Samenvatting Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

-
ISBN-10 9013042228 ISBN-13 9789013042221
4001 Flashcards en notities
169 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht
  • J G J Rinkes redactiesecretaris W Temme C L G F H Albers
  • 9789013042221 of 9013042228
  • 22e dr.

Samenvatting - Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

  • 1 Plaats en functie van het recht

  • Waarom is het onmogelijk een definitie van het recht te amken die iedereen bevredigd?
    Dat komt omdat recht niet bestaat uit grijpbare materie en niet beantwoordt aan waarneembare werkelijkheid, hoewel sommigen menen dat het recht zichtbaar is in zijn uitwerking, zijn effect binnen de samenleving bestaat het toch vooral in de menselijke geest.
  •  Geef globaal aan hoe het verband is tussen wet en rechterlijke beslissing

    Volgt

  • Definitie en beschouwingswijze van recht
    Ordening van menselijke levensverhouding
  • http://www.rechtspraak.nl/Pages/default.aspx
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Rechtbank_(Nederland)

  • Waar komt het begrip recht vandaan?
    Het recht is de kunst van het goede en billijke. de ars boni et aequi
  • Waarom is het onmogelijk een definitie van het recht te maken die iedereen bevredigd?
    Dat komt omdat recht niet bestaat uit grijpbare materie en niet beantwoordt aan waarneembare werkelijkheid
  • Waarom is het onmogelijk een definitie van het recht te maken die iedereen bevredigd?
    Dat komt omdat recht niet bestaat uit grijpbare materie en niet beantwoordt aan waarneembare werkelijkheid
  • Wat is het functie van het recht?
    Vreedzame ordening v.d. samenleving.
  • v
  • Bestaat er ook recht buiten de wet om?
    Ja
  • Wat is het juridische begrip wet?
    Een besluit dat zich kenmerkt door een specifieke wijze van totstandkoming, te weten een besluit v.d. regering en de volksvertegenwoordiging gezamenlijk.
  • Waarom is het onmogelijk een definitie van het recht te maken die iedereen bevredigd?
    Dat komt omdat recht niet bestaat uit grijpbare materie en niet beantwoordt aan waarneembare werkelijkheid
  • Welke vereiste zijn nodig voor een vreedzame ordening?
    - Rechtvaardigheid
    - Rechtzekerheid
  • Noem de verschillende rechtszekerheidsvereisten.
    Het recht moet:
    1) voor iedereen kenbaar zijn
    2) een zekere bestendigheid hebben
    3) niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd
  • Wat houd het in, dat recht voor iedereen kenbaar moet zijn?
    - voor iedereen toegankelijk
    - niet slechts inzichtelijk voor ingewijden
  •  Geef globaal aan hoe het verband is tussen wet en rechterlijke beslissing
    De wet wordt als maatstaaf voor de rechter en zijn uitspraak gehanteerd
  • Welke beschouwingswijzen van recht kennen wij?
    1) Formele (positivistische) rechtsbegrip
    2) Materiële (natuurrechtelijke) rechtsbegrip 
    3) Synthese (Legisme v.s. Interpretatie)
    4) Historische rechtsbeschouwing
    5) Realistische rechtsbeschouwing
  •  Geef globaal aan hoe het verband is tussen wet en rechterlijke beslissing
    de rechter hanteert het wetboek als maatstaaf
  • Wat houd het rechtsbegrip Formele (positivistische) in?
    Formeel recht / positivistische recht
    Recht gekoppeld aan overheidsgezag 

    Recht wordt beoordeeld a.d.h.v. herkomst en niet door de inhoud.
  • Wat is objectief recht?
    Het objectief recht regelt de betrekkingen tussen personen; het maakt die tot rechtsbetrekkingen.
  • Wat houd het rechtsbegrip Materiële (natuurrechtelijke) in?
    Materieel recht / natuurrechtelijke recht
    Recht dat inhoudelijk voldoet aan eisen van de menselijke rede

