Samenvatting verbintenissen uit de wet en schadevergoeding

-
ISBN-10 901314831X ISBN-13 9789013148312
200 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "verbintenissen uit de wet en schadevergoeding". De auteur(s) van het boek is/zijn T Hartlief, A L M, Keirse. Het ISBN van dit boek is 9789013148312 of 901314831X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - verbintenissen uit de wet en schadevergoeding

  • 1 Algemene inleiding

  • Wanneer wordt er gesproken van verbintenissen uit de wet?
    Door het aangaan van een overeenkomst verbindt een partij zich moedwillig door een rechtshandeling. Wanneer de verbintenis zich aan een bepaalde handelen of feitencomplex verbindt, ongeacht of partijen dit met hun handelen hebben beoogd is er sprake van een verbintenis uit de wet.
  • In welke artikelen zijn de vereisten voor persoonlijke aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad in het BW neergelegd?
    In de artikelen 6:162 en 6:163 BW.
  • Wat zijn de vereisten voor persoonlijke aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad?
    1. Onrechtmatigheid
    2. Relativiteit 
    3. De onrechtmatige daad moet aan de dader kunnen worden toegerekend
    4. Schade
    5. Causaal verband tussen daad en schade
  • Wat is een verbintenis(sen) uit de wet?
    Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsverhoudingg tussen twee of meer personen krachtens welke de een tot een prestatie (schuldenaar) is verplicht, terwijl de ander (schuldeiser) tot die prestatie is gerechtigd.
    • voor het ontstaan is een wettelijke basis vereist (6:1)
    • i.b.  rechtens afdwingbaar (3:296)
    • schuldeiser kan i.b.  zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen

    Een partij verbindt zich moedwillig door een rechtshandeling/het aangaan van een overeenkomst. Er is sprake ve verbintenis uit de wet wanneer de verbintenis zich aan een bepaalde handelen of feitencomplex verbindt, ongeacht of partijen dit met hun handelen hebben beoogd.
  • Wat is een rechtshandeling?
    Een rechtshandeling is een handeling die iemand uitvoert met de bedoeling een bepaald rechtsgevolg tot stand te brengen.

    Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek bevat geen definitie van de rechtshandeling, maar Boek 3 vh BW geeft in artikel 33 wel aan wat voor een rechtshandeling nodig is: Een rechtshandeling vereist
    • een op een rechtsgevolg gerichte wil 
    • die zich door een verklaring 
    • heeft geopenbaard.

    Een rechtshandeling is per definitie een rechtsfeit.
  • Op wat heeft de onrechtmatigheid betrekking?
    De onrechtmatigheid heeft betrekking op de daad.
  • Dit boek gaat over:
    • hfs 1: De verbintenis uit onrechtmatige daad;
    • hfs 2: Aansprakelijkheid voor eigen onrechtmatig handelen;
    • hfs 3/4: behandeling van de verschillende kwalitatieve aansprakelijkheden als bronnen van verbintenissen; aansprakelijkheid in een bepaalde hoedanigheid of 'kwaliteit' (ouder, werkgever, producent, etc)


    NB:
    De verbintenissen uit de wet vinden hun bron meestal in de BW. Wanneer in dit boek wordt verwezen naar wetsartikelen wordt dan ook steeds het BW bedoeld, tenzij anders wordt vermeld.
  • Uit wat kan de onrechtmatige gedraging bestaan?
    De onrechtmatige gedraging kan bestaan uit een doen/handelen of een nalaten. 
    In het tweede lid van artikel 6:162 BW wordt als onrechtmatig (een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond) aangemerkt:
    • een doen of nalaten in strijd met een wettelijk plicht of
    • een inbreuk op een recht of
    • een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt 
  • Op wat heeft het causaal verband ook betrekking?
    Het causaal verband heeft ook betrekking op het verband tussen daad en omvang van de schade.
  • Beoordeel de volgende stellingen.
    1. Toerekenbare tekortkoming is een species vd OD.
    2. Toerekenbare tekortkoming valt juridisch niet onder de OD
    Deze stellingen zijn beiden juist.
  • Wanneer ontstaat de verplichting tot schadevergoeding?
    De verplichting tot schadevergoeding ontstaat slechts indien de schade een gevolg is van de onrechtmatige gedraging van een persoon.
  • H huurt van eigenaar E een gemeubileerd huis. Reeds na enkele maanden is er van het interieur van de woning niet veel meer over. Dient E zijn vordering tot schadevergoeding jegens H op wanprestatie dan wel onrechtmatige daad te baseren?
    Een succesvolle vordering tot schadevergoeding is zowel op grond van wanprestatie (art. 6:74 BW) als onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) mogelijk.

