Samenvatting Wetenschapsfilosofie in veelvoud fundamenten voor onderzoek en professioneel handelen

-
ISBN-10 9062833861 ISBN-13 9789062833863
756 Flashcards en notities
17 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Wetenschapsfilosofie in veelvoud fundamenten voor onderzoek en professioneel handelen". De auteur(s) van het boek is/zijn Victor van den Bersselaar. Het ISBN van dit boek is 9789062833863 of 9062833861. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Wetenschapsfilosofie in veelvoud fundamenten voor onderzoek en professioneel handelen

  • 1 Inleiding

  • Welk probleem met het beschreven armoedeonderzoek stelt de auteur hier aan de orde?

    De armoede werd bepaald door middel van gegevens belastingdienst, mensen voelden zich niet arm. Ook zijn de instrumenten die in het onderzoek zijn gebruikt niet betrouwbaar. Er wordt dus geen aansluiting gevonden bij de belevingswereld van mensen. 

  • Welk probleem met het beschreven armoedeonderzoek stelt de auteur hier aan de orde?

    Het feit dat uit het onderzoek komt dat het dorpje Warfstermolen het armste dorpje van Nederland is terwijl dit door tweederde van de inwoners van het dorpje niet zo ervaren wordt. De maatstaven voor armoede zijn dus kennelijk niet goed genoeg om armoede te definiëren, de bronnen zijn te beperkt en er worden zaken over het hoofd gezien die wel degelijk van belang zijn bij de ervaring van armoede. Ofwel, empirisch onderzoek is voor sommige kwesties niet voldoende.

  • De schrijver beschrijft een probleem m.b.t. armoedeonderzoek, welk probleem is dit?

    - Uit een onderzoek komt dat het dorpje Warfstermolen het armste dorpje van Nederland is.

    - Dit wordt door de mensen zelf niet zo ervaren.

    - Maatstaven voor armoede zijn dus niet goed te definiëren.

    CONCLUSIE: empirisch onderzoek is voor sommige kwesties niet voldoende.

  • Vraag 41: Het probleem met het in de inleiding beschreven armoedeonderzoek is onder andere dat:
    - niet alles wat voor het bepalen van armoede relevant is, gemeten kon worden.
    - de wereld van de feiten niet altijd aansluit bij de belevingswereld van sommigen.
  • Emprisch onder zoek geeft toegang tot een werkelijkheid die wordt opgevat als een verzameling feiten en toedrachten met een constante structuur. Daartussen probeert het overeenkomsten en verbanden te ontdekken. En het probeert theorieen op te stellen die feiten en toedrachten kunnen verklaren. De belevingswereld van mensen en de betekenissen die zij aan hun wereld geven vallen niet vanzelfsprekend onder die wereld van feiten. Beleving en betekenisgeving zijn op he teerste gezicht unieke, plaats tijd en persoonsgebonden gebeurtenissen. Ze kunnen door een empirische onderzoeker middels een abstraherende ingreep wel onder een noemer gebracht worden, maar niet zonder het risico de verbinding met de belevingswereld van de mensen op wie het onderzoek betrekking heeft te verliezen.

  • Omschrijf in eigen woorden wat sciëntisme is

    Sciëntisme gaat ervan uit dat wetenschap vanzelfsprekend het enige middel is om tot zuiver objectieve kennis te komen. Daarnaast verondersteld het sciëntisme dat wetenschappelijke vooruitgang maatschappelijke vooruitgang tot gevolg heeft.

  • Wat is sciëntisme?

    - Dit is een stroming die er vanuit gaat dat wetenschap het enige middel is om tot zuiver objectieve kennis te komen,.
    - Ook veronderstelt het dat wetenschappelijke vooruitgang leidt tot maatschappelijke vooruitgang.

  • Vraag 42: 'Scientisme' drukt onder andere het idee uit, dat:
    - de sociale wetenschappen zich moeten spiegelen aan de natuurwetenschappen.
    - de sociale wetenschappen worden teruggebracht naar hun empirische component (zoeken naar waarheid, objectiviteit en neutraliteit).
    - we moeten uitgaan van oplossingen.
    - natuurwetenschap superieur is aan alle andere interpretaties van het leven.
  • Wat is scientisme?

