Samenvatting Vervolgtheorie

-
899 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Vervolgtheorie

  • 1 Vervolgtheorie

  • Progressief
    Progressief: Geleidelijk verergert.
  • Hoe wordt conditie van mens bepaald?
    Conditie is samenspel van constitutie (=totale erfelijke aanleg) en factoren zoals voedingstoestand, geestelijke gemoedsrust, eventuele vermoeidheid.
  • Wat bestudeert etiologie?
    Etiologie bestudeert verschillende oorzaken van ziekten.
  • Geef voorbeelden van endogene ziekteoorzaken:
    Duchenne-spierdystrofie, predispositie(=neiging)tot het krijgen van allergische(=overgevoeligheids)reacties, zoals hooikoorts, eczeem, astmatische bronchitis, heeft een erfelijke component.
  • Welke ziekteprocessen kan je onderscheiden?
    Ontstekingsprocessen groeistoornissen congenitale(=aangeboren)stoornissen immunologische stoornissen stofwisselingsstoornissen trauma’s en vergiftigingen
  • Geef voorbeelden van factoren die de stofwisselingsprocessen negatief kunnen beïnvloeden:
    Fysische factoren(verbranding,bevriezing,bestraling), chemische factoren(zuren&basen), biologische factoren(bacteriën,virussen), circulatiestoornissen, immunologische reacties(antigeen-antistof-reacties), stofwisselingsstoornissen, tumorgroei.
  • Beschrijf globaal kenmerken van ontstekingsreactie:
    Roodheid: Door wijder worden van bloedvaten neemt hoeveelheid bloed toe en wordt weefsel rood(hyperemie). Dit betekent ook dat meer leukocyten op plaats van ontsteking komen om daar strijd met bijv. binnengedrongen bacteriën aan te gaan. 
    Zwelling: Uittreden van eiwitrijk vocht uit bloedvaten(exsudaat) 
    Pijn: Doordat zwelling op zenuwuiteinden druk wordt uitgeoefend. 
    Warmte: Door toegenomen bloedtoevoer. 
    Gestoorde functie: o.a. veroorzaakt door pijn.
  • Wat is diapedese?
    Ontstekingsreactie begint met hyperemie op plaats van necrose. Als gevolg neemt snelheid van bloedstroom af. Leukocyten leggen zich nu tegen wand van bloedvat aan, treden even later uit bloedvat en gaan naar bedreigde gebied. Dit uittreden uit bloedvat, mogelijk door vergrote doorlaatbaarheid van vaatwand, heet diapedese.
  • Hoe ontstaat een abces?
    Het proces dat belangrijke rol speelt bij bestrijding van bacteriële infectie, is fagocytose. Bij dit proces, fagocyteren, leggen leukocyten uitstulpingen om de bacterie heen waardoor deze als ware wordt ‘’opgegeten’’. In algemeen versta je onder fagocytose vermogen van bepaald cel(leukocyt) om andere cel(bacterie) in zich op te nemen en af te breken. Uiteindelijk gaat ook de fagocyterende cel te gronde. Eenmaal op plaats van bestemming aangekomen, gaan leukocyten(bij ontsteking als gevolg van bacteriële infectie)strijd aan met bacteriën. Hierbij nemen ze micro-organismen in zich op en maken deze onschadelijk. Soms gaan leukocyten hierdoor ook zelf te gronde. Geheel van weefselvocht, necrotisch weefsel, levende en dode leukocyten en eventueel levende en dode bacteriën wordt geelachtige, stinkende, slijmachtige substantie, die je pus noemt. In dit stadium van ontsteking ontstaan roodheid, zwelling, pijn, warmte en gestoorde functie van getroffen lichaamsdeel. Dit stadium noemen we infiltraat. Infiltraat kan zelf verdwijnen. Breidt het zich echter uit, dan kan het gevolg zijn dat wordt afgekapseld en er een abces ontstaat.
  • Wat versta je onder groei?
    Toename van levende materie van organisme, van orgaan of van weefsel.
  • Noem voorbeelden van embryonale ontwikkelingsstoornissen:
    Agenesie(totaal ontbreken van orgaan) 
    Aplasie(orgaan is wel aangelegd, maar groeit niet volledig uit en blijft veel kleiner dan normaal) 
    Hypoplasie(orgaan is hier verder uitgegroeid dan bij aplasie, maar normale grootte is niet bereikt).
  • Wat versta je onder atrofie?
    Orgaan of weefsel dat oorspronkelijk normale grootte had, is kleiner geworden.
  • Wat is kenmerkend voor tumor?