    Het criterium aan de hand waarvan moet worden bepaald of een contractuele dan wel een buitencontractuele/wettelijke aansprakelijkheidsgrond moet worden aangewend, is of de handeling onafhankelijk van de tussen partijen bestaande contractuele verhouding, ofwel onafhankelijk van een schending van contractuele verplichtingen een onrechtmatige daad oplevert (arrest Boogaard-Vesta).

    In casu is zowel sprake van een toerekenbare tekortkoming door H van een uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenis (namelijk de verbintenis om zich als een goed huurder van een gemeubileerd huis te gedragen) als sprake van een zelfstandige onrechtmatige daad (vernieling/zaakbeschadiging) welke aan H kan worden toegerekend.
  • Wat is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid?
    De onrechtmatigheid van de gedraging.
  • V, eigenaar van een zalencentrum, verhuurt iedere donderdagavond een van de zaaltjes aan zangleraar H voor het geven van zanglessen aan twee zangkoren. H heeft van V de sleutel gekregen die toegang geeft tot het centrum. In een bepaald jaar valt oudejaarsdag op een donderdag. H besluit om in plaats van zanglessen een feest te organiseren in het door hem gehuurde zaaltje. Tijdens dit feest zakken een aantal dansende feestgangers door de overbelaste vloer.

    Op welke rechtsgrond(en) kan V van H schadevergoeding vorderen?
    Hier is sprake van een samenloop van toerekenbare tekortkoming (art. 6:74 BW) en onrechtmatige daad (6:162 BW). H schiet toerekenbaar te kort in de nakoming van uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen, namelijk het gebruik maken van het zaaltje voor een ander doel dan was overeengekomen, alsmede het aanrichten van schade. De onrechtmatige daad bestaat uit het toebrengen van schade aan het aan V in eigendom toebehorende pand.

    Criterium aan de hand waarvan moet worden bepaald of de contractuele of buitencontractuele/wettelijke aansprakelijkheidsgronden moeten worden aangewend, is of de handeling onafhankelijk van de tussen partijen bestaande contractuele verhouding, ofwel onafhankelijk van een schending van contractuele verplichtingen een onrechtmatige daad oplevert (arrest Boogaard-Vesta).

    Het toebrengen van schade door de feestgangers kan op zichzelf als een onrechtmatige daad jegens V worden gekwalificeerd. Tot deze conclusie komt men ook indien als criterium wordt genomen of het risico wel of niet typisch binnen de contractsfeer is gelegen. In casu is de schade als gevolg van een ander dan overeengekomen gebruik van het zaaltje a-typisch voor de contractsfeer.
  • Wat wordt gekozen als grondslag voor de algemene regel van de onrechtmatige daad?
    Het plichtverzakende gedrag van de dader. Het moet gaan om een gedraging die rechtens verboden is, dat wil zeggen een doen of nalaten van gedaagde dat rechtens achterwege had behoren te blijven.
  • Boer B oefent reeds 25 jaar zijn landbouwbedrijf uit, als hij verneemt dat de gemeente van plan is om dicht bij zijn bedrijf een vuilstortplaats te creëren. B is ervan overtuigd dat de vogels en ratten die hierdoor zullen worden aangetrokken, ook naar zijn land komen en de oogst zullen vernietigen dan wel verminderen gedurende de vijf jaren welke hij nog voornemens was zijn bedrijf uit te oefenen. B overweegt een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad tegen de gemeente in te stellen.
    1. Op welk(e) vereiste(n) zal een vordering tot schadevergoeding van B op grond van onrechtmatige daad kunnen stuklopen?
    1. Voor schadevergoeding o.g.v. OD moet aan alle vereisten voor aansprakelijkheid (onrechtmatigheid, relativiteit, toerekenbaarheid, causaal verband en schade) zijn voldaan. I.c. is nog geen OD gepleegd en (nog) niet voldaan aan het vereiste dat schade is geleden. Een vordering tot schadevergoeding zal dan ook niet slagen. 