    Scientisme is de vereenzelviging van wetenschap en empirisch onderzoek. In het scientistische wetenschapsbeeld wordt empirisch onderzoek als vanzelfsprekend geassocieerd met het zoeken naar waarheid, objectiviteit en neutraliteit. Bovendien wordt er vanzelfsprekend verband gelegd tussen wetenschappelijke en maatschappelijke vooruitgang. 

  • Hoe deelt het angelsaksische model de wetenschap op?

    In science (exacte wetenschap) en arts (humanities à geestes- en cultuurwetenschappen).

  • Hoe deelt het angelsaksische model de wetenschap op?

     

    In science (exacte wetenschap) en arts (humaniteit & geestes- en culturwetenschappen)

     

  • Waarom geeft de auteur de voorkeur aan zijn ‘onderzoeksdomeinen’ boven een alfa/beta/gamma indeling van wetenschapsgebieden?

    de structuur van het onderzoek binnen de wetenschappen is complexer dna zo'n eenvoudige classificatie suggereert.

  • Vraag 43: Voorbeelden van alfa-, beta- en gammawetenschappen zijn, in die volgorde:
    Alfa: geestes- en cultuurwetenschappen (recht, geschiedenis, taal en literatuurwetenschap) --> alleen interpretatief onderzoek. 

    Bèta: natuurwetenschappen (natuur- en scheikunde, biologie, astronomie, aardwetenschappen) --> empirisch onderzoek.

    Gamma: gedrags- en maatschappijwetenschappen (sociologie, economie, psychologie) --> interpretatief en empirisch onderzoek.
  • Kritiek Scientisme: Begrippen als waarheid, objectiviteit en neurtraliteit hebben hun vanzelfsprekendheid verloren. Wetenschap is niet waardevrij. Negatieve gevolgen van de technische problemen (milieu etc). 

  • Wat zijn alfa-, beta- en gammawetenschappen? Karakteriseer ze in eigen woorden

    Alfa: geestes- en cultuurwetenschappen à filosofie, rechten, taal- en literatuurwetenschap, enz.

    Bèta:  natuurwetenschappen.

    Gamma: gedrags- en maatschappijwetenschappen à psychologie, economie enz

  • Wat zijn alfa-, beta- en gammawetenschappen?

     

    alfa = geestes- en cultuurwetenschappen, filosofie, rechten, taal- en literatuurwetenschap.
    beta= natuurwetenschappen.
    Gamma = gedrags- en maatschappijwetenschappen, psychologie, economie etc.

  • Vraag 44: Bersselaar onderscheidt onder andere de volgende onderzoeksdomeinen:
    - de feiten (empirisch)
    - de beleving (fenomenologie)
    - de betekenissen (hermeneutisch)
    - de regels (rationele reconstructie)
    - de begrippen (dialectiek)
    - de belangen (deconstructie)
  • Hoe deelt het angelsaksische model de wetenschape op?

    Model maakt onderscheid tussen twee soorten titels: Bachelor en Master of Science (exacte wetenschap); of Bachelor/Master of Arts (humanities)

  • Hoezo gaat het bij wetenschappelijk onderzoek ‘meer dan om de feiten alleen’?

    Omdat het ook gaat om de beleving van bepaalde waarheden. Armoede is wel objectief te meten, maar dit meet alleen de cijfers en niet de beleving van armoede.

  • Waarom gaat het bij wetenschappelijk onderzoek 'meer dan om feiten alleen'?

    Het gaat ook om de beleving van bepaalde waarheden. Armoede is objectief te meten door middel van cijfers, maar meet niet de beleving.

