Samenvatting verbintenissen uit de wet en schadevergoeding

-
ISBN-10 901314831X ISBN-13 9789013148312
333 Flashcards en notities
23 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "verbintenissen uit de wet en schadevergoeding". De auteur(s) van het boek is/zijn T Hartlief, A L M, Keirse. Het ISBN van dit boek is 9789013148312 of 901314831X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - verbintenissen uit de wet en schadevergoeding

  • 1 Algemene inleiding

  • Wat is een verbintenis(sen) uit de wet?
    Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsverhoudingg tussen twee of meer personen krachtens welke de een tot een prestatie (schuldenaar) is verplicht, terwijl de ander (schuldeiser) tot die prestatie is gerechtigd.
    • voor het ontstaan is een wettelijke basis vereist (6:1)
    • i.b.  rechtens afdwingbaar (3:296)
    • schuldeiser kan i.b.  zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen

    Een partij verbindt zich moedwillig door een rechtshandeling/het aangaan van een overeenkomst. Er is sprake ve verbintenis uit de wet wanneer de verbintenis zich aan een bepaalde handelen of feitencomplex verbindt, ongeacht of partijen dit met hun handelen hebben beoogd.
  • Wat is een rechtshandeling?
    Een rechtshandeling is een handeling die iemand uitvoert met de bedoeling een bepaald rechtsgevolg tot stand te brengen.

    Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek bevat geen definitie van de rechtshandeling, maar Boek 3 vh BW geeft in artikel 33 wel aan wat voor een rechtshandeling nodig is: Een rechtshandeling vereist
    • een op een rechtsgevolg gerichte wil 
    • die zich door een verklaring 
    • heeft geopenbaard.

    Een rechtshandeling is per definitie een rechtsfeit.
  • Dit boek gaat over:
    • hfs 1: De verbintenis uit onrechtmatige daad;
    • hfs 2: Aansprakelijkheid voor eigen onrechtmatig handelen;
    • hfs 3/4: behandeling van de verschillende kwalitatieve aansprakelijkheden als bronnen van verbintenissen; aansprakelijkheid in een bepaalde hoedanigheid of 'kwaliteit' (ouder, werkgever, producent, etc)


    NB:
    De verbintenissen uit de wet vinden hun bron meestal in de BW. Wanneer in dit boek wordt verwezen naar wetsartikelen wordt dan ook steeds het BW bedoeld, tenzij anders wordt vermeld.
  • Beoordeel de volgende stellingen.
    1. Toerekenbare tekortkoming is een species vd OD.
    2. Toerekenbare tekortkoming valt juridisch niet onder de OD
    Deze stellingen zijn beiden juist.
  • H huurt van eigenaar E een gemeubileerd huis. Reeds na enkele maanden is er van het interieur van de woning niet veel meer over. Dient E zijn vordering tot schadevergoeding jegens H op wanprestatie dan wel onrechtmatige daad te baseren?
    Een succesvolle vordering tot schadevergoeding is zowel op grond van wanprestatie (art. 6:74 BW) als onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) mogelijk.

    Het criterium aan de hand waarvan moet worden bepaald of een contractuele dan wel een buitencontractuele/wettelijke aansprakelijkheidsgrond moet worden aangewend, is of de handeling onafhankelijk van de tussen partijen bestaande contractuele verhouding, ofwel onafhankelijk van een schending van contractuele verplichtingen een onrechtmatige daad oplevert (arrest Boogaard-Vesta).

    In casu is zowel sprake van een toerekenbare tekortkoming door H van een uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenis (namelijk de verbintenis om zich als een goed huurder van een gemeubileerd huis te gedragen) als sprake van een zelfstandige onrechtmatige daad (vernieling/zaakbeschadiging) welke aan H kan worden toegerekend.
  • V, eigenaar van een zalencentrum, verhuurt iedere donderdagavond een van de zaaltjes aan zangleraar H voor het geven van zanglessen aan twee zangkoren. H heeft van V de sleutel gekregen die toegang geeft tot het centrum. In een bepaald jaar valt oudejaarsdag op een donderdag. H besluit om in plaats van zanglessen een feest te organiseren in het door hem gehuurde zaaltje. Tijdens dit feest zakken een aantal dansende feestgangers door de overbelaste vloer.

    Op welke rechtsgrond(en) kan V van H schadevergoeding vorderen?
    Hier is sprake van een samenloop van toerekenbare tekortkoming (art. 6:74 BW) en onrechtmatige daad (6:162 BW). H schiet toerekenbaar te kort in de nakoming van uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen, namelijk het gebruik maken van het zaaltje voor een ander doel dan was overeengekomen, alsmede het aanrichten van schade. De onrechtmatige daad bestaat uit het toebrengen van schade aan het aan V in eigendom toebehorende pand.

    Criterium aan de hand waarvan moet worden bepaald of de contractuele of buitencontractuele/wettelijke aansprakelijkheidsgronden moeten worden aangewend, is of de handeling onafhankelijk van de tussen partijen bestaande contractuele verhouding, ofwel onafhankelijk van een schending van contractuele verplichtingen een onrechtmatige daad oplevert (arrest Boogaard-Vesta).