    NB:
    1: aangezien er (nog) geen sprake is van aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW blijft art. 6:168 BW buiten beschouwing. 

    2: art. 6:105 BW biedt de mogelijkheid van een veroordeling tot het betalen van schadevergoeding t,a.v. nog niet ingetreden schade (denk bijv. aan vergoeding van toekomstige inkomensderving i.g.v.  letselschade, zie LE 10). Het staat de rechter overigens vrij om de vaststelling vd schadevergoeding uit te stellen totdat hij deze feitelijk kan beoordelen. Art. 6:105 BW heeft echter betrekking op de omvangsfase van de schade. I.c. komen we daar (nog) niet aan toe!
  • Uit de opbouw van art. 6:162 wordt uitgegaan van een structureel onderscheid tussen:
    Enerzijds de kwalificatie van het gedrag van de dader dat als onrechtmatig moet kunnen worden aangemerkt, en anderzijds de voorwaarden voor toerekening van dit onrechtmatige gedrag aan de persoon van de dader. "Onrechtmatigheid" kwalificeert dus het gedrag, "toerekening" - met name schuld - kwalificeert de dader.
  • Patiënt P wordt geopereerd door arts A. A.g.v. een medische blunder tijdens de operatie loopt P blijvend letsel op. Op welke rechtsgrond(en) kan P van A schadevergoeding vorderen?
    Hier is sprake ve samenloop ve toerekenbare tekortkoming in de uit de medische behandelingsovereenkomst voortvloeiende verbintenis van arts A tot goed hulpverlenerschap (art. 7:453 jo art. 6:74 BW) en OD (6:162 BW).

    • De OD bestaat uit het toebrengen van toerekenbare (verwijtbare) letselschade aan patiënt P.

    • Er is i.c. sprake van een toerekenbare inbreuk op een subjectief recht (persoonlijkheidsrecht) van P; namelijk het recht op lichamelijke integriteit.

    • Criterium aan de hand waarvan moet worden bepaald of de contractuele dan wel een buitencontractuele/wettelijke aansprakelijkheidsgronden moet worden aangewend, is of de schadetoebrengende handeling onafhankelijk vd tussen partijen bestaande contractuele verhouding, ofwel onafhankelijk ve schending van contractuele verplichtingen een OD oplevert (arrest Boogaard-Vesta).

    • Het toebrengen van letselschade door A kan op zichzelf als een OD jegens P worden gekwalificeerd. P kan derhalve A zowel ex art. 6:74 BW als o.g.v. art. 6:162 BW aansprakelijk stellen.

    NB:
    m.n. in de sfeer van beroepsfouten (arts, notaris, advocaat) wordt in de praktijk vrij snel deze keuzevrijheid aangenomen.
  • Wanneer is sprake van 'onrechtmatig' gedrag?

    in lid 2 van art. 6:162 wordt het vereiste van onrechtmatigheid van de gedraging omschreven.Er is derhalve een drietal algemene - zelfstandige, dus alternatieve - gronden, waarop een bepaalde schadeveroorzakende gedraging als onrechtmatig kan worden aangemerkt:
    • een inbreuk op een recht;
    • een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht;
    • een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. 
  • In dit boek komen enkele verwante grondslagen of typen aansprakelijkheid aan bod:
    • hfs 5: aansprakelijkheid voor motorrijtuigen,
    • hfs 6: oneerlijke handelspraktijken, misleidende en vergelijkende reclame, aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer, schending van mededingesrecht, aansprakelijkheid bij informatiediensten
    • hfs 7: onrechtmatige overheidsdaad
    • hfs 8: aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en beroepsziekten


