Samenvatting Work in the 21th Century: An introduction to industrial and organizational psychology

-
211 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Work in the 21th Century: An introduction to industrial and organizational psychology". De auteur(s) van het boek is/zijn Frank J Landy, Jeffrey M Conte. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Work in the 21th Century: An introduction to industrial and organizational psychology

  • 2.1 Science

  • Wat zijn theorieën?
    • van belang geacht door het vakgebied
    • 'peer-reviewed'
    • empirisch getoetst
    • zijn verificeerbaar en repilceerbar
  • Hypothese: Prediction about relationship(s) among variables of interest.
  • Wat is Wetenschap?
    Activiteiten gericht op het begrijpen, voorspellen en beheersen van bepaalde fenomenen.
  • Wat is Psychologie?
    Begrijpen, voorspellen en beheersen van gedrag van mensen.
  • Wat zijn de kenmerken van 'goede' wetenschap?
    • Logische benadering, op basis van theorieën, hypothesen, nieuwsgierigheid
    • Gebaseerd op verzamelen van gegevens (data)
    • Toegankelijk, transparant, openbaar
    • Falsificeren (niet: bewijzen) van theorieën of hypothesen
    • Onderzoekers dienen onpartijdig en objectief te zijn m.b.t. hun onderzoeksresultaten
  • 2.2 Research

  • Onderzoeksontwerp [Research Design]: Provides the overall structure or architecture for the research study; allows invesstigators to conduct scientifiic research on a phenomenon of interest.
  • Welke typen onderzoeksontwerpen zijn er in A&O-psychologie?
    1. Experimenteel: random toewijzing aan condities (laboratorium en field)
    2. Quasi-experimenteel: toewijzing aan condities, maar niet random
    3. Niet-experimenteel: geen toewijzing aan condities, geen interventie (observational- en survey design)
  • Laboratorium: causaal verband
    Field: studeren van gedrag
    Observational design: The researcher observes employee behavior and systematically records what is onbserved.
    Survey design: Research strategy in which participant are asked to complete a questionnaire or survey.
  • Welke typen methodes van dataverzameling zijn er?
    • Kwalitatief onderzoek: resultaten zijn beschrijvend (observaties, interviews)
    • Kwantitatief onderzoek: resultaten zijn numeriek (tests, vragenlijsten)
    • Triangulatie: convergerende evidentie; resultaten staven aan de hand van verschilllende methoden.
  • Introspection: De deelnemer is tevens de onderzoeker.
  • Wat is Generaliseerbaarheid (Generalize)?
    Externe validiteit: resultaten van een onderzoek van toepassing op andere groepen, situaties/taken, tijd en organisaties. 
  • Welke vormen van controle zijn er?
    • Experimental control: characteristic of research in which possible confounding influences that might make results less reliable or harder to interpret are eliminated; often easier to establish in laboratory studies than in field studies.
    • Statistical control: using statistical techniques to control for the influence of certain variables. Such control allows researchers to concentrate exclusively on the primary relationships of interest.  
  • 2.3 Data Analysis

  • Welke doelen zijn er om data te verzamelen?
    • Beschrijvende statistiek: samenvatten en beschijven van data
    • Verklarende (toetsende) statistiek: toetsen van hypothesen en generaliserende uitspraken doen
  • Welke maatregelen of kenmerk kan worden gebruikt om een ​​score distributie te beschrijven?
    • Centrale tendentie (measure of central tendency): Indicates where the center of distribution is located.
    • Variabiliteit/Spreiding (variability): The extent to which scores in a distribution vary.
    • Verdeling/Distributie (skew): The exten to which scores in a distribution are lopsided or tend to fall on the left or right side of the distribution.
  • Licht deze uit.
    Centrale tendentie: Wat is een typische meetwaarde?
    • Gemiddelde (mean)
    • Modus (mode): meest voorkomende meetwaarde
    • Mediaan (median): middelste meetwaarde
    Variabiliteit: Hoe typische is een typische meetwaarde?
    • Variantie
    • Standaarddeviatie 
    Verdeling: Scheefheid
    • Positief, negatief
    • Links, rechts
  • Welke meetschalen zijn er?
    • Nominaal: categorieën; modus
    • Ordinaal: rangorde; modus en mediaan
    • Interval: distanties tussen waarden; modus, mediaan en gemiddelde
    • Ratio: absoluut nulpunt; modus, mediaan en gemiddelde 
  • Wat is statische significantie?
    Kans dat het resultaat niet op toeval berust, kans op toevallige uitkomst.
  • Wat is Statische power?
    Onderscheidingsvermogen van een onderzoek, power neemt af bij kleinere steekproeven.
  • Wat is Correlatie coëfficiënt?
    Geeft sterkte aan van een lineair tussen twee variabelen, kan variëren tussen -1 en +1. ]
  • Correlatie zegt niet alleen iets over lineaire verbanden. Op de basis van correlaties kun je niet concluderen, dat er een causale relatie tussen variabelen is. 
  • Wat is Meta-analyse?
    Statische methode om resultaten van vele verschillende studies te combineren en analyseren om een algemene conclusie te trekken over verbanden tussen variabelen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is Wetenschap?
2
Wat is Psychologie?
2
Wat zijn de kenmerken van 'goede' wetenschap?
2
Wat zijn theorieën?
2
Pagina 1 van 48