotransmitters
    Chemische signalen welke worden vrijgelaten bij een neuron en welke een reactie veroorzaken bij een andere neuron
  • Myelin
    Is een vettige substantie welke rondom het axon van sommige cellen zit. 
    Deze vettige substantie blokt  de normale transactie van Na+/K+, waardoor het signaal over de axon springt (versnelt). 
    Vermindering van Myeline is gevonden bij de ziekte MS
  • Grijze stof (Gray Matter)
    Stof welke voornamelijk betaalt uit de neurale celkernen.
  • Witte stof (White matter)
    Stof van het zenuwstelsel welke voornamelijk bestaat uit axonen en ondersteunende cellen.
  • Glia
    Ondersteunende cellen van het zenuwstelsel welke betrokken zijn bij het repareren van cellen en de formatie van myeline
  • Corpus Callosum
    Een grote witte stof omgeving welke de twee hersenhelften met elkaar verbind.
  • Ventricles / Ventrikels
    Ook hersenkamers genoemd. Vier met hersenvocht gevulde holten in de hersenen. Men onderscheidt twee laterale of zijventrikels, die in de grote hersenen liggen; het derde ventrikel ligt in de tussenhersenen en het vierde ventrikel in de hersenstam. De ventrikels zijn onderling verbonden en staan in open verbinding met de subarachnoïdale ruimte (ruimte tussen het binnenste en middelste hersenvlies). Het vocht dat door de ventrikels stroomt, 'wast' en ondersteunt de hersenen en helpt bij het handhaven van de juiste temperatuur.
  • Anterior / Voorgaand
    Naar de voorkant, ook genoemd (rostral)
  • Posterior / Achterste
    Naar achter, ook genoemd (caudal) (staart zijde)
  • Superior / Superieur
    Naar de bovenkant (top), ook genoemd (dorsaal)
  • Inferior / ondergeschikt
    Naar de onderkant, ook genoemd (ventrale zijde)
  • Lateral / Lateraal (zijdelings)
    De buitenkant
  • Medial / Mediaal
    In of naar het midden toe
  • Coronal cross section
    Refereert naar een vertikale doorsnede van de hersenen door beide hersenhelften heen.
  • Sagittal section
    Refereert naar een verticale doorsnede door één hersenhelft heen. Wanneer de doornsnede tussen beide hersenhelften ligt, dan noemen we dit een midline of mediaal sectie.
  • Axial section
    Een horizontale doorsnelde van de hersenen.
  • Gyri (gyrus = enkelvoudig)
    De verhoogde vouwen van de cortex
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • The student's guide to cognitive neuroscience
  • Jamie Ward
  • 9781841695358 of 1841695351
  • Reprinted.

Samenvatting - The student's guide to cognitive neuroscience

  • 1.1.1 Philosophical approaches to mind and brain

  • Wat houdt the mind-body problem in?
    Hoe kan een fysieke substantie gevoelens, gedachten en emoties teweegbrengen?
  • Wat houdt dualisme in en wie is de bedenker van deze theorie?
    René Decartes geloofde dat de mind niet-fysiek was en onsterfelijk en het lichaam fysiek en sterfelijk. Hij suggereerde dat ze interacteren via de hypofyse. Stimulatie in de gevoelsorganen zou vibraties veroorzaken in het lichaam/brein die opgepikt zouder worden in de hypofyse en dit kan een niet-fysieke vorm van bewustzijn creeeren.
  • Wat was de theorie van Spinoza over mind en brein? Hoe noem je deze theorie?
    Spinoza (1632-1677) zei dat mind en brein twee verschillende niveaus waren van uitleg voor hetzelfde ding, niet twee verschillende dingen. Deze theorie noem je dual-aspect theorie en het blijft populair bij sommige huidige onderzoekers in het veld.
  • Wat wordt er met het reductionisme bedoeld? Wat is hierbij de conclusie?
    Er wordt gesteld dat ookal cognitieve, mind-based concept tegenwoordig nuttig zijn voor wetenschappelijke exploratie, ze zullen uiteindelijk vervangen worden door puur biologische constructies. Zo kunnen emoties, herinneringen en aandacht later dus vertaald worden naar patronen van neuronale firings, neurotransmitter-release).
    Conclusie: psychologie zal uiteindelijk gereduceerd worden tot biologie naarmate we steeds meer leren over de hersenen
  • 1.1.2 Scientific approaches to mind and brain