    Overige bronnen van verbintenissen uit de wet:
    • hfs 11: zaakwaarneming
    • hfs 12: onverschuldigde betaling
    • hfs 13: ongerechtvaardigde verrijking


    NB:
    De regeling inzake de totstandkoming vd verbintenis tot schadevergoeding wegens niet-nakoming ve verbintenis (art. 6:74 e.v. BW) - ook een verbintenis uit de wet - wordt niet hier, maar in deel 4 van deze serie behandeld.

    • hfs 9: de meeste verbintenissen uit de wet verplichten tot schadevergoeding. Daarom wordt in dit boek ook het schadevergoedingsrecht uitvoerig behandeld.
    • hfs 10: de tijdelijke regeling verhaalrechten
    • hfs 14: de (overige) op OD te baseren vorderingen en collectieve acties
    • hfs 15: verjaring
  • Geef een voorbeeld van een inbreuk op een recht.
    A maakt zonder toestemming een lamp volgens een ontwerp waarop B een octrooi heeft.
  • Boer B oefent reeds 25 jaar zijn landbouwbedrijf uit, als hij verneemt dat de gemeente van plan is om dicht bij zijn bedrijf een vuilstortplaats te creëren. B is ervan overtuigd dat de vogels en ratten die hierdoor zullen worden aangetrokken, ook naar zijn land komen en de oogst zullen vernietigen dan wel verminderen gedurende de vijf jaren welke hij nog voornemens was zijn bedrijf uit te oefenen. B overweegt een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad tegen de gemeente in te stellen.
    1. Staan B andere vorderingen dan een vordering tot schadevergoeding ter beschikking?
    1. B kan een verklaring vorderen dat de in de toekomst door de gemeente te verrichten handelingen onrechtmatig zullen zijn. In dat geval behoeft slechts de dreigende onrechtmatigheid te worden vastgesteld (art. 3:302 BW). Meer voor de hand ligt dat B een verbod (versterkt met een dwangsom) vordert tot het plegen ve OD door de gemeente (art. 3:296 BW). Daarvoor is voldoende dat een OD dreigt. B behoeft nog geen schade te hebben geleden. Echter, de rechter kan een vordering, strekkende tot een verbod afwijzen op de grond dat deze gedraging o.g.v. zwaarwegende maatschappelijke belangen behoort te worden geduld. B behoudt dan wel zijn recht op schadevergoeding (art. 6:168, eerste lid, BW).
  • Geef een voorbeeld van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht.
    C rijdt in strijd met het Reglement verkeersregels en verkeerstekens met zijn scooter over de stoep en rijdt D aan.
  • Geef een voorbeeld van een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
    E, die een café bevoorraadt, laat in een donker hoekje een kelderluik openstaan, waar F in valt.
  • Wanneer wordt een onrechtmatige gedraging in de eerste plaats aan de dader toegerekend?
    Een onrechtmatige gedraging wordt in de eerste plaats aan de dader toegerekend als hij 'schuld' heeft.
  • Wat is de belangrijkste voorwaarde voor toerekening?
    In lid 3 van art. 6:162 staat de 'schuld' als belangrijkste voorwaarde voor toerekening voorop. Schuld heeft hier de betekenis van 'verwijtbaar'. Dat betekent dat de lichtste graad van schuld volstaat.
  • Geef een tweede mogelijkheid om de dader verantwoordelijk te stellen voor zijn onrechtmatige gedrag.
    Een tweede mogelijkheid om de dader verantwoordelijk te stellen voor zijn onrechtmatige gedrag is dat er gesproken kan worden van 'een oorzaak welke krachtens (...) de in het verkeer geldende opvattingen' voor rekening van de dader komt. Schuld is dan niet noodzakelijk.
  • Wanneer is er sprake van een toerekenbare onrechtmatige daad?
    Art. 6:162 vereist naast de vaststelling dat het gedrag onrechtmatig is dus ook dat het gedrag aan de dader kan worden toegerekend. Indien aan deze beide voorwaarden is voldaan, is sprake van een toerekenbare onrechtmatige daad, in de wet aangeduid met de (technische) term 'fout'.
