Samenvatting Vakdidactiek 1

-
235 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Vakdidactiek 1

  • 1 Introductieles

  • Waar is Nederlands voor nodig als vak?
    1. Beroep
    2. Vervolgopleiding
    3. Persoonlijke ontwikkeling
    4. Ontwikkeling denkvaardigheden
    5. Leren andere schoolvakken
    6. Maatschappelijk functioneren
    7. Een betere maatschappij (culturele bagage meegeven
    8. Ontwikkeling in de wetenschap verspreiden
  • Welke kenmerken heeft het schoolvak Nederlands?
    1. Weinig aandacht voor kennisinhoud, veel voor vaardigheden
    2. Aandacht voor verschillende taaluitingen, multimediaal
    3. Culturele component laatste jaren uitgebreid van literatuur naar film, jeugdliteratuur, toneel
    4. De rol van taal bij leren en dus bij andere vakken
    5. Nog steeds klassieke indeling examenprogramma (lezen, luisteren, schrijven, literatuur en argumentatieve vaardigheden)
    6. Sinds 2010 weer verplicht op het MBO
    7. Eisen volgens F-niveaus
  • Wat is het vak3dactisch model?
    In het midden staat 'vakdidactiek' , de andere 3 knopen hebben 'vakkennis', 'didactiek' en 'praktijk'
  • Waar staat vakkennis voor in het vak3dactisch model?
    Van vakkennis naar vakdidactiek: vakdidactiek is de plaats waar nagedacht wordt over het zinvol ontsluiten van een vastgestelde inhoud naar lln.
  • Waar staat didactiek voor in het vak3dactisch model?
    Van didactiek naar vakdidactiek: vakdidactiek is de plaats waar centrale pedagogische concepten vertaald worden naar de dynamiek van een specifiek vak.
  • Waar staat praktijk voor in het vak3dactisch model?
    Van praktijk naar vakdidactiek: vakdidactiek is de plaats waar de leraar uitgedaagd wordt door de praktijk van het lesgeven en waar deze praktijk zelf tot het voorwerp van een leerproces wordt gemaakt.
  • Wat is vakdidactiek?
    • het overbrengen van een bepaalde vakinhoud
    • in een bepaalde lespraktijk (context)
    • met gebruikmaking van algemene didactische principes
  • Verschil didactiek en vakdidactiek
    • Voorbeelden didactisch handelen:  
    • keuze voor bepaalde werkvorm;  
    • toepassen van lesfasen van Ebbens;  
    • opdrachten betekenisvol maken.

    • Voorbeelden vakdidactisch handelen:  
    • stappenplan voor de ww-spelling aanbieden;  
    • strategie aanleren voor een tekst lezen;  
    • een functionele schrijfopdracht geven.
  • 2.1 Handleiding Basislijst Schooltaalwoorden vmbo

