Samenvatting Zes psychologische stromingen en één cliënt : theorie en toepassing voor de praktijk van SPH en MWD

-
229 Flashcards en notities
14 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Zes psychologische stromingen en één cliënt : theorie en toepassing voor de praktijk van SPH en MWD". De auteur(s) van het boek is/zijn Alie Weerman. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Zes psychologische stromingen en één cliënt : theorie en toepassing voor de praktijk van SPH en MWD

  • 1 verschillende visies op dezelfde problematiek

  • experientiele en cliëntgerichte benadering gaat uit van?

    Waar voel je je goed bij

  • Wat zijn methodieken?
    Op de praktijk gerichte uitwerkingen.
  • uit hoeveel procent is tijdens een onderzoek gebleken dat het succes van therapeutische aspecten voortkomt met name de relatie met de therapeut
    30%
  • Noem de percentages van de 'taart van Lambert'. Factoren buiten de therapie om, Algemene therapiefactoren, Placebo-effecten en Technieken.
    40, 30, 15, 15
  • noem therapieen die voor de behandeling van depressies mogelijk zijn
    psychodynamische, clientgerichte, cognitief-gedragstherapeutische, systeemtheoretische, lichaamsgerichte en oplossingsgerichte therapieen
  • wat betekent de biologische benadering
    hier wordt gezocht naar de rol die biologische processen hebben op de psychische klachten, en tevens andersom, de rol die psychische klachten hebben op de biologische processen
  • 3 Psychodynamische benaderingen

  • waar staat de afkorting PDB voor?
    psychodynamische benadering
  • Waar richt de psychodynamische benadering zich op?
    Problemen uit de vroege kindertijd.
  • wat is de theorie van Freud
    hij toonde aan dat bepaalde lichamelijke klachten een psychische oorzaak kunnen hebben. door hypnose en de techniek van vrije associatie probeerde hij gedrag te verklaren vanuit onbewuste gevoelens en gedachten. 
  • Waar gaat het zelfpsychologisch model van uit?
    Dat iemand een tekort aan bevredigingen heeft vanuit zijn of haar jeugd.
  • Wat is het Es, Ego en superego?
    Het es zijn de driften, ego is de mediator, superego het geweten

  • waar richt de psychodynamische benadering zich op?
    problemen uit de vroege kindertijd
  • wat betekent es
    het es omvat onze driften, en is gericht op behoeft bevrediging, niet alleen in seksuele zin maar alle levensdriften.
  • Wat houdt emotionele objectconstantie in bij het objectrelatiemodel?

    Het bewust worden van meerdere gevoelens in een mens.
  • Noem 6 afweermechanismen
    Verdringing - wegstoppen
    Isolering - afsplitsen maar kan optreden bij ouder herrinering
    Projectie -eigen angst op andere projecteren
    Rationalisatie - goedpraten van je gedrag
    sublimatie - positief omzetten wat sociaal aanvaardbaar is
    verplaatsing - afreageren op een ander persoon
  • wat is overdracht?
    het herhalen van vroegere gedragspatronen en problemen, bij personen die daar niks mee te maken hebben.
  • wat betekent superego
    dit is het geheel aan normen en waarden van waaruit mensen zichzelf sturen. dit superego stuurt vanuit een ideaalbeeld (ik). meestal wordt dit gevormd door ouders, aangevuld met eigen wensen over hoe men zou willen zijn. de eisen die het superego aan mensen stelt zijn vaak niet haalbaar en zorgen voor interne spanningen.wanneer het superego het ego gaat overheersen ontstaan neurosen en fobieen.
  • In welk model van de psychodynamische benadering vind separatie-individuatie plaats?
    Het objectrelatiemodel.
  • Wat is isolering?
    Het afsplitsen van gevoelens maar kan weer optreden bij een oude herinnering

  • wat is affectreguleren/mentaliseren?
    beangstigende en onbekende gevoelens toelaten, ze benoemen, begrijpen en hanteren.
  • es, ego, superego voltrekt zich volgens Freud in 5 fasen....
    orale fase (babytijd), Anale fase (peutertijd), Fallische fase (kleutertijd), latente fase (basisschoolleeftijd), Genitale fase ( pubertijd)
  • Welke vier modellen zijn er in de Psychodynamische benadering?
    Het driftmodel, objectrelatiemodel, zelfpsychologisch model en interactioneel model.
  • Wat is rationalisatie?
    Goedpraten van je gedrag
  • wat is een conversiestoornis?
    lichamelijke klachten, waarbij mensen zich onbewust blokkeren
  • wat zijn voorbeelden van kanttekeningen bij het ego
    ego gaat verloren bij dementie, ego zwak bij b.v kinderen met ADHD.
  • Wat is het doel van de Psychodynamische benadering?

    Het onbewuste bewust maken en hanteerbaar.

