Samenvatting thema 6 voeding en vertering

-
35 Flashcards en notities
9 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - thema 6 voeding en vertering

  • 1 thema 6 voeding en vertering

  • 1 Wat zijn voedingstoffen?
    zijn stoffen die het lichaam gebruikt als brandstoffen,  bouwstoffen, hulpstoffen ter ondersteuning  van de stofwisseling.

    bijv: suikers, vetten, eiwitten, mineralen,vitamine en water.
  • 2. Benoem van de 6 voedingsstoffen elk hun functie
    - suiker (koolhydraten) : Brandstof in elke gevallen bouwstof
    - vetten : Bouwstoffen en brandstoffen, isolatie, oplosmiddel voor vitamine
    - eiwitten: bouwstoffen en hulpstoffen, in noodgevallen brandstoffen
    - Mineralen: bouwstoffen en hulpstoffen
    - vitaminen: hulpstof
    - water:  oplosmiddel, transportmedium, warmtebuffer, steunstof en vulmiddel.
  • 3. Waarom zijn suikers het belangrijkst voor het lichaam
    Ze zijn de belangrijkste energie bronnen voor het lichaam en ze zijn nodig bij het aanmaken van belangrijke moleculen zoals het DNA en RNA > in beide zit het suiker molecuul RIBOSE ingebouwd 
  • 4. Suikers worden ingedeeld aan de hand van de lengte van het molecuul, in hoeveel en welke groepen worden deze ingedeeld.
    Deze worden ingedeeld in 3 groepen:

    - enkelvoudige suikers ( monosachariden)
    - tweevoudige suikers ( disachariden)
    - meervoudige suikers  ( polysachariden )
  • 5. Wat zijn enkelvoudige suikers en waaruit bestaan ze. En benoem de 3 belangrijke enkelvoudige suikers
    Dit zijn de kleinste suikers die er zijn en ze bestaan uit een ringvormige molecuul
    Drie belangrijke enkelvoudige suikers zijn:

    - glucose : druivensuiker
    - fructose : vruchtensuiker
    - galactose
  • 6. Hoe komen enkelvoudige suikers in de bloedbaan terecht.
    De enkelvoudige suikers  ( glucose) zijn zo klein dat ze via de darmwand zo de bloedbaan in komen.
  • 7. Waar worden fructose en galactose omgezet in glucose en waarom worden deze omgezet?
    De lever zet fructose en galactose om in glucose omdat de lichaamscellen hoofdzakelijk glucose als brandstof gebruiken.
  • 8. Wat zijn tweevoudige suikers en uit welke 3 bestaan ze
    Dat zijn twee aan elkaar gekoppelde enkelvoudige suikers. 

    - Maltose = glucose+glucose

    - Lactose = glucose+galactose

    - Sacharose= glucose+fructose
  • 9. Waarom worden tweevoudige suikers niet opgenomen door de darmwand in de bloed?
    -tweevoudige suikers zijn te groot om via de darmwand in het bloed te worden opgenomen.

    -Daarom worden ze ook tot enkelvoudige suikers gespilts tijdens de spijsverteringsproces.
  • 10. wat zijn de 3 belangrijke meervoudige suikers en wat zijn daar de kenmerken van?
    * deze 3 suikers bestaan uit glucosemoleculen. En uit veel aan elkaar gekoppelde enkelvoudige suikers.

    -zetmeel= -plantaardig meervoudige suiker, bv rijst, granen 
                       -zetmeel wordt stap voor stap omgezet glucose

    -celulose= -plantaardig meervoudige suiker.
                       -kan door het menselijke lichaam niet worden afgebroken, maar heeft als functie                          het stimuleren van de darmwandbewegingen 
                       

    -glycogeen= -dierlijke meervoudige suiker
                          -indien je lichaam glucose nodig heeft, kan glycogeen worden omgezet in                                      glucose.
  • 11.  In  hoeveel stappen komt het proces van chemische afbraak van zetmeel? en hoe gaat dit proces in werking?
    - Dit proces gebeurt in twee stappen, elke stap vereist een ander enzym.
    stap 1:  Enzym amylase  knipt de ' zetmeelketting'  in stukjes van tweevoudige suikers= maltose moleculen.

    stap 2:  vervolgens krijg de enzym maltase  die splits de maltose moleculen verder in glucose.
  • 12.  Welke twee andere tweevoudige suikers bevinden zich verder in voedsel en in hoeveel stappen verloopt dit proces?
    -dit zijn lactose en sacharose.
    - stap 1:    Enzym lactase split tweevoudige suiker lactose in glucose en                                                         galactose, dit zijnenkelvoudige suikers.

