Samenvatting Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

-
1044 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht". De auteur(s) van het boek is/zijn Rinkes. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

  • 1.1 Plaats van het recht

  • Wat voor positiefs levert de wetstudie? Geeft een beschrijving.

    Uit al die wetten spreekt de gedachte dat zij behoren te worden nageleefd; zij claimen dat zij verbindende kracht hebben. Daarin ligt hun wezen; zij bevatten geen raadgevingen of beschrijvingen van bestaande toestanden, zij geven regels, en wel regels die, impliciet of expliciet, betrekking hebben op menselijk gedrag.

  • Mag er gezegd worden: het recht is een geheel van gedragsregels, die door de overheid zijn vastgesteld - of in elk geval bekrachtigd? We stuiten hier op een moeilijkheid: het recht is meer dan alleen een optelsom van wettelijke regels, wet en recht zijn niet identiek, de termen rechtmatig en wettig (of: wetmatig) hebben een verschillende betekenis, terwijl bovendien niet kan worden volgehouden dat alle recht van de overheid afkomstig is.

  • Er geldt als richtsnoer: wat de rechter doet in concreto, dat doet het recht, wanneer het in algemene regel is belichaamd, in het algemeen: het stelt regels waarnaar mensen zich tegenover elkaar moeten gedragen en het dwingt de mensen hun gedrag overeenkomstig die regels in te richten.

  • Het recht is de samenleving, het leven van de mensen zelf, gezien van een bepaalde kant, namelijk als geordende samenleving (de rechtsorde)

  • Bestaat er overal ter wereld naar inhoud hetzelfde recht?

    De inhoud van het recht is niet overal hetzelfde± er bestaat geen wereldrecht, evenmin als er een wereldtaal is.

  • Hoe leefden de oorspronkelijke Germaanse stammen?

    Naar eigen, inheemse gewoonterecht.

  • Nadat de germanen tot de christelijke godsdienst waren overgegaan deed zich al spoedig het romeinse recht gelden. Dat kwam doordat de geestelijkheid, die, voor zover de kerk geen andere regels had vastgesteld, naar romeinse recht leefde, belangrijke invloed kreeg op de rechtsvorming.

  • Sedert het begin van de 9e eeuw propageerde de geestelijkheid de voorstelling dat Karel de Grote de opvolger was van de romeinse keizers, zijn rijk de voortzetting van de romeinse en dat dientengevolge het recht van die kiezers was blijven gelden, niet alleen voor de kerk, maar ook voor het volk. We hebben het dan over het romeinse recht zoals Justinianus dat in 529/534 had doen optekenen in wat bekend raakte als het Corpus Iuris Civillis.

  • Naarmate de opvatting zich verbreidde dat het romeinse recht nog altijd (maar in feite dus opnieuw) kracht van wet had, zetten ook leken zich meer en meer aan de studie ervan. Daarvoor begaven zij zich, ook vanuit onze landstreken, voornamelijk naar Italiaanse en Franse Universiteiten.

  • Sinds de 15e eeuw verschijnt er steeds meer romeinsrechtelijk gevormden, die in allerlei functies: de raadsheren in de landsheerlijke hoven, secretarissen van lagere gerechten, notarissen, pleitbezorgers, adviseurs enz. het door door hen geleerden toepasten.

  • Leg uit wat men in de middeleeuwen met receptie / aanvaarding van het romeinse recht bedoelde?

    Het Romeinse recht veroverde zich een vaste plaats in de rechtspraktijk van nagenoeg alle landen op de W-EU continent.

  • Een vijandige gezondheid tegen wat van inheemse oorsprong was toonde pas het humanisme en - in het voetspoor daarvan -  de Verlichting. Hun bewondering voor de antieke cultuur en gebrek aan historische kennis deed sommige humanisten de ondergang van het romeinse rijk beschouwen als een culturele ramp en de germaanse stammen, die hierbij een rol speelden, als barbaren en vernietigers van de WARE beschaving.

  • Wat de germaanse volksstammen hadden overgeleverd werd voorgesteld als door het recht (ius, het romeinse recht) ter zijde gestelde leges barbarorum (wetten der barbaren) en slechts vermeld als een bewijs hoe de duisternis der middeleeuwen was geweken voor het in hun eigen tijd en niet in de laatste plaats door hun eigen toedoen herwonnen licht van de romeinse oudheid. 