    Recht wordt beoordeeld a.d.h.v. inhoud, die gevonden wordt in de mens zelf
  • Wat houd de epicureïsche filosofische stroming in?
    - Mens streeft naar rust
    - Mens wil geen anarchie
  • Als men bereid is om macht over te dragen aan staat die regels stelt t.b.v. vreedzame ordening v.d. samenleving, dan valt dit onder welk soort recht?
    Formeel recht (positivistische rechtsbegrip)

    (Het is gerealteerd aan de epicureïsche filosifische stroming)
  • Op welke manier onderscheid het formele recht, het recht?
    Van het recht zoals het is (positieve recht)
      van het recht zoals het zou moeten zijn (utilisme)
  • Wat wordt verstaan onder utilisme?
    Recht zoals het zou moeten zijn
    "The greatest happiness for the greatest number" (Jeremy Bentham)

    Kenmerk van het Formeel recht (beoordeling op de inhoud)
  • Wat wordt verstaan onder het positieve recht?
    Recht zoals het is.

    Kenmerk van het Formeel recht (inhoud wordt geleidt door het utilitarisme = max. geluk voor max. aantal mensen)
  • Herbert Hart onderscheid welke regels?
    1) Primaire regels
    2) Secundaire regels

    Kenmerk van het Formeel recht (recht gekoppeld aan overheidsgezag)
  • Wat zijn primaire regels?
    Primaire regels (Herbert Hart)
    Tot de burger gerichte gedragsvoorschriften

    Kenmerk van het Formeel recht (recht gekoppeld aan overheidsgezag)
  • Wat zijn secundaire regels?
    Secundaire regels
    Maken het mogelijk gedragsregels als rechtens bindend te erkennen en regelen hun schepping, wijzigingen en toepassing
  • Wat is Legisme
    Als recht wordt vereenzelvigd met de letter van de wet
  • Wat is wetspositivisme?
    Als recht wordt vereenzelvigd met de letter van de wet
  • Hoe wordt een extreme vorm van formeel recht genoemd?
    Legisme / Wetspositivisme

    = Als recht wordt vereenzelvigd met de letter van de wet
  • Gerichte gedragsvoorschriften tot de burger zijn?
    Primaire regels (Herbert Hart)

    Behorend tot het Formeel recht
  • Gedragsregels die het mogelijk maken als rechtens bindend te erkennen en regelen hun schepping, wijzigingen en toepassing, zijn?
    Secundaire regels (Herbert Hart)

    Behorend tot het Formeel recht
  • Waar wordt materieel recht op getoetst?
    Rechtvaardigheid
  • Stoïsche rechtsleer houdt in?
    Dat het recht niet alleen kan zijn wat een toevallige overheidsinstantie voorschrijft (Formeel recht), het dient ook inhoudelijk te worden getoetst, namelijk op zijn rechtvaardigheid (Materieel recht).
  • Welke maatstaf kent het materieel recht?
    De menselijke ratio of rede

    Materieel recht = Recht wordt beoordeeld a.d.h.v. inhoud, die gevonden wordt in de mens zelf  
  • Wat houd "Lex naturalis" in?
    De menselijke ratio of rede

    Kenmerk van Materieel recht (recht ad.h.v. inhoud, die in de mens zelf zit)
  • Synoniemen voor Materieel recht
    - Lex naturalis (de menselijke ratio of rede)
    - Natuurrecht (zit in de mens zelf)

    Materieel recht = Recht wordt beoordeeld a.d.h.v. inhoud, die gevonden wordt in de mens zelf
  • Vertaling van "Lex aeterna"
    Hoogste rede (god)

    * Afgeleide van "Lex naturalis" (de menselijke ratio)
    * Kenmerk van Materieel recht   
  • Betekenis van "Lex aeterna"
    De eeuwige wil van God (Lex divina)