    Dat het zich ontrekt aan controle van lichaam. Soms kan cel uit weefsel zich onttrekken aan controlemechanismen en zich sneller gaan delen dan nodig is. Gevolg is dat na korte tijd een ‘’klompje’’ cellen ontstaat dat regulaire groei van weefsel heeft verstoord. Dit klompje cellen kan uitgroeien tot gezwel.
  • Noem kenmerken van maligne tumoren:
    Vermogen tot uitzaaien(metastaseren)en verliezen cellen hun normale aspect.
  • Beschrijf globaal therapie bij maligne tumoren:
    Bij metastasen zal chirurgisch ingrijpen moeilijk zijn, tenzij er sprake is van solitaire metastase(1 metastase). Als er veel metastasen zijn in vitale organen(lever, hersenen), zal direct levensgevaar optreden. Men zal dan vaak gebruikmaken van polychemotherapie, d.w.z. combinatie van cytostatica(celdelingremmende middelen). Ook radiotherapie(bestraling met röntgenstralen)kan overwogen worden. Chemotherapie wordt ook gebruikt als adjuvanstherapie(aanvullende therapie naast andere behandeling).
  • Geef enkele voorbeelden van congenitale afwijkingen:
    Hemofilie(bloederziekte) syndroom van Down(mongolisme) 
    Geef voorbeelden van stofwisselingsstoornissen. 
    PKU(fenylketonurie) diabetes mellitus(suikerziekte)
  • Wat is een opportunistische infectie?
    Immunodeficiëntie kan aangeboren zijn, als erfelijke aandoening, maar ook verworven door bijv. bepaalde medicijnen Stoornis uit zich meestal door infecties die bij gezonde mensen geen kans krijgen. Dit zijn opportunistische infecties.
  • Welke 2 soorten wonden kan je onderscheiden?
    Uitwendige wonden, waarbij ook continuïteit van huid verstoord is. 
    Inwendige wonden, waarbij alleen continuïteit van dieper gelegen weefsels verstoord is.
  • Welke verschillende bloedingen kan je onderscheiden?
    Bloedingen ontstaan door beschadiging van bloedvaten. Er wordt onderscheid gemaakt in: 
    Arteriële bloedingen veneuze bloedingen capillaire bloedingen
  • Wat is een shock?
    Absoluut of relatief tekort aan circulerend bloed. Dat wil zeggen dat er onvoldoende bloed circuleert omdat er of te weinig bloed in vaten is of weliswaar voldoende bloed in vaten is, maar pompfunctie van hart tekortschiet.
  • Wat zijn mogelijke oorzaken van shock?
    Ernstig in- of uitwendig bloedverlies(absoluut tekort aan circulerend bloed) 
    Uitdroging, bijv. door diarree, braken/brandwonden(absoluut tekort aan vocht/bloed)
    Hartfunctiestoornissen, zoals hartinfarct/hartritmestoornissen, waarbij door onvermogen van linkerkamer om goed samen te trekken bij voldoende bloedvolume shock ontstaat omdat bloed niet door lichaam wordt gepompt.
  • Farmacologie
    Farmacologie is wetenschap die zich bezighoudt met eigenschappen der geneesmiddelen. Men bestudeert in deze wetenschap wisselwerking tussen bepaalde chemische substanties(farmaca)en levend organisme(mens of dier).
  • Farmaca
    Farmaca(enkelvoud farmacon)worden algemeen gedefinieerd als chemische stoffen die inwerking hebben op levende cellen van ons lichaam. Meestal zijn lichaamsvreemde stoffen, die van nature niet voorkomen in ons lichaam.
  • Algemene farmacologie is dat deel van farmacologie dat zich op algemene farmacologische processen richt zoals:
    Opname van farmacon in lichaam 
    Passage van farmacon door celmembranen 
    Verdeling van farmacon in lichaam over verschillende compartimenten, zoals vetweefsel, botten of liquor.
  • Klinische farmacologie
    Klinische farmacologie is onderdeel van farmacologie, dat zich vooral richt op studie van farmacon in menselijk lichaam, dat wil zeggen hoe en waar stof inwerkt. Dit is gebied dat voor arts meest interessant is.
  • Receptor
    Receptor is specifieke aangrijpings- of reactieplaats waar farmacon reageert met cel. Deze reactieplaats bevindt zich in celmembraan aan buitenkant van (zenuw)cel of binnen in cel. Receptor is eiwitmolecuul met heel specifieke vorm, waardoor bepaald farmacon zich aan dit type receptor kan binden.
  • Hoe ontstaat effect van geneesmiddel?
    Eerst als farmacon aan receptor is gebonden, kan stof tot actie komen en inwerken op stofwisseling en functies van cel in doelorgaan. Als gevolg van deze interactie tussen farmacon en receptor treedt dan gewenste therapeutische effect op.