  • Hoewel voor het aannemen van onrechtmatigheid voldoende is dat is voldaan aan de eisen van een van de drie genoemde onrechtmatigheidscategorieën, zal onrechtmatig handelen in de praktijk dikwijls tegelijkertijd aan de eisen van verschillende categorieën voldoen. Geef een voorbeeld.
    Als A de fiets van B steelt en erop wegrijdt, pleegt hij niet alleen inbreuk op het eigendomsrecht van B, maar handelt hij tevens in strijd met een - in het Wetboek van Strafrecht neergelegde - wettelijke plicht en handelt hij bovendien in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
  • Strijd met een wettelijke plicht. Wat wordt hier onder wet verstaan?
    • Wet in formele zin
    • Elk algemeen bindend door het bevoegde gezag uitgevaardigd rechtsvoorschrift, zoals een verdragsregel met rechtstreekse werking, een algemene maatregel van bestuur of een verordening.
    • Zowel een privaatrechtelijke als ook een straf- of administratiefrechtelijke wet.
    • Schending van een verplichting die uit een vergunning voortvloeit.
  • Wat zijn de belangrijkste subjectieve rechten?
    1. Persoonlijkheidsrechten, zoals het recht op lichamelijke integriteit.
    2. Vermogensrechten, zoals het eigendomsrecht.
  • Wat wordt onder het begrip inbreuk verstaan?
    1. Het verrichten van een handeling waartoe uitsluitend de rechthebbende bevoegd is (bijv. het negeren van een ander toebehorend auteursrecht).
    2. Het belemmeren in of verhinderen van de uitoefening van een recht door de rechthebbende (bijv. hinder, zie art. 5:37 BW). 
    3. Het aantasten van het voorwerp waarvan een ander rechthebbende is (bijv. zaakbeschadiging).
  • Wat is de leer Smits?
    De heersende leer is dat een inbreuk op een subjectief recht voldoende is om onrechtmatigheid aan te nemen.
    Volgens sommige schrijvers is inbreuk op eens anders subjectief recht niet voldoende, maar is voor het aannemen van onrechtmatigheid bovendien vereist dat is gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Deze gedachtegang kan onder andere worden afgeleid uit het arrest gemeente Breda-Nijs en uit het Taxusarrest. 
    Soms is ook schending van een wettelijk plicht niet voldoende en is voor het aannemen van onrechtmatigheid tevens nodig dat onbehoorlijk jegens de benadeelde is gehandeld (Maas-Willems).
  • Strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt wordt ook wel ... genoemd.
    Schending van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm.
  • Wat is een onrechtmatige gevaarzetting?
    Dat wil zeggen schending van (ongeschreven) verkeers- en veiligheidsnormen. Deze vormt binnen de categorie 'Strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt' de belangrijkste groep.
  • Wat volgt uit het Kelderluikarrest?
    Uit het Kelderluikarrest volgt dat voor de vaststelling of gevaarzettend gedrag onrechtmatig is onder andere moet worden gelet:
    • op de mate van waarschijnlijkheid waarmee kan worden verwacht dat een ander de benodigde oplettendheid en voorzichtigheid zal betrachten, 
    • op de grootte van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, 
    • op de ernst (aard en omvang van de potentiële schade) die de gevolgen daarvan kunnen hebben en 
    • op de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen voorzorgsmaatregelen.
  • Wat betekent de uitdrukking 'res ipsa loquitur'?
    De zaak spreekt voor zich.
  • Welke gezichtspunten worden in de literatuur onderscheiden - mede voortbouwend op 'kelderluikfactoren'?
    • de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid (bij het potentiële slachtoffer) kan worden verwacht;