    * Het is de hoogste rede
    * Afgeleide van "Lex naturalis" (de menselijke ratio)
    * Kenmerk van Materieel recht 
  • Wat houd "Lex divina" in?
    - Het is de eeuwige wil van God (Lex divina)
    - Daardoor de hoogste reden (Lex aeterna)
    - Een afgeleide van "Lex naturalis" (De menselijke ratio/rede)  
    - Kenmerk van Materieel recht (Recht wordt beoordeeld a.d.h.v. inhoud, die gevonden wordt in de mens zelf) 
  • Welke voorschriften behoren niet tot formeel recht (positivistische)
    Niet behorend tot formeel recht:
    Voorschriften die zich tot één enkel persoon richten 

    vb. Aan een vergunning verbonden voorwaarden
  • Wat kan niet onder het materiële (natuurrechtelijke) rechtsbegrip vallen?
    Onder het materiële rechtsbegrip kunnen niet zaken vallen zoals:
    - Roof
    - Doodslag

    Kenmerk materieel recht = recht vindt de mens in zichzelf (lex naturalis)
  • Wat houden contractstheorieën in?
    De mens aanvaardt regels ook als die tegen natuurrecht/rechtvaardigheid ingaan.
  • Wat schreef Hobbes over legisme v.s. interpretatie?
    'our lawyers are agreed (...) that not the letter, (...) but that which is according to the interpretation of the legislation, is the law' and 'All laws (...) have need of interpretation'

    'Onze juristen zijn het erover eens (...) dat niet de letter van de wet recht is, (...) maar datgene wat overeenstemt met de bedoeling van de wetgeving'en 'Alle wetten (...) behoeven interpretatie.'
  • Locke wilde een scheiding in?
    "Two treatises of goverment"
    - Wetgevende macht
    - Uitvoerende macht

    Deze strikte scheiding houdt verband met het legisme v.s. interpretatie
    (Legisme = recht strik op de letter van de wet)
  • Wat houdt trias politica in?
    Strikte scheiding tussen:
    - Wetgevende macht
    - Uitvoerende macht
    - Rechtsprekende macht
  • Wie bepleitte de trais politica?
    Montesquieu

    Gesteund op Locke ("Two treatises of goverment")
  • Noem een aantal beginselen van het wettelijke systeem:
    - beginsel van contractvrijheid in het civiele recht
    - indemniteitsbeginsel in verzekeringsrecht
    - beginsel v/e goede procesorde
    - beginsel van behoorlijk bestuur
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht
  • Rinkes
  • of
  • 2009

Samenvatting - Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

  • 1.1 Plaats van het recht

  • Wat voor positiefs levert de wetstudie? Geeft een beschrijving.

    Uit al die wetten spreekt de gedachte dat zij behoren te worden nageleefd; zij claimen dat zij verbindende kracht hebben. Daarin ligt hun wezen; zij bevatten geen raadgevingen of beschrijvingen van bestaande toestanden, zij geven regels, en wel regels die, impliciet of expliciet, betrekking hebben op menselijk gedrag.

  • Mag er gezegd worden: het recht is een geheel van gedragsregels, die door de overheid zijn vastgesteld - of in elk geval bekrachtigd? We stuiten hier op een moeilijkheid: het recht is meer dan alleen een optelsom van wettelijke regels, wet en recht zijn niet identiek, de termen rechtmatig en wettig (of: wetmatig) hebben een verschillende betekenis, terwijl bovendien niet kan worden volgehouden dat alle recht van de overheid afkomstig is.

  • Er geldt als richtsnoer: wat de rechter doet in concreto, dat doet het recht, wanneer het in algemene regel is belichaamd, in het algemeen: het stelt regels waarnaar mensen zich tegenover elkaar moeten gedragen en het dwingt de mensen hun gedrag overeenkomstig die regels in te richten.

  • Het recht is de samenleving, het leven van de mensen zelf, gezien van een bepaalde kant, namelijk als geordende samenleving (de rechtsorde)

  • Bestaat er overal ter wereld naar inhoud hetzelfde recht?