    -stap 2 :    Enzym sachrase  split tweevoudige suiker sacharose in  glucose en fructose,                   dit zijn enkelvoudige suikers
  • 13. Wat is de functie van Cellulose en hoe wordt het verwijderd uit het lichaam en wat is een ander benaming voor cellulose?
    -de functie = ze stimuleren de werking van de darmen

    -Cellulose kan door de mens niet worden verteerd dus ze worden met de ontlasting uit het lichaam verwijderd. 

    -ander benaming voor cellulose is vezels.
  • 14. waar zit glycogeen in het lichaam en waar dient het voor.
    -glycogeen zit in de lever en in de skeletspieren.

    - het dient als glucoseopslag
  • 15. De functie van vetten zijn?
    -Vetten vormen belangrijke bouwstof voor alle cellen. bv: in de celmembraan zijn bepaalde vetten ingebouwd.

    -als je te veel vetten eet, wordt het overschot opgeslagen bijv  in de onderhuidse vetweefsel
    vetopslag kan dienen als energiereserves   

    -vet dient als isolatiemateriaal. Vet in de onderhuids vetweefsel vormt isolerende laag.
     
    -vetten vervoeren bepaalde vitaminen  A,D,E en K. Deze lossen slecht op in water. Het zijn de zogenoemde in vet oplosbare vitaminen.
  • 16. Op grond van de molecuulstructuur worden vetten in drie groepen verdeeld, welke 3 zijn deze?
    -triglyceriden
    -fosfolipiden
    -steroïden
  • 17. waaruit bestaat triglyceriden?
    -Bestaat uit een molecuul glycerol en drie vetzuurmoleculen.
  • 19. triglyceriden is te verdelen in twee vetten, welke zijn deze?
    *verzadigde vetten en onverzadigde vetten.