  • Wat kon Aristoteles vertellen over het brein?
    De lichaam/brein ratio was in de  meer intellectuele soorten het grootst. Maar hij claimde wel dat cognitie een product was van het hart en niet van het brein. Hij geloofde dat het brein optrad als een koelingssysteem: hoe hoger het intellect, des te groter het koelingssysteem dat benodigd is.
  • Wat dachten Galen, Vesalius in het Romeinse tijdperk over de locatie van de mentale ervaringen?
    Dat deze zich afspeelden in de ventrikels, er was niet veel aandacht voor de cortex
  • Wat houdt de phrenology van Gall en Spurzheim (1776-1832) in? Waarom was deze theorie zo belangrijk?
    Er is sprake van 2 hoofdaannames:
    • Verschillende regio's van het brein zorgen voor verschillende functies en zijn geassocieerd met verschillende gedragingen
    • De grootte van deze regio's produceert verstoringen van de schedel en correleert met individuele verschillen in cognitie en persoonlijkheid
    --> Eerste notie van functionele specialisatie binnen het brein.
  • Wat valt er te zeggen over Broca en Wernicke?
    Als er een laesie is in het Broca-gebied, dat is in de buurt van het auditieve centrum--> spraakprobleem. Wernicke laesie--> probleem met het begrijpen van taal.
  • Hoe kan cognitieve neuropsychologie beschreven worden?
    De benadering van patienten gebruiken met verkregen hersenschade om theorieen van normale cognitie te informeren.
  • Waar liggen de moderne funderingen van cognitieve psychologie?
    In de computer metafoor van het brein en de informatieverwerkings aanpak. Broadbent (1958) zei dat veel van cognitie bestaat van een volgorde van verwerkingsstadia (boxdiagrammen). De implicatie hierbij was dat men het cognitieve systeem kon snappen op dezelfde manier als  de serie stappen die worden uitgevoerd door een computerprogramma en zonder referentie naar het brein.
  • Veel cognitieve modellen bevatten een element van interactie en parallel processing. Wat is interactivity?
    Waar verwijst parallel processing naar?
    Interactivity verwijst naar het feit dat fases in processen niet geheel gescheiden zijn en dat latere stadia kunnen beginnen voordat eerdere stadia compleet zijn. Bovendien zouden latere stadie de uitkomst van de eerdere beinvloeden (top-down-processing).
    Parallel processing verwijst naar het fiet dat veel verschillende soorten informatie tegelijkertijd geproduceerd kunnen worden.
  • 1.1.3 The birth of cognitive neuroscience

  • Wat is het grote onderscheid tussen recording methods en stimulation methods in cognitieve neurowetenschap?
    Elektrische stimulatie van het brein wordt tegenwoordig amper uitgevoerd. Dit gaat nu middels magnetische en niet electrische velden en wordt transcaraniale magnetische stimulatie genoemd (TMS) deze wordt meer toegepast over de schedel dan het brein. Daarnaast heb je electrophysiological methods (EEG/ERP en single-cellrecordings) en magnethophysiological methods (MEG) deze nemen de elektrische/magnetische eigenschappen van neuronen zelf op.
    Verder heb je functionele imaging methods (PET en fMRI) welke physiologische veranderingn opnemen die geassicieerd zijn met bloedvoorziening naar het brein welke langzamer over tijd veranders--> haemodynamische methodes.
  • In welke dimensies kunnen de methodes binnen de cognitieve neurowetenschap geplaatst worden?
    • De temporale resolutie: De nauwkeurigheid met welke iemand kan meten wanneer een gebeurtenis optreedt. De effecten van hersenschade zijn permanent en dus heeft dit geen temporale resolutie as such. Methoden als EEG, MEG, TMS en single-cell recording hebben ms resolutie. PET en fMRI hebben temporale resoluties van minuten en seconden die de langzame haemodynamische respeons reflectern.
    • De spatiale resolutie: Verwijst naar de nauwkeurigheid met welke men kan meten waar een event optreedt. Laesie en functional imaging methoden hebben vergelijkbare resolutie op het mm niveau, single-cell recordings hebben daarintegen spatiale resolutie op het niveau van het neuron.
    • De invasiviteit van een methode verwijst naar of de uitrusting intern of extern gelocaliseerd is. PET is invasief omdat het een injectie nodig heeft van een radioactieve isotoop. Single-cell recordings worden uitgevoerd op het brein zelf en dat normaal alleen in niet-menselijke dieren.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • The Student's Guide to Cognitive Neuroscience
  • Jamie Ward
  • 9781317586012 of 1317586018
  • 2015

