Samenvatting Vastgoedeconomie onder redactie van: drs. L.K.J.M. Coopmans ; tekstredactie: Mirca Groenen

-
ISBN-10 904150947X ISBN-13 9789041509475
255 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Vastgoedeconomie onder redactie van: drs. L.K.J.M. Coopmans ; tekstredactie: Mirca Groenen". De auteur(s) van het boek is/zijn C W M van Veen. Het ISBN van dit boek is 9789041509475 of 904150947X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Vastgoedeconomie onder redactie van: drs. L.K.J.M. Coopmans ; tekstredactie: Mirca Groenen

  • 1.1 Inleiding

  • Vastgoedeconomen buigen zich dagelijks over economische vragenstukken: 
    • Wie zijn je concurrenten?
    • Zal ik wel of niet investeren in een nieuwe bedrijfspand?
    • Op welke manieren ik het beste geld aantrekken
  • Primaire behoeftes---- Secundaire behoeftes
    Stoffelijke behoeftes --- Onstoffelijke behoeftes
    Individuele behoeftes ----- Collectieve behoeftes
  • 1.2 Behoeften

  • Noem een voorbeeld van een Collectieve behoefte
    Infrastructuur



    1. Behoeften kunnen we op verschillende manieren indelen in categorieën:
      • Je hebt primaire en secundaire behoeften. Primaire behoeften zijn bijvoorbeeld voedsel en onderdak. Secundaire behoeften zijn zaken als een televisie, auto en een vakantie.
      • Je hebt stoffelijke en onstoffelijke behoeften. Een stoffelijke behoefte is een smartphone, een onstoffelijke behoefte is een theatervoorstelling.
      • Je hebt individuele en collectieve behoeften. Een individuele wordt door een individu zelf ingevuld (bijvoorbeeld nieuwe kleding). Een voorbeeld van een collectieve behoefte is een goede infrastructuur.
    1. Je kunt je voorstellen dat er een (continue) spanning aanwezig is tussen de beschikbare middelen enerzijds en de behoeften van een individu anderzijds. Dit begrip noemen ‘schaarste’. Geld is schaars, want er moeten keuzes gemaakt worden. 
    2. Omdat we met de schaarse beschikbare middelen keuzes moeten maken, noemen we deze schaarse beschikbare middelen ook wel ‘alternatief aanwendbare middelen’. Ze zijn namelijk aan te wenden (uit te geven) aan tal van mogelijke alternatieven.
    3. Er bestaan ook niet-schaarse goederen. Deze worden ook wel ‘vrije goederen’ genoemd. Dit zijn goederen die iedereen kosteloos kan gebruiken zonder dat ze ‘op’ gaan. Een voorbeeld hiervan is een wandeling in de buitenlucht
    4. Tot slot nog de opmerking dat ‘schaars’ niet hetzelfde is als ‘zeldzaam’. Geld is namelijk niet zeldzaam, maar wel schaars. Schaars betekent dat het ‘op’ kan gaan, zeldzaam betekent dat er niet veel van is/zijn.
  • 1.3 Welvaart en Welzijn

  • Omschrijf welvaart
    De mate waarin de behoeften zijn bevredigd
  • BNG= Bruto nationaal geluk/ GNH= Gross National Happiness
    Is één van de methode om te proberen de levenskwaliteiten op een andere manier te meten dan het bruto nationaal inkomen.
  • De vier Pijlers van BNG
    1. De bevordering van billijke en duurzame sociale economische  ontwikkeling 
    2. behoud en bevordering van culturele waarden
    3. Behoud van natuurlijke milieu 
    4. Goed bestuur van de ondernemingen
  • Vier Productiefactoren
    1. Kapitaal----->Rente, Huur
    2. Arbeid---->Loon, Salaris
    3. natuur---->Pacht
    4. ondernemerschap------>Winst
  • 1.4 Inkomen

  • Noem de 4 manieren om inkomen te verwerven
    1. Arbeid (Loon) 
    2. Kapitaal (spaargeld)
    3. Pacht (natuur)
    4. Winst  (onderneming)
  • Wat verstaan we onder Formele economie?
    Alle transacties waar een inkomen wordt ontvangen.



