Samenvatting WFT Basis

-
190 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - WFT Basis

  • 1 Korte samenvattingen

  • KIFID
    Het Kifid is bedoeld om de consument één loket te bieden voor het afhandelen van conflicten met financiële dienstverleners en voor informatie over financiële zaken. De financiële dienstverlener moet wel aangesloten zijn bij het Kifid. Voor zorgverzekeraars geldt een ander klachteninstituut: de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ).
  • Kernpunten KIFD

    • Sinds 7 juli 2015 kunnen klachten bij Kifid niet alleen schriftelijk maar ook online worden ingediend via mijn.kifid.nl. Hiermee sluit Kifid aan op de Europese richtlijn voor alternatieve geschillenbeslechting om de klant nog beter te beschermen.
    • De afhandeling van de klacht kan online worden gevolgd. Zo wil het Kifid de klachtenafhandeling makkelijker en efficiënter maken.
    • Klacht kan pas worden ingediend bij Kifid als de klant er niet uitkomt met de dienstverlener of wanneer niet binnen zes weken wordt gereageerd. Voorwaarden zijn dat:
      • dit binnen drie maanden na de definitieve reactie van de financiële dienstverlener gebeurt of binnen een jaar na het indienen van de klacht. De langste termijn geldt.
      • de klacht mag nog niet zijn voorgelegd aan een rechter of een andere instantie die geschillen beslecht.
    • De oude procedure voor de klachtbehandeling was inefficiënt, omdat er sprake was van een dubbele dossiervorming en een beoordeling door twee of drie partijen.
    • Sinds 1 oktober 2014 is er een nieuwe procedure. 
      1. intake; beoordeling of klacht behandelbaar is. 
      2. juridische toets; beoordeling of de zaak wordt voorgelegd aan de Ombudsman of Geschillencommissie. 
      3. Ombudsman; De ombudsman bemiddelt tussen de klant en financieel dienstverlener. Zijn beide partijen het eens dan eindigt de zaak. Zo niet dan volgt de Geschillencommissie. 
      4. Geschillencommissie; Afhandeling klacht in een hoorzitting of op basis van de stukken. De Geschillencommissie geeft een bindend of niet-bindend advies. 
      5. Commissie van Beroep; Beide partijen kunnen besluiten in hoger beroep te gaan. Eisen zijn dan:
      • beroep kan alleen worden ingediend bij een bindend advies;
      • het financiële belang moet minimaal € 25.000 zijn;
      • kosten voor hoger beroep bedragen € 500;
      • hoger beroep moet binnen zes weken na uitspraak van de Geschillencommissie worden ingediend.
  • Klachtenbegeleiding KIFID
    Kifid heeft de afgelopen jaren regelmatig kritiek ontvangen van consumenten en vertegenwoordigers op haar functioneren. Veel gehoorde klachten zijn:
    • Kifid luistert te weinig naar de consument.
    • De klachtenprocedure is te juridisch ingestoken.
    • Kifid toont bij de behandeling van de klacht weinig inlevingsvermogen.
    • Onvoldoende aandacht voor het kennisverschil tussen financieel dienstverlener en de consument.
    • De toegang is laagdrempelig, maar de procedure is taai.
  • De belangrijkste verbeterpunten zijn:
    1. Klachten worden voortaan ruimer bekeken.
    2. Het achterhalen van de daadwerkelijke klacht van de consument.
    3. Verkleinen van de kennisachterstand van de consument op de financiële dienstverlener.
    4. Consumenten weten voortaan binnen 7 dagen of de klacht door Kifid in behandeling wordt genomen.
  • Bankierseed 
    Sinds januari 2013 moeten bestuurders en commissarissen van financiële instellingen de bankierseed afleggen. Niet alleen beleidsbepalers en commissarissen van alle financiële ondernemingen, maar ook alle medewerkers met inhoudelijk klantcontact en medewerkers die het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden de bankierseed verplicht moeten afleggen.
  • Kernpunten:
    • Op 1 april 2015 is de wettelijke verplichte bankierseed ingegaan;
    • Aan deze eed is een gedragscode verbonden. Bij overtreding van de gedragscode kan de overtreder Tuchtrechtelijk aangepakt worden.
    • Tuchtrecht is ingevoerd om vertrouwen terug te winnen in de bancaire sector
    • De uitvoering van het tuchtrecht is uitbesteed aan DSI
    • In de gedragscode staat o.a:
      • Dat de bankmedewerker integer en zorgvuldig werkt
      • Dat de bankmedewerker de belangen van de klant centraal stelt
      • Dat de bankmedewerker vertrouwelijke informatie geheim houdt.