    Het toebrengen van schade door de feestgangers kan op zichzelf als een onrechtmatige daad jegens V worden gekwalificeerd. Tot deze conclusie komt men ook indien als criterium wordt genomen of het risico wel of niet typisch binnen de contractsfeer is gelegen. In casu is de schade als gevolg van een ander dan overeengekomen gebruik van het zaaltje a-typisch voor de contractsfeer.
  • Boer B oefent reeds 25 jaar zijn landbouwbedrijf uit, als hij verneemt dat de gemeente van plan is om dicht bij zijn bedrijf een vuilstortplaats te creëren. B is ervan overtuigd dat de vogels en ratten die hierdoor zullen worden aangetrokken, ook naar zijn land komen en de oogst zullen vernietigen dan wel verminderen gedurende de vijf jaren welke hij nog voornemens was zijn bedrijf uit te oefenen. B overweegt een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad tegen de gemeente in te stellen.
    1. Op welk(e) vereiste(n) zal een vordering tot schadevergoeding van B op grond van onrechtmatige daad kunnen stuklopen?
    1. Voor schadevergoeding o.g.v. OD moet aan alle vereisten voor aansprakelijkheid (onrechtmatigheid, relativiteit, toerekenbaarheid, causaal verband en schade) zijn voldaan. I.c. is nog geen OD gepleegd en (nog) niet voldaan aan het vereiste dat schade is geleden. Een vordering tot schadevergoeding zal dan ook niet slagen. 


    NB:
    1: aangezien er (nog) geen sprake is van aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW blijft art. 6:168 BW buiten beschouwing. 

    2: art. 6:105 BW biedt de mogelijkheid van een veroordeling tot het betalen van schadevergoeding t,a.v. nog niet ingetreden schade (denk bijv. aan vergoeding van toekomstige inkomensderving i.g.v.  letselschade, zie LE 10). Het staat de rechter overigens vrij om de vaststelling vd schadevergoeding uit te stellen totdat hij deze feitelijk kan beoordelen. Art. 6:105 BW heeft echter betrekking op de omvangsfase van de schade. I.c. komen we daar (nog) niet aan toe!
  • Patiënt P wordt geopereerd door arts A. A.g.v. een medische blunder tijdens de operatie loopt P blijvend letsel op. Op welke rechtsgrond(en) kan P van A schadevergoeding vorderen?
    Hier is sprake ve samenloop ve toerekenbare tekortkoming in de uit de medische behandelingsovereenkomst voortvloeiende verbintenis van arts A tot goed hulpverlenerschap (art. 7:453 jo art. 6:74 BW) en OD (6:162 BW).

    • De OD bestaat uit het toebrengen van toerekenbare (verwijtbare) letselschade aan patiënt P.

    • Er is i.c. sprake van een toerekenbare inbreuk op een subjectief recht (persoonlijkheidsrecht) van P; namelijk het recht op lichamelijke integriteit.

    • Criterium aan de hand waarvan moet worden bepaald of de contractuele dan wel een buitencontractuele/wettelijke aansprakelijkheidsgronden moet worden aangewend, is of de schadetoebrengende handeling onafhankelijk vd tussen partijen bestaande contractuele verhouding, ofwel onafhankelijk ve schending van contractuele verplichtingen een OD oplevert (arrest Boogaard-Vesta).

    • Het toebrengen van letselschade door A kan op zichzelf als een OD jegens P worden gekwalificeerd. P kan derhalve A zowel ex art. 6:74 BW als o.g.v. art. 6:162 BW aansprakelijk stellen.

    NB:
    m.n. in de sfeer van beroepsfouten (arts, notaris, advocaat) wordt in de praktijk vrij snel deze keuzevrijheid aangenomen.
  • In dit boek komen enkele verwante grondslagen of typen aansprakelijkheid aan bod:
    • hfs 5: aansprakelijkheid voor motorrijtuigen,
    • hfs 6: oneerlijke handelspraktijken, misleidende en vergelijkende reclame, aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer, schending van mededingesrecht, aansprakelijkheid bij informatiediensten
    • hfs 7: onrechtmatige overheidsdaad
    • hfs 8: aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en beroepsziekten


    Overige bronnen van verbintenissen uit de wet:
    • hfs 11: zaakwaarneming
    • hfs 12: onverschuldigde betaling
    • hfs 13: ongerechtvaardigde verrijking


    NB:
    De regeling inzake de totstandkoming vd verbintenis tot schadevergoeding wegens niet-nakoming ve verbintenis (art. 6:74 e.v. BW) - ook een verbintenis uit de wet - wordt niet hier, maar in deel 4 van deze serie behandeld.