  • De middeleeuwse romanisten hadden het romeinse recht zo veel mogelijk aangepast aan de behoeften van eigen land e eigen tijd: de humanisten zagen dit als een besmetting en predikten de wedergeboorte van het zuiver Justiniaanse recht. Zij koesterden daarvoor een bijna religieuze verering. Het oorspronkelijke inheemse recht kende zij vaak niet eens en hun onkunde verborgen zij achter de dekmantel van de minachting. Deze antiquarisch-romantische richting werd aan de universiteiten de overheersende en deed haar invloed ook gelden in de rechtspraak. Zo werd het inheemse privaatrecht grotendeels verdrongen door het romeinse.

  • Het romeinse recht verwierf zich overal waar het werd gerecipieerd een zo sterke positie, dat meestal een politieke omwenteling nodig was om het weer afgeschaft te krijgen: daarvoor zorgden de Franse revolutie en haar nasleep.

  • Het romeinse recht verloor zijn gezag niet volledig. Materieel bleef het in het privaatrecht voortleven, dat nog altijd voor een deel op romeinsrechtelijke begrippen en onderscheidingen is gebaseerd.

  • 1.2 Functie van het recht

  • Het recht moet bijdragen aan een vreedzame ordening van de samenleving. Een veelgehoorde metafoor luidde: het recht wil vrede.

  • Wat is de wijze waarop het recht tot ordening komt?

    Door afweging van belangen en het afdwingen van de daarbij gemaakte keuzes. Ene kardinale vraag is daarom, welke belangen het recht zich moet aantrekken, en welke prioriteiten daarbij gelden.

  • Stelt men het recht voor als louter instrument, dan valt en parallel te trekken tussen enerzijds het werk van de wetgever en van de juristen die de wetten toepassen, en anderzijds de ingenieurstechniek.

  • Van vee concrete rechtsregels kan worden gezegd dat zij uitsluitend strekken tot het realiseren van een bepaald vooropgesteld doel. Maar dit geldt daarmee nog niet voor het recht als geheel.

  • Het recht heeft een intrinsiek morele lading: het moet voldoen aan ons rechtsgevoel, dat is: ons rechtvaardigheidsgevoel. Rechtvaardigheid - alleen de term zegt het al  - is aan het recht onverbrekelijk verbonden. De griekse wijsgeer Aristoteles omschreef rechtvaardigheid als de deugd waardoor ieder het zijne heeft. De romeinen juridiseerden dit in de beroemde spreuk ius suum cuique tribuere (recht is aan ieder het zijne te verschaffen)

  • Rechtvaardigheid betekent onder meer: bescherming van de zwakkere in de samenleving tegen de sterkere; dat is daarom niet alleen een morele eis, maar een eis van recht.

  • Het recht zelf is, naar vorm en naar inhoud, ideologisch bepaald. Het is, zo niet door mensengeest geschapen, dan toch door mensenhand vastgelegd; bovenal wordt het door mensen in praktijk gebracht.

  • Betekent rechtvaardigheid dat een ieder evenveel krijgt?

    Dat hoeft rechtvaardigheid niet te betekenen. Om dit te verduidelijken wordt vaak een beroep gedaan op een, ook van Aristoteles afkomstig, onderscheid tussen 2 soorten rechtvaardigheid, die ieder hun eigen domein hebben: de verdelende of distributieve, en de vergeldende of commutatieve.

  • Het is de commutatieve rechtvaardigheid die aan ieder even veel geeft, ongeacht zijn persoonlijke kwaliteit, louter naar de prestatie welke hij in concreto levert. Zij speelt een rol in het handelsverkeer, waarbij er zo veel mogelijk gelijkheid moet zijn tussen wat men elkaar over en weer verschaft (ruil; koop).

  • Rechtvaardigheid beheerst vooral de relatie tussen burgers onderling. Maar ook in het strafrechtstheorie komen wij haar tegen, als vergelding van bedreven kwaad. De distributieve rechtvaardigheid daarentegen is die welk aan ieder geeft naar zijn verdienste, zijn kwaliteit. Zij leidt niet tot gelijkheid, maar tot evenredigheid. Zij beheerst vooral de betrekkingen tussen de gemeenschap (verpersoonlijkt door de staat) enerzijds en haar leden anderzijds.

     

  • De jurist behelpt zich met procedures; indien hij beslist volgens wettelijk vastgestelde regels die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, bereikt hij een zekere mate van formele rechtvaardigheid die zijn beslissing legitimeert; maar materieel, inhoudelijk, rechtvaardig is zij daardoor nog niet.