  • DGS ( Depositogarantiestelsel)
    Het depositogarantiestelsel is een regeling ter garantie van bepaalde banktegoeden van rekeninghouders wanneer een bank failliet gaat. De regeling geeft zekerheid voor tegoeden tot een maximum van € 100.000 en geldt per rekeninghouder per bank, ongeacht het aantal rekeningen.
  • Het nieuwe (Nederlandse) depositogarantiestelsel kent een aantal wijzigingen ten opzichte van het oude stelsel:
    • In het oude stelsel gold een uitkeringstermijn van twintig werkdagen. Dit wordt de komende jaren stapsgewijs teruggebracht tot zeven werkdagen in 2024.
    • De reikwijdte van het depositogarantiestelsel wordt verruimd. Naast privépersonen en kleine ondernemingen worden ook de deposito’s van grootzakelijke klanten, bestuurders en aandeelhouders gegarandeerd. Bij het oude stelsel vielen alleen privépersonen en kleine ondernemingen onder de garanties.
    • Er komt een aanvullende tijdelijke garantie voor deposito’s die direct verband houden met de aan- of verkoop van een woning. Deze deposito’s krijgen een extra garantie van € 500.000 bovenop de reguliere garantie van € 100.000. Deze extra aanvulling geldt tot drie maanden na storting.
    • Het nieuwe depositogarantiestelsel is risicogebaseerd. Dit houdt in dat alle banken in Nederland met gegarandeerde deposito’s premies moeten afdragen aan het depositogarantiestelselfonds (DGS-fonds). Op deze manier wordt het stelsel vooraf gefinancierd.
    • In het nieuwe depositogarantiestelsel geldt dat deelnemende banken premie betalen aan het DGS-fonds, waarbij het de bedoeling is dat het DGS-fonds in 2024 0,8% van de gegarandeerde deposito’s in Nederland afdekt.
  • Beloningsbeleid financiële ondernemingen
    De Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) is op 7 februari 2015 in werking getreden. De wet moet bijdragen aan een gezonde en betrouwbare financiële sector en herstel van vertrouwen in de sector.
  • Met de komst van de wet zijn regels ingevoerd die financiële ondernemingen verplichten tot het invoeren van een beheerst beloningsbeleid.
    • Een beheerst beloningsbeleid houdt onder andere in dat een bonus in beginsel niet hoger mag zijn dan 20% van de vaste beloning.
      • Bij indiensttreding voor 1 januari 2015 in de financiële sector, geldt deze regel sinds 1 januari 2016.
      • Voor werknemers die op of na 1 januari 2015 in dienst zijn gekomen, zijn de nieuwe regels direct ingegaan.
    • Er is ook een verbod op gegarandeerde bonussen. Op die manier moet worden voorkomen dat relatief hoge beloningen worden uitbetaald, ten opzichte van beperkte prestaties.
    • Iedere financiële onderneming moet een (samenvattende) beschrijving van het beloningsbeleid openbaar maken. Deze transparantie geeft klanten duidelijkheid over hoe medewerkers worden beloond.
    • De beschrijving van het beheerst beloningsbeleid moet zowel in het jaarverslag als op de website van de financiële onderneming worden gepubliceerd.
    • Vertrekvergoedingen mogen niet meer worden uitgekeerd wanneer de werknemer zelf vertrekt bij een onderneming, of wanneer de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
      • De vertrekvergoeding mag maximaal één jaarsalaris hoog zijn.
    • Het bonusverbod bij staatssteun is niet langer alleen van toepassing op beleidsbepalers, maar ook op werknemers die lager op de ladder staan in de organisatie. Het bonusverbod eindigt op het moment dat de Staat geen enkel aandeel in de onderneming meer in handen heeft.
    • Vanaf 1 januari 2014 is de Raad van Commissarissen van een financiële onderneming in staat de bonus van een bestuurder aan te passen of terug te vorderen. Dit heet ook wel de ‘claw-back-regeling’. Terugvorderen gebeurt bijvoorbeeld wanneer de uitkering niet aanvaardbaar is vanwege financiële problemen van de financiële instelling.

  • Solvency II is een risico-gebaseerd toezichtraamwerk voor verzekeraars dat per 1 januari 2016 in werking is getreden. Bron: DNB


    Het doel van Solvency II is de consument beschermen door:
    • Kapitaaleisen te stellen aan de verzekeraars.
    • Kwalitatieve eisen aan de bedrijfsvoering van de verzekeraar te stellen.