    De inhoud van het recht is niet overal hetzelfde± er bestaat geen wereldrecht, evenmin als er een wereldtaal is.

  • Hoe leefden de oorspronkelijke Germaanse stammen?

    Naar eigen, inheemse gewoonterecht.

  • Nadat de germanen tot de christelijke godsdienst waren overgegaan deed zich al spoedig het romeinse recht gelden. Dat kwam doordat de geestelijkheid, die, voor zover de kerk geen andere regels had vastgesteld, naar romeinse recht leefde, belangrijke invloed kreeg op de rechtsvorming.

  • Sedert het begin van de 9e eeuw propageerde de geestelijkheid de voorstelling dat Karel de Grote de opvolger was van de romeinse keizers, zijn rijk de voortzetting van de romeinse en dat dientengevolge het recht van die kiezers was blijven gelden, niet alleen voor de kerk, maar ook voor het volk. We hebben het dan over het romeinse recht zoals Justinianus dat in 529/534 had doen optekenen in wat bekend raakte als het Corpus Iuris Civillis.

  • Naarmate de opvatting zich verbreidde dat het romeinse recht nog altijd (maar in feite dus opnieuw) kracht van wet had, zetten ook leken zich meer en meer aan de studie ervan. Daarvoor begaven zij zich, ook vanuit onze landstreken, voornamelijk naar Italiaanse en Franse Universiteiten.

  • Sinds de 15e eeuw verschijnt er steeds meer romeinsrechtelijk gevormden, die in allerlei functies: de raadsheren in de landsheerlijke hoven, secretarissen van lagere gerechten, notarissen, pleitbezorgers, adviseurs enz. het door door hen geleerden toepasten.

  • Leg uit wat men in de middeleeuwen met receptie / aanvaarding van het romeinse recht bedoelde?

    Het Romeinse recht veroverde zich een vaste plaats in de rechtspraktijk van nagenoeg alle landen op de W-EU continent.

  • Een vijandige gezondheid tegen wat van inheemse oorsprong was toonde pas het humanisme en - in het voetspoor daarvan -  de Verlichting. Hun bewondering voor de antieke cultuur en gebrek aan historische kennis deed sommige humanisten de ondergang van het romeinse rijk beschouwen als een culturele ramp en de germaanse stammen, die hierbij een rol speelden, als barbaren en vernietigers van de WARE beschaving.

  • Wat de germaanse volksstammen hadden overgeleverd werd voorgesteld als door het recht (ius, het romeinse recht) ter zijde gestelde leges barbarorum (wetten der barbaren) en slechts vermeld als een bewijs hoe de duisternis der middeleeuwen was geweken voor het in hun eigen tijd en niet in de laatste plaats door hun eigen toedoen herwonnen licht van de romeinse oudheid. 

  • De middeleeuwse romanisten hadden het romeinse recht zo veel mogelijk aangepast aan de behoeften van eigen land e eigen tijd: de humanisten zagen dit als een besmetting en predikten de wedergeboorte van het zuiver Justiniaanse recht. Zij koesterden daarvoor een bijna religieuze verering. Het oorspronkelijke inheemse recht kende zij vaak niet eens en hun onkunde verborgen zij achter de dekmantel van de minachting. Deze antiquarisch-romantische richting werd aan de universiteiten de overheersende en deed haar invloed ook gelden in de rechtspraak. Zo werd het inheemse privaatrecht grotendeels verdrongen door het romeinse.

  • Het romeinse recht verwierf zich overal waar het werd gerecipieerd een zo sterke positie, dat meestal een politieke omwenteling nodig was om het weer afgeschaft te krijgen: daarvoor zorgden de Franse revolutie en haar nasleep.

  • Het romeinse recht verloor zijn gezag niet volledig. Materieel bleef het in het privaatrecht voortleven, dat nog altijd voor een deel op romeinsrechtelijke begrippen en onderscheidingen is gebaseerd.