  • Het recht streeft niet alleen naar vrede, maar ook naar rechtvaardigheid. Deze 2 hangen onverbrekelijk samen, alleen een rechtvaardige ordening kan op den duur een vreedzame ordening zijn. Sommige menen zelfs dat het recht enkel naar rechtvaardigheid streeft; rechtvaardigheid doe het doel zijn waartoe het recht het middel is.

  • Wat zou het ontbreken van algemene regels met zich meebrengen?

    Dat zou volkomen onzekerheid meebrengen over wat recht en onrecht is, en die onzekerheid zou leiden tot voortdurende strijd tussen de mensen, dus tot wanorde ipv orde. Het recht moet daarom generaliseren. 

  • Het recht moet niet alleen generaliseren, maar ook dat de regels van het recht zo nauwkeurig moeten worden geformuleerd dat men tevoren kan vaststellen welke juridische consequenties bepaalde handelingen zullen hebben (het lex-certa beginsel)

  • Een abstracte voorzienbaarheid dient geen enkel maatschappelijk doel; waar het om gaat is dat een met een normaal verstand begiftigd mens van zijn handelingen in concreto kan vaststellen, welke gevolgen zij rechtens zullen (en kunnen) hebben.

  • Formuleert de wetgever het recht zo dat de speelruimte voor de toepassing ervan overgelaten wordt aan de rechter?

    Ja.

  • In de rechtspraak openbaart zich een streven om REDELIJKHEID en BILLIJKHEID als criteria te hanteren wanneer de wet er niet naar verwijst.

  • Hoe mee het recht, ten behoeve van de rechtszekerheid een vaste onzekerheid zo veel mogelijk uitsluitende, regeling biedt, hoe preciezer en scherper bepaald de rechtsregels zijn, des te eerder zal de rechtvaardigheid in het gedrang komen. Soms moet eenvoudig gelden: de wet is hard, maar zij is nu eenmaal zo (lex dura, sed tamen scripta). Dan kan het zijn dat hoogste recht het grootste onrecht meebrengt (summum ius summa iniuria). Maar het is tegelijkertijd de roeping van de jurist om zo veel mogelijk te voorkomen dat dit zich voordoet.

  • Het recht moet dus, wil het aan zijn functie: vreedzame ordening, beantwoorden - wil het functioneel zijn  - iets aan rechtvaardigheidsgehalte opofferen. Het heeft daardoor noodzakelijkerwijze het karakter van een compromis.

  • Waarin heeft het recht ook in andere opzichten het karakter van een compromis?

    Het moet de stabiliteit bevorderen, maar ook ruimte laten voor veranderingen; het wordt geacht de vrijheid te waarborgen, maar moet deze verzoenen met gezag; het moet de individuele burger geven wat hem toekomt, maar ook de gemeenschap.

  • De beperktheid van het recht heeft aanleiding gegeven tot het maken van een belangrijk onderscheid. De werkelijkheid, de feiten, komen niet altijd overeen met de gewenste situatie, de norm (en wanneer het gaat om de door het recht gewenste situatie: de rechtsnorm); het sein verschilt dikwijls van het sollen.

  • Zo staat het ook met het recht zelf: werkelijkheid en ideaal, rechtsbegrip en rechtsidee vallen zelden samen, het recht, zoals het is, verschilt van het recht, zoals het zou moeten zijn. Dit leidde tot het inzicht dat het rechtsbegrip, het zijn, uit de werkelijkheid kan worden gerekend, het sollen daarentegen wordt bepaald door hogere waarden, we kunnen zeggen: door ideologie!

  • De letter van de wet is een louter SEIN, maar de betekenis die de praktijk (lees: de rechter) er aan geeft - achteraf evenzeer kenbaar uit de werkelijkheid - wordt op zijn minst door het SOLLEN bepaald.

  • Het aan het recht inherente conflict tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid heeft zelfs een heilzaam effect: het bevordert de dynamiek van het recht. Het recht, zo stelden we vast, verandert onophoudelijk, maar het moet ook veranderen, omdat het streven naar rechtvaardigheid en dat naar orde elkaar op verschillende manieren ontmoeten en naar een evenwicht zoeken. Volmaakte rechtvaardigheid kan het recht nooit bereiken, evenmin als strikte orde te verkrijgen valt, maar het is het streven naar een balans tussen beide dat het zijn bestaan vindt.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.