    • Transparantie te bieden vanuit de verzekeraar richting het publiek en de toezichthouder.
  • Kernpunten:
    • De regels van Solvency II worden in Nederland opgenomen in de wetgeving zoals de Wft.
    • Hierop wordt prudentieel toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB) gehouden om het risico van faillissement te verkleinen.
    • De soliditeit van een verzekeraar wordt bepaald door de solvabiliteit en liquiditeit.
      • Liquiditeit wil zeggen dat een partij op korte termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen.
      • Solvabiliteit richt zich meer op de verplichtingen op lange termijn.
    • Binnen Solvency II wordt gewerkt met twee verschillende vergunningen.
      • Solvency II vergunning
      • Solvency II Basic-vergunning
    • Solvency II Basic is een nationaal toezichtregime voor kleine verzekeraars waarop de Solvency II-vergunning niet van toepassing is.
    • Twee groepen verzekeraars die onder de Solvency II Basic-vergunning vallen zijn:
      • Kleine verzekeraars met bruto premie-inkomsten van jaarlijks minder dan € 5 miljoen en technische voorzieningen van minder dan € 25 miljoen.
      • Natura-uitvaartverzekeraars.
    • De allerkleinste schade en natura-uitvaart verzekeraars vallen ook weer buiten het regime van Solvency II Basic, mits zij voldoen aan bepaalde voorwaarden. Dit betekent dat zij geen vergunning hoeven te hebben en dat zij niet meer onder toezicht staan van DNB.
    • Voor de partijen die vrijstelling krijgen, blijft het gedragstoezicht van de AFM van toepassing, voor zover verzekeraars adviseren of bemiddelen en niet zijn vrijgesteld van deze vergunningsplicht. Alle verzekeraars moeten zich aan de zorgplicht houden.
    • Schadeverzekeraars die aansprakelijkheids-, krediet- en borgtochtverzekeringsrisico’s dekken vallen altijd onder de Solvency II vergunning. Ook levens- en schadeverzekeraars die op grond van hun vergunning al actief zijn in andere EU-lidstaten vallen onder die vergunning.
    • Verzekeraars die voldoen aan de voorwaarden zijn vrijgesteld van het verbod om zonder vergunning van DNB een verzekeringsbedrijf uit te oefenen. Daarnaast zijn ze vrijgesteld van doorlopend prudentieel toezicht. Deze verzekeraars zijn echter niet vrijgesteld van het verbod op aantrekken van opvorderbare gelden, het verbod zonder vergunning op te treden als waarborg- of garantiefonds en het verbod op het gebruik van het woord ‘bank’.
  • Zie verder papieren uittreksel
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe kan een erfgenaam een zuiver aanvaarde nalatenschap om laten zetten in een beneficiaire aanvaarding bij ontdekking van een onverwachte schuld?
Door een verzoek in te dienen bij de kantonrechter
Feedback
De wetswijziging biedt voor onverwachte/onbekende schulden een oplossing, maar stelt daaraan wel eisen. Is er zuiver aanvaard en wordt de erfgenaam daarna geconfronteerd met een onbekende schuld in de nalatenschap, dan mag de zuivere aanvaarding worden omgezet naar een beneficiaire aanvaarding. Dit is dus een spijtoptantregeling. Voor omzetting van de aanvaarding moet er binnen drie maanden na ontdekking van de onbekende schuld een verzoek worden ingediend bij de kantonrechter.
Bij welke handeling is er sprake van zuivere aanvaarding?
Gedrag ten nadele van schuldeisers van de nalatenschap leidt tot zuivere aanvaarding (denk aan het verkopen nalatenschapsgoederen). 
Wat is een beneficiaire aanvaarding?
De erfgenaam aanvaardt de nalatenschap enkel als er sprake is van een positief saldo
Binnen welke termijn na het overlijden moet een erfgenaam besluiten hoe hij de erfenis wil aanvaarden?
3 maanden
Binnen welke termijn kan een zuivere aanvaarding worden omgezet in een beneficiaire aanvaarding, na ontdekking van een onverwachte schuld?
3 maanden
Feedback
De Wet bescherming erfgenamen tegen schulden is op 1 september 2016 in werking getreden. Deze wet geeft bij onverwachte schulden de mogelijkheid om een zuivere aanvaarding van een erfenis alsnog om te laten zetten in een beneficiaire aanvaarding. Dit moet dan wel gedaan worden binnen drie maanden na de ontdekking van de onverwachte schuld.