  • Wat is sublimatie ?
    Je gedrag positief omzetten naar iets wat sociaal aanvaardbaar is
  • wat is het uitgangspunt van het driftmodel?
    verdrongen problemen uit de kindertijd zijn terug te voeren op seksuele en agressieve driften.
  • wie vind het mensbeeld zeer pessimistisch en het agressiefste wezen op aarde
    Freud
  • Wat zijn de drie kanten in een mens bij deze therapie?
    Id, ego en superego.
  • Bij psychoanalyse is er een afstand tussen de therapeut en client

  • wat is het uitgangspunt van het objectrelatie model?
    de eerste relaties in de kindertijd bepalen hoe je later in het leven staat
  • wat onderzocht Anna Freud
    het mechanismen van afweer die optreden wanneer er geen goede balans is ontwikkeld tussen es, ego en superego
  • Uit de psychodynamische benadering komt de .....   vandaan.
    Psychoanalyse
  • Wat zijn de 5 G's?
    Gebeurtenis. gedachten, gevoel, gedrag en gevolg

  • wat is het uitgangspunt van het zelfpsychologisch model?
    aandacht gaat uit naar tekorten, die zorgen voor een een zwakke identiteit en een zwak zelfgevoel.
  • noem de afweermechanismen
    reactieformatie- ongewenste informatie of ervaringen worden omgekeerd geintrepreteerd als prettige informatie ( omgekeerde wat jezelf wilt). Isolering- ontoelaatbare of beangstigende ervaring worden niet toegelaten ( treed vaak op bij traumatische gebeurtenissen), verdringing-beangstigende ervaringen of gedachten worden onderdrukt onbewust blijven ze wel invloed uitoefenen ( nachtmerries), intellectualisering- veel complexe woorden omschrijven van ongewenste ervaringen en gevoelens blijft dit op afstand, projectie- onacceptabele gevoelens van jezelf worden op een ander overgeplaatst, sublimatie - energie van ongewenste driften omzetten in positieve actie, verplaatsing- emoties onaantastbare persoon afgereageerd, splitsing- goede of slechte gevoelens over persoon of situatie niet tegelijk bestaan ( helemaal goed of slecht), rationalisatie- slecht gedrag dat goed gepraat wordt( pedofielen of roken)
  • wat is het uitgangspunt van het interactioneel model?
    legt de nadruk op problematische conflicten tussen mensen
  • waar wordt vooral aandacht aan besteed in het object-relatie model
    op de manier waarop in de vroege kindertijd een beeld wordt gevormd van belangrijke anderen.
  • wat is een seksuele drift?
    een levensdrift gericht op genieten, behoeftebevrediging (niet alleen seksueel gedrag)
  • het benadrukken van een eigen ik ervaring of de psychologische geboorte van een kind na ongeveer 36 maanden, wanneer het beseft een zelfstandig persoon te zijn wordt benadrukt door (accepteren dat belangrijkste verzorgingsfiguur regelmatig niet aanwezig is maar wel weer terugkomt. leren omgaan met frustraties en scheidingsangst)
    mahler en klein
  • wat is het oedipuscomplex?
    kind wil trouwen met vader of moeder
  • frustratie hoeven niet worden voorkomen door een perfecte moeder, maar door een good enough mother zorgt voor een algemeen veilige situatie waarin deze angstgevoelens een plaats kunnen krijgen worden benadrukt door 
    Winnicott
  • wat is een transitional object?
    een (overgangs) object dat wordt gebruikt om angsten en frustraties bij een kind in te dammen
  • welke mening hebben kohut en stern
    vroege kindertijd een sterk zelf wordt gevormd door een goede spiegelende relatie van de primaire verzorgers. ( voldoende oog voor behoeften en angsten, realistisch spiegelen zodat een realistisch zelfbeeld ontstaat)
  • wat is emotionele objectconstantie?
    leren om dingen niet zwart wit te zien.
  •  overdracht en tegenoverdracht
    overdracht - het beleven van gevoelens bij iemand die horen bij een ander, meestal bij iemand uit het verleden. je draagt gevoelens en gedrag die gericht zijn op een ander persoon over op een ander persoon, voorbeeld: student woedend reageert als een docent hem wijst op een klein foutje in een toets, waarschijnlijk onbewust denken aan een afwijzing van vroeger, gevoel van tekort schieten, gevoel van verlating, deze reactie is niet op zijn plaats een oud innerlijk werkmodel wordt geactiveerd. Tegenoverdracht ( hulpverlener) voorbeeld: de hulpverlener handelt onjuist op grond van eigen problematiek. ( de Wolf)
  • wat is een narcistische persoonlijkheidstoornis?
    dan heb je continu waardering nodig om je goed te voelen. vaak heb je dan vroeger te weinig bevestiging gehad.
  • welke eigen accenten heeft Carl Gustav Jung in de theorie van Freud  omschreven
    collectief onderbewustzijn, dit houdt in zijn visie in dat mensen een onbewust idee hebben van bepaalde archetypen, zoals moeder, dood en kracht. de archetypen zorgen voor het ontstaan van zogenaamde schaduwpersoonlijkheden, die in ieder mens zouden bestaan. schaduwpersoonlijkheden zal steeds meer op de voorgrond treden en aandacht vragen op middelbare leeftijd, zal aandacht vragen voor enige tegenstrijdige persoonskenmerken die in het onbewuste bleven
  • Erik Erikson voegde nog 3 fasen toe aan de vijf van Freud welke
    jong volwassen, volwassenheid en ouderdom
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.