    • hfs 9: de meeste verbintenissen uit de wet verplichten tot schadevergoeding. Daarom wordt in dit boek ook het schadevergoedingsrecht uitvoerig behandeld.
    • hfs 10: de tijdelijke regeling verhaalrechten
    • hfs 14: de (overige) op OD te baseren vorderingen en collectieve acties
    • hfs 15: verjaring
  • Boer B oefent reeds 25 jaar zijn landbouwbedrijf uit, als hij verneemt dat de gemeente van plan is om dicht bij zijn bedrijf een vuilstortplaats te creëren. B is ervan overtuigd dat de vogels en ratten die hierdoor zullen worden aangetrokken, ook naar zijn land komen en de oogst zullen vernietigen dan wel verminderen gedurende de vijf jaren welke hij nog voornemens was zijn bedrijf uit te oefenen. B overweegt een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad tegen de gemeente in te stellen.
    1. Staan B andere vorderingen dan een vordering tot schadevergoeding ter beschikking?
    1. B kan een verklaring vorderen dat de in de toekomst door de gemeente te verrichten handelingen onrechtmatig zullen zijn. In dat geval behoeft slechts de dreigende onrechtmatigheid te worden vastgesteld (art. 3:302 BW). Meer voor de hand ligt dat B een verbod (versterkt met een dwangsom) vordert tot het plegen ve OD door de gemeente (art. 3:296 BW). Daarvoor is voldoende dat een OD dreigt. B behoeft nog geen schade te hebben geleden. Echter, de rechter kan een vordering, strekkende tot een verbod afwijzen op de grond dat deze gedraging o.g.v. zwaarwegende maatschappelijke belangen behoort te worden geduld. B behoudt dan wel zijn recht op schadevergoeding (art. 6:168, eerste lid, BW).
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Voorwaarden aansprakelijkheid bij zuiver nalaten
  • Concrete kennis van een gevaarlijke situatie
  • dreiging van ernstig geestelijk of lichamelijk letsel
  • de mogelijkheid en noodzaak om daadwerkelijk iets te doen (waarschuwen, helpen)
  • reële verhouding tussen moeite en kosten en het gevaar.
Aantal vuistregel HR voor sport en spel
  • Een gedraging is minder snel als onrechtmatig te kwalificeren dan buiten sport en spel.
  • het enkele overtreden van spelregels is niet reeds onrechtmatig
  • maar als op grove wijze inbreuk wordt gemaakt op de spelregels of als het een erg belangrijke regel is dan kan dat op zichzelf een zo zwaarwegende omstandigheid zijn dat dit het onrechtmatig maakt.
Kelderluik criteria
  • De mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht.
  • aard en omvang van de gevreesde schade
  • de waarschijnlijkheid dat deze schade zich als gevolg van bepaald gedrag zou voordoen
  • de aard van de gedraging
  • de bezwaarlijkheid in termen van kosten, tijd en moeite voor het nemen van voorzorgsmaatregelen.
Soorten situaties
  • Gevaarzetting
  • sport- en spel 
  • terreinbeheer
  • zorginrichtingen
  • ongelukkige samenloop omstandigheden
  • zuiver nalaten
  • andere: hinder, beroepsaansprakelijkheid, toezichthouders en staking
Bewijslast onrechtmatigheid
Hoofdregel: 'wie stelt moet bewijzen' art. 150 Rv
maar soms 'res ipsa loquitur' : de zaak spreekt voor zich
Relativiteitsbeginsel art. 6:163 BW
Ondanks de overtreding van een wettelijke norm, toch geen aansprakelijkheid aangenomen omdat de overtreden norm de belangen die in het concrete geval zijn geschonden niet beschermt.
Op welke twee manieren kan een rechtspersoon aansprakelijk zijn?
  • Als een formeel bevoegd orgaan namens de rechtspersoon onrechtmatig handelt
  • niet formeel bevoegd persoon omdat zij in het maatschappelijk verkeer hebben te gelden als gedragingen van de rechtspersoon.
Verbintenissen vloeien enkel voort uit de wet (6:1). De volgende verbintenissen vloeien voort uit de wet:
1. Onrechtmatige daad
2. Onverschuldigde betaling
3. Ongerechtvaardigde verrijking
4. Zaakwaarneming.
Door welke drie factoren wordt de schadevergoeding die de verrijkte moet betalen, begrenst?
1. Er hoeft niet meer te worden betaald, dan de waarde van de werkelijke schade vanaf het moment dat deze ontstond;
2. Er hoeft niet meer schade te worden betaald dan het bedrag dat ontstond tijdens de vordering. Dus, als de verarmde armer is geworden dan hoeft de verrijkte dit niet te betalen. 
3. De hoogte van de schadevergoeding kan worden beinvloed door redelijkheid en billijkheid.
Wat betekent ongerechtvaardigde verrijking in? En aan welke eisen moet het voldoen als je dit moet doen?
Het betekent dat je ten koste van een ander verrijkt hebt (6:212).
De eisen waaraan je moet voldoen om schade aan de ander te vergoeden zijn:

1. Er moet verrijking hebben plaatsgevonden.
2. Je moet armer zijn geworden, dus niet verrijkt.
3. Er moet een causaal verband tussen de verrijking van de een en de verarming van de ander. Dit kan ook indirect zijn. Bv. Diefstal, koelkast, inbouwen, natrekking, etc.
4. De verrijking moet ongerechtvaardigd zijn.
5. Aanvullende redelijkheidstoets door de rechter => de rechter kan soms een schadevergoeding afwijzen als hij niet wil dat bemoeizucht beloont wordt.