  • Alle transacties waarvoor een inkomen wordt ontvangen, rekenen we tot de formele economie. Er zijn echter ook ‘transacties’ waarvoor mensen geen inkomen ontvangen, zoals bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of het helpen van familie en vrienden met klussen en zorgtaken. Deze transacties waarvoor géén inkomen wordt ontvangen, rekenen we tot de informele economie.
  • 1.5 Consumptie en Productie

  • Consumptie en productie 
    1. Consumeren- Het verwerven van goederen en diensten om behoeften te bevredigen.
    2. Produceren- Het geschikt maken van goederen en diensten voor gebruik. OF
  • 1.6 Markten



  • Abstracte markt

    geheel van vraag en aanbod met betrekking tot een goed, zonder dat er een bepaalde (concrete) plaats is waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten. Voorbeelden van het abstracte marktbegrip zijn bijvoorbeeld: arbeidsmarkt, graanmarkt, huizenmarkt, ruwe oliemarkt, valutamarkt.
  • Concrete Markt

    Markt die gebonden zijn aan een bepaalde plaats, waar vraag en aanbod elkaar fysiek ontmoeten.
    bv veemarkt en rommelmarkt
  • 1.7 de overheid




  • De overheid
    De overheid in Nederland bestaat uit het Rijk, de provincies en de gemeenten. In Nederland kennen we het vrije marktmechanisme. Dit betekent dat de vraag en het aanbod de hoogte van de prijzen en de productie bepalen. De overheid bemoeit zich echter wel met de economische politiek en tracht bij te sturen waar zij dit nodig acht. De functies van de overheid met betrekking tot de economie kunnen we indelen in:
    • Allocatiefunctie
    • Herverdelingsfunctie 
    • Stabilisatiefunctie
  • Allocatiefunctie
    beïnvloeden van de allocatie van productiefactoren door de overheid (“waar worden arbeid en kapitaal wel / niet ingezet door overheidsingrijpen?”). Bijvoorbeeld: door subsidies op zonnepanelen worden er (extra) productiefactoren arbeid en kapitaal ingezet bij de verkoop en productie
  • Herverdelingsfunctie

     beïnvloeden van de inkomensverdeling via belastingen en premies (betaald door actieven) en sociale uitkeringen (ontvangen door inactieven).
  • Stabilisatiefunctie

    beïnvloeden van de conjunctuur van de economie. Bijvoorbeeld stimuleren van de economie tijdens een recessie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Op welke markt worden aandelen en obligaties verhandeld?
Kapitaalmarkt
Hoe bereken je het aantal arbeidsjaren?
De aantal arbeidsjaren - (de productie : gemiddelde productiviteit)

Het aantal arbeidsjaren wordt berekend door het aantal arbeidsjaren van de beroepsbevolking minus (de productie / gemiddelde arbeidsproductiviteit)
Wat houdt het accelerator effect in?
Het accelerator-effect houdt in dat bij een kleine stijging van het nationaal product de geïnduceerde investeringen zeer groot zijn
Wat doet de Sociaal Economische Raad?
Het gevraagd of ongevraagd adviseren van de overheid over sociaal-economische vraagstukken
Wat doet het CBS?
 Het verzamelen, ordenen en publiceren van data over Nederland doet het Centraal Bureau voor de Statistiek
Wat doet het CPB?
Het opstellen van prognoses ten aanzien van de ontwikkeling van de Nederlandse economie
Aan de hand van wat wordt de toegevoegde waarde van de overheid bepaald?
De toegevoegde waarde van de overheid wordt bepaald aan de hand van de som van alle ambtenarensalarissen in een bepaalde periode.
Wat zijn kenmerken van monopolistische concurrentie?
Een groot aantal aanbieders, hoge reclame-intensiteit en grote naamsbekendheid zijn kenmerken 
Wie vallen er onder de quartaire sector?
In deze sector vallen de overheidsdiensten en de door de overheid gesubsidieerde diensten, bijvoorbeeld ziekenhuizen.
Wat is overbezetting?
Als de werkelijke productie groter is dan de normale productie. 
Dit wil zeggen dat er meer vraag is naar het product dan begroot is of dan verwacht mag worden op basis van resultaten uit het verleden.​