    -verzadigde vetten:  
    •   zijn bij kamertemperatuur gestold 
    • dierlijke vetten bevatten veel verzadigde vetzuren.
    -onverzadigde:  
    • deze vetten zijn meestal vloeibaar, bijv oliën.
    •  plantaardige vetten zijn merendeel onverzadigd.  
  • 20. wat zijn fosfolipiden?
    • zijn vettten waarbij aan het glycerol de vetzuren ook een fosfaatmolecuul vastzit.
    • is aan de ene kant van de vetzuren waterafstotend: het is de hydrofobe kant.
    • de andere kant zit een fosfaatmolecuul. de fosfaatmolecuul is hydrofiel en keert zich naar de kant waar  water/vocht is.
    • Celmembranen bestaan uit een dubbele laag fosfolipiden.
  • 21.Wat zijn de kenmerken van steroïde ?
    •  steroïde zijn grote vetten die in hun ruimtelijke structuur afwijken van andere vetten.
    •  een heel belangrijk steroïde is cholesterol: deze stof vormt een belangrijk bestanddeel      van celmembranen.
    • sommige hormonen zijn steroïde , bijv het mannelijk geslachtshormoon  testosteron en het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen 
  • 22. Hoe worden vetten afgebroken?
    • vetten worden in het darmkanaal helemaal afgebroken tot moleculen waaruit ze zijn opgebouwd.dus tot Glycerol en vetzuren.
    • voor afbraak is maar een typ  enzym nodig dat is lipase
    • lipase: splitst vetten in vetzuren en glycerol 
    • vetzuren: zijn weer te verdelen onder twee vetzuren de kleine en de grote.  
    • De kleine vetzuren   worden direct via darmwand  opgenomen in het bloed.
    • Alle grotere vetzuren  en de glycerolmoleculen zijn te groot dus worden deze via de darmwand eerst in de lymfehaarvaten opgenomen en komen later via het lyfmfevatenstelsel in het bloed terecht.
  • 23 Welke belangrijke rol spelen eiwitten in het lichaam?
    Eiwitten spelen een heel belangrijk rol bij alle activiteiten en functies van het lichaam.
  • 24.Hoeveel eiwitten bestaan er en waarom is het belangrijk om voldoende ervan uit voeding te halen?
    • honderdduizend verschillende eiwitten.
    • je kunt geen reserve-eiwitten in je lichaam opslaan!
  • 25. noem de verschillende functies van eiwitten?
    • het geven van structuur. structuureiwitten dienen als bouwstof. 
    • versnellen van chemische omzettingen. Dit gebeurt door enzymen; zijn altijd eiwitten.
    • transporteiwitten, vervoeren stoffen in en uit de cel via de celmembraan.
    • spierwerking, dit gebeurt door twee samentrekbare eiwitten: actine en myosine.
    • Energiebron, in noodgevallen kunnen eiwitten als energiebron fungeren indien geen glucose en vetten meer beschikbaar zijn. 
  • 26.wat zijn eiwitten?
    eiwitten zijn ketens van aan elkaar gekoppelde aminozuren deze worden in een eindeloze variaties aan elkaar gekoppeld.
  •  27.  Hoeveel Aminozuren zijn er en hoe heet de koppeling tussen 2 aminozuren
    • er zijn 20 verschillende Aminozuren.
    • De koppeling tussen 2 Aminozuren heet peptidebinding.
  • 28. in welke 3 groepen worden eiwitten ingedeeld, dit betreft aantal aminozuren waaruit z bestaan?
    • Dipeptiden, bestaan uit 2 aminozuren
    • kleine polypeptiden, kleine eiwitten met minder  dan 100 aminozuren
    • grote polypeptiden, gewoonlijk eiwitten genoemd; ze bevatten 100 tot 10.000 aminozuren.
  • 29. Benoem de aminozuren die het lichaam wel zelf maakt en deze hoeven  niet in het voedsel te zitten.
    • je noemt ze de niet-essentiële aminozuren en het zijn er 12. 
  • 30. Benoem de aminozuren die het lichaam niet zelf aanmaakt en deze moeten wel in voedsel zitten.
    • je noemt ze de essentiële aminozuren en het zijn er 8.
  • 31.Waar vindt afbraak van eiwitten plaats?
    eiwitten worden afgebroken tot aminozuren en dit proces vindt plaats in het darmkanaal.
  • 32. hoe worden Enzymen genoemd die eiwitten afbreken?
    • proteasen
  • 33. Wat is de functie van proteasen?
    • proteasen verbreken de peptidebindingen tussen twee aminozuren.
            Bijv: pepsine, trypsine en dipeptidas.
  • 34.  Noem 2 voorbeelden die tot de mineralen behoren. En van die 2 weer de voorbeelden.
    Mineralen = Anorganische stoffen 

    • Zouten
    1. Keukenzout ( NaCl)
    2. Kalium (K)
    3. calcium (Ca)
    4. Magnesium (Mg)
    5. Ijzer ( Fe)

    • Spoorelementen - Chemische elementen
    1. Koper
    2. Zink
    3. chroom
    4. Fluor
    5. jodium
  • 35. Wat zijn vitamine, in welke 2 categorieën kan je deze verdelen. benoem bij deze twee de voorbeelden
    Vitamine zijn complexe organische verbindingen.

    - In vet oplosbaar
    • Vitamine A,D, E,K 

    - In water oplosbaar 
    • Vitamine B,C    
  • 36. Hoe is de waterafgifte en wateropname per 24 uur geregeld
    <
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

1 Wat zijn voedingstoffen?
1
2. Benoem van de 6 voedingsstoffen elk hun functie
1
3. Waarom zijn suikers het belangrijkst voor het lichaam
1
4. Suikers worden ingedeeld aan de hand van de lengte van het molecuul, in hoeveel en welke groepen worden deze ingedeeld.
1
Pagina 1 van 9