  • Geneesmiddel is substantie/samenstelling van substanties welke bestemd is om te worden gebruikt of op enigerlei wijze wordt aangeduid of aanbevolen als zijnde geschikt voor:
    Genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij mens. 
    Herstellen, verbeteren of wijzigen van functioneren van organen bij mens. 
    Stellen van medische diagnose door toediening aan of aanwending bij mens.
  • De wetenschap die zich bezighoudt met geneesmiddelen die bij verkeerde dosering/onjuiste indicatie ook schadelijk/zelfs dodelijk kunnen zijn(schadelijke eigenschappen van farmaca), is toxicologie:
    Leer der vergiften
  • Therapeutische breedte/index
    Therapeutische breedte/index geeft verschil aan tussen werkzame gebruikelijke dosis en dosering waar bij ernstige gevolgen(zoals intoxicatie)kunnen ontstaan. Dit zegt dus iets over veiligheid waarmee men geneesmiddel kan gebruiken. Hoe groter therapeutische breedte is, hoe groter is verschil tussen veilige dosis en risicovolle dosis.
  • Oraal ingenomen geneesmiddelen komen na opname in
    Bloed vanuit darmstelsel eerst in lever terecht. Via poortader wordt namelijk al bloed uit gehele spijsverteringskanaal naar lever gevoerd. Hier vindt eerste chemische omzetting van farmaca plaats. Men noemt dit First-pass-effect. Geneesmiddel is in meeste gevallen na deze leverpassage minder werkzaam gemaakt en in bepaalde gevallen zelfs onwerkzaam.
  • Farmacokinetiek beschrijft en bestudeert lotgevallen van geneesmiddel in lichaam:
    Absorptie/opname van stof in bloedsomloop 
    Distributie/wijze van verdeling in lichaam 
    Biotransformatie/wijze waarop stof gemetaboliseerd wordt 
    Excretie/wijze van afvoeren uit lichaam
  • Farmacodynamiek
    Farmacodynamiek beschrijft interactie tussen geneesmiddel en lichaam: op welke wijze beïnvloedt geneesmiddel functies van lichaam.
  • Farmacokinetiek
    Binnen farmacokinetiek bekijkt men wat lichaam met geneesmiddel doet, binnen farmacodynamiek onderzoekt men wat geneesmiddel met lichaam doet.
  • Oncogene eigenschappen
    Doet farmacon tumorgroei ontstaan?
  • Mutagene eigenschappen
    Ontstaan door gebruik van middel afwijkingen in embryo ten gevolge van genmutatie?
  • Farmacopee
    In farmacopee, van staatswege uitgegeven handboek, zijn kwaliteitseisen geformuleerd waaraan farmaca bereiding ervan moeten voldoen.
  • Farmaceutische specialité’s
    We spreken van farmaceutische specialité’s als geneesmiddelen door farmaceutisch bedrijf worden geleverd en merknaam hebben. Hebben middelen die door firma geleverd worden alleen generieke of stofnaam, dan spreken we van generieke geneesmiddelen.
  • We zien nog steeds dat apotheker zelf bepaald geneesmiddel in aangepaste vorm/speciale samenstelling moet bereiden. Ook kan dosering op verzoek van behandelend arts worden aangepast. In recept geeft arts dan aan op welke wijze dit moet gebeuren.
    Hier komt echte oude artsenijbereidkunde om de hoek kijken, we spreken dan ook van magistrale receptuur.
  • Hoofdwerking
    Onder hoofdwerking verstaan wij door arts gewenste effect. Bijwerking is per definitie niet door arts bedoeld en meestal nadelig effect van toegediende middel.
  • Oorzaken van vertonen van bepaalde bijwerkingen zijn:
    Dosering, verworven abnormale reacties van patiënt, aangeboren abnormale reacties van patiënt en interacties met andere geneesmiddelen.
  • Idiosyncrasie
    Idiosyncrasie moet niet gelijkgesteld worden aan allergische reactie. Het is reeks algemene reacties van lichaam op niet eerder toegediend geneesmiddel. Eerder contact met dit geneesmiddel zoals bij allergische reacties noodzakelijk is, is hier niet verreist. De oorzaak van zo’n strikt persoonlijke of idiosyncratische reactie kan gelegen zijn in genetisch bepaalde enzymafwijking.
  • Wanneer zullen bijwerkingen sneller optreden?
    Bijwerkingen zullen sneller optreden wanneer sprake is van polypragmasie, d.w.z. patiënt krijgt verscheidene geneesmiddelen tegelijkertijd toegediend. De kans op ongewenste interacties neemt dan toe. Bijwerkingen en ongewenste interacties zijn helaas vaak onvermijdelijke aspecten van geneesmiddelengebruik.