  • heuristische fase: fase van het empirische onderzoek waarin men op zoek is naar begripsbepalingen en hypothesen. Die fase wordt dan beschouwd als een voorfase voor het eigenlijke wetenschappelijke onderzoek.
  • Vraag 45: Over de verhouding tussen onderzoeksdomeinen, onderzoeksmethoden en wetenschappelijke disciplines kunnen we zeggen:
    - je kunt niet aan elk onderzoeksdomein een discipline koppelen omdat elke discipline onder meerdere onderzoeksdomeinen valt. 
    - de verschillende domeinen hebben elkaar nodig.
  • wat zijn alfa beta en gamma wetenschappen?

    alfa: geesteswetenschappen en interpretatieve onderzoek

    Beta: natuurwetenschappen en empirisch onderzoek

    Gamma: gedrags en maatschappijwetenschappen die interpreatief en empirisch onderzoek combineren.

  • Waarom geeft de auteur de voorkeur aan zijn ‘onderzoeksdomeinen’ boven een alfa/beta/gamma indeling van wetenschapsgebieden?

    Zijn onderzoeksdomeinen sluiten, in tegendeel tot de traditionele indelingen, uit dat het alleen om feiten draait. Daarnaast wekken de traditionele indelingen de indruk dat wetenschap heel simpel in elkaar zit. Ook zijn de onderzoeksdomeinen te combineren en sluiten ze elkaar niet uit

  • Welke onderzoeksdomeinen onderscheidt de auteur?

     

    • Domein van feiten.
    • Domein van beleving: beleving van de feiten.
    • Domein van betekenis: wat feiten voor jou betekenen.
    • Domein van regels: bepaalde verwachtingen/regels bij feiten (feit: er is armoede, regel: je helpt elkaar).
    • Domein van begrippen: definitie van een fenomeen (b.v. armoede).
    • Domein van belang: wat is voor welke partij het belang van het onderzoek?
  • Hoezo gaat het bij wetenschappelijk onderzoek ‘meer dan om de feiten alleen’?

    Je hebt altijd te maken met met problemen op meerdere onderzoeksdomeinen tegelijk. Het gaat ook om de beleving, regels, betekenissen, begrippen en de belangen van mensen. 

  • Welke onderzoeksdomeinen onderscheidt de auteur ? karakteriseer ze in eigen woorden

    Domein van feiten.

    Domein van beleving: beleving van de feiten.

    Domein van betekenis: wat feiten voor jou betekenen.

    Domein van regels: bepaalde verwachtingen/regels bij feiten (feit: er is armoede, regel: je helpt elkaar).

    Domein van begrippen: definitie van een fenomeen (bv. armoede).

    Domein van belang: wat is voor welke partij het belang van het onderzoek

  • Wat betekent ontologisch?

    Hierbij kijk je naar de aard van het onderzoeksobject. Veranderlijk, constant, waarneembaar enz.

  • Waarom geeft de auteur de voorkeur aan zijn ‘onderzoeksdomeinen’ boven een alfa/beta/gamma indeling van wetenschapsgebieden?

    de structuur van het onderzoek binnen de wetenschappen is complexer dna zo'n eenvoudige classificatie suggereert.

  • Probeer in eigen woorden het onderscheid te formuleren tussen: ontologisch; epistemologisch; methodologisch

    Ontologisch: wat is de aard van het onderzoeksobject? Veranderlijk, constant, waarneembaar, enz.

     

    Epistemologisch: hoe kunnen wetenschappers kennis verkrijgen? Op welke manier moeten zij zich opstellen ten opzichte van het onderzoeksobject?

     

    Methodologisch: wat betekent dit voor hun manier van werken?

     

     

  • Wat houdt epistemologisch in?

    Hoe wetenschappers kennis kunnen verkrijgen en op welke manier zij zich moeten opstellen ten opzichte van het onderzoeksobject.


  • Probeer in eigen woorden het onderscheid te formuleren tussen: 
    ontologisch; epistemologisch; methodologisch
    Ontologisch: de vraag naar de aard van een object
    Epistemologisch: gaat over het krijgen van kennis, hoe en met welke 
    voorwaarden ze kennis kunnen verwerven wat afhankelijk is van de aard 
    van het object.
    Methodologisch: over de werkwijze, methode.
  • Welke onderzoeksdomeinen onderscheidt de auteur ? 

    onderzoek naar grondslagen, de geldigheid en de reikwijdte van wetenscappelijke kennsi en onderzoeksmethoden

  • Wat is methodenpluralisme?