Samenvatting - The Student's Guide to Cognitive Neuroscience

  • 1.1 Cognitieve neurowetenschap in historisch perspectief

  • Wat is cognitie?
    Hogere mentale processen zoals: denken, aanschouwen, inbeelden, praten, handelen en plannen.
  • Wat is cognitieve neuropsychologie?
    Het is een samenhang tussen cognitieve wetenschap en cognitieve psychologie
  • Wat is het mind-body problem?
    Hoe fysieke gebeurtenissen onze gedachtes en gevoelens kunnen oproepen.
  • Wat wordt bedoeld met mind-brain problem?
    De brain is het belangrijkste onderdeel van cognitie. De mind en de brain zijn twee gescheiden stations. Hierbij de link naar het dualisme.
  • Wat houdt de theorie van het dualisme (Descartes) in?
    De geest is onsterfelijk, het lichaam niet. Deze twee zijn verbonden met de pineal gland.
  • Wat beschrijft de dual-aspect theorie?
    De mind en het brain zijn precies hetzelfde ding: Spinoza.
  • Reductionisme is een alternatieve manier voor het mind-body probleem. Wat beschrijft het?
    Nu (1995) worden emoties/gevoelens gemeten. Uiteindelijk meten we neurotransmitters en biologische processen.
  • Wat was de theorie van Aristotle betreft de grootte van de hersenen?
    Hij dacht dat het verstand uit het hart kwam en dat het brein was om het hart af te koelen. Hoe groter het hoofd hoe slimmer, want er moest meer worden afgekoeld.
  • De theorie van phrenology legt twee begrippen uit, welke?
    Dat ieder deel van de brein een eigen functie heeft. Dat de schedel vervormingen heeft door de groei van hersendelen (zoals een taalknobbel)
  • De functional specialization stamt af van phrenology. Wat beweert eerstgenoemde?
    Dat ieder deel van de hersenen een eigen functie heeft.
  • Wat verklaart de functional specialization theorie niet?
    Empirisme: je leert door ervaringen.
  • Hoe werd de functional specialization gesteund?
    Door Broca en Wernicke.
  • Wat is de cognitieve neuropsychologie?
    Je neemt mensen met hersenschade om zo theorieen uit te testen.
  • Leg uit wat er wordt bedoeld met information processing als we kijken naar de cognitie van de mens.
    Mensen leren net als een computer. Je hebt allerlei soorten geheugen: kort-lang-werk.

    Interactivity houdt in dat je stadia hebt met specifiek gedrag/gedachtes (discontinu). Latere stadia kunnen vroegere stadia beinvloeden (top down)

    Parallel processing is meerdere prikkels tegelijk verwerken.
  • Wat is het neurale netwerk?
    Het is een model van cognitie. Nodes krijgen een prikkel en laten daar een reactie op zien. Hoe groter de reactie hoe beter de node verbonden is. Wellicht is deze theorie wat overtrokken.
  • Wat heeft ervoor gezorgd dat de cognitieve neurowetenschap een groei heeft gemaakt?
    Door de cognitieve psychologen in 1980. Experimentele modellen hielpen de beeldende technologie van het brein.
  • Wat zijn de methoden van de cognitieve neurowetenschap?
    Temporale resolutie: accuraat meten wanneer een gebeurtenis optreedt (hersenscan)
    Ruimtelijke resolutie: accuraat meten waar iets optreedt

    Invasiveness is een methode die refereert of het 'equipment' zich intern of extern afspeelt.
  • Vervangt cognitieve neurowetenschap de cognitieve psychologie?
    Nee, het informeert alleen.
  • Fodor had de theorie van modularity. Wat houdt deze theorie in?
    Er zijn twee soorten cognitieve processen:
    Domein specifiek- dit is binnen een kader (kleuren bijv)
    Centrale systemen - dit is onafhankelijk van elkaar.

    Door domein specifiek te werken, werk je sneller en efficienter. 
    Het empirisme had hiertegen kritiek: deze cognitieve systemen kunnen niet aangeboren zijn.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.