  • Hoe veel woorden telt de basislijst?
    1600
  • Welke woorden komen er in de lijst voor?
    • Geen vakbegrippen, ook geen alledaagse woorden: zit er tussenin
    • Vakbegrippen bij natuurkunde: soortgelijk gewicht, soortgelijke massa
    • Natuurkunde-context schooltaalwoorden: afkoelen, leveren
    • Algemene Nederlandse woorden: aanwezig, veranderen
  • Waarom is woordenschat belangrijk?
    1. Een grote groep leerlingen vertoont taalvaardigheidstekorten
    2. Het heeft een positief effect op tekstbegrip en leesvaardigheid
  • Hoe veel woorden kent in NL kind?
    • Meeste Nederlandstalige kinderen hebben in het basisonderwijs woordenschat 1000-3000 woorden
  • Wat is het verschil tussen anderstaligen en NLers op gebied woordenschat?
    • Meeste anderstalige veel minder, groeit ook steeds verder uit elkaar
  • Welk effect heeft lezen op woordenschat?
    Neemt snel toe
  • Wat is het zwaan-kleef-aan principe?
    Een grotere woordenschat betekent meer mogelijkheden om nieuwe termen en begrippen te hanteren.-> Zwaan-kleef-aan-proces: nieuwe woorden ‘kleven vast’ aan reeds bekende woorden
  • Leerlingen kunnen qua persoonlijke woordenschat verschillen. Hoe komt dat?
    • Sport of hobby
    • Bijzondere thuissituatie (bv. Boerderij)
    • Veel boeken lezen over een bepaald onderwerp
  • Samenstelling woordenschat lijst: hoe ziet die eruit?
    1600 woorden
    • 350 algemene schooltaalwoorden
    • 250 algemene vaktaalwoorden biologie
    • 250 algemene vaktaalwoorden mens en maatschappij
    • 250 algemene vaktaalwoorden wiskunde
    • 250 algemene vaktaalwoorden natuurkunde
    • 250 algemene vaktaalwoorden economie
  • Welke criteria zijn er gehanteerd bij samenstellen woordenschatlijst?
    1. Woordfrequentie en spreiding in de vakboeken -> woorden met hoge frequentie en spreiding zijn van belang. Van de eerste selectie zijn algemene woorden met een hoge frequentie genegeerd (land, varen). Woorden met hoge frequentie en lage spreiding ook niet gehaald. Zo kwam op 1 pagina bijvoorbeeld het woord windmolen 10 keer voor en verder niet: was dus geen schooltaalwoord.
    2. Daarna is er gekeken naar de meest gebruikte lesmethoden voor de verschillende vakken in het Amsterdamse vmbo.
  • Waarom is de woordenschatlijst samengesteld aan de hand van frequentie en spreiding?
    • De leerlingen begrijpen de studieboeken beter
    • De betekenis van de woorden kan goed inslijpen, doordat de leerlingen de woorden vaak tegenkomen
    • Leerlingen weten dat de woorden vaak voorkomen en zijn daardoor gemotiveerd om ze te leren
  • Wat zijn de algemene aandachtspunten voor woordenschatuitbreiding?
    1. Van woorden moeten klanken, schrijfwijze en betekenis worden geleerd.
    2. Woorden kunnen niet in één keer geleerd worden en moeten herhaald worden.
    3. De leerlingen moeten allerlei verbindingen met andere woorden in hun hoofd leggen -> herhaling en uitbreiding.
    4. Samenwerking en afstemming tussen docenten is belangrijk.
    5. Docenten brengen woordenschatuitbreidingactiviteiten in.
  • Wat moet er van woorden worden geleerd?
    Klanken
    Schrijfwijze
    Betekenis
  • Wat zijn de vier stappen van woordenschatonderwijs?
    1. Voorbewerken
    2. Semantiseren
    3. Consolideren
    4. Controleren
  • Wat houdt voorbewerken (4 takt) in?
    1. Het voorbewerken
    Nieuwe woorden moeten op een bepaalde plek in het hoofd van de leerlingen aanhaken  -> woord introduceren met tekst, gebeurtenis, situatie, afbeeldingen.
  • Wat houdt semantiseren (4 takt) in?
    2. Semantiseren (woord uitleggen)
    Kernbegrippen en schooltaalwoorden legt de docent uit met een definitie, voorbeeldzin of door het te laten zien. Tijdens de les noemt de docent de woorden geregeld en verwijst naar de tekst.
  • Wat houdt consolideren in? (4takt)
    3. Consolideren (herhalen en verder inslijpen)
    Docent laat de leerlingen de woorden herhalen, tijdens de eerste les en later. Vaak hebben lesmethoden zelf goede opdrachten om de woorden opnieuw te gebruiken.
  • Wat houdt controleren in? (4 takt)
    4. Controleren
    Na verloop van tijd controleert de docent of alle leerlingen de woorden in hun mentale lexicon hebben opgeslagen. Hulpmiddelen: afbeeldingen, plaatjes uit de methode, zelfgemaakte toets.
  • Wat is de functie van controleren? (4 takt)
    nieuwe kans op consolideren en vaststellen wat de opbrengst van alle inspanningen is.
  • Woordenschatuitbreiding in vaklessen: waar moeten vakdocenten op letten? (8 tips)
    1. Selecteer de woorden die persé beheerst moeten worden.
    2. Bied de woorden zo veel mogelijk aan in een concrete of vakgebonden context.
    3. Maak de betekenis zo veel mogelijk zichtbaar.
    4. Zorg ervoor dat leerlingen zich echt kunnen concentreren op die woorden die als kernbegrippen in het leerstofonderdeel gelden.
    5. Geef de leerlingen de kernbegrippen mondeling en op schrift.
    6. Geef de leerlingen de gelegenheid tot verwerking en consolidatie.
    7. Zorg voor voldoende herhaling.
    8. Laat de leerlingen de nieuwe woorden opschrijven
  • Een vakdocent doet aan woordenschatuitbreiding: hoe ziet dat eruit? Hoe veel woorden maximaal?
    Woordenschatuitbreiding in de vakles moet zo veel mogelijk aan de vakinhoud gekoppeld worden. De docent kiest 6-8 kernbegrippen en algemene schooltaalwoorden per les. De docent schrijft deze woorden aan het begin op het bord.
  • Noem twee manieren om woordkennis bij een leerling te verdiepen
    -> Doorvraagoefening: de docent stelt steeds meer vragen aan dezelfde leerling over hetzelfde woord ->  een hele reeks aan betekenisaspecten van het woord komt naar voren -> worden verbindingen gelegd en er ontstaat verdieping
    • Extra teksten over dezelfde stof Schaduwteksten
    -> teksten die min of meer dezelfde informatie bevatten als het oorspronkelijke stuk uit het vakboek, maar die bestemd zijn voor een ander of algemeen publiek. Kan buiten de vakles plaatsvinden.
  • Wat doen leerlingen zelf om betekenissen te vinden en woorden te leren?
    • Zelfstandige woordleerstrategieën: strategieën die leerlingen kunnen inzetten om de betekenis van onbekende woorden te achterhalen, bijvoorbeeld:
    1. Het woord opzoeken in een woordenboek.
    2. Kijken of delen van het woord misschien al bekend zijn.
    3. Raden of voorspellen van de betekenis met behulp van informatie die in niet-talige context of voorbeelden in de tekst gegeven wordt.
    4. Afleiden van de betekenis uit de directe omgeving van het woord.
  • Wat moet een leerling ZELF doen om woorden te laten beklijven?
    • Ook voor het beklijven van woorden is het belangrijk dat leerlingen woorden meerdere keren in verschillende contexten tegenkomen en dat zij handelen met de nieuwe woorden:
    • Het opzoeken van woorden in woordenboeken/lijsten.
    • Het koppelen van nieuwe woorden aan bekende woorden.
    • Het koppelen van de nieuwe woorden aan zintuiglijke waarnemingen en emoties  uitspreken, verklanken (op gehoor opschrijven), ezelsbruggetjes
  • Door lezen kan een leerling...
    woordkennis verbreden en verdiepen
  • Wat is tekstbegrip?
    • Doorslaggevend punt bij lezen is tekstbegrip. Wordt de tekst begrepen?
    • Voor tekstbegrip twee vaardigheden nodig: technisch lezen en begrijpend lezen
    • Technisch lezen gaat gedurende onder- en middenbouw basisschool over in begrijpend lezen
    • Werken aan tekstbegrip bij vak Nederlands niet het beste -> leerlingen moeten dan nog de transfer maken naar vaklessen
    • Succes bij begrijpend lezen afhankelijk van woordenschat leerling
  • Welke 2 vaardigheden heb je nodig voor tekstbegrip?
    technisch en begrijpend lezen
  • Waar op school kan er het beste aan tekstbegrip worden gewerkt?
    Niet bij vak Nederlands -> transfer naar vaklessen moet dan nog gemaakt worden
  • Succes van leerlingen bij begrijpend lezen is afhankelijk van...
    Woordenschat
  • Welke woorden moet er op school geleerd worden?
    CAT: cognitieve academische taalvaardigheid