    Het gebruik van verschillende benaderingswijzen (bijvoorbeeld kwalitatief en kwantitatief onderzoek) binnen één domein.

  • Wat houdt methodologisch in?

    Wat het betekent voor hun manier van werken.

  • etnische vraag: waardevrijheid van de wetenschapsfilosofie. Gaat om de vraag naar de functie van de wetenschappelijke kennis en de gevolgen van de toepassing ervan.

    ontologisch: aard van het onderzoeksobject

    epistemologische vraag: geven antwoord op de vraag op welke wijze =we toegang kunnen krijgen tot het object van onderzoek en tot welke vorm van kennen dat leidt. 

    methodologische gaat het om de vraag door welke regels we ons moeten laten leiden bij de kennnisontwikkeling. 

  • Waarom vindt de auteur methodenpluralisme vooral in de sociale wetenschappen wenselijk?

    Binnen sociale wetenschappen is er vrijwel altijd een overlap tussen feiten, begrippen en betekenissen. 

  • Wat is methodenpluralisme?

    Het gebruik van verschillende benaderingswijzen binnen één domein (bijvoorbeeld kwantitatief en kwalitatief onderzoek).

  • heuristische fase: fase van het empirische onderzoek waarin men op zoek is naar begripsbepalingen en hypothesen. Die fase wordt dan beschouwd als een voorfase voor he teigenlijke wetenschappelijke onderzoek.

  • Kun je aan elk onderzoeksdomein een wetenschappelijke discipline koppelen?

    Aan elk domein is wel een wetenschappelijke discipline te koppelen en aan sommigen is zelfs wel meer dan één wetenschappelijke discipline te koppelen. Omgekeerd zijn aan een wetenschappelijke discipline vaak ook meerdere domeinen te koppelen.

  • Auteur van het boek gaat ervan uit dat elk onderzoeksdomein zijn eigen specifieke onderzoeksprocedures met zich meebrengt. vanuit dat perspectief gezien zijn er 6 zelfstandige basisdomeinen van onderzoek met zes specifieke standaardonderzoeksprocedures. 

  • Waarom zijn de onderzoeksdomeinen niet scherp van elkaar af te bakenen?

    Omdat ze zeer nauw met elkaar samenhangen.

  • Wat is methodenpluralisme?

    dat betekent dat er ook onderlinge kritiek vanuit verschilllende benaderingswijzen binnen een domein mogelijk moet zijn. Empirisch onderzoek kan de bevindingen van fenomenologisch onderzoek op het terrein van de beleving problematiseren en omgekeerd.

  • Waarom vindt de auteur dat wetenschapsfilosofie belangrijk is voor WO-studenten?

    Hiermee kunnen zij goed reflecteren op onderzoek en de beroepspraktijk.

  • Waarom vindt de auteur zulk pluralisme vooral in de sociale wetenschappen wenselijk?

    sociaal wetenschappelijk onderzoek bestrijkt in het algemeen meer domeinen tegelijkertijd.

  • Welke (enge en ruime) inhoud van het begrip ‘feit’ komt hier aan de orde?

    Feit in enge zin: ‘door zintuiglijke waarneming constateerbare standen van zaken of gebeurtenissen.’ Feit in ruime zin: ‘minimaal de betekenis van menselijke uitingen kan ook als feit geregistreerd worden.’

  • Welke onderzoeksmethode hoort bij het domein van de feiten?
    Empirisch onderzoek
  • om de complexiteit vna onderzoeksdomeinen in kaart te brengen kan men zich om te beginnen een driehoek voorstellen waarvan de hoekpunten het domein van de feiten, het domein van de betekenissen en het domein van de begrippen voorstellen. ***Tekenen driehoek p 19***

  • Het schema kan worden uitgebreidt tot een zeshoek door er de domeinen van de beleving, de regels en de belangen eraan toe te voegen.