  • 1.2 Functie van het recht

  • Het recht moet bijdragen aan een vreedzame ordening van de samenleving. Een veelgehoorde metafoor luidde: het recht wil vrede.

  • Wat is de wijze waarop het recht tot ordening komt?

    Door afweging van belangen en het afdwingen van de daarbij gemaakte keuzes. Ene kardinale vraag is daarom, welke belangen het recht zich moet aantrekken, en welke prioriteiten daarbij gelden.

  • Stelt men het recht voor als louter instrument, dan valt en parallel te trekken tussen enerzijds het werk van de wetgever en van de juristen die de wetten toepassen, en anderzijds de ingenieurstechniek.

  • Van vee concrete rechtsregels kan worden gezegd dat zij uitsluitend strekken tot het realiseren van een bepaald vooropgesteld doel. Maar dit geldt daarmee nog niet voor het recht als geheel.

  • Het recht heeft een intrinsiek morele lading: het moet voldoen aan ons rechtsgevoel, dat is: ons rechtvaardigheidsgevoel. Rechtvaardigheid - alleen de term zegt het al  - is aan het recht onverbrekelijk verbonden. De griekse wijsgeer Aristoteles omschreef rechtvaardigheid als de deugd waardoor ieder het zijne heeft. De romeinen juridiseerden dit in de beroemde spreuk ius suum cuique tribuere (recht is aan ieder het zijne te verschaffen)

  • Rechtvaardigheid betekent onder meer: bescherming van de zwakkere in de samenleving tegen de sterkere; dat is daarom niet alleen een morele eis, maar een eis van recht.

  • Het recht zelf is, naar vorm en naar inhoud, ideologisch bepaald. Het is, zo niet door mensengeest geschapen, dan toch door mensenhand vastgelegd; bovenal wordt het door mensen in praktijk gebracht.

  • Betekent rechtvaardigheid dat een ieder evenveel krijgt?

    Dat hoeft rechtvaardigheid niet te betekenen. Om dit te verduidelijken wordt vaak een beroep gedaan op een, ook van Aristoteles afkomstig, onderscheid tussen 2 soorten rechtvaardigheid, die ieder hun eigen domein hebben: de verdelende of distributieve, en de vergeldende of commutatieve.

  • Het is de commutatieve rechtvaardigheid die aan ieder even veel geeft, ongeacht zijn persoonlijke kwaliteit, louter naar de prestatie welke hij in concreto levert. Zij speelt een rol in het handelsverkeer, waarbij er zo veel mogelijk gelijkheid moet zijn tussen wat men elkaar over en weer verschaft (ruil; koop).

  • Rechtvaardigheid beheerst vooral de relatie tussen burgers onderling. Maar ook in het strafrechtstheorie komen wij haar tegen, als vergelding van bedreven kwaad. De distributieve rechtvaardigheid daarentegen is die welk aan ieder geeft naar zijn verdienste, zijn kwaliteit. Zij leidt niet tot gelijkheid, maar tot evenredigheid. Zij beheerst vooral de betrekkingen tussen de gemeenschap (verpersoonlijkt door de staat) enerzijds en haar leden anderzijds.

     

  • De jurist behelpt zich met procedures; indien hij beslist volgens wettelijk vastgestelde regels die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, bereikt hij een zekere mate van formele rechtvaardigheid die zijn beslissing legitimeert; maar materieel, inhoudelijk, rechtvaardig is zij daardoor nog niet.

  • Het recht streeft niet alleen naar vrede, maar ook naar rechtvaardigheid. Deze 2 hangen onverbrekelijk samen, alleen een rechtvaardige ordening kan op den duur een vreedzame ordening zijn. Sommige menen zelfs dat het recht enkel naar rechtvaardigheid streeft; rechtvaardigheid doe het doel zijn waartoe het recht het middel is.

  • Wat zou het ontbreken van algemene regels met zich meebrengen?