    • Vooral voor algemene schooltaalwoorden, algemene vaktaalwoorden en de signaalwoorden moet veel tijd geserveerd worden
  • Een tekst wordt pas begrepen bij...
    Kennis van 95% woorden
  • Tekstbegrip vindt plaats als teksten goed worden begrepen. Maar wat zijn de voorwaaren voor een goede tekst? (7 punten)
    1. Goede structuur en opbouw. Bijvoorbeeld introductie van het onderwerp, behandeling van onderwerp en een afsluiting (conclusie). Niet meer dan 2 onderwerpen
    2. Lengte ook van belang: niet te lange teksten.
    3. Ook juiste afbeeldingen helpen bij tekstbegrip
    4. Lezersgroep moet duidelijk zijn: voor wie is de tekst bedoeld?
    5. Vereenvoudigde teksten dragen niet bij aan tekstbegrip
    6. Expliciete samenhang en verbinding in de tekst: voegwoorden, signaalwoorden etc. niet weglaten maar verbinding zichtbaar maken.
    7. Korte zinnen gebruiken helpt niet, onderschikken en nevenschikken kan gewoon
  • Wanneer weet je op een leerling een tekst begrepen hebt?
    Tekstbegrip blijkt pas na demonstratie van leerling. Er moet een taak of opdracht aan gekoppeld worden. Kan een praktijkopdracht zijn of een verslag. Meerkeuzevragen werkt niet bij tekstbegrip. Een actieve taak werkt het beste: boodschappenlijstje maken, spiekbriefje voor tijdens telefoongesprek, chronologische volgorde etc,.
  • Samengevat zijn deze zaken van belang bij lezen, tekstbegrip en tekstkeuze: (7 punten)
    1. Liever meer dan minder: laat leerlingen vaak teksten lezen, geen lange maar korte teksten en verbindt een actieve taak aan leesopdrachten
    2. Help bij het lezen en bij tekstbegrip, maar laat teksten niet weg. Geef de teksten desnoods na de demonstratie of de toelichting, maar sla de tekst niet over.
    3. Geef veel aandacht aan woordenschatuitbreiding en biedt kernbegrippen uit de tekst van tevoren aan. Leerlingen kunnen woordenboek gebruiken
    4. Stel duidelijke en meetbare doelen: aantallen teksten per week, aantallen taken per week, leestijdbesteding, benoem onderwerpen waarover gelezen moet worden
    5. Geef aandacht aan lezen en tekstbegrip in ALLE lessen. Ook in praktijklessen, in simulatie en ook in de stages
    6. Geef veel aandacht aan wat er met de tekst gedaan moet worden (doel, taken, verwerking, omzetting naar een andere activiteit)
    7. Gebruik geen versimpelde teksten (qua zinslengte en structuur) en kies voor teksten die net iets boven het niveau van de leerlingen zitten
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.