    • aard en omvang van de gevreesde schade (letsel- en zaakschade, zuivere vermogensschade en immateriële schade);
    • de waarschijnlijkheid dat deze schade zich als gevolg van bepaald gedrag zal voordoen;
    • de aard van de gedraging;
    • de bezwaarlijkheid (voor de potentiële dader) in termen van kosten, tijd en moeite voor het nemen van voorzorgsmaatregelen.
  • Tot welke algemene vuistregels in verband met gevaarzettende situaties leiden de kelderluikfactoren?
    • naarmate het waarschijnlijker is dat potentiële slachtoffers minder oplettend en voorzichtig zijn, dient een hogere zorgplicht betracht te worden;
    • naarmate de ernst (met name letselschade) en de omvang van de mogelijke schade groter is, dient een hogere zorgplicht in acht genomen te worden;
    • naarmate de kans op schade groter is, dient een hogere zorgplicht betracht te worden;
    • naarmate de gedraging gevaarlijker is, dient eveneens een hogere zorgplicht in acht genomen te worden;
    • naarmate het nemen van bepaalde voorzorgsmaatregelen door de potentiële dader, zowel op zichzelf beschouwd als in relatie tot de mogelijke schade, minder bezwaarlijk is qua kosten, tijd en moeite, bestaat een sterkere gehoudenheid tot het treffen van preventieve maatregelen.
  • Wat wil een 'ongelukkige samenloop van omstandigheden' zeggen?
    Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat eigenlijk niemand er redelijkerwijs 'iets aan kon doen' en dat er dus geen sprake is van onrechtmatig handelen.
  • Welke voorwaarden voor aansprakelijkheid wegens zuiver nalaten zijn te geven?
    • concrete kennis van een gevaarlijke situatie;
    • dreiging van ernstig geestelijk of lichamelijk letsel;
    • de mogelijkheid en de noodzaak om daadwerkelijk iets te doen (waarschuwen of helpen);
    • reële verhouding tussen moeite en kosten en het gevaar.
  • Welke vuistregels heeft de Hoge Raad geformuleerd voor de beoordeling van letseltoebrengend gedrag in een sportsituatie?
    1. Een dergelijke gedraging is in het kader van sportbeoefening minder snel als onrechtmatig te kwalificeren dan daarbuiten het geval zou zijn.
    2. Het enkele overtreden van de spelregels, waaronder regels ter bescherming van de veiligheid van de spelers, is niet reeds om die reden onrechtmatig.
    Dat neemt niet weg dat het op zeer grove wijze inbreuk op die spelregels maken wel onrechtmatig kan zijn.
    Ook blijkt dat het overtreden van een belangrijke regel een zo zwaarwegende factor kan zijn dat het overtreden daarvan op zichzelf voldoende is voor de onrechtmatigheid van de gedraging.
  • In het maatschappelijk verkeer moet ieder een zekere mate van hinder dulden. Of hinder onrechtmatig is hangt af van:
    'De aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer moet worden rekening gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid, mede gelet op de daaraan verbonden kosten, en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen'. (Arrest Aalscholvers)
    Voorts is mede van belang of de klager zich ter plaatse voor of na aanvang van de hinder veroorzakende activiteiten heeft gevestigd.
    In het laatste geval zal de klager een zekere mate van hinder eerder hebben te dulden. Ook de al of niet aanwezigheid van een vergunning (met name indien door de overheid een belangenafweging is gemaakt), kan een relevante factor zijn bij het vaststellen of er sprake is van onrechtmatig hinder.
  • Welke factoren spelen bij hinder een rol?
    • Plaatselijke omstandigheden
    • Wie zat er het eerst?
    • Het algemeen belang
    • Het aantrekken van de belangen van de schadelijder
    • De betekenis van een vergunning
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.