    Dat zou volkomen onzekerheid meebrengen over wat recht en onrecht is, en die onzekerheid zou leiden tot voortdurende strijd tussen de mensen, dus tot wanorde ipv orde. Het recht moet daarom generaliseren. 

  • Het recht moet niet alleen generaliseren, maar ook dat de regels van het recht zo nauwkeurig moeten worden geformuleerd dat men tevoren kan vaststellen welke juridische consequenties bepaalde handelingen zullen hebben (het lex-certa beginsel)

  • Een abstracte voorzienbaarheid dient geen enkel maatschappelijk doel; waar het om gaat is dat een met een normaal verstand begiftigd mens van zijn handelingen in concreto kan vaststellen, welke gevolgen zij rechtens zullen (en kunnen) hebben.

  • Formuleert de wetgever het recht zo dat de speelruimte voor de toepassing ervan overgelaten wordt aan de rechter?

    Ja.

  • In de rechtspraak openbaart zich een streven om REDELIJKHEID en BILLIJKHEID als criteria te hanteren wanneer de wet er niet naar verwijst.

  • Hoe mee het recht, ten behoeve van de rechtszekerheid een vaste onzekerheid zo veel mogelijk uitsluitende, regeling biedt, hoe preciezer en scherper bepaald de rechtsregels zijn, des te eerder zal de rechtvaardigheid in het gedrang komen. Soms moet eenvoudig gelden: de wet is hard, maar zij is nu eenmaal zo (lex dura, sed tamen scripta). Dan kan het zijn dat hoogste recht het grootste onrecht meebrengt (summum ius summa iniuria). Maar het is tegelijkertijd de roeping van de jurist om zo veel mogelijk te voorkomen dat dit zich voordoet.

  • Het recht moet dus, wil het aan zijn functie: vreedzame ordening, beantwoorden - wil het functioneel zijn  - iets aan rechtvaardigheidsgehalte opofferen. Het heeft daardoor noodzakelijkerwijze het karakter van een compromis.

  • Waarin heeft het recht ook in andere opzichten het karakter van een compromis?

    Het moet de stabiliteit bevorderen, maar ook ruimte laten voor veranderingen; het wordt geacht de vrijheid te waarborgen, maar moet deze verzoenen met gezag; het moet de individuele burger geven wat hem toekomt, maar ook de gemeenschap.

  • De beperktheid van het recht heeft aanleiding gegeven tot het maken van een belangrijk onderscheid. De werkelijkheid, de feiten, komen niet altijd overeen met de gewenste situatie, de norm (en wanneer het gaat om de door het recht gewenste situatie: de rechtsnorm); het sein verschilt dikwijls van het sollen.

  • Zo staat het ook met het recht zelf: werkelijkheid en ideaal, rechtsbegrip en rechtsidee vallen zelden samen, het recht, zoals het is, verschilt van het recht, zoals het zou moeten zijn. Dit leidde tot het inzicht dat het rechtsbegrip, het zijn, uit de werkelijkheid kan worden gerekend, het sollen daarentegen wordt bepaald door hogere waarden, we kunnen zeggen: door ideologie!

  • De letter van de wet is een louter SEIN, maar de betekenis die de praktijk (lees: de rechter) er aan geeft - achteraf evenzeer kenbaar uit de werkelijkheid - wordt op zijn minst door het SOLLEN bepaald.

  • Het aan het recht inherente conflict tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid heeft zelfs een heilzaam effect: het bevordert de dynamiek van het recht. Het recht, zo stelden we vast, verandert onophoudelijk, maar het moet ook veranderen, omdat het streven naar rechtvaardigheid en dat naar orde elkaar op verschillende manieren ontmoeten en naar een evenwicht zoeken. Volmaakte rechtvaardigheid kan het recht nooit bereiken, evenmin als strikte orde te verkrijgen valt, maar het is het streven naar een balans tussen beide dat het zijn bestaan vindt.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.