Jacco’s ouders zijn om het leven gekomen bij een auto ongeluk. Als enig erfgenaam besluit hij de boot van zijn ouders op een veiling te verkopen. Hij ontvangt hiervoor € 80.000 die hij besluit te investeren in een nieuwbouwproject. Wanneer Jacco de financiële zaken rondom de erfenis wil regelen, besluit hij de erfenis beneficiair te aanvaarden, hij denkt namelijk dat het huis minder waard is dan de hypotheek die er op rust. Is het toegestaan om de erfenis beneficiair te aanvaarden?
Nee, Jacco heeft de erfenis al zuiver aanvaard
Feedback
Jacco heeft de boot van zijn ouders verkocht. Hierdoor heeft hij de boot onttrokken aan eventuele schuldeisers. Er wordt aangenomen dat Jacco de erfenis zuiver aanvaardt. Alleen wanneer een onverwachte schuld opduikt (en hiervan is bij de hypotheek geen sprake), kan een erfgenaam een verzoek indienen bij de kantonrechter om alsnog beneficiair te aanvaarden. Dit verzoek moet binnen drie maanden na het ontdekken van de schuld worden ingediend
Vorig jaar is de moeder van Mirjam overleden. Mirjam en haar zus Laura hebben de erfenis beneficiair aanvaard. Er bleek een positieve nalatenschap te zijn en beide zussen hebben € 20.000 ontvangen. Nu duikt er een onverwachte schuld op van € 70.000. Wat is juist als Mirjam en Laura tijdig een verzoek indienen bij de kantonrechter?
Mirjam en Laura moeten beide € 20.000 terugbetalen
Feedback
De nalatenschap is al vereffend. Als vervolgens een onverwachte schuld opduikt dan zijn de erfgenamen niet met hun eigen vermogen aansprakelijk. Wel moet de eerder ontvangen erfenis worden terugbetaald. De erfgenaam moet binnen drie maanden na het ontdekken van de schuld een verzoek indienen bij de kantonrechter om het op deze wijze te regelen.
Een ouder doet een schenking aan zijn kind van € 60.000 en hierbij wordt gebruikgemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling. 100 dagen na de schenking komt de ouder te overlijden. Wat is hiervan het fiscale gevolg?
De 180-dagenfictie bij overlijden is niet van toepassing. Over het geschonken bedrag is geen belasting verschuldigd
Feedback
Wanneer de schenker binnen de 180 dagen na schenking komt te overlijden, treedt de 180-dagenfictie in werking. Die houdt in dat de schenking wordt geacht volgens erfrecht te zijn ontvangen. Met andere woorden: de schenking maakt dan deel uit van de erfenis van de schenker. De 180-dagenfictie bij overlijden is echter niet van toepassing op de eenmalig verhoogde en de extra verhoogde schenkingsvrijstelling. Dat is pas anders als de schenking voor de eigen woning is gedaan onder opschortende voorwaarde. Als deze pas – zoals dat zo mooi heet – ‘perfect’ wordt bij overlijden van de schenker, dan geldt de 180-dagenfictie wél.
Een schenker wil het bedrag van € 100.000 niet ineens schenken, maar in drie opeenvolgende jaren. Mag hij in het derde jaar dan ook nog eens € 2.200 schenken, zonder dat hierover schenkbelasting verschuldigd is?
Ja dat is toegestaan
Feedback
In jaar één wordt de schenking gemaximeerd op € 100.000. De verkrijger geeft aan de Belastingdienst aan gebruik te willen maken van de schenkingsvrijstelling van maximaal € 100.000. De schenker kan vervolgens in drie jaar de schenking (maximaal € 100.000) betalen aan de verkrijger. De betalingen die in jaar twee en drie worden gedaan, worden niet als extra schenkingen gezien, omdat de verkrijger al in jaar één heeft aangegeven gebruik te willen maken van de schenkingsvrijstelling van maximaal € 100.000. Hierdoor kan de verkrijger in jaar twee en drie weer gebruik maken van de algemene schenkingsvrijstelling van € 5.500 (ouders) of € 2.200 (overige verkrijgers) worden ontvangen door de verkrijger.
De ouders van Janine zijn gescheiden. Mag zij van beide ouders een bedrag van € 100.000 ontvangen zonder dat zij hierover schenkbelasting verschuldigd is?
Nee, dit is niet toegestaan
Feedback
De schenker en/of diens fiscale partner mag maximaal één keer aan een verkrijger en/of diens fiscale partner schenken onder de verhoogde schenkingsvrijstelling. Ouders worden altijd gezien als één, ook al zijn ze geen fiscale partners meer.