     

  • Welke onderzoeksmethode hoort bij het domein van de beleving?
    Fenomenologie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat houdt epistemologie in?
Kenleer:
- Hoe is kennis mogelijk?
- Wat rechtvaardigt onze kennisclaims?
- Hoe kunnen we de scepticus weerleggen?

De traditie tot in de 20e eeuw: funderingsdenken
- Vind de fundamenten van onze kennis!
- We weten niets, want er zijn geen fundamenten!
Wat houdt de natuurwetenschappelijke methode in?
- 17e eeuw: mechanisering van het wereldbeeld
- De wereld als 'klok'
- Wiskunde als 'taal van de Schepper'
Waar komt het positivistische denkkader vandaan?
- Meten is weten --> natuurwetenschappelijke methode
- Empirisme --> epistemologische denktraditie + geest binnenin
Wat houdt meten is weten in?
- Alleen gestructureerde observatie en logica/wiskunde
- Kwantitatief: de natuurwetenschappelijke methode is maatgevend
- Liever getallen dan beschrijvingen
- Zoeken naar wetten, oorzaken/mechanismen of correlaties
- In plaats van beleving, betekenis, regels, begrippen, belangen (Bersselaar)
Wat is het centrale idee van positivisme?
Wetenschap dient vrij te zijn van: 
- Metafysica (alles wat niet empirisch aantoonbaar is)
- Externe factoren zoals: subjectieve factoren en contextfactoren...

 Dus: 
De feiten en niet dan de feiten!

Dat wil zeggen:
- 'Meten is weten'
- Empirisme
Wat is het positivisme?
- Een invloedrijke 20e-eeuwse visie op kennis en wetenschap.
- In het verlengde van het logisch positivisme.
- Ongeveer hetzelfde als sciëntisme en  empirisch-analytische wetenschapstheorie Bersselaar.
- Het dominante denkkader in de gedragswetenschappen.
Patternicity
Het gegeven dat mensen overal patronen in zoeken, ook als ze er niet zijn. 

Voorbeeld: Vijf van mijn beste vrienden wonen op nummer 13. Ik ga op zoek naar een verklaring.
Post hoc ergo propter hoc
Wat na iets komt, is er het gevolg van (na dit dus door dit). Men verzint er een verhaaltje omheen.

Voorbeeld: Mijn zoon was een fantastische baby. Toen hij vijftien maanden oud was, kreeg hij zijn vaccinaties. Kort daarna ontstonden er allerlei problemen met zijn gedrag; en na enkele maanden werd autisme bij hem vastgesteld. Voor mij lijdt het geen twijfel: de vaccinacties hebben zijn autisme veroorzaakt!
Ad hoc-hypothese
Een hypothese die je bedenkt als je eerdere hypothese niet blijkt te kloppen. Dat je auto kapot is ligt niet aan de accu maar aan het verkeerd aansluiten van de startkabels. 
--> Een soort smoesje.

Voorbeeld: Als dierlijke vetten zo ongezond zijn, waarom zijn er dan in Frankrijk niet veel meer mensen met hart- en vaatziekten? Ze hebben veel lichaamsbeweging!

Voorbeeld: Ik geloof in sinterklaas. Gisteren trok ik aan zijn baard en toen bleek die niet echt te zijn. Maar waarschijnlijk had hij de afgelopen week kauwgom in zijn baard gekregen zodat hij die af heeft moeten scheren.
Aanwezigheidsheuristiek (availability bias)
We bepalen hoe vaak iets voorkomt, hoe waarschijnlijk iets is op basis van de aanwezigheid van voorbeelden in ons hoofd. Wanneer we bijvoorbeeld horen dat iemand verongelukt is, zullen we tijdelijk voorzichtig rijden.

Je zal eerder bang zijn voor haaien, omdat dit op televisie was, dan om te verdrinken in een badkuip. Terwijl verdrinken in een badkuip realistischer is dan gebeter worden door een haai. De haai is echter aanweziger, bijvoorbeeld in de krant of op het journaal, waardoor je deze onthoudt.

Voorbeeld: Na op het nieuws een vliegtuigongeluk gezien te hebben, beschouw ik vliegen als zeer riskant.