  • Meest voorkomende bijwerkingen zijn:
    Misselijkheid & braken diarree, buikpijn rode huid, jeuk afwijkingen in slaappatroon: inslaapstoornis hoofdpijn beverigheid, duizeligheid moeheid & koorts
  • Nationale vergiftigingencentrum is voor elke arts/apotheker dag en nacht bereikbaar.
    Vragen over gevolgen en behandelingswijze kunnen daar direct worden beantwoord.
  • Geneesmiddelenonderzoek is te verdelen in:
    Geneesmiddelenonderzoek is te verdelen in preklinisch deel en klinisch deel. In preklinisch deel wordt van onderzoek wordt stof samengesteld(gesynthetiseerd)en d.m.v. in-vitro-onderzoek(in weefselkweek/organen)en dierexperimenten getest. Als middel werkzaam en tevens veilig blijkt, kan het in klinisch geneesmiddelenonderzoek verder onderzocht worden. In klinisch onderzoek wordt bij gezonde vrijwilligers getest of stof schadelijk is en vervolgens wordt stof bij klein aantal patiënten bestudeerd op eventuele werkzaamheid. Daarna volgen vergelijkende onderzoeken op effectiviteit en bruikbaarheid. Na registratie van geneesmiddel volgt fase van vastleggen van bijwerkingen in praktijk.
  • Receptuur
    Onder begrip receptuur wordt verstaan klaarmaken van recept.
  • Recept
    Recept is schriftelijke aanwijzing van bevoegd persoon voor bereiding/aflevering van geneesmiddel. Dit recept wordt afgegeven door geneeskundige, tandarts of verloskundige ten behoeve van met name genoemde personen.
  • Op handgeschreven recept moeten volgende gegevens staan vermeld:
    Naam en woonplaats van voorschrijver 
    Nauwkeurige datum van voorschrijven
    Aanhef ’’R/’’ met daaronder: 
    Samenstelling(naam)van geneesmiddel, hoeveelheid(gewichtseenheid)en toedieningsvorm. Bijvoorbeeld totaal aantal tabletten, vaak in Romeinse cijfers aangegeven. 
    Duidelijke gebruiksaanwijzing volgend op ‘’S’’, d.w.z. instructie aan apotheek voor tekst op etiket. 
    Instructie of recept wel/niet herhaald mag worden en hoe vaak. 
    Naam en adres van patiënt voor wie recept bestemd is(bij kind ook leeftijd)en/of van instantie waar geneesmiddel gebruikt zal worden. 
    Ondertekening door arts, met paraaf of handtekening.
  • Afleververbod
    Er bestaat afleververbod voor onvolledige recepten. Afleveren van opiumpreparaten op onvolledig recept is wettelijk verboden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?I. Allergisch contacteczeem wordt veroorzaakt door direct contact van een allergeen op de huid.II. Dauwworm ziet men vooral bij jongvolwassenen.
Alleen I is juist.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?I. Embryo's mogen in een laboratorium niet langer dan dertig dagen in leven gehouden worden.II. Embryo's die na een IVF-behandeling overblijven, mogen aan een andere vrouw worden afgestaan.
Alleen II is juist
Op een ochtend komt een patiënt in tranen een de balie en vertelt u dat zij door haar man is mishandeld. U neemt de patiënt even mee naar een aparte kamer, zodat zij in alle rust haar verhaal kan doen. Tijdens een etentje met collega's dezelfde avond komt het voorval ter sprake en een van uw collega's vraagt wat er met de patiënt aan de hand was. Wat antwoordt u?
U vertelt niet wat er aan de hand was. U geeft aan dat de betrokken arts op de hoogte is gesteld van het voorval en dat dit onder uw beroepsgeheim valt
Wat is GEEN kenmerk van 'sociaal oud zijn'?
Volop tijd voor het maken van nieuwe vrienden en kennissen
Meclozine is een...
antihistaminicum
Een H2-receptorantagonist...
remt de histamine-invloed op de zuurvorming
Wat wordt met de RAST gemeten?
Welke soorten IgE in het bloed zitten
De ziekte van Scheuermann is een groeistoornis van...
de thoracale wervelkolom
Een man van zeventig jaar die sterk opgewonden gedrag vertoont, last heeft van gewichtstoename en hallucinaties gedurende een periode van twee jaar, lijdt vermoedelijk aan...
dementie.
conversie.
schizofrenie.
Alle genoemde antwoorden zijn onjuist.
Welk van de volgende middelen hoort NIET thuis op de lijst van gecontraïndiceerde middelen bij astma?
Cromoglicinezuur